Directe democratie: met z’n allen aan het roer

De laatste tijd is bestuurskundige Roel in ’t Veld een paar keer in de media geweest met uitspraken die her en der enthousiast worden aangehaald. In de discussie rond de kloof tussen de burger en de politiek neemt hij een behoorlijk radicaal standpunt in. Eindelijk iemand die echte verandering predikt en het nog meent ook.

het populisme-debat: praatjes vullen geen gaatjes

Kort geleden zwengelde Mark Bovens de discussie rond verlicht populisme aan, na de publicatie van zijn rapport over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Aangezien die laatsten politiek niet vertegenwoordigd zijn – met name wat hun fysieke deelname betreft – roept Bovens diverse vormen van directe democratie in herinnering. Vlak daarop rolde een boekje van zijn opponent Anton Zijderveld van de persen, eveneens opgehangen aan de populisme-kapstok, in de hoop de representatieve democratie zodanig te verstevigen dat zulks toch maar niet bewaarheid zal worden. De tussenstand: geen van de gevestigde partijen zou het toetreden van de gewone man toejuichen en van de gedachte aan referenda krijgen ze het al benauwd.

Wat wel aansloeg is het idee om volksverheffing nieuw leven in te blazen, een fenomeen wat sinds jaar en dag te boek staat als een regenteske neiging. Het is eigenlijk een raadsel waarom dit kabinet er niet eerder mee aan de slag is gegaan. Voor Wouter Bos is integratie een vorm van emancipatie, een proces dat in zijn perceptie van hogerhand in de gewenste richting gestuurd dient te worden. Ook ontevreden burgers gaat hij volgens dit beproefde recept van hun angst voor de geglobaliseerde toekomst afhelpen, zo verklapte hij aan Elsbeth Etty. Zo’n opgewarmde prak is vast goedbedoeld, maar wel een ontzettend zwaktebod in het licht van de mogelijkheden die het democratische experiment allemaal in zich vervat. Weinig verheffend allemaal.

geen dictatuur van de meerderheid maar wèl echte inspraak

Een van de redenen dat er weerstand heerst tegen directe democratie is een hele nobele, namelijk dat het botweg uitvoeren van de wil van de meerderheid geen recht zou doen aan de belangen van minderheden. Daarom prefereren democratisch gezinden van oudsher een volksvertegenwoordiging, die de diverse belangen dient af te wegen. (Om dezelfde reden is een referendum – in het bijzonder een ja/nee-referendum – niet ideaal.) Een systeem van vertegenwoordiging echter dat niet of nauwelijks mogelijkheden voor directe zeggenschap biedt, houdt niet het midden tussen twee kwaden, doch neigt naar particratie. De vraag is dus wat de meest uitgebalanceerde manier zou zijn waarop burgers invloed op het beleid kunnen uitoefenen, die verder gaat dan het plaatsen van een kruisje en effectiever is dan het pro forma-karakter van de geijkte inspraakavond.

De visie van Roel in ’t Veld behelst vergaande decentralisatie, maar ademt wèl de sfeer van ‘grassroots’. Op diverse terreinen zullen burgers in plaats van bestuurders voor besluitvorming zorgdragen, waarbij het uitdiscussiëren van onderwerpen de voorkeur heeft boven stomweg gaan stemmen. De vraag hoe en door wie de uiteindelijke knoop moet worden doorgehakt, is en blijft de crux van het geheel. In ’t Veld toont zowel interesse in de (getrapte) methode die in Porto Alegre in Brazilië wordt toegepast, als dat hij mogelijkheden ziet in discussies via internet. (Bij dat laatste denk ik meer aan gordiaanse knopen…) Hij stelt ook dat hij representativiteit van minder belang acht dan de ‘checks & balances’. Daar zit wel wat in, want kwaliteit gaat boven kwantiteit, maar een representatieve steekproef is toch geen overbodige luxe.

