Muzikaal intermezzo 3: de intiemste momenten

de après-toegift

In deze aflevering zoeken we toenadering tot de rasechte vertegenwoordigers van de (folk)muziek van Europa en de VS. Het pluimpje, dat moeten toch wel degenen zijn die na afloop van het concert in de barruimte nog eens helemaal overnieuw beginnen met spelen. In elk geval zijn de concerten waar je zelf de meest dierbare herinneringen aan overhoudt, meestal die die in intieme settings plaatsvonden. (Oei, dit wordt sterk anecdotisch – en het is nog maar de vraag of de sfeer een beetje overkomt… Maar dan is er nog de muziek zelf, en (hopelijk) ook de vele mooie herinneringen aan akoestische muziek die je zelf koestert.) Mijn persoonlijke bloemlezing, na een ontdekkingsreis langs geheugen en platenkast:
 
‘Little Feat’ (maar: net echt) [americana]
 
Ik weet nog goed hoe ik in contact kwam met de muziek van Little Feat, in casu de grote hit uit het tijdperk van Lowell George, hun legendarische voorman: Willin’: het was in Café de Beest in Leiden, na sluitingstijd. De ‘baas’ van het café, Rob Baars, speelde samen met Aad van Pijlen een moppie gitaar om ademloos naar te luisteren – waaronder dus Willin’. Zoals alle wereldnummers duurt ook deze veel te kort, dus wij riepen ‘bis!’. Ze hebben het toen 3 keer voor ons gespeeld. In De Beest was het altijd een beetje een chaos, en niet lang daarna ging de zaak op de fles. Rob is toen Sus Antigoon begonnen aan de Oude Vest, waar hij nog steeds regelmatig optreedt met de andere veteranen van de Leidse muziekscene. Ook Little Feat is na de dood van George in ’79 zeker niet op zijn lauweren gaan rusten en still going strong. (Helaas is het voor Amerikaanse bands zonder hoge cd-verkoop nog steeds lastig om Europese toernees rond te breien.)
 
Willin’ door Little Feat
– enkele ‘low fidelity’ live-opnamen van Rob Baars

Snake Charming [klezmer en smartlappen]

Het feestelijke programma dat de Poolse week afsloot (van Leiden en haar zusterstad Torún) bood als slotact het Haagse Snake Charming, wat een zeer goede keuze bleek te zijn. Polen gaan namelijk zéér gemakkelijk met de beentjes van de vloer – je weet niet wat je meemaakt! Voor ons Hollanders, die altijd wachten tot er eentje gaat dansen, een unieke ervaring. De wodka die aan het begin van de avond met gulle hand werd rondgedeeld zal er ook wel aan bijgedragen hebben. Toen dus Snake Charming aantrad met haar repertoire van ruige chansons, drinkliederen en klezmermuziek, ging dat erin als pap. En ze bleken onverwoestbaar: zowel qua energie als qua drank wisten ze de onoverwinnelijk geachte Polen te verslaan.

Nog weer later, toen die al hadden afgehaakt en alle vrijwilligers op apegapen lagen, bleek voorman Marcel Cuypers nog steeds een voorraad noten op zijn zang te hebben. Toen hij de oude piano in de barruimte spotte, kroop hij erachter en wist ook de rest te verleiden tot een uitgebreide toegift, die een van mijn all time favorieten bevatte: Epitaph van King Crimson… Een tijdje later volgde een ander nachtbraakfestijn, de jaarlijkse wandeltocht de Nacht van Juigalpa (een andere zusterstad), waarbij zij de slotact waren in het café van Sociëteit de Burcht. Een vrijwilliger van ons die de volgende ochtend een afspraak met de uitbater had, trof deze juist op het moment dat hij de band uitzwaaide. Kortom, het betreft hier letterlijk doorleefde muziek.

