Directe democratie: met z’n allen aan het roer

De laatste tijd is bestuurskundige Roel in ’t Veld een paar keer in de media geweest met uitspraken die her en der enthousiast worden aangehaald. In de discussie rond de kloof tussen de burger en de politiek neemt hij een behoorlijk radicaal standpunt in. Eindelijk iemand die echte verandering predikt en het nog meent ook.

het populisme-debat: praatjes vullen geen gaatjes

Kort geleden zwengelde Mark Bovens de discussie rond verlicht populisme aan, na de publicatie van zijn rapport over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Aangezien die laatsten politiek niet vertegenwoordigd zijn – met name wat hun fysieke deelname betreft – roept Bovens diverse vormen van directe democratie in herinnering. Vlak daarop rolde een boekje van zijn opponent Anton Zijderveld van de persen, eveneens opgehangen aan de populisme-kapstok, in de hoop de representatieve democratie zodanig te verstevigen dat zulks toch maar niet bewaarheid zal worden. De tussenstand: geen van de gevestigde partijen zou het toetreden van de gewone man toejuichen en van de gedachte aan referenda krijgen ze het al benauwd.

Wat wel aansloeg is het idee om volksverheffing nieuw leven in te blazen, een fenomeen wat sinds jaar en dag te boek staat als een regenteske neiging. Het is eigenlijk een raadsel waarom dit kabinet er niet eerder mee aan de slag is gegaan. Voor Wouter Bos is integratie een vorm van emancipatie, een proces dat in zijn perceptie van hogerhand in de gewenste richting gestuurd dient te worden. Ook ontevreden burgers gaat hij volgens dit beproefde recept van hun angst voor de geglobaliseerde toekomst afhelpen, zo verklapte hij aan Elsbeth Etty. Zo’n opgewarmde prak is vast goedbedoeld, maar wel een ontzettend zwaktebod in het licht van de mogelijkheden die het democratische experiment allemaal in zich vervat. Weinig verheffend allemaal.

geen dictatuur van de meerderheid maar wèl echte inspraak

Een van de redenen dat er weerstand heerst tegen directe democratie is een hele nobele, namelijk dat het botweg uitvoeren van de wil van de meerderheid geen recht zou doen aan de belangen van minderheden. Daarom prefereren democratisch gezinden van oudsher een volksvertegenwoordiging, die de diverse belangen dient af te wegen. (Om dezelfde reden is een referendum – in het bijzonder een ja/nee-referendum – niet ideaal.) Een systeem van vertegenwoordiging echter dat niet of nauwelijks mogelijkheden voor directe zeggenschap biedt, houdt niet het midden tussen twee kwaden, doch neigt naar particratie. De vraag is dus wat de meest uitgebalanceerde manier zou zijn waarop burgers invloed op het beleid kunnen uitoefenen, die verder gaat dan het plaatsen van een kruisje en effectiever is dan het pro forma-karakter van de geijkte inspraakavond.

De visie van Roel in ’t Veld behelst vergaande decentralisatie, maar ademt wèl de sfeer van ‘grassroots’. Op diverse terreinen zullen burgers in plaats van bestuurders voor besluitvorming zorgdragen, waarbij het uitdiscussiëren van onderwerpen de voorkeur heeft boven stomweg gaan stemmen. De vraag hoe en door wie de uiteindelijke knoop moet worden doorgehakt, is en blijft de crux van het geheel. In ’t Veld toont zowel interesse in de (getrapte) methode die in Porto Alegre in Brazilië wordt toegepast, als dat hij mogelijkheden ziet in discussies via internet. (Bij dat laatste denk ik meer aan gordiaanse knopen…) Hij stelt ook dat hij representativiteit van minder belang acht dan de ‘checks & balances’. Daar zit wel wat in, want kwaliteit gaat boven kwantiteit, maar een representatieve steekproef is toch geen overbodige luxe.

En dat is nog niet alles, want in ’t Veld laat vervolgens het parlement verdwijnen. We kiezen de regering en de rekenkamer rechtstreeks, en hebben ruimere mogelijkheden ons met het gevoerde beleid te bemoeien en ministers naar huis te sturen. Dat is dan het punt waar hij me links dreigt in te halen, want naast een grotere invloed door jan met de pet zie ik ook graag dat er controle is, vanaf een centraal punt en vanuit een samenhangende visie. (Dat zal dan wel samenhangen met mijn hardnekkige conservatisme, dat nauwgezet de vele uitwassen optekent van onze moderne, regisserende overheid die alles op afstand zet. Maar in het emancipatiepakket van Wouter Bos komt vast nog wel een cursus om je daarvan af te helpen.)

Mijn voorkeur ligt uiteindelijk bij een stevig parlement dat dienstbaar(der) is aan de publieke opinie en als voornaamste taak heeft de diverse belangen af te wegen en zoveel mogelijk recht te doen. De bottleneck van veel inspraakmethodes zit ‘m in het afketsen van zogenáámde private belangen van burgers tegen het schild van wat door politieke vertegenwoordigers abusievelijk voor het algemene belang wordt gehouden:

In de zaal in Osdorp had zich dus een klassieke omkering voltrokken. De gemeente en woningcorporaties kwamen op voor hun privé belangen als projectontwikkelaars, terwijl de gemarginaliseerde bewoners zich publiekelijk opwierpen voor “het algemeen woonbelang”. Waarmee zich zo’n 2400 jaar na dato – niet in Athene maar in het onwaarschijnlijke Osdorp – een gefaalde poging voordeed om de politiek terug te brengen tot haar oorspronkelijke betekenis. (Merijn Oudenampsen, “Nieuw West de frontier van Amsterdam/)

over de methode Porto Alegre en het bereiken van consensus

In Porto Alegre wordt gewerkt met zgn. participatieve budgetten, wat inhoudt dat de inwoners samen de begroting in elkaar zetten. De buurtvergaderingen hebben het voor het zeggen, al werkt het wel met een systeem van vertegenwoordiging. Het idee achter dit soort intensieve methodes is dat er gaandeweg meer begrip voor elkaars standpunten ontstaat en dus enige mate van consensus. Dat zal ook meestal wel lukken, maar onderhavig experiment beperkt zich dan ook tot voorzieningen als riolering en bestrating. Wanneer het om maatschappelijke onderwerpen gaat wordt de vraag wat er moet gebeuren stukken complexer. Hoe dan ook, de niet geringe winst zit ‘m in de grotere betrokkenheid van burgers in combinatie met de garantie dat hun inspanningen worden gehonoreerd. De laatste jaren heeft het in Nederland niet zozeer aan het eerste ontbroken als aan het laatste – wat aanzienlijk aan de kloof zal hebben bijgedragen.

zie over Porto Alegre verder nog een casestudy van Worldbank en Participatory Budgets

zie met betrekking tot Roel in ’t Veld:
[1] Bekwame burger redt democratie
[2] Den Haag minacht de burger
[3] De vloek van het succes (totaalvisie)

Addendum:

Het artikel Staat en civil society is interessant omdat het de hele politiek-filosofische discussie over de verhouding tussen staat & maatschappij (sinds o.a. Rousseau en Tocqueville) behandelt, alvorens uit te komen bij …. Porto Alegre.

Er bestaat een documentaire over de democratiseringsbewegingen in Zuid-Amerika, getiteld: Beyond Elections: Redefining Democracy in the Americas.

De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.

Steve Biko, een rolmodel voor Palestina?

Arun Gandhi, de kleinzoon van de Mahatma, groeide op in Zuid-Afrika. Vanuit zijn achtergrond trekt hij zich het lot van de Palestijnen ten zeerste aan: zij hebben het naar zijn zeggen tien keer zo zwaar als destijds de zwarten (en andere minderheden) in Zuid-Afrika. Hij heeft ook een oplossing:

“Arun has given many speeches about non-violence in many countries. During his tour to Israel, he urged the Palestinians to resist Israeli occupation peacefully to assure their freedom.

