De klokken van het Zuiden (BIM! BAM!)

Na jaren touwtrekken heeft de Raad van State geoordeeld dat de gemeente Tilburg met recht heeft bepaald dat pastoor Harm Schilder van de Margarita Mariakerk niet voor half acht ’s ochtends de hele buurt wakker mag maken met het beieren van zijn klokken. Schilder voelt zich ernstig benadeeld en stapt ermee naar het Europese Hof. Hij meent dat geen andere Nederlandse gemeente zo stringent optreedt tegen kerkklokken en dat de vrijheid van godsdienst in het geding is. Heeft Tilburg iets tegen klokken of speelt hier wat anders?

korte metten
 
Pastoor Schilder overtreedt iedere werkdag om 7:15 uur de geluidsnormen met zijn oproep tot de vroegmis, met vele klachten tot gevolg. Op een gegeven moment heeft men speciaal voor deze bevlogen dienaar Gods een artikel opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 109a, dat luidt: 

Geluidhinder door vroege oproepen tot gebed Het is verboden om van 23.00 uur tot 07.30 uur door middel van klokgelui dan wel op andere wijze op te roepen tot gebed, in de zin van artikel 10 Wet Openbare Manifestaties, met een geluidsniveau dat meer dan 10dB(A) ligt boven de normen uit het Activiteitenbesluit en meer dan 10 dB(A) boven het referentieniveau van de omgeving. 

De wet- en regelgeving waaraan gerefereerd wordt is landelijk van kracht (zie hier voor het wettelijk kader van deze zaak). ‘Geluid voor oproepen en belijden van geloof’ geldt expliciet als een van de geluiden die normaliter buiten beschouwing worden gelaten. (Evenals pratende mensen en onversterkte muziek zijn dat zo van die geluiden die aan het omgevingsgeluid bijdragen – maar dat mag ook niet op onchristelijke tijdstippen.) Volgens de WOM is de gemeenteraad echter bevoegd om paal en perk te stellen aan de duur en het geluidsniveau ervan.

Tilburg gooit een bijzonder royale schep van 10 decibel bovenop de norm van 70 dB(A): iedere 3 dB extra betekent namelijk een verdubbeling van geluidsvolume. De pastoor heeft dan weer pech met het feit dat ze in Tilburg niet zo vroeg uit de veren zijn, want meestal duurt de nacht maar tot 7:00 uur. Zou hij echter een kwartier later beginnen dan normaal, dan mag hij helemaal de beest uithangen. Vaak kwam hij ruim boven de 80 decibel uit (t.w. 83) – en dat is hard. (De meeste kerkklokken zitten in de regionen rond 70.)

klokkenluider ‘online’

Zelf beweert de pastoor nog maar 25% van de parochianen te kunnen bereiken onder deze restricties. Kennelijk bevindt zijn kudde zich nogal verspreid over deze grote Brabantse stad en hebben die arme mensen nog steeds geen wekkers. En wie zich nu voorstelt dat hij dagelijks wild enthousiast aan de touwen van de klokkentoren staat te sjorren, om telkens met opwaaiende rokken mee omhoog gesleurd te worden, komt bedrogen uit: meneer drukt op een knopje. Wie met de hand luidt, kan zo het volume regelen – nu kan dat kennelijk niet.

Voortaan een SMS-je rondsturen, heeft hij daar al aan gedacht? Men moet met zijn tijd meegaan. In het Italiaanse Chiari hebben ze een iPhone applicatie ontwikkeld waarmee je kerkklokken kan regelen, dus in 1 moeite door zend je de gelovigen een ringtone die het Laatste Oordeel doet verbleken. Je kan er vast ook een begrenzer aan vastknopen, maar dat wil Schilder dus niet. Maar ‘heb uw naaste lief’, zou ik zo zeggen.