En dat is nog niet alles, want in ’t Veld laat vervolgens het parlement verdwijnen. We kiezen de regering en de rekenkamer rechtstreeks, en hebben ruimere mogelijkheden ons met het gevoerde beleid te bemoeien en ministers naar huis te sturen. Dat is dan het punt waar hij me links dreigt in te halen, want naast een grotere invloed door jan met de pet zie ik ook graag dat er controle is, vanaf een centraal punt en vanuit een samenhangende visie. (Dat zal dan wel samenhangen met mijn hardnekkige conservatisme, dat nauwgezet de vele uitwassen optekent van onze moderne, regisserende overheid die alles op afstand zet. Maar in het emancipatiepakket van Wouter Bos komt vast nog wel een cursus om je daarvan af te helpen.)

Mijn voorkeur ligt uiteindelijk bij een stevig parlement dat dienstbaar(der) is aan de publieke opinie en als voornaamste taak heeft de diverse belangen af te wegen en zoveel mogelijk recht te doen. De bottleneck van veel inspraakmethodes zit ‘m in het afketsen van zogenáámde private belangen van burgers tegen het schild van wat door politieke vertegenwoordigers abusievelijk voor het algemene belang wordt gehouden:

In de zaal in Osdorp had zich dus een klassieke omkering voltrokken. De gemeente en woningcorporaties kwamen op voor hun privé belangen als projectontwikkelaars, terwijl de gemarginaliseerde bewoners zich publiekelijk opwierpen voor “het algemeen woonbelang”. Waarmee zich zo’n 2400 jaar na dato – niet in Athene maar in het onwaarschijnlijke Osdorp – een gefaalde poging voordeed om de politiek terug te brengen tot haar oorspronkelijke betekenis. (Merijn Oudenampsen, “Nieuw West de frontier van Amsterdam/)

over de methode Porto Alegre en het bereiken van consensus

In Porto Alegre wordt gewerkt met zgn. participatieve budgetten, wat inhoudt dat de inwoners samen de begroting in elkaar zetten. De buurtvergaderingen hebben het voor het zeggen, al werkt het wel met een systeem van vertegenwoordiging. Het idee achter dit soort intensieve methodes is dat er gaandeweg meer begrip voor elkaars standpunten ontstaat en dus enige mate van consensus. Dat zal ook meestal wel lukken, maar onderhavig experiment beperkt zich dan ook tot voorzieningen als riolering en bestrating. Wanneer het om maatschappelijke onderwerpen gaat wordt de vraag wat er moet gebeuren stukken complexer. Hoe dan ook, de niet geringe winst zit ‘m in de grotere betrokkenheid van burgers in combinatie met de garantie dat hun inspanningen worden gehonoreerd. De laatste jaren heeft het in Nederland niet zozeer aan het eerste ontbroken als aan het laatste – wat aanzienlijk aan de kloof zal hebben bijgedragen.

zie over Porto Alegre verder nog een casestudy van Worldbank en Participatory Budgets

zie met betrekking tot Roel in ’t Veld:
[1] Bekwame burger redt democratie
[2] Den Haag minacht de burger
[3] De vloek van het succes (totaalvisie)

Addendum:

Het artikel Staat en civil society is interessant omdat het de hele politiek-filosofische discussie over de verhouding tussen staat & maatschappij (sinds o.a. Rousseau en Tocqueville) behandelt, alvorens uit te komen bij …. Porto Alegre.

Er bestaat een documentaire over de democratiseringsbewegingen in Zuid-Amerika, getiteld: Beyond Elections: Redefining Democracy in the Americas.

De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.

Steve Biko, een rolmodel voor Palestina?

Arun Gandhi, de kleinzoon van de Mahatma, groeide op in Zuid-Afrika. Vanuit zijn achtergrond trekt hij zich het lot van de Palestijnen ten zeerste aan: zij hebben het naar zijn zeggen tien keer zo zwaar als destijds de zwarten (en andere minderheden) in Zuid-Afrika. Hij heeft ook een oplossing:

“Arun has given many speeches about non-violence in many countries. During his tour to Israel, he urged the Palestinians to resist Israeli occupation peacefully to assure their freedom.