In August 2004, Gandhi proposed to the Palestinian Parliament a peaceful march of 50,000 refugees across the Jordan River to return to their homeland, and said MPs should lead the way. Gandhi also claimed that the fate of Palestinians is ten times worse than that of blacks in South African Apartheid. He asked: “What would happen? Maybe the Israeli army would shoot and kill several. They may kill 100. They may kill 200 men, women and children. And that would shock the world. The world will get up and say, ‘What is going on?’.” Gandhi later said that Yasser Arafat was receptive to the march idea, but it became a moot point after Arafat’s November 2004 death.”

geweldloos verzet

De methode van geweldloos verzet van Gandhi sr. en jr. is inderdaad een beproefde. Maar hoe ging het destijds in Zuid-Afrika? Internationale aandacht en protest kwamen in een stroomversnelling door de volgende reeks specifieke gebeurtenissen, die naar mijn mening een cruciale rol hebben gespeeld:

  1. De dood van mensenrechtenactivist Steve Biko in 1977 door politiegeweld.
  2. Journalist Donald Woods vluchtte uit Zuid-Afrika om het verhaal naar buiten te brengen.
  3. Songwriter Peter Gabriel schreef in 1980 een krachtig statement getiteld ‘Biko
  4. In 1987 verfilmde Richard Attenborough de gebeurtenissen in Cry Freedom.

Toen werd ook het nummer van Gabriel voorzien van de beroemde videoclip met beelden uit de film. De indringende ‘shots’ van de politie die met scherp schoot op scholieren gingen vele malen de wereld rond. Een aantal maanden daarna was het gedaan met Apartheid.

Als de Palestijnen verzet zouden plegen met een vreedzame mars van 50.000, dan zou de Israelische regering zeer zeker op hen inschieten – dat doen ze zelfs bij hun eigen mensen*. En hoe zou de rest van de wereld dan reageren? Traag maar adequaat, zoals in het geval van Zuid-Afrika? Of ambivalent tot in de eeuwigheid?

“And the eyes of the world are watching now”


Are they?

Mister Gandhi, how about een nieuw geweldloos offensief, als alternatief voor het bloedige geweld van Hamas? Het zal niet eenvoudig zijn hen erin te doen geloven.

Maar laten we erop vertrouwen dat er altijd nieuwe Attenboroughs en Gabriels op zullen staan – opdat wij niet vergeten.

En dat geldt net zo goed voor al die andere plekken waar onderdrukking heerst, en waar internationale druk de situatie structureel zou kunnen verbeteren.


* http://www.indymedia.nl/nl/2009/06/60023.shtml:
Ashraf Abu Rahmev lives in Bil’in, a village in the occupied Westbank. Every week the inhabitants of Bil’in demonstrate against the wall that Israel has built through their lands. The demonstrations meet a lot of violence from the Israeli army. Ashraf was recently shot while being handcuffed. Ashrafs brother Bassem was killed by the Israeli army during one of the non-violent demonstrations in Bil’in in April 2009.

Lymor Goldstein and Inbar Choresh are activists with Anarchists Against the Wall, a direct action group that was established in response to the construction of the wall Israel is building on Palestinian land in the Occupied West Bank. The group works in cooperation with Palestinians in a joint popular struggle against the occupation. Goldstein was shot in his head during a demonstration in Bil’in and is a human rights attorney.



Addendum (17-05-’11): Here comes your non-violent resistance

Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

Dualisme, het land achter de horizon

foto
Politiek dualisme wordt bij de landelijke overheid verondersteld te bestaan en bij lokale overheden ver te zoeken te zijn. Dus werd in 2002 een werkwijze ingevoerd om de gewenste houding bij gemeenteraden aan te kweken. Dat moest wel uitgroeien tot een beleidsgedrocht. Dat er deals gesloten worden is niet eenvoudig uit te bannen. Wanneer er ooit op een dag werkelijk ‘zonder last’ gestemd wordt zal dat als unicum de geschiedschrijving in gaan. En ook al zal het dan waarschijnlijk handelen om iets zó triviaals als de kleur van een stropdas, dat zou al een hele prestatie zijn. Het gereedschap om dit om te buigen is echter zelf al krom van al het wisselgeld, gegeven in ruil voor het verschuiven van machtsposities op de vierkante millimeter.
Wat is er zoal mis met stedelijk dualisme – en betekent dat dat we het op landelijk niveau helemaal wel kunnen schudden?

de nieuwe kleren van de rattenvanger

Het zou vooral een manier zijn om het niveau van gemeenteraden op te krikken tot aan het maaiveld, wat op zich niet verkeerd is. Raadsleden hebben zich vervolgens massaal laten wijsmaken dat het alleen nog sturen op hoofdlijnen een promotie inhoudt ten opzichte van al die wissewasjes waar men zich vroeger door liet afleiden. (Kaders van louter financiële aard betekenen echter geenszins winst, maar meestal enkel een knellend keurslijf. Als er weer eens eentje uit zijn voegen spat, krijg je alsnog een discussie die het incident niet overstijgt.) Aan de griffie heeft men nu zowaar een eigen ambtenarenapparaat, als bondgenoot in de strijd.

Maar het is enkel klatergoud: in feite zijn ze daarmee compleet buitenspel gezet. Vaker zelf met voorstellen komen zien we dan ook niet gebeuren. De houding van coalities om de oppositie niets te gunnen (behalve het obligate optreden ‘voor de bühne’) is onveranderd. Acht jaar na de invoering mag men zo zoetjes aan wel toegeven dat het experiment tot heropvoeding mislukt is. Het nog jeugdige dualisme heeft zich het hoofd op hol laten brengen door een moderne verleiding als de regierol, een van de uitwassen van privatisering, de marktgedachte, het afwentelen van verantwoordelijkheden en andere aandoeningen van ons hedendaagse bestel.

Het zou mijn voorkeur hebben dat het juist B&W is die sturen ‘mag’ op hoofdlijnen, opdat zij zich niet langer hoeven gêneren dat ze keer op keer details over het hoofd zien. Met een werkelijk volwassen, professionele raad, die weer net als vroeger contact met ambtenaren hebben mag, om alles te controleren. Ook andere verschillen met de landelijke situatie zie ik liefst zo spoedig mogelijk genivelleerd worden. Bij een eventuele breuk moeten nieuwe verkiezingen gehouden kunnen worden en bij de wisseling van de wacht dienen ook burgemeester en secretaris te rouleren. Of, beter nog: plaats de burgemeester weer als vanouds in de ceremoniële rol van verlicht monarch, boven de partijen, zonder stem in het geheel en zonder al die dubbele petten.

intussen in het land der blinden

In de macrokosmos van ons landsbestuur was en is het ook zonder dergelijke poespas al kommer en kwel en geknars der tanden. Dualisme is het utopische aspect van democratie en komt slechts voor in het rijk der fabelen. Mede daardoor verdenk ik alle beleid daaromtrent als een geheim complot om een duizendjarig managersrijk te doen consolideren. Wie werkelijk dualisme nastreeft, wil immers juist ontmantelen. Het is de neiging van de coalitie om de neuzen dezelfde kant op te dwingen en de rijen hermetisch gesloten te houden, die frontaal moet worden aangepakt. Dat vergt individuele vrijheid in de plaats van waar nu partijgebondenheid heerst.