Op zondag mogen de omwonenden godzijdank uitslapen. Ironisch genoeg is er nog steeds een landelijke wet van kracht om de zondagsrust te garanderen: de Zondagswet uit 1953 bepaalt dat op geen enkele wijze hinderlijk gerucht mag ontstaan dat de eredienst zou kunnen verstoren. Dat deze zelf overlast veroorzaakt was lange tijd ondenkbaar. Steeds vaker vinden klagers tegenwoordig gehoor (overal in Europa, zelfs in Italië). Op veel plekken is het luiden slechts op hoogtijdagen toegestaan (al zijn er in Friesland dorpen waar dat betekent dat men – tegen alle verbodspogingen in – 11 dagen non-stop doorgaat).

het Heilig hard

Maar hoe komt het nou dat deze priester er van die onTilburgse gewoonten op na houdt? Wel, Margaretha Maria Alacoque, de patrones van de kerk, was de (aan)stichtster van de Heilig Hart-cultus, zo’n beetje de meest devote en fanatieke populaire stroming van de contrareformatie. Harm Schilder volgt alle encyclieken naar de letter en voelt zich meer thuis bij rechtzinnige protestanten dan tussen liberale katholieken – al is naar zijn mening de banvloek van de Paus nog steeds geldig. Vandaar die hang-up met oude gebruiken als dat luiden van de vroegmis.

Ook koesteren ze een speciale liefde voor klokken: alleen de beste zijn goed genoeg. Bij de Heilig Land Stichting dragen alle klokken namen en de grootste, van 1800 kilo, is Margaretha gedoopt. Ze was bedoeld voor de (nimmer afgebouwde) basiliek maar het bleek dat voor de bezoekers van het museum het luiden van de klok teveel decibellen opleverde. Tegenwoordig begeleidt ze, met dat typische gevoel alsof je maag in je schoenen belandt, op passende wijze begrafenissen. Het gewraakte exemplaar van de Tilburgse kerk is maar een klein opdondertje – maar misschien is het een genetisch verschijnsel…
 
foto 1: uitzicht over de Tilburgse wijk waar de martelaren van de MM-kerk wonen; foto 2: een blijkbaar stokdove geestelijke controleert de hartslag van Margaretha.
 

Advertenties

Directe democratie: met z’n allen aan het roer

De laatste tijd is bestuurskundige Roel in ’t Veld een paar keer in de media geweest met uitspraken die her en der enthousiast worden aangehaald. In de discussie rond de kloof tussen de burger en de politiek neemt hij een behoorlijk radicaal standpunt in. Eindelijk iemand die echte verandering predikt en het nog meent ook.

het populisme-debat: praatjes vullen geen gaatjes

Kort geleden zwengelde Mark Bovens de discussie rond verlicht populisme aan, na de publicatie van zijn rapport over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Aangezien die laatsten politiek niet vertegenwoordigd zijn – met name wat hun fysieke deelname betreft – roept Bovens diverse vormen van directe democratie in herinnering. Vlak daarop rolde een boekje van zijn opponent Anton Zijderveld van de persen, eveneens opgehangen aan de populisme-kapstok, in de hoop de representatieve democratie zodanig te verstevigen dat zulks toch maar niet bewaarheid zal worden. De tussenstand: geen van de gevestigde partijen zou het toetreden van de gewone man toejuichen en van de gedachte aan referenda krijgen ze het al benauwd.

Wat wel aansloeg is het idee om volksverheffing nieuw leven in te blazen, een fenomeen wat sinds jaar en dag te boek staat als een regenteske neiging. Het is eigenlijk een raadsel waarom dit kabinet er niet eerder mee aan de slag is gegaan. Voor Wouter Bos is integratie een vorm van emancipatie, een proces dat in zijn perceptie van hogerhand in de gewenste richting gestuurd dient te worden. Ook ontevreden burgers gaat hij volgens dit beproefde recept van hun angst voor de geglobaliseerde toekomst afhelpen, zo verklapte hij aan Elsbeth Etty. Zo’n opgewarmde prak is vast goedbedoeld, maar wel een ontzettend zwaktebod in het licht van de mogelijkheden die het democratische experiment allemaal in zich vervat. Weinig verheffend allemaal.

geen dictatuur van de meerderheid maar wèl echte inspraak

Een van de redenen dat er weerstand heerst tegen directe democratie is een hele nobele, namelijk dat het botweg uitvoeren van de wil van de meerderheid geen recht zou doen aan de belangen van minderheden. Daarom prefereren democratisch gezinden van oudsher een volksvertegenwoordiging, die de diverse belangen dient af te wegen. (Om dezelfde reden is een referendum – in het bijzonder een ja/nee-referendum – niet ideaal.) Een systeem van vertegenwoordiging echter dat niet of nauwelijks mogelijkheden voor directe zeggenschap biedt, houdt niet het midden tussen twee kwaden, doch neigt naar particratie. De vraag is dus wat de meest uitgebalanceerde manier zou zijn waarop burgers invloed op het beleid kunnen uitoefenen, die verder gaat dan het plaatsen van een kruisje en effectiever is dan het pro forma-karakter van de geijkte inspraakavond.

