De klokken van het Zuiden (BIM! BAM!)

Na jaren touwtrekken heeft de Raad van State geoordeeld dat de gemeente Tilburg met recht heeft bepaald dat pastoor Harm Schilder van de Margarita Mariakerk niet voor half acht ’s ochtends de hele buurt wakker mag maken met het beieren van zijn klokken. Schilder voelt zich ernstig benadeeld en stapt ermee naar het Europese Hof. Hij meent dat geen andere Nederlandse gemeente zo stringent optreedt tegen kerkklokken en dat de vrijheid van godsdienst in het geding is. Heeft Tilburg iets tegen klokken of speelt hier wat anders?

korte metten
 
Pastoor Schilder overtreedt iedere werkdag om 7:15 uur de geluidsnormen met zijn oproep tot de vroegmis, met vele klachten tot gevolg. Op een gegeven moment heeft men speciaal voor deze bevlogen dienaar Gods een artikel opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 109a, dat luidt: 

Geluidhinder door vroege oproepen tot gebed Het is verboden om van 23.00 uur tot 07.30 uur door middel van klokgelui dan wel op andere wijze op te roepen tot gebed, in de zin van artikel 10 Wet Openbare Manifestaties, met een geluidsniveau dat meer dan 10dB(A) ligt boven de normen uit het Activiteitenbesluit en meer dan 10 dB(A) boven het referentieniveau van de omgeving. 

De wet- en regelgeving waaraan gerefereerd wordt is landelijk van kracht (zie hier voor het wettelijk kader van deze zaak). ‘Geluid voor oproepen en belijden van geloof’ geldt expliciet als een van de geluiden die normaliter buiten beschouwing worden gelaten. (Evenals pratende mensen en onversterkte muziek zijn dat zo van die geluiden die aan het omgevingsgeluid bijdragen – maar dat mag ook niet op onchristelijke tijdstippen.) Volgens de WOM is de gemeenteraad echter bevoegd om paal en perk te stellen aan de duur en het geluidsniveau ervan.

Tilburg gooit een bijzonder royale schep van 10 decibel bovenop de norm van 70 dB(A): iedere 3 dB extra betekent namelijk een verdubbeling van geluidsvolume. De pastoor heeft dan weer pech met het feit dat ze in Tilburg niet zo vroeg uit de veren zijn, want meestal duurt de nacht maar tot 7:00 uur. Zou hij echter een kwartier later beginnen dan normaal, dan mag hij helemaal de beest uithangen. Vaak kwam hij ruim boven de 80 decibel uit (t.w. 83) – en dat is hard. (De meeste kerkklokken zitten in de regionen rond 70.)

klokkenluider ‘online’

Zelf beweert de pastoor nog maar 25% van de parochianen te kunnen bereiken onder deze restricties. Kennelijk bevindt zijn kudde zich nogal verspreid over deze grote Brabantse stad en hebben die arme mensen nog steeds geen wekkers. En wie zich nu voorstelt dat hij dagelijks wild enthousiast aan de touwen van de klokkentoren staat te sjorren, om telkens met opwaaiende rokken mee omhoog gesleurd te worden, komt bedrogen uit: meneer drukt op een knopje. Wie met de hand luidt, kan zo het volume regelen – nu kan dat kennelijk niet.

Voortaan een SMS-je rondsturen, heeft hij daar al aan gedacht? Men moet met zijn tijd meegaan. In het Italiaanse Chiari hebben ze een iPhone applicatie ontwikkeld waarmee je kerkklokken kan regelen, dus in 1 moeite door zend je de gelovigen een ringtone die het Laatste Oordeel doet verbleken. Je kan er vast ook een begrenzer aan vastknopen, maar dat wil Schilder dus niet. Maar ‘heb uw naaste lief’, zou ik zo zeggen.