Even aangenomen dat de goede wil in principe aanwezig is, dan moeten we het systeem toch kunnen ondermijnen door het pantser hier en daar open te wrikken. Een meer open akkoord bijvoorbeeld (de oppositie moet in staat zijn onderwerpen waarvoor minder dan tweederde draagvlak is, eruit te wippen). Grotere trouw aan verkiezingsprogramma’s – maar laten we niet vergeten dat de leden meestal makkelijk akkoord gaan met een akkoord. Dus ook en vooral: véél meer invloed voor de leden, zodat het ook de moeite waard wordt om er een te worden. Het moet véél ‘onverstandiger’ worden om de eigen achterban af te vallen, dan de coalitiepartners. Een verplichting voor kabinetten en colleges om verschillende alternatieven voor beleid voor te leggen. Meer mogelijkheden voor vormen van directe democratie. Een systeem kortom dat op draagvlak stoelt in plaats van tot in de hemel te willen reiken.
foto
Wat is er overigens tegen een minderheidskabinet of -college? Een ‘versnipperd beleid’ en ‘weinig tot stand kunnen brengen’? Je kan je afvragen of dat wel zo is – het is nu toch juist geen afspiegeling van de samenleving! Zolang men zich maar zoveel mogelijk op feiten baseert en ook weer niet teveel in een ivoren toren bij elkaar klit, zou het intellect van al die geesten bij elkaar opgeteld tot een zinvolle uitkomst moeten kunnen leiden. Compromissen of zelfs handjeklap daar is op zich niks mis mee, zolang dat openlijk verkocht wordt. Het moet toch heerlijk zijn de indruk weg te kunnen nemen dat je je keer op keer laat naaien, alleen maar om op het pluche te mogen blijven! Mits je dat kan, natuurlijk…

Waar was ik? Een zakenkabinet, dan maar? Maar die handelen toch alleen lopende zaken af? Zorgwekkend eigenlijk, dat er in ons land over zo weinig wezenlijke zaken van nature genoeg consensus is om gewoon wisselende allianties aan te gaan… Onder een zakencollege verstaat men echter een college bestaande uit lieden zonder politieke binding. Ik weet het niet hoor, maar dat klinkt weer als infiltratie van ‘bovenaf’. Wat ook regelmatig passeert is de term afspiegelingscollege als alternatief voor het programcollege. Hoe getrouw de afspiegeling van de verhoudingen in de raad binnen een college zijn kan is me niet duidelijk, maar ze hebben in het verleden daadwerkelijk bestaan. Mooi, want hoe kleiner de kans op moordende akkoorden, des te beter.

scènes uit de Laatste Dagen van Leiden

De sappige oogst van afgelopen week omvat in elk geval de regenteske (maar toch oprechte) opstelling van het kabinet bij monde van van Geel tijdens het crisisdebat en het conflict van de Rotterdamse CDA-fractie met haar ‘eigen’ wethouder (een hoogst curieuze invulling van dualisme: niet alleen achter de schermen / onder de gordel, maar nota bene tegen het lokale partijbestuur in!). Alsof dat nog niet deprimerend genoeg was, wil ik graag besluiten met een waargebeurd verhaal (dat derhalve geen goede afloop kent, dan weet u dat vast).

In een stadje hier heel dichtbij viel een door de burgervader gesmeed links college over het wel of niet binnen de poorten halen van een stalen ros, nadat de bevolking reeds eerder een duidelijk nee had doen opklinken. Door o.a. vrees te veinzen voor de almachtige provincie vormden vier samenzwerende partijen een machtsbasis rond het Paard. Hun hart werd diep weggestopt op een geheime plaats en zij lieten zich gewillig tot een massieve legering samensmelten, die hen onoverwinnelijk sterk zou maken. De anderen herkenden de afzonderlijke partijen niet meer terug, maar telkens als ze daarover wilden praten kwam de man met de hamer alras tussenbeide.

Net zoals het kabinet de draak genaamd Kredietcrisis te lijf gaat met de geijkte stokpaardjes waar geen zinnig mens op zat te wachten, zo zien we ook in Leiden enkel nog de wanproducten van handjeklappraktijken – waar dus kunstmatig een meerderheid voor gekweekt is – aan ons voorbijtrekken. Niet alleen verdwijnen vele ongedekte miljoenen naar het voorwerp dat zij aanbidden – dit samengestelde wezen met lemen voeten dat zich ons stadsbestuur noemt, is compleet buiten zinnen. Hij vermorzelt wie hem eens welgevallig was (bv: 1), maakt voortdurend brokken (bv: 3) en maakt de ambtenaren compleet tureluurs, opdat zijn geheugen hem niet langer kwelt. Hij overleefde reeds vier moties van wantrouwen en vervolgt ijskoud zijn miserabele bestaan (maar niet voor eeuwig…).

Hoe zulk een willekeur te voorkomen? Een hachelijke zaak, gezien de vigerende macht van het Getal. Omwille van ‘de Continuïteit van het Bestuur’ – het argument waarmee zij nu in het zadel blijven – hadden destijds nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden. Dan was er een coalitie gekomen op basis van vertegenwoordiging en niet door omstandigheden. Het kan vooralsnog niet, maar intussen heeft het vertrouwen van de kiezer de bodem bereikt. Laat dit anderen tot les zijn! Inmiddels is zelfs de referendumverordening  (van de raad (!) ) verworden tot een instrument om opties af te wegen waar sowieso een raadsmeerderheid voor moet zijn….

De coalitie heeft één grote angst: dat een volgend college de besluiten waar zij hun ziel voor hebben verruild, terug zal draaien. Een eenmaal genomen besluit moet gerespecteerd worden, zeggen ze – maar hun eigen destructieve acties zijn blijkbaar boven die wet verheven. En ja, ze houden elkaar krampachtig vast, zo geven ze toe – maar dat komt doordat de oppositie hen niet gewoon met rust laat! Toch zit die haar tijd voor een groot deel slapend uit, de vage memootjes die het college hen toewuift voor lief nemend. Het was de Rekenkamer*, een orgaan dat ten dienste van het college staat, die erop wijzen moest dat de gemeentelijke nota’s zwaar beneden de maat zijn . En zie daar: een sprankje Hoop.

* zie persbericht en rapport

Toegift 1: Jan Kuitenbrouwer steekt de loftrompet over de positieve kant van cliëntelisme.
Toegift 2: Tekst + videoclip van P-Machinery van Propaganda (all that we see or seem is but a dream within a dream)

Foto 1: De hoes van A Secret Wish van Propaganda.
Foto 2: Scenes uit Metropolis van Fritz Lang

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (5)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 5: Free Market calling Orson … come in, Orson

Hoe men het op Planeet Politiek toch verzint mag Joost weten, maar ze blijven alle maatschappelijke voorzieningen maar richting de markt-arena pushen. Momenteel spelen veel gemeenten serieus met de gedachte om een zakelijke huurprijs op te leggen aan al hun huurders. Sowieso volgt men in de meeste plaatsen al de trend om al het vastgoed af te stoten, aangezien zo’n aardse taak niet tot de harde kern van het moderne gemeentelijke bedrijf  behoort. Dus verkopen die handel – en eventueel terughuren. Maar eigenlijk moet een ieder dat maar zelf uitzoeken – sport, cultuur, maar ook voormalige ‘diensten’ (inmiddels concerns) als CWI en UWV – ze moeten het van lieverlee maar in de vrije sector uitzingen met hun hele rataplan. Slechts middels bestemmingsplannen faciliteert ‘Men’ (een zekere etherische entiteit) dan nog, bij de gratie gods.

postmoderne gruzelementen

foto
Men heeft werkelijk niet het flauwste idee wat de gevolgen inhouden voor o.a. de subsidies, maar kennelijk gaat men er vanuit dat degenen die dit lot treft er vast wel iets inventiefs op zullen vinden. In Amsterdam loopt wethouder Gehrels hardop te dromen van nieuwe musea op de zuidas, terwijl de kraters van wat ooit was het centrum hebben geruïneerd. Als een komeet schoot zij omhoog vanuit het Citymanagement… en de eerste instellingen staan reeds op straat. Zo gooit men niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk de eigen glazen in, geheel vervuld van de wrede schoonheid van dit alles.