De visie van Roel in ’t Veld behelst vergaande decentralisatie, maar ademt wèl de sfeer van ‘grassroots’. Op diverse terreinen zullen burgers in plaats van bestuurders voor besluitvorming zorgdragen, waarbij het uitdiscussiëren van onderwerpen de voorkeur heeft boven stomweg gaan stemmen. De vraag hoe en door wie de uiteindelijke knoop moet worden doorgehakt, is en blijft de crux van het geheel. In ’t Veld toont zowel interesse in de (getrapte) methode die in Porto Alegre in Brazilië wordt toegepast, als dat hij mogelijkheden ziet in discussies via internet. (Bij dat laatste denk ik meer aan gordiaanse knopen…) Hij stelt ook dat hij representativiteit van minder belang acht dan de ‘checks & balances’. Daar zit wel wat in, want kwaliteit gaat boven kwantiteit, maar een representatieve steekproef is toch geen overbodige luxe.

En dat is nog niet alles, want in ’t Veld laat vervolgens het parlement verdwijnen. We kiezen de regering en de rekenkamer rechtstreeks, en hebben ruimere mogelijkheden ons met het gevoerde beleid te bemoeien en ministers naar huis te sturen. Dat is dan het punt waar hij me links dreigt in te halen, want naast een grotere invloed door jan met de pet zie ik ook graag dat er controle is, vanaf een centraal punt en vanuit een samenhangende visie. (Dat zal dan wel samenhangen met mijn hardnekkige conservatisme, dat nauwgezet de vele uitwassen optekent van onze moderne, regisserende overheid die alles op afstand zet. Maar in het emancipatiepakket van Wouter Bos komt vast nog wel een cursus om je daarvan af te helpen.)

Mijn voorkeur ligt uiteindelijk bij een stevig parlement dat dienstbaar(der) is aan de publieke opinie en als voornaamste taak heeft de diverse belangen af te wegen en zoveel mogelijk recht te doen. De bottleneck van veel inspraakmethodes zit ‘m in het afketsen van zogenáámde private belangen van burgers tegen het schild van wat door politieke vertegenwoordigers abusievelijk voor het algemene belang wordt gehouden:

In de zaal in Osdorp had zich dus een klassieke omkering voltrokken. De gemeente en woningcorporaties kwamen op voor hun privé belangen als projectontwikkelaars, terwijl de gemarginaliseerde bewoners zich publiekelijk opwierpen voor “het algemeen woonbelang”. Waarmee zich zo’n 2400 jaar na dato – niet in Athene maar in het onwaarschijnlijke Osdorp – een gefaalde poging voordeed om de politiek terug te brengen tot haar oorspronkelijke betekenis. (Merijn Oudenampsen, “Nieuw West de frontier van Amsterdam/)

over de methode Porto Alegre en het bereiken van consensus

In Porto Alegre wordt gewerkt met zgn. participatieve budgetten, wat inhoudt dat de inwoners samen de begroting in elkaar zetten. De buurtvergaderingen hebben het voor het zeggen, al werkt het wel met een systeem van vertegenwoordiging. Het idee achter dit soort intensieve methodes is dat er gaandeweg meer begrip voor elkaars standpunten ontstaat en dus enige mate van consensus. Dat zal ook meestal wel lukken, maar onderhavig experiment beperkt zich dan ook tot voorzieningen als riolering en bestrating. Wanneer het om maatschappelijke onderwerpen gaat wordt de vraag wat er moet gebeuren stukken complexer. Hoe dan ook, de niet geringe winst zit ‘m in de grotere betrokkenheid van burgers in combinatie met de garantie dat hun inspanningen worden gehonoreerd. De laatste jaren heeft het in Nederland niet zozeer aan het eerste ontbroken als aan het laatste – wat aanzienlijk aan de kloof zal hebben bijgedragen.

zie over Porto Alegre verder nog een casestudy van Worldbank en Participatory Budgets

zie met betrekking tot Roel in ’t Veld:
[1] Bekwame burger redt democratie
[2] Den Haag minacht de burger
[3] De vloek van het succes (totaalvisie)

Addendum:

Het artikel Staat en civil society is interessant omdat het de hele politiek-filosofische discussie over de verhouding tussen staat & maatschappij (sinds o.a. Rousseau en Tocqueville) behandelt, alvorens uit te komen bij …. Porto Alegre.