In August 2004, Gandhi proposed to the Palestinian Parliament a peaceful march of 50,000 refugees across the Jordan River to return to their homeland, and said MPs should lead the way. Gandhi also claimed that the fate of Palestinians is ten times worse than that of blacks in South African Apartheid. He asked: “What would happen? Maybe the Israeli army would shoot and kill several. They may kill 100. They may kill 200 men, women and children. And that would shock the world. The world will get up and say, ‘What is going on?’.” Gandhi later said that Yasser Arafat was receptive to the march idea, but it became a moot point after Arafat’s November 2004 death.”

geweldloos verzet

De methode van geweldloos verzet van Gandhi sr. en jr. is inderdaad een beproefde. Maar hoe ging het destijds in Zuid-Afrika? Internationale aandacht en protest kwamen in een stroomversnelling door de volgende reeks specifieke gebeurtenissen, die naar mijn mening een cruciale rol hebben gespeeld:

  1. De dood van mensenrechtenactivist Steve Biko in 1977 door politiegeweld.
  2. Journalist Donald Woods vluchtte uit Zuid-Afrika om het verhaal naar buiten te brengen.
  3. Songwriter Peter Gabriel schreef in 1980 een krachtig statement getiteld ‘Biko
  4. In 1987 verfilmde Richard Attenborough de gebeurtenissen in Cry Freedom.

Toen werd ook het nummer van Gabriel voorzien van de beroemde videoclip met beelden uit de film. De indringende ‘shots’ van de politie die met scherp schoot op scholieren gingen vele malen de wereld rond. Een aantal maanden daarna was het gedaan met Apartheid.

Als de Palestijnen verzet zouden plegen met een vreedzame mars van 50.000, dan zou de Israelische regering zeer zeker op hen inschieten – dat doen ze zelfs bij hun eigen mensen*. En hoe zou de rest van de wereld dan reageren? Traag maar adequaat, zoals in het geval van Zuid-Afrika? Of ambivalent tot in de eeuwigheid?

“And the eyes of the world are watching now”


Are they?

Mister Gandhi, how about een nieuw geweldloos offensief, als alternatief voor het bloedige geweld van Hamas? Het zal niet eenvoudig zijn hen erin te doen geloven.

Maar laten we erop vertrouwen dat er altijd nieuwe Attenboroughs en Gabriels op zullen staan – opdat wij niet vergeten.

En dat geldt net zo goed voor al die andere plekken waar onderdrukking heerst, en waar internationale druk de situatie structureel zou kunnen verbeteren.


* http://www.indymedia.nl/nl/2009/06/60023.shtml:
Ashraf Abu Rahmev lives in Bil’in, a village in the occupied Westbank. Every week the inhabitants of Bil’in demonstrate against the wall that Israel has built through their lands. The demonstrations meet a lot of violence from the Israeli army. Ashraf was recently shot while being handcuffed. Ashrafs brother Bassem was killed by the Israeli army during one of the non-violent demonstrations in Bil’in in April 2009.

Lymor Goldstein and Inbar Choresh are activists with Anarchists Against the Wall, a direct action group that was established in response to the construction of the wall Israel is building on Palestinian land in the Occupied West Bank. The group works in cooperation with Palestinians in a joint popular struggle against the occupation. Goldstein was shot in his head during a demonstration in Bil’in and is a human rights attorney.



Addendum (17-05-’11): Here comes your non-violent resistance

Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

Dualisme, het land achter de horizon

foto
Politiek dualisme wordt bij de landelijke overheid verondersteld te bestaan en bij lokale overheden ver te zoeken te zijn. Dus werd in 2002 een werkwijze ingevoerd om de gewenste houding bij gemeenteraden aan te kweken. Dat moest wel uitgroeien tot een beleidsgedrocht. Dat er deals gesloten worden is niet eenvoudig uit te bannen. Wanneer er ooit op een dag werkelijk ‘zonder last’ gestemd wordt zal dat als unicum de geschiedschrijving in gaan. En ook al zal het dan waarschijnlijk handelen om iets zó triviaals als de kleur van een stropdas, dat zou al een hele prestatie zijn. Het gereedschap om dit om te buigen is echter zelf al krom van al het wisselgeld, gegeven in ruil voor het verschuiven van machtsposities op de vierkante millimeter.
Wat is er zoal mis met stedelijk dualisme – en betekent dat dat we het op landelijk niveau helemaal wel kunnen schudden?