De infrastructuur voor culturele instellingen in Amsterdam is een groot probleem,” aldus Demeester. [..] De Appel is sinds 1992 gevestigd in de Nieuwe Spiegelstraat. Aanvankelijk kon het pand worden gehuurd voor een symbolisch bedrag, maar de huidige eigenaar vraagt een marktconforme huurprijs die voor de stichting te hoog is.”

Groeien en bloeien is er dus niet meer bij, in de eenentwintigste-eeuwse stad die mee wil tellen – plukken des te meer. In Leiden wil men dit boeiende survival-effect uiteraard ook zien te bereiken. En dus stelt men voor om de nonprofit-sector vast te laten wennen aan een zakelijke huurprijs die over maximaal vijf jaar in volle hevigheid over ons neer zal dalen. Als het aan het Leidse ‘concern’ ligt is het aftellen reeds begonnen. (Onderaan volgt een link naar de tekst van de inspraakreactie die wij als kleine podia hebben gestuurd *.) ‘Maar nu eerst’:

professionaliseren moet
foto
Het moet toch niet zo moeilijk zijn zich een voorstelling te maken van de kosten en baten van culturele instellingen? Hun steuntje in de rug kan op wonderlijke wijze variëren van minder dan 10.000 tot meer dan een miljoen – en waar dat geld voor bedoeld is is helaas lang niet altijd even inzichtelijk – maar vaak zou het programma niet kostendekkend kunnen draaien zonder een flinke aanslag te plegen op de portemonnee van de doelgroep (cursisten, kunstenaars, publiek). De rijksoverheid besloot reeds 1 bestuurlijke ronde geleden dat zij het cultuurbudget voor een belangrijk deel af ging wentelen op lagere overheden. Deze krompen echter in hun natuurlijke reflex op evenredige wijze ineen**, maar daaronder zit dus alleen nog ‘de bodem’. Als men nu ook nog de vaste lasten meermaals over de kop wil laten gaan, gaat het wel erg hard richting afgrond.

Binnen deze turbulente ontwikkelingen neemt popmuziek (waaronder ook lichte muziek als jazz en wereldmuziek wordt geschaard) een specifieke plaats in – geen andere tak van de sector zag zich bv. zo zeer genoodzaakt om zich in nieuwe huisvesting te steken. Vorig jaar stond er in de VK een interview met de twee auteurs van een knelpuntenrapport over de poppodia, wat voor mij aanleiding vormde om Tempelvrees te schrijven. Een van hen betoogde destijds dat er vaak verkeerde politieke beslissingen werden genomen, terwijl de ander naar voren bracht dat het blijven hangen in de vrijwilligerscultuur ook niet echt productief had uitgepakt. Vandaag werd een uitgebreid onderzoek*** gepresenteerd dat stelt dat beide oorzaken inderdaad spelen – en dat lijkt me heel plausibel.

Toch blijft het een belangrijke vraag in hoeverre je een culturele doelstelling met een zakelijke moet willen mengen. Voor je het weet heb je een Afdeling Vastgoed….

*Nanu, nanu! * (Wordt vervolgd.)


* Ga naar esnips.com en tik in als zoekterm ‘brief Stampod nav beleidskader vastgoed’
** Momenteel maakt de post Cultuur in Nederland vrijwel overal minder dan 1% van de begroting uit
*** Het (overdadig geïllustreerde) Grote Poppodium Onderzoek zelf is hier te vinden

foto 1 : De zogeheten gekraagde lemming (Dicrostonyx groenlandicus) pleegt niet collectief zelfmoord. Door een samenspel van roofdieren kan het aantal lemmingen enorm stijgen of dalen.
foto 2
: Eindelijk een arbo-conforme werkplek voor de nieuwe lichting cultureel werkers (de B-b-beurs…?)! 

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit

De waarde van het weerwoord

  Tot voor enige jaren waren gemeenten die het zagen zitten om een (aangekondige) demonstratie van extreem-rechts doorgang te laten vinden, op één hand te tellen. Sinds 2002 is daar een kentering in gekomen en vandaag de dag trekken die pestkopjes steevast aan het langste eind. Desnoods via een kort geding en maar al te gretig om de schade in te halen. De gemiddelde burgemeester mompelt dan wat over de vrijheid van meningsuiting – die immers een groot goed is ook al brengt ze enorme veiligheidskosten met zich mee – adviseert iedereen er zo min mogelijk aandacht aan te besteden en neemt zich voor zelf het goede voorbeeld te geven door nadrukkelijk de andere kant op te kijken. Niet alle onderdelen van de democratie zijn nu eenmaal even prettig; ook grondrechten hebben een schaduwzijde.

en toch ook weer niet helemáál absoluut

Maar met een beetje pech vindt hij (m/v) een clubje mensen op zijn pad die roet in het eten gooien, door een vergunning aan te vragen voor een tegendemonstratie. Menig korpsbeheerder van een middelgrote gemeente denkt dan ‘double trouble’ en grijpt naar het ultieme middel: een verbod voor hun, o.g.v. een mogelijke dreiging voor verstoring van de openbare orde. Want wat dat ook moge zijn, die is nog altijd net iets heiliger dan enig grondrecht. Den Haag vormt een voorbeeld ten positieve. Daar ging men al vaker relaxed om met tegendemo’s (maar zij zijn er ook meer op ingericht) en meestal komen die gastjes dan niet eens opdagen. Maar (of liever: dús): wat kunnen andere steden nu redelijkerwijs aanvoeren om voor te vrezen? Ja jeetje, je zal maar aansprakelijk zijn voor die eerste keer dat het ergens mis ging. En zo worden meer en meer plaatsen getracteerd op openbare manifestaties ‘nazi-style’, zonder (officiële) gelegenheid tot weerwoord.

O.k., hoe erg kan dat nou helemaal zijn – je laat een paar pubers je zaterdagmiddag toch niet verpesten? Nou, ze doen anders wel hun uiterste best! De laatste jaren was de Nederlandse Volksunie (NVU) al aardig in opmars, maar zij zijn recentelijk overvleugeld door de NSA, (Nationaal-Socialistische Actie). Deze fijne club op zijn beurt ziet zich inmiddels als erfvolgers van de ‘linkse tak’ van de SA (Röhm en Strasser). Bin Laden en consorten zijn hun hedendaagse helden, in de eeuwige strijd tegen de Joden uiteraard. Wie weet wat ze nog meer gaan voortbrengen wanneer ze intellectueel tot volle wasdom zijn gekomen. Dit inspireert hen dan vervolgens tot … protesten tegen sociale afbraak, het kraakverbod – eigenlijk alle thema’s die we kennen van de linkse jongerencultuur, die ze ook uiterlijk nauwgezet kopiëren! Die mix spreekt aan en de actieve afdelingen schieten als paddestoelen uit de grond. Zal het ook weer overwaaien, als we er maar ‘geen aandacht aan schenken’? Of staan ons nog vele, vele happenings van dit genre te wachten?

het promotieteam komt naar je toe deze zomer

Zelfs als dit maar een trend is, een manier om te shockeren, dan is een tegengeluid op zijn minst gewenst. Die uiting wordt cynisch genoeg actief tegengewerkt – hier kun je lezen hoe ver dat onlangs ging in Alphen aan den Rijn. Welke richting kan/moet de situatie nu inslaan? Politiek-juridisch wordt hij automatisch, doordat de tegendemonstranten voor de rechter moeten verschijnen om hun recht iets terug te zeggen te verdedigen. En die hakenkruizen en die opgestoken handjes, moeten we daar soms aan gaan wennen anno 21e eeuw? Er is op zich de mogelijkheid het strafrecht aan te scherpen (en hier en daar de teugels weer aan te halen). Of moeten de tegengestelde krachten dit (eerst) maar uitvechten, op wat voor wijze dan ook? Het is waar dat het verbieden van vnl. symbolen nauwelijks verder reikt dan symboolpolitiek. Zowel in links-activistische kringen als bij haatzaai-onderzoeker Bas van Stokkom* valt bijzonder weinig animo te bespeuren voor een oplossing middels de wet, maar des te meer voor de dynamiek van het maatschappelijk ‘debat’ (in welke vorm dan ook) om zijn zelfreinigende functie te verrichten.