Er bestaat een documentaire over de democratiseringsbewegingen in Zuid-Amerika, getiteld: Beyond Elections: Redefining Democracy in the Americas.

De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.

Steve Biko, een rolmodel voor Palestina?

Arun Gandhi, de kleinzoon van de Mahatma, groeide op in Zuid-Afrika. Vanuit zijn achtergrond trekt hij zich het lot van de Palestijnen ten zeerste aan: zij hebben het naar zijn zeggen tien keer zo zwaar als destijds de zwarten (en andere minderheden) in Zuid-Afrika. Hij heeft ook een oplossing:

“Arun has given many speeches about non-violence in many countries. During his tour to Israel, he urged the Palestinians to resist Israeli occupation peacefully to assure their freedom.

In August 2004, Gandhi proposed to the Palestinian Parliament a peaceful march of 50,000 refugees across the Jordan River to return to their homeland, and said MPs should lead the way. Gandhi also claimed that the fate of Palestinians is ten times worse than that of blacks in South African Apartheid. He asked: “What would happen? Maybe the Israeli army would shoot and kill several. They may kill 100. They may kill 200 men, women and children. And that would shock the world. The world will get up and say, ‘What is going on?’.” Gandhi later said that Yasser Arafat was receptive to the march idea, but it became a moot point after Arafat’s November 2004 death.”

geweldloos verzet

De methode van geweldloos verzet van Gandhi sr. en jr. is inderdaad een beproefde. Maar hoe ging het destijds in Zuid-Afrika? Internationale aandacht en protest kwamen in een stroomversnelling door de volgende reeks specifieke gebeurtenissen, die naar mijn mening een cruciale rol hebben gespeeld:

  1. De dood van mensenrechtenactivist Steve Biko in 1977 door politiegeweld.
  2. Journalist Donald Woods vluchtte uit Zuid-Afrika om het verhaal naar buiten te brengen.
  3. Songwriter Peter Gabriel schreef in 1980 een krachtig statement getiteld ‘Biko
  4. In 1987 verfilmde Richard Attenborough de gebeurtenissen in Cry Freedom.

Toen werd ook het nummer van Gabriel voorzien van de beroemde videoclip met beelden uit de film. De indringende ‘shots’ van de politie die met scherp schoot op scholieren gingen vele malen de wereld rond. Een aantal maanden daarna was het gedaan met Apartheid.

Als de Palestijnen verzet zouden plegen met een vreedzame mars van 50.000, dan zou de Israelische regering zeer zeker op hen inschieten – dat doen ze zelfs bij hun eigen mensen*. En hoe zou de rest van de wereld dan reageren? Traag maar adequaat, zoals in het geval van Zuid-Afrika? Of ambivalent tot in de eeuwigheid?

“And the eyes of the world are watching now”


Are they?

Mister Gandhi, how about een nieuw geweldloos offensief, als alternatief voor het bloedige geweld van Hamas? Het zal niet eenvoudig zijn hen erin te doen geloven.

Maar laten we erop vertrouwen dat er altijd nieuwe Attenboroughs en Gabriels op zullen staan – opdat wij niet vergeten.

En dat geldt net zo goed voor al die andere plekken waar onderdrukking heerst, en waar internationale druk de situatie structureel zou kunnen verbeteren.


* http://www.indymedia.nl/nl/2009/06/60023.shtml:
Ashraf Abu Rahmev lives in Bil’in, a village in the occupied Westbank. Every week the inhabitants of Bil’in demonstrate against the wall that Israel has built through their lands. The demonstrations meet a lot of violence from the Israeli army. Ashraf was recently shot while being handcuffed. Ashrafs brother Bassem was killed by the Israeli army during one of the non-violent demonstrations in Bil’in in April 2009.