Cuypers is waarschijnlijk vooral bekend als klarinettist van de Dopegezinde Gemeente, de opvolger van het Trio Cor Witjes. Op zijn website zijn nog diverse fragmenten van oude optredens te vinden, altijd met die mengeling van ernst en ironie. Daarnaast deed en doet hij aan interessante smeltkroes-experimenten als City & Eastern[1]. “Ik loop al jarenlang rond met twee koppen. Ik hou van klezmer en ik heb altijd een voorkeur gehad voor popliedjes met een oosterse of Oost-Europese inslag. Die hoor je ook in sommige Nederlandstalige smartlappen. Die speel ik dus ook. Zodra je iets doet wat op een smartlap lijkt, weten mensen in het publiek er nog vier te noemen die ze graag willen horen. [..] Klezmer is vrolijk en droevig tegelijk. Misschien beginnen die twee koppen van me langzamerhand één kop te worden. Het nummer ‘Money’ bijvoorbeeld heeft een zevenkwartsmaat. Veel oriëntaalse nummers hebben dat ook.” (bron)

Marge Bruchac [native american]

Marge Bruchac, de zus van de bekende Indiaanse verhalenverteller Joseph Bruchac, kwam op een middag bij ons optreden. Een opmerkelijke vrouw met een intrigerende vertelstem. Ook al sprak ze Engels, dat leek geen enkel bezwaar te zijn voor de kinderen die in de zaal zaten. Van tijd tot tijd vroeg ze “hey?”, waarop de zaal antwoordde met “ho!” – dat hoort zo. Het was redelijk onderhoudend, voor zover mogelijk met zo’n hoog ‘hoe de vos zijn staart kreeg’-gehalte. Maar het echte verhaal kwam pas na afloop uit de mouw, toen we (nadat we ook het glaswerk in verhuisdozen hadden gepakt vanwege de aanstaande verbouwing) ons met alle vrijwilligers aan eettafels hadden geïnstalleerd in de grote zaal.
 
Hoe kon het nou toch dat zij er pas vrij laat in haar leven achtergekomen was dat ze Indiaanse was? Wel, dat zat zo: destijds kon je maar beter geen Indiaan zijn, want dan viel je geen beste behandeling ten deel (tot en met sterilisatie). Haar ouders hadden het haar en haar broer dan ook niet verteld. Ze werkte (als antropologe) in het museum toen tijdens een lezing een bezoeker haar vroeg om een verhaal van de Abenaki te vertellen, maar dat zei haar helemaal niets. Toen zei hij: “I’m an Abenaki indian and so are you”. In retrospectief lijkt haar talent wel een roeping te zijn: niet iets wat ze doet maar wat ze eenvoudigweg is, niet láten kan. Blijft de vraag met wat voor verhalen ze werd grootgebracht… vast Br’er Fox en Br’er Rabbit[2]

Eén van de aanwezigen in het publiek was Philip van der Zee, een verhalenverteller die je o.a. in Archeon in Alphen aan den Rijn in het wild tegen kunt komen, samen met zijn vrouw Theresia. Zij waren destijds dermate onder de indruk van Marge dat ze zich door haar in de echt hebben laten verbinden. Wat theatraal verhalen een extra dimensie geeft zijn de muzikale motieven – ‘reciteren’ is immers zingend verhalen of verhalend zingen. Echte vertellers als Marge en Philip begeleiden zichzelf dan ook met een keur aan oude muziekinstrumenten.
 
de Tenores di Bitti [Sardijnse folklore]
 
Toen we er voor de 2002 editie van het Grenzenloos Festival in slaagden om de Tenores di Bitti naar Leiden te halen, was dat niet zonder gepaste trots. Dit van Sardinië afkomstige viertal is namelijk internationaal befaamd om zijn karakteristieke samenzang. Volgens de boeker, de programmeur van Folkclub Horus, zou er een Sardijnse tolk benodigd zijn. Waarom dan, spraken ze dan geen Italiaans? En zouden ze met Frank Zappa[3] en Lester Bowie hebben rondgehangen zonder een woordje Engels opgedaan te hebben? Nee nee, Italiaans was out of the question – dat was immers de taal van de onderdrukker voor een Sardijn! En bovendien, ‘zo deed hij dat altijd‘. Enfin, het eind van het refrein luidde dat hij die tolk zelf zou regelen.
 