de nieuwe kleren van de rattenvanger

Het zou vooral een manier zijn om het niveau van gemeenteraden op te krikken tot aan het maaiveld, wat op zich niet verkeerd is. Raadsleden hebben zich vervolgens massaal laten wijsmaken dat het alleen nog sturen op hoofdlijnen een promotie inhoudt ten opzichte van al die wissewasjes waar men zich vroeger door liet afleiden. (Kaders van louter financiële aard betekenen echter geenszins winst, maar meestal enkel een knellend keurslijf. Als er weer eens eentje uit zijn voegen spat, krijg je alsnog een discussie die het incident niet overstijgt.) Aan de griffie heeft men nu zowaar een eigen ambtenarenapparaat, als bondgenoot in de strijd.

Maar het is enkel klatergoud: in feite zijn ze daarmee compleet buitenspel gezet. Vaker zelf met voorstellen komen zien we dan ook niet gebeuren. De houding van coalities om de oppositie niets te gunnen (behalve het obligate optreden ‘voor de bühne’) is onveranderd. Acht jaar na de invoering mag men zo zoetjes aan wel toegeven dat het experiment tot heropvoeding mislukt is. Het nog jeugdige dualisme heeft zich het hoofd op hol laten brengen door een moderne verleiding als de regierol, een van de uitwassen van privatisering, de marktgedachte, het afwentelen van verantwoordelijkheden en andere aandoeningen van ons hedendaagse bestel.

Het zou mijn voorkeur hebben dat het juist B&W is die sturen ‘mag’ op hoofdlijnen, opdat zij zich niet langer hoeven gêneren dat ze keer op keer details over het hoofd zien. Met een werkelijk volwassen, professionele raad, die weer net als vroeger contact met ambtenaren hebben mag, om alles te controleren. Ook andere verschillen met de landelijke situatie zie ik liefst zo spoedig mogelijk genivelleerd worden. Bij een eventuele breuk moeten nieuwe verkiezingen gehouden kunnen worden en bij de wisseling van de wacht dienen ook burgemeester en secretaris te rouleren. Of, beter nog: plaats de burgemeester weer als vanouds in de ceremoniële rol van verlicht monarch, boven de partijen, zonder stem in het geheel en zonder al die dubbele petten.

intussen in het land der blinden

In de macrokosmos van ons landsbestuur was en is het ook zonder dergelijke poespas al kommer en kwel en geknars der tanden. Dualisme is het utopische aspect van democratie en komt slechts voor in het rijk der fabelen. Mede daardoor verdenk ik alle beleid daaromtrent als een geheim complot om een duizendjarig managersrijk te doen consolideren. Wie werkelijk dualisme nastreeft, wil immers juist ontmantelen. Het is de neiging van de coalitie om de neuzen dezelfde kant op te dwingen en de rijen hermetisch gesloten te houden, die frontaal moet worden aangepakt. Dat vergt individuele vrijheid in de plaats van waar nu partijgebondenheid heerst.

Even aangenomen dat de goede wil in principe aanwezig is, dan moeten we het systeem toch kunnen ondermijnen door het pantser hier en daar open te wrikken. Een meer open akkoord bijvoorbeeld (de oppositie moet in staat zijn onderwerpen waarvoor minder dan tweederde draagvlak is, eruit te wippen). Grotere trouw aan verkiezingsprogramma’s – maar laten we niet vergeten dat de leden meestal makkelijk akkoord gaan met een akkoord. Dus ook en vooral: véél meer invloed voor de leden, zodat het ook de moeite waard wordt om er een te worden. Het moet véél ‘onverstandiger’ worden om de eigen achterban af te vallen, dan de coalitiepartners. Een verplichting voor kabinetten en colleges om verschillende alternatieven voor beleid voor te leggen. Meer mogelijkheden voor vormen van directe democratie. Een systeem kortom dat op draagvlak stoelt in plaats van tot in de hemel te willen reiken.
foto
Wat is er overigens tegen een minderheidskabinet of -college? Een ‘versnipperd beleid’ en ‘weinig tot stand kunnen brengen’? Je kan je afvragen of dat wel zo is – het is nu toch juist geen afspiegeling van de samenleving! Zolang men zich maar zoveel mogelijk op feiten baseert en ook weer niet teveel in een ivoren toren bij elkaar klit, zou het intellect van al die geesten bij elkaar opgeteld tot een zinvolle uitkomst moeten kunnen leiden. Compromissen of zelfs handjeklap daar is op zich niks mis mee, zolang dat openlijk verkocht wordt. Het moet toch heerlijk zijn de indruk weg te kunnen nemen dat je je keer op keer laat naaien, alleen maar om op het pluche te mogen blijven! Mits je dat kan, natuurlijk…