Op zondag mogen de omwonenden godzijdank uitslapen. Ironisch genoeg is er nog steeds een landelijke wet van kracht om de zondagsrust te garanderen: de Zondagswet uit 1953 bepaalt dat op geen enkele wijze hinderlijk gerucht mag ontstaan dat de eredienst zou kunnen verstoren. Dat deze zelf overlast veroorzaakt was lange tijd ondenkbaar. Steeds vaker vinden klagers tegenwoordig gehoor (overal in Europa, zelfs in Italië). Op veel plekken is het luiden slechts op hoogtijdagen toegestaan (al zijn er in Friesland dorpen waar dat betekent dat men – tegen alle verbodspogingen in – 11 dagen non-stop doorgaat).

het Heilig hard

Maar hoe komt het nou dat deze priester er van die onTilburgse gewoonten op na houdt? Wel, Margaretha Maria Alacoque, de patrones van de kerk, was de (aan)stichtster van de Heilig Hart-cultus, zo’n beetje de meest devote en fanatieke populaire stroming van de contrareformatie. Harm Schilder volgt alle encyclieken naar de letter en voelt zich meer thuis bij rechtzinnige protestanten dan tussen liberale katholieken – al is naar zijn mening de banvloek van de Paus nog steeds geldig. Vandaar die hang-up met oude gebruiken als dat luiden van de vroegmis.

Ook koesteren ze een speciale liefde voor klokken: alleen de beste zijn goed genoeg. Bij de Heilig Land Stichting dragen alle klokken namen en de grootste, van 1800 kilo, is Margaretha gedoopt. Ze was bedoeld voor de (nimmer afgebouwde) basiliek maar het bleek dat voor de bezoekers van het museum het luiden van de klok teveel decibellen opleverde. Tegenwoordig begeleidt ze, met dat typische gevoel alsof je maag in je schoenen belandt, op passende wijze begrafenissen. Het gewraakte exemplaar van de Tilburgse kerk is maar een klein opdondertje – maar misschien is het een genetisch verschijnsel…
 
foto 1: uitzicht over de Tilburgse wijk waar de martelaren van de MM-kerk wonen; foto 2: een blijkbaar stokdove geestelijke controleert de hartslag van Margaretha.
 

Directe democratie: met z’n allen aan het roer

De laatste tijd is bestuurskundige Roel in ’t Veld een paar keer in de media geweest met uitspraken die her en der enthousiast worden aangehaald. In de discussie rond de kloof tussen de burger en de politiek neemt hij een behoorlijk radicaal standpunt in. Eindelijk iemand die echte verandering predikt en het nog meent ook.

het populisme-debat: praatjes vullen geen gaatjes

Kort geleden zwengelde Mark Bovens de discussie rond verlicht populisme aan, na de publicatie van zijn rapport over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Aangezien die laatsten politiek niet vertegenwoordigd zijn – met name wat hun fysieke deelname betreft – roept Bovens diverse vormen van directe democratie in herinnering. Vlak daarop rolde een boekje van zijn opponent Anton Zijderveld van de persen, eveneens opgehangen aan de populisme-kapstok, in de hoop de representatieve democratie zodanig te verstevigen dat zulks toch maar niet bewaarheid zal worden. De tussenstand: geen van de gevestigde partijen zou het toetreden van de gewone man toejuichen en van de gedachte aan referenda krijgen ze het al benauwd.

Wat wel aansloeg is het idee om volksverheffing nieuw leven in te blazen, een fenomeen wat sinds jaar en dag te boek staat als een regenteske neiging. Het is eigenlijk een raadsel waarom dit kabinet er niet eerder mee aan de slag is gegaan. Voor Wouter Bos is integratie een vorm van emancipatie, een proces dat in zijn perceptie van hogerhand in de gewenste richting gestuurd dient te worden. Ook ontevreden burgers gaat hij volgens dit beproefde recept van hun angst voor de geglobaliseerde toekomst afhelpen, zo verklapte hij aan Elsbeth Etty. Zo’n opgewarmde prak is vast goedbedoeld, maar wel een ontzettend zwaktebod in het licht van de mogelijkheden die het democratische experiment allemaal in zich vervat. Weinig verheffend allemaal.