Zeer dicht bij huis – zoals gewoonlijk – werd een Sardijn opgevist, uit de schare van leden van het zeemanskoor Rumor di Mare. Pas bij het afhalen van de Tenores, bij het ochtendkrieken op de luchthaven van Brussel, bleek dat de goede man een dusdanig ander accent sprak dat ze elkaar niet konden verstaan. Ze hadden echter geen bezwaar tegen Italiaans en verstonden prima Engels. Het meest communiceerden we echter via internationale gebarentaal. Na afloop in de foyer van het LAKtheater gebaarden ze dat ze een rondje weggaven en met geheven glas brachten ze vervolgens een muzikale toast uit. Van zo dichtbij en opgedragen aan jezelf is het nog veel mooier. Sardijnen laten overigens het vaatwerk heel.

tenores_di_b
tenores

Foto’s: 1. Marcel Cuypers 2. Marge Bruchac met echtgenoot Justin Kinnick 3. Philip van der Zee 4. & 5. de originele Tenores di Bitti

Voetnoten: [3] Frank Zappa! Daar zou ik nou wel eens een beschuitje mee hebben willen eten (maar daarvoor is hij te vroeg heengegaan), onder het genot bv. van [2] Uncle Remus (een verwijzing naar Tales of Uncle Remus, het sprookjesboek waar Walt Disney zo dankbaar uit geput heeft).

[1]City and Eastern: Time Release is een chronologisch overzicht van de muziekgeschiedenis, dat in de oudheid begint ten tijde van Confucius en Pythagoras, zich een weg vreet door middeleeuwen en classicisme, om op het randje van de twintigste eeuw tot stilstand te komen. Muziek uit Oudheid en Middeleeuwen, en composities van onder anderen Mozart, Moussorgski, Brahms, Tsjaikowski en Satie, waarbij de nadruk ligt op oriëntaals aandoende stukken zoals Arabische Dansen en Turkse Marsen.
The Well-Tempered Maqam poogt een brug te slaan tussen de uitelkaarlopende, tegengestelde ontwikkelingen van de Europese en de Oriëntaalse muziek, en is gestruktureerd rond een modulatieplan, waarin verschillende toonsferen met elkaar gecombineerd en tegen elkaar gecontrasteerd worden. De hiervoor gekozen muzikale vormen zijn ontleend aan Turkse en Arabische klassieke vormen als Taxim en Peshrev, dansmuziek van Griekse, Joodse en Armeense oorsprong, repetitieve ritmes, het voortdurende gebruik van (wisselende) grondtonen, eenstemmigheid, heterofonie, parallelharmonie.
Het Paalman – Cuypers Ensemble presenteerde op 4 mei 2005 zijn eerste cd, met als belangrijkste werk de “Mauthausen”-Cyclus van de dichter Iakovos Kambanellis en componist Mikis Theodorakis.

Advertenties

Muziek: de zijden snaren van de oosterse route

Zoals ik in De Andalusische bakermat en de snaren der harten een muzikale rondreis maakte met de Middellandse Zee als middelpunt, zo kunnen we ook oostwaarts trekken, via pak ‘m beet de noordelijke Zijderoute (dwars door Centraal Azië). En zoals toen de oud onze gids en leidraad was, kan nu de tar die vormen. Een andere rode draad om ons gebied even af te bakenen vormt die van de Turkse volken, aangezien zowel landkaart als muziek van hun aanwezigheid doortrokken zijn.

de oud en de (du)tar in relatie tot de luit


Beide snaarinstrumenten vormen loten aan de stamboom van de luit. Over de geschiedenis van de luit via Andalusië vermeldt De Geïllustreerde Encyclopedie van Muziekinstrumenten: “De voorlopers van de Europese luit gaan terug tot 2000 v.C. en komen uit het Midden-Oosten en Verre Oosten. Het instrument werd rond de 8e eeuw via Spanje naar Europa gebracht, door de Moren en Saracenen. [..] De populariteit van de luit bereikte in de 16e eeuw zijn hoogtepunt; tegen de tweede helft van de 18e eeuw was hij verdrongen door de gitaar en de piano.” Onder het kopje van de (o)ud vermelden zij bovendien:

“Arabische musicologen hebben de karakteristieken van de verschillende instrumenten in de luitfamilie bestudeerd – de Chinese p’i p’a, de Japanse biwa, de Vietnamese tiba, enz. – en ontdekten niet alleen dat zij verwant zijn aan de ud, maar ook hoe zij zich hebben kunnen verspreiden. Aan de ene kant kwam dit door de Perzische arbeiders die meewerkten aan de bouw van Kaaba. Aan de andere kant werden zij verspreid door zee- en kooplieden wier routes door Zuidoost-Azië en Noord-Afrika voerden. De eerste muzikant die de ud bespeelde zou een zekere Saib Hasir zijn, in de 1e eeuw. Hoewel nooit bewezen, is deze legende belangrijk omdat de ud niet alleen de voorloper van de Europese luit is, maar ook van Arabische tokkelinstrumenten.”

Terwijl de oud met zijn korte, afgebogen hals veel lijkt op de Europese luit, heeft een tar – naar verluidt een perzisch woord – een hele lange steel, met snaren tot ruim een meter. Waar de dutar, een exemplaar met slechts 2 snaren, wel dat buikige heeft, lijkt de tar met zijn klankkast in de vorm van een acht meer op onze gitaar. Beide zijn zeer algemeen in het hele gebied en doen denken aan de saz uit de Kaukasisiche regio. Ook ten oosten van de route bespeelt men langstelige instrumenten die onder de noemer ‘luit’ vallen, getokkeld worden bespeeld en karig voorzien zijn van snaren. (Zie bv. onder de muziek van Centraal Azië en Tuva.)

Turkse toefjes


Niet alleen de geschiedenis van de muziek gaat ver terug en kan ons heden ten dage soms wat verwarring bezorgen omtrent zaken als wanneer en waar naartoe, maar met name de volkeren zelf weten vaak niet meer zo goed waar ze vandaan kwamen. Zo schrijft Eildert Mulder in Trouw dat veel van die vrij nieuwe onafhankelijke staten uit het zuiden van de voormalige Sovjet Unie zich bij Turkije hebben gemeld als zijnde hun moederland. Die haastte zich natuurlijk om erop te wijzen dat de bakermat van alle Turken helemaal aan de andere kant ligt, in Oost-Turkestan!

Een interessant verhaal, want blijkbaar was iedereen het bestaan van die ‘andere Turken’ vergeten – terwijl de talen zo verwant zijn dat men elkaar kan verstaan. Zich tot Oost-Turkestan wenden gaat moeilijk, want dat bestaat niet. Het is het gebied genaamd Xinjiang, waar de Oeigoeren wonen die zich vooral de laatste tijd nogal roeren onder het Chinese bewind. Waar de andere staatjes eindigend op ‘~stan’ al niet vaak in de picture komen, weten we van Oeigoeren pas echt weinig – en we zijn dus niet de enigen… (Wat me echter pas werkelijk duister is, is wat ik me bij de republiek Jakoetië moet voorstellen. En toch bestaat die wèl.)

Te oordelen naar wat er op muziekgebied voorhanden is (live en via internet), zijn het in het algemeen vrij moderne landen met een muziekproduktie die zelfs een beetje teleurstelt door zijn herkenbaarheid. De invloed van populaire Turkse muziek is vaak onmiskenbaar, zoals in de liedjes van Yulduz Usmanova uit Oezbekistan, een van de eerste spelers op de wereldmuziekmarkt uit die regionen. Maar naast het standaardgerecht zijn er – net als bij de Andalusische bakermat – verrassende smaakmakers te vinden in de diverse genres (populair, folk en crossover). We volgen hetzelfde stramien als toen: u krijgt 3 heel verschillende voorproefjes voorgeschoteld.