Lymor Goldstein and Inbar Choresh are activists with Anarchists Against the Wall, a direct action group that was established in response to the construction of the wall Israel is building on Palestinian land in the Occupied West Bank. The group works in cooperation with Palestinians in a joint popular struggle against the occupation. Goldstein was shot in his head during a demonstration in Bil’in and is a human rights attorney.



Addendum (17-05-’11): Here comes your non-violent resistance

Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

De waarde van het weerwoord

  Tot voor enige jaren waren gemeenten die het zagen zitten om een (aangekondige) demonstratie van extreem-rechts doorgang te laten vinden, op één hand te tellen. Sinds 2002 is daar een kentering in gekomen en vandaag de dag trekken die pestkopjes steevast aan het langste eind. Desnoods via een kort geding en maar al te gretig om de schade in te halen. De gemiddelde burgemeester mompelt dan wat over de vrijheid van meningsuiting – die immers een groot goed is ook al brengt ze enorme veiligheidskosten met zich mee – adviseert iedereen er zo min mogelijk aandacht aan te besteden en neemt zich voor zelf het goede voorbeeld te geven door nadrukkelijk de andere kant op te kijken. Niet alle onderdelen van de democratie zijn nu eenmaal even prettig; ook grondrechten hebben een schaduwzijde.

en toch ook weer niet helemáál absoluut

Maar met een beetje pech vindt hij (m/v) een clubje mensen op zijn pad die roet in het eten gooien, door een vergunning aan te vragen voor een tegendemonstratie. Menig korpsbeheerder van een middelgrote gemeente denkt dan ‘double trouble’ en grijpt naar het ultieme middel: een verbod voor hun, o.g.v. een mogelijke dreiging voor verstoring van de openbare orde. Want wat dat ook moge zijn, die is nog altijd net iets heiliger dan enig grondrecht. Den Haag vormt een voorbeeld ten positieve. Daar ging men al vaker relaxed om met tegendemo’s (maar zij zijn er ook meer op ingericht) en meestal komen die gastjes dan niet eens opdagen. Maar (of liever: dús): wat kunnen andere steden nu redelijkerwijs aanvoeren om voor te vrezen? Ja jeetje, je zal maar aansprakelijk zijn voor die eerste keer dat het ergens mis ging. En zo worden meer en meer plaatsen getracteerd op openbare manifestaties ‘nazi-style’, zonder (officiële) gelegenheid tot weerwoord.

O.k., hoe erg kan dat nou helemaal zijn – je laat een paar pubers je zaterdagmiddag toch niet verpesten? Nou, ze doen anders wel hun uiterste best! De laatste jaren was de Nederlandse Volksunie (NVU) al aardig in opmars, maar zij zijn recentelijk overvleugeld door de NSA, (Nationaal-Socialistische Actie). Deze fijne club op zijn beurt ziet zich inmiddels als erfvolgers van de ‘linkse tak’ van de SA (Röhm en Strasser). Bin Laden en consorten zijn hun hedendaagse helden, in de eeuwige strijd tegen de Joden uiteraard. Wie weet wat ze nog meer gaan voortbrengen wanneer ze intellectueel tot volle wasdom zijn gekomen. Dit inspireert hen dan vervolgens tot … protesten tegen sociale afbraak, het kraakverbod – eigenlijk alle thema’s die we kennen van de linkse jongerencultuur, die ze ook uiterlijk nauwgezet kopiëren! Die mix spreekt aan en de actieve afdelingen schieten als paddestoelen uit de grond. Zal het ook weer overwaaien, als we er maar ‘geen aandacht aan schenken’? Of staan ons nog vele, vele happenings van dit genre te wachten?

het promotieteam komt naar je toe deze zomer

Zelfs als dit maar een trend is, een manier om te shockeren, dan is een tegengeluid op zijn minst gewenst. Die uiting wordt cynisch genoeg actief tegengewerkt – hier kun je lezen hoe ver dat onlangs ging in Alphen aan den Rijn. Welke richting kan/moet de situatie nu inslaan? Politiek-juridisch wordt hij automatisch, doordat de tegendemonstranten voor de rechter moeten verschijnen om hun recht iets terug te zeggen te verdedigen. En die hakenkruizen en die opgestoken handjes, moeten we daar soms aan gaan wennen anno 21e eeuw? Er is op zich de mogelijkheid het strafrecht aan te scherpen (en hier en daar de teugels weer aan te halen). Of moeten de tegengestelde krachten dit (eerst) maar uitvechten, op wat voor wijze dan ook? Het is waar dat het verbieden van vnl. symbolen nauwelijks verder reikt dan symboolpolitiek. Zowel in links-activistische kringen als bij haatzaai-onderzoeker Bas van Stokkom* valt bijzonder weinig animo te bespeuren voor een oplossing middels de wet, maar des te meer voor de dynamiek van het maatschappelijk ‘debat’ (in welke vorm dan ook) om zijn zelfreinigende functie te verrichten.