Waar was ik? Een zakenkabinet, dan maar? Maar die handelen toch alleen lopende zaken af? Zorgwekkend eigenlijk, dat er in ons land over zo weinig wezenlijke zaken van nature genoeg consensus is om gewoon wisselende allianties aan te gaan… Onder een zakencollege verstaat men echter een college bestaande uit lieden zonder politieke binding. Ik weet het niet hoor, maar dat klinkt weer als infiltratie van ‘bovenaf’. Wat ook regelmatig passeert is de term afspiegelingscollege als alternatief voor het programcollege. Hoe getrouw de afspiegeling van de verhoudingen in de raad binnen een college zijn kan is me niet duidelijk, maar ze hebben in het verleden daadwerkelijk bestaan. Mooi, want hoe kleiner de kans op moordende akkoorden, des te beter.

scènes uit de Laatste Dagen van Leiden

De sappige oogst van afgelopen week omvat in elk geval de regenteske (maar toch oprechte) opstelling van het kabinet bij monde van van Geel tijdens het crisisdebat en het conflict van de Rotterdamse CDA-fractie met haar ‘eigen’ wethouder (een hoogst curieuze invulling van dualisme: niet alleen achter de schermen / onder de gordel, maar nota bene tegen het lokale partijbestuur in!). Alsof dat nog niet deprimerend genoeg was, wil ik graag besluiten met een waargebeurd verhaal (dat derhalve geen goede afloop kent, dan weet u dat vast).

In een stadje hier heel dichtbij viel een door de burgervader gesmeed links college over het wel of niet binnen de poorten halen van een stalen ros, nadat de bevolking reeds eerder een duidelijk nee had doen opklinken. Door o.a. vrees te veinzen voor de almachtige provincie vormden vier samenzwerende partijen een machtsbasis rond het Paard. Hun hart werd diep weggestopt op een geheime plaats en zij lieten zich gewillig tot een massieve legering samensmelten, die hen onoverwinnelijk sterk zou maken. De anderen herkenden de afzonderlijke partijen niet meer terug, maar telkens als ze daarover wilden praten kwam de man met de hamer alras tussenbeide.

Net zoals het kabinet de draak genaamd Kredietcrisis te lijf gaat met de geijkte stokpaardjes waar geen zinnig mens op zat te wachten, zo zien we ook in Leiden enkel nog de wanproducten van handjeklappraktijken – waar dus kunstmatig een meerderheid voor gekweekt is – aan ons voorbijtrekken. Niet alleen verdwijnen vele ongedekte miljoenen naar het voorwerp dat zij aanbidden – dit samengestelde wezen met lemen voeten dat zich ons stadsbestuur noemt, is compleet buiten zinnen. Hij vermorzelt wie hem eens welgevallig was (bv: 1), maakt voortdurend brokken (bv: 3) en maakt de ambtenaren compleet tureluurs, opdat zijn geheugen hem niet langer kwelt. Hij overleefde reeds vier moties van wantrouwen en vervolgt ijskoud zijn miserabele bestaan (maar niet voor eeuwig…).

Hoe zulk een willekeur te voorkomen? Een hachelijke zaak, gezien de vigerende macht van het Getal. Omwille van ‘de Continuïteit van het Bestuur’ – het argument waarmee zij nu in het zadel blijven – hadden destijds nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden. Dan was er een coalitie gekomen op basis van vertegenwoordiging en niet door omstandigheden. Het kan vooralsnog niet, maar intussen heeft het vertrouwen van de kiezer de bodem bereikt. Laat dit anderen tot les zijn! Inmiddels is zelfs de referendumverordening  (van de raad (!) ) verworden tot een instrument om opties af te wegen waar sowieso een raadsmeerderheid voor moet zijn….