  • Turkmenistan: Ashkhabad

Allereerst de perfecte bruiloften- en filmmuziek – groots en meeslepend – van Ashkhabad, uit de gelijknamige hoofdstad van Turkmenistan. Zanger en tarspeler Atabai Tsharykuliev en de fenomenale percussionist Khakberdy Allamuradov worden aangevuld met de vertrouwde combinatie van viool, clarinet en accordeon. Atabai, liefhebber van zowel hardrock als traditionele muziek, kwam eind jaren 70 nauwelijks aan de bak omdat de Russische autoriteiten zijn repertoire ‘te islamitisch, te religieus’ vonden. Helaas is onderstaande videoclip een instrumentaal nummer, maar het mag toch hooguit folkloristisch heten. Sinds 1985 toen het regime versoepelde is hij weer ’s lands populairste zanger.

Bayaty door Ashkhabad, van de cd City of Love
klik hier voor een impressie van het gehele album
Ashkhabad – Keçpelek (live)

  • de dutar in Oost-Turkestan

Ondanks de relatieve onbekendheid in de vorm van een niet zo denkbeeldig ‘ijzeren gordijn’ van onzichtbaarheid, laat youtube ons na het intikken van de zoekterm ‘Uyghur’ ontelbare tv-shows zien van Oeigoerse supersterren à la Yulduz (en eveneens steevast rijkelijk gelardeerd met een ballet in klederdracht). Wat mij het meest aansprak is de folkmuziek uit de regio Hotan, met ook een boeddhistische traditie. Zie verder de zeer informatieve websites van London Uyghur Ensemble en Compound Eye. Voor Nederland is Kamil Abbas een bekende artiest, dankzij VPRO’s Wandelende Tak.

playlist van dutar-muziek (vnl. uit Hotan)
twee nummers (1 en 2) van Abdurehim Heyit

  • Tuva: Huun-Huur-Tu

Ondanks (of juist vanwege) hun exotische uiterlijk en dito instrumenten blijkt de muziek van Huun-Huur-Tu zich bij uitstek te lenen voor toepassing in ambient electronische muziek, zoals hun jongste samenwerking met producer Carmen Rizzo laat horen. Het heeft tempo en is toch heel relaxed, als paarden die over de uitgestrekte steppen trekken – wat niet in de laatste plaats aan de sound van de doshpuluur te danken is. Er zijn legio videoclips met hun traditionelere werk in omloop, maar ze hebben zich ook altijd gretig op allerlei gastoptredens over de hele wereld gestort, waarvan akte.

Waar Tuva, dat tegen Mongolië aan ligt, vooral beroemd om is, dat is de keel- of boventoonzang. Door een speciale techniek is het mogelijk om 2 of 3 geluiden tegelijk te produceren (vanuit 1 keel) die meerdere octaven uiteen liggen. Ondanks het bakerpraatje dat het bij vrouwen onvruchtbaarheid zou veroorzaken, omvat de Tuvaanse music scene tegenwoordig florerende acts als Shu-De en Sainkho Namtchylak. Verder zijn Chirgilchin (vrij traditioneel) en Yat-Kha (punk/metal) aan te bevelen.

Eternal Huun-Huur-Tu ft. Carmen Rizzo (van de homepage van HHT)
jammend met Tony Levin in Goatika’s Creative Lab (z.o. linklijst)
Fly, Fly my Sadness Huun-Huur-Tu ft. Angelite (Le Mystère des Voix Bulgares)

Tot slot de solo-escapades van Kongar-Ol Ondar, zowel traditioneel als experimenteel

Muziek: de Andalusische bakermat en de snaren der harten

Het snaarinstrument de oud geldt als de voorloper van de luit en de flamencogitaar, die eveneens (van oorsprong) fretloos en dubbelsnarig zijn. Ook de mandoline en de saz, die samen weer de bouzouki voortbrachten, zijn er indirect mee verwant.