Mocht de NSA komende lente ook bij jou in de straat een parade komen weggeven dan treedt die dynamiek vanzelf in werking, met dezelfde wisselende kansen op sukses als elders. Soms is er genoeg sociale samenhang voor een ongeorganiseerde, spontane uiting van ongenoegen, zoals vorig jaar in Bergen op Zoom. De aldus gemanifesteerde actiegroep richtte zich op, onder de naam Comité Artikel 1, en vervoegde zich kort daarop bij de burgemeester van Oz Oss met het aanbod de burgers aldaar eveneens te ontzetten. Op het moment suprème werden ze vakkundig om de tuin geleid, terwijl de voltallige hofhouding ‘demonstratief’ naar de wolken staarde en de massa het ritueel gelaten onderging. De juiste wind waait niet altijd. Sterkte dus voor al wie dit nog te wachten staat. En laat je niet het zwijgen opleggen. (Enne, als je dan tòch bezig bent: reclaim the streets, as well! Y’all know, the Zappa way.)

* Van het WODC-rapport Godslastering, discriminerende uitingen wegens godsdienst en haatuitingen.

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (4)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 4: Afrekenen met het geitenwollen circuit

Leiden heeft bijna twintig jaar de artikel 12-status gehad en maakte vooral in die tijd een armoedige indruk. Paul Bordewijk, in die periode wethouder van financiën, zag dat niet als onder curatelestelling, integendeel: het betekende een welkom extraatje. Toch kun je nog steeds aan de jaarringen van verkrotte panden zien dat hun achterstallig onderhoud uit die tijd stamt. Het Grote Stedenbeleid ziet hij als minder florissante opvolger, want meer ge-bemoei dan geld. Je hoeft dan ook maar een blik te werpen op de projecten die GSB II heeft voortgebracht om te constateren dat men ook te veel in mensen en te weinig in stenen investeren kan.

Hoe dan ook, zowel onderhoud als het behoud van functies hadden (hier) geen prioriteit. Want ondertussen ging ook bij ons de afbraak van sociale woningbouw vrolijk in z’n volgende versnelling dankzij de omvorming van woningbouwverenigingen naar corporaties, terwijl het bestuurlijk apparaat voornamelijk groot onderhoud aan zichzelf pleegde (in cosmetisch opzicht). Welzijnsorganisaties en sociale werkvoorzieningen werden zonder pardon in de markt gezet. Ook zelfstandige (vrijwilligers)organisaties op cultureel en maatschappelijk vlak zouden die dans niet ontspringen – de middelen om ze in de tang te nemen zijn tegenwoordig ruimschoots voorhanden en er valt altijd wel wat uit te persen.

van huisjesmelker tot speculant

Alsof het een oneindig gecompliceerd ruilverkavelingsproces betreft drijft de gemeente levendig handel in allerlei panden. Op het moment bezit zij er maar liefst zeshonderd. Het draait hier kennelijk om een spel met een (bewerkte) dobbelsteen of om hogere wiskunde want zowel strategie als doel zijn niet te doorgronden. Ach, zolang je de schijn maar ophoudt. Op basis van kop of munt werden her en der stichtingen en verenigingen geparkeerd, met antikraak-effect op de koop toe. Zolang het streven was dat subsidies kostendekkend waren voor de vaste lasten maakte het niet uit dat dat geen broekzak-vestzak constructie mocht heten. Maar waar vaste lasten de neiging vertonen de pan uit te rijzen, vertikken subsidies het om dat kunstje aan te leren.