De coalitie heeft één grote angst: dat een volgend college de besluiten waar zij hun ziel voor hebben verruild, terug zal draaien. Een eenmaal genomen besluit moet gerespecteerd worden, zeggen ze – maar hun eigen destructieve acties zijn blijkbaar boven die wet verheven. En ja, ze houden elkaar krampachtig vast, zo geven ze toe – maar dat komt doordat de oppositie hen niet gewoon met rust laat! Toch zit die haar tijd voor een groot deel slapend uit, de vage memootjes die het college hen toewuift voor lief nemend. Het was de Rekenkamer*, een orgaan dat ten dienste van het college staat, die erop wijzen moest dat de gemeentelijke nota’s zwaar beneden de maat zijn . En zie daar: een sprankje Hoop.

* zie persbericht en rapport

Toegift 1: Jan Kuitenbrouwer steekt de loftrompet over de positieve kant van cliëntelisme.
Toegift 2: Tekst + videoclip van P-Machinery van Propaganda (all that we see or seem is but a dream within a dream)

Foto 1: De hoes van A Secret Wish van Propaganda.
Foto 2: Scenes uit Metropolis van Fritz Lang

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (5)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 5: Free Market calling Orson … come in, Orson

Hoe men het op Planeet Politiek toch verzint mag Joost weten, maar ze blijven alle maatschappelijke voorzieningen maar richting de markt-arena pushen. Momenteel spelen veel gemeenten serieus met de gedachte om een zakelijke huurprijs op te leggen aan al hun huurders. Sowieso volgt men in de meeste plaatsen al de trend om al het vastgoed af te stoten, aangezien zo’n aardse taak niet tot de harde kern van het moderne gemeentelijke bedrijf  behoort. Dus verkopen die handel – en eventueel terughuren. Maar eigenlijk moet een ieder dat maar zelf uitzoeken – sport, cultuur, maar ook voormalige ‘diensten’ (inmiddels concerns) als CWI en UWV – ze moeten het van lieverlee maar in de vrije sector uitzingen met hun hele rataplan. Slechts middels bestemmingsplannen faciliteert ‘Men’ (een zekere etherische entiteit) dan nog, bij de gratie gods.

postmoderne gruzelementen

foto
Men heeft werkelijk niet het flauwste idee wat de gevolgen inhouden voor o.a. de subsidies, maar kennelijk gaat men er vanuit dat degenen die dit lot treft er vast wel iets inventiefs op zullen vinden. In Amsterdam loopt wethouder Gehrels hardop te dromen van nieuwe musea op de zuidas, terwijl de kraters van wat ooit was het centrum hebben geruïneerd. Als een komeet schoot zij omhoog vanuit het Citymanagement… en de eerste instellingen staan reeds op straat. Zo gooit men niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk de eigen glazen in, geheel vervuld van de wrede schoonheid van dit alles.

De infrastructuur voor culturele instellingen in Amsterdam is een groot probleem,” aldus Demeester. [..] De Appel is sinds 1992 gevestigd in de Nieuwe Spiegelstraat. Aanvankelijk kon het pand worden gehuurd voor een symbolisch bedrag, maar de huidige eigenaar vraagt een marktconforme huurprijs die voor de stichting te hoog is.”

Groeien en bloeien is er dus niet meer bij, in de eenentwintigste-eeuwse stad die mee wil tellen – plukken des te meer. In Leiden wil men dit boeiende survival-effect uiteraard ook zien te bereiken. En dus stelt men voor om de nonprofit-sector vast te laten wennen aan een zakelijke huurprijs die over maximaal vijf jaar in volle hevigheid over ons neer zal dalen. Als het aan het Leidse ‘concern’ ligt is het aftellen reeds begonnen. (Onderaan volgt een link naar de tekst van de inspraakreactie die wij als kleine podia hebben gestuurd *.) ‘Maar nu eerst’:

professionaliseren moet
foto
Het moet toch niet zo moeilijk zijn zich een voorstelling te maken van de kosten en baten van culturele instellingen? Hun steuntje in de rug kan op wonderlijke wijze variëren van minder dan 10.000 tot meer dan een miljoen – en waar dat geld voor bedoeld is is helaas lang niet altijd even inzichtelijk – maar vaak zou het programma niet kostendekkend kunnen draaien zonder een flinke aanslag te plegen op de portemonnee van de doelgroep (cursisten, kunstenaars, publiek). De rijksoverheid besloot reeds 1 bestuurlijke ronde geleden dat zij het cultuurbudget voor een belangrijk deel af ging wentelen op lagere overheden. Deze krompen echter in hun natuurlijke reflex op evenredige wijze ineen**, maar daaronder zit dus alleen nog ‘de bodem’. Als men nu ook nog de vaste lasten meermaals over de kop wil laten gaan, gaat het wel erg hard richting afgrond.

Binnen deze turbulente ontwikkelingen neemt popmuziek (waaronder ook lichte muziek als jazz en wereldmuziek wordt geschaard) een specifieke plaats in – geen andere tak van de sector zag zich bv. zo zeer genoodzaakt om zich in nieuwe huisvesting te steken. Vorig jaar stond er in de VK een interview met de twee auteurs van een knelpuntenrapport over de poppodia, wat voor mij aanleiding vormde om Tempelvrees te schrijven. Een van hen betoogde destijds dat er vaak verkeerde politieke beslissingen werden genomen, terwijl de ander naar voren bracht dat het blijven hangen in de vrijwilligerscultuur ook niet echt productief had uitgepakt. Vandaag werd een uitgebreid onderzoek*** gepresenteerd dat stelt dat beide oorzaken inderdaad spelen – en dat lijkt me heel plausibel.

Toch blijft het een belangrijke vraag in hoeverre je een culturele doelstelling met een zakelijke moet willen mengen. Voor je het weet heb je een Afdeling Vastgoed….

*Nanu, nanu! * (Wordt vervolgd.)


* Ga naar esnips.com en tik in als zoekterm ‘brief Stampod nav beleidskader vastgoed’
** Momenteel maakt de post Cultuur in Nederland vrijwel overal minder dan 1% van de begroting uit
*** Het (overdadig geïllustreerde) Grote Poppodium Onderzoek zelf is hier te vinden

foto 1 : De zogeheten gekraagde lemming (Dicrostonyx groenlandicus) pleegt niet collectief zelfmoord. Door een samenspel van roofdieren kan het aantal lemmingen enorm stijgen of dalen.
foto 2
: Eindelijk een arbo-conforme werkplek voor de nieuwe lichting cultureel werkers (de B-b-beurs…?)! 

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit

De waarde van het weerwoord

  Tot voor enige jaren waren gemeenten die het zagen zitten om een (aangekondige) demonstratie van extreem-rechts doorgang te laten vinden, op één hand te tellen. Sinds 2002 is daar een kentering in gekomen en vandaag de dag trekken die pestkopjes steevast aan het langste eind. Desnoods via een kort geding en maar al te gretig om de schade in te halen. De gemiddelde burgemeester mompelt dan wat over de vrijheid van meningsuiting – die immers een groot goed is ook al brengt ze enorme veiligheidskosten met zich mee – adviseert iedereen er zo min mogelijk aandacht aan te besteden en neemt zich voor zelf het goede voorbeeld te geven door nadrukkelijk de andere kant op te kijken. Niet alle onderdelen van de democratie zijn nu eenmaal even prettig; ook grondrechten hebben een schaduwzijde.

en toch ook weer niet helemáál absoluut

Maar met een beetje pech vindt hij (m/v) een clubje mensen op zijn pad die roet in het eten gooien, door een vergunning aan te vragen voor een tegendemonstratie. Menig korpsbeheerder van een middelgrote gemeente denkt dan ‘double trouble’ en grijpt naar het ultieme middel: een verbod voor hun, o.g.v. een mogelijke dreiging voor verstoring van de openbare orde. Want wat dat ook moge zijn, die is nog altijd net iets heiliger dan enig grondrecht. Den Haag vormt een voorbeeld ten positieve. Daar ging men al vaker relaxed om met tegendemo’s (maar zij zijn er ook meer op ingericht) en meestal komen die gastjes dan niet eens opdagen. Maar (of liever: dús): wat kunnen andere steden nu redelijkerwijs aanvoeren om voor te vrezen? Ja jeetje, je zal maar aansprakelijk zijn voor die eerste keer dat het ergens mis ging. En zo worden meer en meer plaatsen getracteerd op openbare manifestaties ‘nazi-style’, zonder (officiële) gelegenheid tot weerwoord.