Mocht de NSA komende lente ook bij jou in de straat een parade komen weggeven dan treedt die dynamiek vanzelf in werking, met dezelfde wisselende kansen op sukses als elders. Soms is er genoeg sociale samenhang voor een ongeorganiseerde, spontane uiting van ongenoegen, zoals vorig jaar in Bergen op Zoom. De aldus gemanifesteerde actiegroep richtte zich op, onder de naam Comité Artikel 1, en vervoegde zich kort daarop bij de burgemeester van Oz Oss met het aanbod de burgers aldaar eveneens te ontzetten. Op het moment suprème werden ze vakkundig om de tuin geleid, terwijl de voltallige hofhouding ‘demonstratief’ naar de wolken staarde en de massa het ritueel gelaten onderging. De juiste wind waait niet altijd. Sterkte dus voor al wie dit nog te wachten staat. En laat je niet het zwijgen opleggen. (Enne, als je dan tòch bezig bent: reclaim the streets, as well! Y’all know, the Zappa way.)

* Van het WODC-rapport Godslastering, discriminerende uitingen wegens godsdienst en haatuitingen.

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (4)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 4: Afrekenen met het geitenwollen circuit

Leiden heeft bijna twintig jaar de artikel 12-status gehad en maakte vooral in die tijd een armoedige indruk. Paul Bordewijk, in die periode wethouder van financiën, zag dat niet als onder curatelestelling, integendeel: het betekende een welkom extraatje. Toch kun je nog steeds aan de jaarringen van verkrotte panden zien dat hun achterstallig onderhoud uit die tijd stamt. Het Grote Stedenbeleid ziet hij als minder florissante opvolger, want meer ge-bemoei dan geld. Je hoeft dan ook maar een blik te werpen op de projecten die GSB II heeft voortgebracht om te constateren dat men ook te veel in mensen en te weinig in stenen investeren kan.

Hoe dan ook, zowel onderhoud als het behoud van functies hadden (hier) geen prioriteit. Want ondertussen ging ook bij ons de afbraak van sociale woningbouw vrolijk in z’n volgende versnelling dankzij de omvorming van woningbouwverenigingen naar corporaties, terwijl het bestuurlijk apparaat voornamelijk groot onderhoud aan zichzelf pleegde (in cosmetisch opzicht). Welzijnsorganisaties en sociale werkvoorzieningen werden zonder pardon in de markt gezet. Ook zelfstandige (vrijwilligers)organisaties op cultureel en maatschappelijk vlak zouden die dans niet ontspringen – de middelen om ze in de tang te nemen zijn tegenwoordig ruimschoots voorhanden en er valt altijd wel wat uit te persen.

van huisjesmelker tot speculant

Alsof het een oneindig gecompliceerd ruilverkavelingsproces betreft drijft de gemeente levendig handel in allerlei panden. Op het moment bezit zij er maar liefst zeshonderd. Het draait hier kennelijk om een spel met een (bewerkte) dobbelsteen of om hogere wiskunde want zowel strategie als doel zijn niet te doorgronden. Ach, zolang je de schijn maar ophoudt. Op basis van kop of munt werden her en der stichtingen en verenigingen geparkeerd, met antikraak-effect op de koop toe. Zolang het streven was dat subsidies kostendekkend waren voor de vaste lasten maakte het niet uit dat dat geen broekzak-vestzak constructie mocht heten. Maar waar vaste lasten de neiging vertonen de pan uit te rijzen, vertikken subsidies het om dat kunstje aan te leren.

In de marktgedachte is simpelweg geen plaats voor non-profit: besturen en in stand houden zijn daar twee heel verschillende grootheden. Als gemeente zijnde zijn de handen en voeten van je ambities aan allerlei regels gebonden, maar je dromen kunnen een huizenhoge vlucht nemen. En dankzij het feit dat de huidige duale gemeenteraad slechts het budgetrecht heeft kun je toch gezellig meekwartetten met de vrije jongens. Men creëerde dus een lijst met (toen  nog) 100 te verkopen panden waar de raad blindelings zijn zegen over uitsprak. Staat je naam daar op, dan is je lot bezegeld. Ongesubsidieerden als de Vereniging van Huisvrouwen gingen er als eerste aan, wie laat daar immers een traan om.

“Rrround up ….”, as usual

Kennis van de hitlist is voorbestemd aan ingewijden, maar lekt heel onsmakelijk aan alle kanten naar buiten. Medewerkers van een tehuis voor jongerenopvang ontdekten op een buurtavond over mogelijke locaties voor gedecentraliseerde daklozenopvang dat hun eigen adres daar een rol in zou spelen. Sociëteit de Burcht werd niet alleen onaangekondigd tot poppodium gebombardeerd, maar dat bleek ook nog eens een losse flodder omdat ze onverhoopt op de zwarte lijst prijkten. De cultuurwethouder liet zich als loopjongen niet onbetuigd maar verstomde zodra de Cosa Nostra het mes op tafel plantte. Bij het Wachtgebouw bij de Morspoort werd ‘bewoning geconstateerd’ en dat mag niet. Tegen de tijd dat de roddel was weerlegd, was het pand reeds keurig leeg opgeleverd aan de nieuwe eigenaar. Huurders vallen kortom onder de noemer ‘meubilair’ – zoals in: ‘met of zonder’.

Op de winkel passen mag dan nooit als bijzonder cool te boek gestaan hebben, het korte termijndenken van dit tijdverdrijf is weer het andere uiterste. Inmiddels heet het dat het een schande is dat ideële organisaties geen marktconforme huur ophoesten, want ‘wie moet nu het groot onderhoud opbrengen’? En blijkbaar is dat geen retorische vraag. Want je zou zeggen: dezelfde natuurlijk die categorisch weigert om de relatie tussen subsidie en vaste lasten (en output!) in de breedte te herzien. Stadspartij Leiden Ontzet stelde dat de gemeente zèlf zo stom was om miljoenen aan OZB aan haar neus voorbij te laten gaan, maar zou van de opbrengst uit verkoop een cultureel centrum willen realiseren. Maar om doelen draait het immers niet, slechts om geldelijk gewin. Zelfs corporaties hebben nog een groter maatschappelijk besef.

van je maintiendrai naar hier waak ik

Er bestaat nog een instrumentarium om de mindere goden de duimschroeven aan te draaien. Dankzij diverse milieumaatregels (o.a. asbest) en grote branden à la Volendam op zijn tijd kon de regelgeving volledig doordraaien. Daardoor word je in feite gedoogd tot ze je zat zijn. Voor de lokale besturen, met hun vergrote macht en vrijheden, bleek het een mes dat aan twee kanten snijdt, want bovendien een goudmijn. Want raad eens wie de benodigde investeringen mag doen? Vroeg of laat kom je er achter dat jij ze ging betalen uit je exploitatie. Zo ga je commercieel draaien of je wil of niet (als je dat niet al deed). De regelgeving duwt je bovendien in de richting van de jaloerse horeca-waakhond, maar als je plat op de grond gaat liggen doet-ie niks.

Ja maar hóór eens even … wie subidieert wie nu eigenlijk?! Dat is in deze verwarrende tijden niet meer helemaal duidelijk. Wel is het zo dat geld nog steeds geld aantrekt, want anders zou het anarchisme zijn natuurlijk! Zo zal de orde zich uiteindelijk dan wel herstellen en waar gehakt wordt vallen spaanders. Wie zich nog niet rijp voelt voor de slacht, begeve zich zich met spoed (terug) naar enigerlei laagdrempelige enclave in de luwte van het regelgeweld. Of hebben ze de nooduitgang dichtgemetseld? Help!