In de marktgedachte is simpelweg geen plaats voor non-profit: besturen en in stand houden zijn daar twee heel verschillende grootheden. Als gemeente zijnde zijn de handen en voeten van je ambities aan allerlei regels gebonden, maar je dromen kunnen een huizenhoge vlucht nemen. En dankzij het feit dat de huidige duale gemeenteraad slechts het budgetrecht heeft kun je toch gezellig meekwartetten met de vrije jongens. Men creëerde dus een lijst met (toen  nog) 100 te verkopen panden waar de raad blindelings zijn zegen over uitsprak. Staat je naam daar op, dan is je lot bezegeld. Ongesubsidieerden als de Vereniging van Huisvrouwen gingen er als eerste aan, wie laat daar immers een traan om.

“Rrround up ….”, as usual

Kennis van de hitlist is voorbestemd aan ingewijden, maar lekt heel onsmakelijk aan alle kanten naar buiten. Medewerkers van een tehuis voor jongerenopvang ontdekten op een buurtavond over mogelijke locaties voor gedecentraliseerde daklozenopvang dat hun eigen adres daar een rol in zou spelen. Sociëteit de Burcht werd niet alleen onaangekondigd tot poppodium gebombardeerd, maar dat bleek ook nog eens een losse flodder omdat ze onverhoopt op de zwarte lijst prijkten. De cultuurwethouder liet zich als loopjongen niet onbetuigd maar verstomde zodra de Cosa Nostra het mes op tafel plantte. Bij het Wachtgebouw bij de Morspoort werd ‘bewoning geconstateerd’ en dat mag niet. Tegen de tijd dat de roddel was weerlegd, was het pand reeds keurig leeg opgeleverd aan de nieuwe eigenaar. Huurders vallen kortom onder de noemer ‘meubilair’ – zoals in: ‘met of zonder’.

Op de winkel passen mag dan nooit als bijzonder cool te boek gestaan hebben, het korte termijndenken van dit tijdverdrijf is weer het andere uiterste. Inmiddels heet het dat het een schande is dat ideële organisaties geen marktconforme huur ophoesten, want ‘wie moet nu het groot onderhoud opbrengen’? En blijkbaar is dat geen retorische vraag. Want je zou zeggen: dezelfde natuurlijk die categorisch weigert om de relatie tussen subsidie en vaste lasten (en output!) in de breedte te herzien. Stadspartij Leiden Ontzet stelde dat de gemeente zèlf zo stom was om miljoenen aan OZB aan haar neus voorbij te laten gaan, maar zou van de opbrengst uit verkoop een cultureel centrum willen realiseren. Maar om doelen draait het immers niet, slechts om geldelijk gewin. Zelfs corporaties hebben nog een groter maatschappelijk besef.

van je maintiendrai naar hier waak ik

Er bestaat nog een instrumentarium om de mindere goden de duimschroeven aan te draaien. Dankzij diverse milieumaatregels (o.a. asbest) en grote branden à la Volendam op zijn tijd kon de regelgeving volledig doordraaien. Daardoor word je in feite gedoogd tot ze je zat zijn. Voor de lokale besturen, met hun vergrote macht en vrijheden, bleek het een mes dat aan twee kanten snijdt, want bovendien een goudmijn. Want raad eens wie de benodigde investeringen mag doen? Vroeg of laat kom je er achter dat jij ze ging betalen uit je exploitatie. Zo ga je commercieel draaien of je wil of niet (als je dat niet al deed). De regelgeving duwt je bovendien in de richting van de jaloerse horeca-waakhond, maar als je plat op de grond gaat liggen doet-ie niks.

Ja maar hóór eens even … wie subidieert wie nu eigenlijk?! Dat is in deze verwarrende tijden niet meer helemaal duidelijk. Wel is het zo dat geld nog steeds geld aantrekt, want anders zou het anarchisme zijn natuurlijk! Zo zal de orde zich uiteindelijk dan wel herstellen en waar gehakt wordt vallen spaanders. Wie zich nog niet rijp voelt voor de slacht, begeve zich zich met spoed (terug) naar enigerlei laagdrempelige enclave in de luwte van het regelgeweld. Of hebben ze de nooduitgang dichtgemetseld? Help!

Foto 2: Cityhall Leiden, schilderij van Frank Borst. Foto 3: Strijd tussen de elementen: de Stadhuisbrand van 1929.

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
5. Free market calling Orson… come in, Orson