O.k., hoe erg kan dat nou helemaal zijn – je laat een paar pubers je zaterdagmiddag toch niet verpesten? Nou, ze doen anders wel hun uiterste best! De laatste jaren was de Nederlandse Volksunie (NVU) al aardig in opmars, maar zij zijn recentelijk overvleugeld door de NSA, (Nationaal-Socialistische Actie). Deze fijne club op zijn beurt ziet zich inmiddels als erfvolgers van de ‘linkse tak’ van de SA (Röhm en Strasser). Bin Laden en consorten zijn hun hedendaagse helden, in de eeuwige strijd tegen de Joden uiteraard. Wie weet wat ze nog meer gaan voortbrengen wanneer ze intellectueel tot volle wasdom zijn gekomen. Dit inspireert hen dan vervolgens tot … protesten tegen sociale afbraak, het kraakverbod – eigenlijk alle thema’s die we kennen van de linkse jongerencultuur, die ze ook uiterlijk nauwgezet kopiëren! Die mix spreekt aan en de actieve afdelingen schieten als paddestoelen uit de grond. Zal het ook weer overwaaien, als we er maar ‘geen aandacht aan schenken’? Of staan ons nog vele, vele happenings van dit genre te wachten?

het promotieteam komt naar je toe deze zomer

Zelfs als dit maar een trend is, een manier om te shockeren, dan is een tegengeluid op zijn minst gewenst. Die uiting wordt cynisch genoeg actief tegengewerkt – hier kun je lezen hoe ver dat onlangs ging in Alphen aan den Rijn. Welke richting kan/moet de situatie nu inslaan? Politiek-juridisch wordt hij automatisch, doordat de tegendemonstranten voor de rechter moeten verschijnen om hun recht iets terug te zeggen te verdedigen. En die hakenkruizen en die opgestoken handjes, moeten we daar soms aan gaan wennen anno 21e eeuw? Er is op zich de mogelijkheid het strafrecht aan te scherpen (en hier en daar de teugels weer aan te halen). Of moeten de tegengestelde krachten dit (eerst) maar uitvechten, op wat voor wijze dan ook? Het is waar dat het verbieden van vnl. symbolen nauwelijks verder reikt dan symboolpolitiek. Zowel in links-activistische kringen als bij haatzaai-onderzoeker Bas van Stokkom* valt bijzonder weinig animo te bespeuren voor een oplossing middels de wet, maar des te meer voor de dynamiek van het maatschappelijk ‘debat’ (in welke vorm dan ook) om zijn zelfreinigende functie te verrichten.

Mocht de NSA komende lente ook bij jou in de straat een parade komen weggeven dan treedt die dynamiek vanzelf in werking, met dezelfde wisselende kansen op sukses als elders. Soms is er genoeg sociale samenhang voor een ongeorganiseerde, spontane uiting van ongenoegen, zoals vorig jaar in Bergen op Zoom. De aldus gemanifesteerde actiegroep richtte zich op, onder de naam Comité Artikel 1, en vervoegde zich kort daarop bij de burgemeester van Oz Oss met het aanbod de burgers aldaar eveneens te ontzetten. Op het moment suprème werden ze vakkundig om de tuin geleid, terwijl de voltallige hofhouding ‘demonstratief’ naar de wolken staarde en de massa het ritueel gelaten onderging. De juiste wind waait niet altijd. Sterkte dus voor al wie dit nog te wachten staat. En laat je niet het zwijgen opleggen. (Enne, als je dan tòch bezig bent: reclaim the streets, as well! Y’all know, the Zappa way.)

* Van het WODC-rapport Godslastering, discriminerende uitingen wegens godsdienst en haatuitingen.