De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.