Vanuit Al-Andalus en via de berbermuziek heeft zij grote invloed uitgeoefend op de muziek van (niet alleen het Midden-Oosten maar) een aanzienlijk deel van onze aardbol. Ook de (joodse) sefardische muziektraditie heeft veel aan het ontstaan van deze smeltkroes bijgedragen en put er nog steeds uit.

De hedendaagse oud heeft 11 snaren (5 dubbele en 1 enkele) en wordt bespeeld met een plectrum. Hieronder 3 wereldnummers om te illustreren welke verschillende kanten je daar allemaal mee op kan.

1 oud is geen oud: Ya Rayah en Rachid Taha


Uit de Andalusische muziektraditie is onder andere de raï-muziek voortgekomen. Raï kenmerkt zich doordat het lied, de zang en de persoon van de zanger het meest op de voorgrond treden. Onder de Grote Drie (naast Faudel en Cheb Khaled) neemt Rachid Taha de plaats in van het ruwe bolster-type – de Franse Jacques Brel zeg maar.

Taha maakte van de Algerijnse moderne klassieker Ya Rayah een wereldhit, later weer gecoverd door de Griek George Dalaras samen met het orkest van het Servische wonderkind Goran Bregovic. Waar Ya Rayah over reizen en heimwee gaat is Ki An Se :Felo (:f = th) een liefdeslied – maar je hoort het er niet aan af…

Waar blijft nou de oud? Ze is maar in haar eentje en verzuipt een beetje in de algehele onstuimigheid en de overdadige orchestratie, maar heeft haar momenten. Wat dat betreft kwam haar rol beter tot z’n recht in de bouzouki-versie van Dalaras. Ook het Orchestre Andalou d’Israel (jawel!) heeft een versie opgenomen, in het arabisch.

2 oud is al een heleboel oud: DuOud en Mehdi Haddab

Voor Mehdi Haddab, die evenals Taha Algerijnse wortels heeft, draait alles om de oud. Ik maak me er hier lui en dankbaar vanaf met de lovende woorden van de Womad-site en een paar linkjes (maar niet vooraleer nog even vermeld te hebben dat Speed Caravan (zie muziek-linklijst) deze zomer op het festival Mundial optreedt):

If you’ve never regarded the oud – the fretless lute at the core of so much traditional Arabic music – as a rock’n’roll instrument, then you’ve clearly never heard Speed Caravan or the frenetic and joyous playing of Mehdi Haddab. Once part of Parisian-based global electronica trio Ekova and then half of the experimental oud duo DuOud with Jean-Pierre Smadja, to call Haddab the Jimi Hendrix of the electric oud would, of course, be a hopeless cliché. But it’s not that far from the truth. Now working as Speed Caravan with bassist Pascal Teillet and former Ekova electronic beat mistress Hermione Frank, the Algerian-French trio create music that references The Cure and The Chemical Brothers alongside Algerian rai and other Arabic influences in a glorious collision of global sounds and styles. Their debut album Kalashnik Love features guest appearances by Rachid Taha and members of Asian Dub Foundation.

In DuOud, dus, ontmoeten twee tot de tanden gewapende oud-spelers elkaar in een opzwepend duel – Haddab en de al even vingervlugge Smadja. Aangezien ik echt niet kiezen kon, hierbij zowel het nummer Zanzibar als The Chase, een cover van Giorgio Moroder (en het thema van de film Midnight Express):

3 oud is geen eitje! Trio Joubran meets … Jim Morrison??