Foto 2: Cityhall Leiden, schilderij van Frank Borst. Foto 3: Strijd tussen de elementen: de Stadhuisbrand van 1929.

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
5. Free market calling Orson… come in, Orson

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (3)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 3: Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject?

Vorige week had RTL-nieuws een item over gemeentelijke kostenoverschrijdingen bij bouwprojecten. Die rijzen nl. structureel de pan uit: de onderzochte gevallen uit het hele land lieten een gemiddelde zien van 35%. Zelfs in dit illustere gezelschap wist Leiden als vanouds z’n mannetje te staan met het betere werk: de overschrijdingen van de verbouwing van de Stadsgehoorzaal met 35% en die van het Scheltemacomplex met maar liefst 81%. Had je ze hier ter stede anderhalf jaar geleden naar de cijfers gevraagd, dan hadden die zich bij lange na niet zo in hun rijkelijke pracht ontvouwen als nu het geval was.

“verdorven bestuurscultuur” en de befaamde regierol

Dat is immers het probleem met overschrijdingen, dat ze vrijwel onzichtbaar zijn. Maar niet langer… want toen wethouder Witteman zich in mei 2007 door zo’n verradelijk addertje in het nauw gedreven zag en een een-tweetje op touw zette met zijn fractiegenoot in de raad, bracht hij aan het licht dat er duistere machten aan het werk waren. Door een soort samenzwering door voorgangers, medewerkers en de duvel in eigen persoon liep het aan alle kanten uit de klauwen. Hij overleefde dat interpellatiedebat met vlag en wimpel – wie had ook anders verwacht – en er werd een speciale raadscommissie geformeerd om het college bij te staan met diepgaand onderzoek. Aldus geschiedde en sinds kort genieten we de eer deelgenoot te mogen zijn van de inhoud van het rapport Leiden, stad van ambities van de Raadscommissie Overschrijdingen Grote Projecten.

Het rapport begint al met oorzaken aanwijzen en conclusies trekken, alvorens ook maar aan een casus toe te komen. Dat zal wel modern zijn. Of waarschijnlijk is het de meest logische volgorde als je de problemen als oplossingen aan de man wil brengen. Maar… later! De vraag wat er structureel mis is met Het Openbaar Bestuur schrééuwt om het langzaam toewerken naar een climax. Eerst laten we de troetelkinderen de revue passeren – met dank aan de geachte commissie voor het voorwerk. (Bij wijze van contrast volgt een aflevering waarin integraal de dramatische effecten van diezelfde ‘verdorvenheid’ op de leefomstandigheden van de ‘lower culture’ aan het boerenverstand worden onderworpen. Als u dàn nog puf en trek heeft kunnen we altijd nog dat gezwatel over de zegeningen van regierol en projectmatig werken opdissen.)

Voor ons als kleine podia zijn de onderzochte organisaties als de zusters die wèl een uitzet in de (bodemloze) schoot geworpen kregen. In beide gevallen was er in 1e instantie sprake van een rooskleurige exploitatie die de investering ruimschoots rechtvaardigen zou en blijkbaar kost het veel tijd voordat een realistisch plaatje boven komt drijven. Sommige overschrijdingen zijn van het gehalte “Gut, dat heb ik nou altijd hè, dat ik die damwanden over het hoofd zie”, maar andere zijn simpel het gevolg van tijd en mens-uren die het kost om die vergeetachtigheid uit de lengte of de breedte te toveren, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Wie er in de toekomst zo stoer is met een betrouwbare begroting op de proppen te komen en of dat politiek gezien wel slim is – want dan komt er natuurlijk helemaal niets meer van de grond – valt nog te bezien. Tot dat gedenkwaardige moment lijkt onderhavig rapport slechts een nieuwe fase van Alzheimer in te luiden.

Stadsgehoorzaal (Aalmarktzaal)

Grote Zus Stadsgehoorzaal (p. 71)

Het Kredietbesluit RV 06.0002 liet op 16-1-2006 een kostenplaatje van 9,5 miljoen euro voor de realisatie van de 2e zaal zien, naar men achteraf zegt ‘exclusief losse
inventaris (350.000 euro) en grondexploitatie’. Van diezelfde datum is RV 06.0172, dat een overschrijding door tegenvallende aanbesteding (2.560.000 euro) oplost d.m.v. “Bezuiniging van 1,3 miljoen euro door verbouwing Aalmarkt 5-6 en het verkleinen van kelders buiten het plan te laten. Sloop- en bouwrijpmaakkosten (300.000 euro) komen ten laste van grondexploitatie. Resterend deel van 960.000 euro via aanvullend krediet.”. Op 10-10-2006 volgt een kredietbesluit (RV 06.0117) dat 350.000 euro uit de programmabegroting beschikbaar stelt voor de inrichting.

Op
24-4-2007 tenslotte smijt Kredietbesluit RV 07.0057 er nog eens 1.620.000 euro tegenaan wegens extra kosten voor adviseurs, projectmanagement, architect, uitvoeringskosten en negatief resultaat aannemer. 970.000 euro daarvan wordt opgelost “via de post onvoorzien, extra bijdrage bouwkosten MAB, plankosten toerekenen aan grondexploitatie Aalmarkt, en afzien verwerven Aalmarkt 5-6 waarbij positief effect op grondexploitatie Aalmarkt wordt aangewend voor de Stadsgehoorzaal. De resterende 650.000 euro wordt bij de besluitvorming over het PRIL 2007 aan de vereveningsreserve grondexploitaties onttrokken.” (PRIL staat voor Programma Ruimtelijke Investeringen Leiden; zie ook p. 14 van het rapport.)

Da’s een hele mond vol droge feiten, maar het betekent dat de zaak in een jaar tijd opliep van 9,5 mio naar 12.844.000 euro. (In september j.l. zat er overigens nog steeds een gat van 1.270.000 tussen de verleende kredieten en de werkelijke kosten.) We zien een partij ongelofelijke blunders, maar ook een vergaande verknoping met het Aalmarktproject (waardoor vertraging ontstond en dus onkosten) en dat in een periode van nog geen twee jaar de projectleiding twee keer werd gewisseld. Het grote aantal externe onderzoeken om aan het oorspronkelijke budget van 8,5 mio te kunnen voldoen had ook wat je noemt een averechts effect (zie p. 15 en 16). Men gokt(!) er blijkbaar op dat SGZ middels een lening zelf bij kan dragen:

“Op basis van onderzoek van BDO is in het verleden besloten een bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie van de kleine zaal op te nemen in de begroting. Het college geeft bij de behandeling zelf aan dat de culturele programmering onder druk kan komen te staan als de verbeterde exploitatie wordt aangewend om de investering voor de tweede zaal te investeren. Met de Stadsgehoorzaal is afgesproken dat er naar alternatieve financieringsbronnen wordt gezocht.” (p. 16) “
In januari 2006 besloot de wethouder Cultuur niet te melden dat de Stadsgehoorzaal moeite zou hebben met het opbrengen van de bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie in combinatie met de jaarlijkse huur van 55.000 euro. De betreffende wethouder heeft aangegeven dat het voorbehoud van de Stadsgehoorzaal met name de huur betrof en dat dat geen zaak voor de raad was.” (p. 26)

Vorige wethouders zouden dit risico weggewoven hebben. Hier wreekt zich het gebruik van kretologie: in plaats van de methode inhoudelijk aan de kaak te stellen wordt het als een ‘risico’ voorgespiegeld. Voorts zouden het moties vanuit de raad zijn die aanbesteding onaantrekkelijk maken. Onzin, de waanzinnig slechte  reputatie van de gemeente is daar al ruimschoots toe in staat en het is bovendien hoogconjunctuur in de bouw. “De gemeente heeft vier rollen ten opzichte van de Stadsgehoorzaal: ontwikkelaar, gebouweigenaar en verhuurder, subsidiegever en aandeelhouder van de BV. Deze rollen zijn nooit echt ‘ontward’ en vertaald in heldere zakelijke afspraken.” (p. 30) En last but not least werd ook nog in het plan gesneden volgens de klassieke voor zich uit schuif-methode (p. 35-36).

 “Wat bij deze overschrijdingen vooral opviel, was dat ze betrekking hadden op kosten die voor het grootste deel al waren ontstaan in de zomer van 2006 en dus ver voor het debat met uw raad van januari jl. Deze informatie was op dat moment ook niet bij het college bekend. Was dat het geval geweest dan was het niet ondenkbaar geweest dat het college de raad zou hebben voorgesteld de nieuwe tweede zaal uit de plannen te schrappen. Als gevolg van de aanbesteding was dat nu echter niet meer mogelijk.” (weth. Witteman)

Zusje Scheltema (p. 73)Scheltemacomplex

Het Scheltemacomplex is een historisch nijverheidspand vlakbij de Lakenhal en is in 2000 in bouwvallige staat in handen van de gemeente gevallen. In 2004 werden er, met het oog op de komst van permanente logé Paul Koek van Theatergroep de Veenfabriek, enthousiast plannen gesmeed voor de renovatie. De gemeente bombardeerde het complex tevens tot toekomstig Kijkplein en Rembrandt Ontvangsthal – en in verband met dat laatste moest alles per 2006 in kannen en kruiken zijn. Er werd dan ook met de bouw aangevangen alvorens de besluiten rond waren en het vergunningentraject liep parallel.

Zo ongeveer tijdens de feestelijke opening van het Rembrandtjaar kwam pas aan het licht dat de gemeente nieuwbouweisen aan de veiligheid had gesteld, terwijl de architect zich op de monumentenstatus had gebaseerd… èn dat dat krediet reeds was uitgegeven. Op p. 35 worden de schrikbarende kosten geserveerd, maar helaas zijn de bonnetjes voor advies e.d. daar onontwarbaar doorheen geroerd. (Gek, dat gebeurt nou altijd!) Op terloopse wijze passeren daar ‘ overschrijdingen als gevolg van werk op regiebasis‘ – terwijl ‘regie’ juist centraal staat in het rapport der rapporten, die geloofsbelijdenis van de nieuwe politiek, die moest dienen als pleister op de zonden…! Wie eindverantwoordelijk was voor de uitgaven blijft voor altijd een mysterie, maar bij de uitvoering waren maar liefst 7 diensten betrokken (p. 59), allen geteisterd door een tsunami aan reorganisaties (p. 50). Enfin, het kost wat – maar dan heb je ook het veiligste monumentale pand van heel Nederland!

Erger is echter het exploitatieverhaal, wat grotendeels buiten de ‘scope’ van dit raadsonderzoek valt. Onder het vermanende kopje ‘Eerst de inhoud dan pas het geld’ staat: “Besluitvorming over de exploitatie van het Scheltemacomplex vond plaats met een perspectief van vier jaar met het motto ‘daarna zien we wel’. In een vroege fase bleek al dat het moeilijk zou zijn om de exploitatie van het Scheltemacomplex door de Stichting Scheltema kostendekkend te krijgen. Op voorstel van het college stemde de raad ermee in pas na vier jaar een marktconforme huur te vragen. Voor de gemeente was er sprake van een risico van 400.000 euro als de stichting die huur na vier jaar niet zou kunnen opbrengen. De verantwoordelijke wethouder gaf in de raad aan dat je die uitgave “dan als een soort cofinanciering zou kunnen beschouwen voor de culturele inhoud die Leiden in die afgelopen periode qua programmering heeft teruggekregen”. Inmiddels is duidelijk dat de stichting een aanzienlijk exploitatietekort verwacht in 2009 vanwege huurafdracht aan de gemeente.” (p. 47)

Het ondernemersplan zou na goedkeuring door Ernst & Young – ja ja, alleen de beste! – in juni 2005 zijn goedgekeurd door de raad. Boze tongen beweren echter dat het hele ding nooit gesignaleerd is. Inmiddels is allang niet meer te achterhalen wat er allemaal is bijgepast, maar het gaat om meerdere incidentele subsidies – en nòg vreest men met grote vreze voor 2009..?! Hier helpen geen (bouw)smoezen, maar het staat ook niet ter discussie. Integendeel, het gaat met een vanzelfsprekendheid waar je u tegen zegt. (Scheltema heeft dan ook een petemoei: er zitten verschillende bobo’s in zowel bestuur als CvA.) Dus allemaal leuk en aardig zo’n rapport over het verdorven fenomeen van de overtreffende trap, maar wat regie eigenlijk inhoudt moet men nu óók eens een keertje gaan bedenken. Nu wijst het vingertje maar wat in de rondte in plaats van dat de hand in eigen boezem gaat.

Aanvulling 2011: VPRO’s Goudzoekers “onderzocht zeventien projecten van gemiddeld 34 miljoen euro en rekende uit dat per project gemiddeld 50 procent wordt overschreden!
Maar wie verdient er nu aan? Zijn het de bouwers die overheden altijd te slim af zijn met hun lijstjes meerwerk? Of zijn het juist de overheden die bewust projecten te laag inschatten en later de meerwerk kosten voor lief nemen?
Bent Flyvbjerg, professor aan de Universiteit van Oxford, heeft op grote schaal onderzoek gedaan naar bouwprojecten door de jaren heen. Volgens Flyvbjerg doet iedereen, dus bouwers, overheden en consultants, voortdurend mee aan een schimmig spel: “we noemen het bewuste manipulatie van de cijfers. Maar het is eigenlijk gewoon liegen!”.”

Andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit
5. Free market calling Orson… come in, Orson

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (2)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 2: Modern strategisch (muziek)beleid: het opofferen van de voorhoede

cinderellaEr waren eens… 7 stiefpodia. (Voor de omstandigheden leze men bij voorkeur allereerst ‘Het sprookje van Muziek in Leiden‘.) Het Leidse poppodium LVC wordt al sinds 1980 aan het lijntje gehouden met de belofte van nieuwbouw in het onlangs gekapseisde Aalmarktproject. Als dekking diende een aalmoes uit het parkeerfonds – een stiefproject dient immers onderhands bekostigd te worden. Omdat er nooit iets gebeurde,  werd het allengs een kwijnend bestaan. Hetzelfde schamele lot trof de rest van muziekprogrammerend (en muziekminnend) Leiden. Van kwaad tot erger werd het, van de regen in de drup.

Toch wilde de ironie dat in 1997 Leiden de titel (of zo u wilt de merknaam) ‘Stad van culturen’ droeg. Geld op de plank, maar voor de rest geen idee. Het complete programma dat Francis de Souza namens Cultureel Centrum de X indiende kwam als een geschenk uit de hemel. Dit wapenfeit markeerde tevens het begin van de reputatie van de X als wereldmuziekpodium. Ook resulteerden de inspanningen van een aantal podia in een ‘joint event’ als het Grenzenloos Festival, alwaar de liefhebber qua genres alle hoeken van de zaal om z’n oren krijgt. Als klapstuk werd het samenwerkingsverband STAMPOD opgericht (hierna te noemen: wij).