Het Trio Joubran bestaat uit drie Palestijnse broers met een klassieke inslag. De combinatie van maar liefst drie ouds is bepaald geen sinecure, en is dan ook uniek. Er wordt knap geïmproviseerd en geen uitvoering is dan ook hetzelfde. In een live-opname van het nummer Safar (‘Travel’) gaat Samir na een kleine twee minuten over in een bekend thema, dat te boek blijkt te staan als de ‘al Astorius sentence’: ‘Dezelfde zin komt voor in ‘Spanish Caravan’ van The Doors. Niet alleen in de Arabische muziek vormt hij een klassieker, ook in de flamenco is het een oude bekende.’ (bron)

– Asturias
Update: Het is ook bekend als Leyenda van Isaac Albéniz. De wiki-entry daarvan werpt enig licht op de naamgeving (naar Asturia(s), een Spaanse streek) en vermeldt nog een aantal andere bekende toepassingen, zoals in Eight Miles High van Roger McGuinn.

  • Safar door Le Trio Joubran
  • Spanish Caravan door The Doors
  • Leyenda door John Williams (flamencogitaar)
  • – Asturias door de flamencogroep van Carlos Saura (cello en voetenwerk)

zie ook: Everything You Ever Wanted To Know About… ALBÉNIZ’S LEYENDA (Preludio-Asturias)

Lamma Bada
Update 2: een ander bekend werk dat Samir Joubran graag ten gehore brengt en dat zijn oorsprong vindt in Andalusië, is Lamma Bada. Het is een arabische muwashah die minimaal uit de 14e eeuw stamt, maar door sommigen zelfs aan Ziryab wordt toegeschreven. Alhoewel de melancholie er vanaf druipt, handelt de tekst over een wiegende dame. De uitvoering door het Spaanse Radio Tarifa – die ik zelf prefereer – is echter een ode aan ‘la tristeza’. 

De hel of het vagevuur

fotoHet bericht dat statenlid Zondag (SGP) popmuziek zou willen verbieden is in de sector met luid gejuich ontvangen. Wat een zegen om (weer) illegaal te zijn! Alsof er een zware last van je schouders valt. Wat jammer dat het maar een utopie is …

popmuziek gaarne vandaag nog verbieden!

Concertorganisator The Alternative (club van Willem Venema, resultaat van een schisma bij Mojo) sneert dat de extra inkomsten uit drugs meer dan welkom zouden zijn, maar er zit ook serieuze shit tussen: Niet langer gehinderd door overheidsbemoeienis over o.a. werktijden, ARBO regels, geluidslimieten en veiligheid, kunnen wij evenementen organiseren die beter aansluiten bij de destructieve behoeften van de jeugd”.

Nee, de oprukkende drooglegging is geen prettig vooruitzicht (rookverbod en aanstaande wetgeving omtrent alcohol, en minderjarigen op tijd naar bed sturen in het weekend). En alles goed en wel, maar er is in heel dit land geen openbaar gebouw dat echt van harte voor een gebruiksvergunning van de brandweer in aanmerking komt. De hoogste bereikbare status is die van gedoogd worden. Als ziekenhuis of kazerne kom je niet zo gauw op de schopstoel terecht, maar de rest is in feite vogelvrij. Maar als dat nou nog alles was, wat je van de overheid te verduren krijgt …

dropping like flies

fotoHelaas is het al een tijdje aan de gang dat her en der poppodia de geest geven onder het juk van regeldruk en professionalisering. Althans, dat is één kant van het verhaal. De andere is dat er veel misgaat in de besluitvorming rond bouw en beleid van podia*. De cocktail van Kunst en Politiek pakt regelmatig uit als russische roulette.

En waar deden we het ook alweer allemaal voor? O ja, de Liefde voor Muziek. Wat is dat lang geleden. Meneer Zondag ik smeek u, dien in godsnaam een motie in die ons buiten de wet verklaart!

[* Vorig jaar schreef ik Tempelvrees, naar aanleiding van het VK-artikel Wankele Tempels. Voorzover ik kritiek heb op Leon Zwaans betreft het niet zijn deskundigheid, maar zijn verhalen in de pers over het amateurisme van de muzieksector. Gevalletje van hele ongelukkige casting, want in werkelijkheid stroomt hij over van de anecdotes over stompzinnige ambtenaren en idiote wethouders. Tja, het kwam kennelijk zo uit … De link naar het VPRO-programma over wat er in Almere fout ging is trouwens een aanrader.]