1e akte, het decor: de puinhopen van Pechtold

Intussen zwaaide Alexander Pechtold de scepter als wethouder van cultuur. Wanneer het ging over de knelpunten antwoordde hij steevast: : “Het barst hier van de…!” Want ondanks het onbarmhartige klimaat gloeide en broeide het dat het een aard had. Tòch openbaarde Pechtold nog een visioen alvorens naar hogere regionen te verkassen: het zogeheten 4e Kernpodium. “Zeven in 1 klap”, moet het kereltje gedacht hebben en het oreerde dat deze ‘Melkweg van Leiden’ spontaan zou verrijzen uit de zieltogende zaal van het Muziekhuis: de Qbus. In 2001 werd besloten dat het idee wat de locatie betrof verdere uitwerking behoefde, want de raad geloofde niet in sprookjes. Behalve dan in die ene zeer hardnekkige mythe dat cultuur van de wind kan bestaan.

“Het vierde podium is een podium met live acts voor liefhebbers. Het vierde podium is de broedplaats voor jong talent, experimentele acts, wereldmuziek, moderne jazz, hedendaags klassiek, folk, cross-overs met andere kunstdisciplines, en beginnende regionale bands. Het vierde podium is de thuishaven voor Cultureel Centrum de X (nu nog in het Leidse Volkshuis), Podium Hot House, Folkclub Horus, Made in Leiden etc”.

Uit de nota Muziek in Leiden. (De andere 3 kernpodia zijn Pieterskerk, Stadsgehoorzaal en LVC.)

De Qbus zonk intussen dieper en dieper weg in het drijfzand. Pechtold had gretig een uitspraak van onze voorzitter, dat je niet [al] het geld in stenen moet gaan steken, gejat.  Zijn opvolger c.q. puinruimer kwam er volgens strikte lezing van dat recept echter ook niet uit. Uiteindelijk ging er 8 ton op aan het wegpleisteren van de bestaande tekortkomingen, waarvan de helft werd besteed aan akoestiek en veiligheid (waar destijds op beknibbeld was) – en de rest aan inkomstenderving, met de meest prachtige eufemismen omkleed. Enkel omdat generaties van bestuurders uit misplaatste zuinigheid het paard achter de wagen blijven spannen. Natuurkundigen staan voor een raadsel over zoveel traagheid bij zo’n geringe massa.

2e akte: het fata morgana met het granieten plafond

Als je dan als dorstige in de woestijn, aangewezen op tijdelijke locaties van bordkarton of peperkoek (met gratis heks), vlak voor de verkiezingen de lijsttrekkers van PvdA en CDA een ambitieus plan voor een ‘poptempel’ hoort afkondigen, denk je toch wel even “hè nee, niet wéér!”. Maar college en raad gaven carte blanche zolang het maar binnen de 6 ton aan jaarlasten zou blijven, verder zou het ze een worst wezen. En de nieuwe wethouder, geheel per ongeluk een SP-er, gaf op zijn beurt ons weer carte blanche. In nauwe samenwerking met een landelijk expert op het gebied van muziekpodia werd aldus een plan gesmeed voor een muziekcentrum met meerdere zalen en oefenruimtes. Het was voorwaar als een warm bad.

Maar najaar 2007 bracht een koude douche: de coördinerend ambtenaar vertrok, het college viel en tegen de tijd dat het nieuwe in het zadel zat, had een reorganisatie ons van onze vaste ambtenaar beroofd. Tijdens de formatie beschikten de collegepartijen in spé niet over de stukken. Ondanks dat niemand iemand aan bleek te kunnen sturen, werd ons ‘verteld’ dat wij ze niet mochten distribueren. Enige maanden later bleek het zgn. Nobelplan veel te duur… op basis van geheimzinnig uitziende cijfers en vreemde constructies.

Inmiddels was Sociëteit de Burcht, waar 2 dakloze podia asiel hadden gevonden, doorverkocht aan de hoogste bieder, een bekende woekeraar. Hij was verliefd, zij werd uitgehuwelijkt. Ondanks negatieve adviezen vanuit meer dan één ambtenarendienst zag de betreffende wethouder er het risico niet van in. Sterker nog, hij liet zich publiekelijk ontvallen dat al die maatschappelijke instellingen eigenlijk verkapte subsidie krijgen omdat ze geen marktconforme huur opbrengen. Oftewel, men denkt kennelijk dat Assepoester de kip met de gouden eieren onder haar rokken verbergt – of dat die vent uit Wassenaar soms Repelsteeltje heet. Iemand moet al dat achterstallig onderhoud toch betalen – want eigenaar de Gemeente verpatst panden met huurders en al om de mooie jongen met de natte dromen uit te hangen, in plaats van zorg te dragen voor wat er is.

3e akte: de boze tovenaar en het glazen muiltje

Maar wat was er toch allemaal gebeurd met dat plan?* Ja nee, dat was de nieuwe werkwijze. Het is namelijk zóó vreselijk uit de klauwen gesjeesd bij de Stadsgehoorzaal en het Scheltemacomplex… Hm, zeg dat wel! Dat zijn de projecten ‘die we toch maar bereikt hebben’. Als op de langverwachte audiëntie bij de wethouder met een dergelijke loftrompet zijn speech wordt afgestoken, dan heb je alweer gegeten en gedronken (in de zin van Tantalus’ kwelling dan). Die paradepaardjes beloofden wèl eieren, zij “toonden commitment”, maar toen puntje bij paaltje kwam bleken het bodemloze putten. Het doet niets af aan hun glans – integendeel.

Dus daarom doen we nu alsof reguliere kostenstijgingen niet geïndexeerd hoeven te worden. En daarom gaan we ineens subsidies bij de stichtingskosten optellen, alsof die subsidies niet sowieso m.i.v. 2008 op conto van de gemeentes komen. Daarom kiezen we dus voor herhuisvesting van het LVC alléén – wiens huid (het huidige pand) meteen de etalage in kan – wat vervolgens een tekort op de exploitatie laat zien. En omdat het anderhalf keer zo duur wordt, moet het gebouw tot tweederde inkrimpen, sprak de magiër. Daar moet men dan samen (sic) in die rompvariant maar uit zien te komen. Want dàt is de nieuwe werkwijze. Wel, zeer vereerd. Kijk die raad eens enthousiast zijn! Zo’n gevoel voor urgentie is hier nog nooit vertoond.

 Uw veranderingswoede heeft in 2007 al 6,5 miljoen euro aan externe expertise gekost. Van dat geld had u de kleine muziekpodia een eeuw lang kunnen subsidiëren.
(Frank Elkhuizen, voorzitter van STAMPOD n.a.v. een recente bezuinigingsronde)

fotoDat moderne gedoe met dat kaders stellen, dat werkt niet. Het gaat geen moment over de inhoud – sterker nog: het gaat alleen nog over parkeergarages die essentieel zijn voor de begroting. Ook boeit het niet of een bedrag ‘impulssubsidie’ (een koosnaampje voor derving) heet of dat je het kunt besteden. Een financieel kader dat niet wordt afgezet tegen de output getuigt bepaald niet van enige visie. Men rekent zich graag rijk, maar al met al is dit een dure grap. Want het resultaat is dat het LVC een jaar of vijf dakloos zal gaan worden, er geen perspectief is voor de podia in de Burcht en het Muziekhuis z’n tijdelijke status verruild zag voor een permanente – maar dan wel gebonden aan een streng convenant. De sluwe wethouder gaat binnenkort de boer op met zijn glazen muiltje, maar niemand wil met hem trouwen.

foto 1: Zonder petemoei kom je d’r niet. foto 2: De maquette van de Effenaar in Eindhoven; schaal 1:1 in het geval van de Leidse tempel als-ie met de huidige snelheid blijft krimpen.

 
*Zie ook:          Overzicht besluitvorming Muziekcentrum de Nobel
brief van Kleine Nobel naar Kunstcentrum (24-2-’10)
 
aanverwant:  Tempelvrees (over landelijk poppodiabeleid)

verder in deze serie:
de prequel:    Requiem voor een referendum
deel 1:            De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
deel 3:            Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
deel 4:            Afrekenen met het geitenwollen circuit
deel 5:            Free market calling Orson… come in, Orson