geen dictatuur van de meerderheid maar wèl echte inspraak

Een van de redenen dat er weerstand heerst tegen directe democratie is een hele nobele, namelijk dat het botweg uitvoeren van de wil van de meerderheid geen recht zou doen aan de belangen van minderheden. Daarom prefereren democratisch gezinden van oudsher een volksvertegenwoordiging, die de diverse belangen dient af te wegen. (Om dezelfde reden is een referendum – in het bijzonder een ja/nee-referendum – niet ideaal.) Een systeem van vertegenwoordiging echter dat niet of nauwelijks mogelijkheden voor directe zeggenschap biedt, houdt niet het midden tussen twee kwaden, doch neigt naar particratie. De vraag is dus wat de meest uitgebalanceerde manier zou zijn waarop burgers invloed op het beleid kunnen uitoefenen, die verder gaat dan het plaatsen van een kruisje en effectiever is dan het pro forma-karakter van de geijkte inspraakavond.

De visie van Roel in ’t Veld behelst vergaande decentralisatie, maar ademt wèl de sfeer van ‘grassroots’. Op diverse terreinen zullen burgers in plaats van bestuurders voor besluitvorming zorgdragen, waarbij het uitdiscussiëren van onderwerpen de voorkeur heeft boven stomweg gaan stemmen. De vraag hoe en door wie de uiteindelijke knoop moet worden doorgehakt, is en blijft de crux van het geheel. In ’t Veld toont zowel interesse in de (getrapte) methode die in Porto Alegre in Brazilië wordt toegepast, als dat hij mogelijkheden ziet in discussies via internet. (Bij dat laatste denk ik meer aan gordiaanse knopen…) Hij stelt ook dat hij representativiteit van minder belang acht dan de ‘checks & balances’. Daar zit wel wat in, want kwaliteit gaat boven kwantiteit, maar een representatieve steekproef is toch geen overbodige luxe.

En dat is nog niet alles, want in ’t Veld laat vervolgens het parlement verdwijnen. We kiezen de regering en de rekenkamer rechtstreeks, en hebben ruimere mogelijkheden ons met het gevoerde beleid te bemoeien en ministers naar huis te sturen. Dat is dan het punt waar hij me links dreigt in te halen, want naast een grotere invloed door jan met de pet zie ik ook graag dat er controle is, vanaf een centraal punt en vanuit een samenhangende visie. (Dat zal dan wel samenhangen met mijn hardnekkige conservatisme, dat nauwgezet de vele uitwassen optekent van onze moderne, regisserende overheid die alles op afstand zet. Maar in het emancipatiepakket van Wouter Bos komt vast nog wel een cursus om je daarvan af te helpen.)

Mijn voorkeur ligt uiteindelijk bij een stevig parlement dat dienstbaar(der) is aan de publieke opinie en als voornaamste taak heeft de diverse belangen af te wegen en zoveel mogelijk recht te doen. De bottleneck van veel inspraakmethodes zit ‘m in het afketsen van zogenáámde private belangen van burgers tegen het schild van wat door politieke vertegenwoordigers abusievelijk voor het algemene belang wordt gehouden:

In de zaal in Osdorp had zich dus een klassieke omkering voltrokken. De gemeente en woningcorporaties kwamen op voor hun privé belangen als projectontwikkelaars, terwijl de gemarginaliseerde bewoners zich publiekelijk opwierpen voor “het algemeen woonbelang”. Waarmee zich zo’n 2400 jaar na dato – niet in Athene maar in het onwaarschijnlijke Osdorp – een gefaalde poging voordeed om de politiek terug te brengen tot haar oorspronkelijke betekenis. (Merijn Oudenampsen, “Nieuw West de frontier van Amsterdam/)

over de methode Porto Alegre en het bereiken van consensus

In Porto Alegre wordt gewerkt met zgn. participatieve budgetten, wat inhoudt dat de inwoners samen de begroting in elkaar zetten. De buurtvergaderingen hebben het voor het zeggen, al werkt het wel met een systeem van vertegenwoordiging. Het idee achter dit soort intensieve methodes is dat er gaandeweg meer begrip voor elkaars standpunten ontstaat en dus enige mate van consensus. Dat zal ook meestal wel lukken, maar onderhavig experiment beperkt zich dan ook tot voorzieningen als riolering en bestrating. Wanneer het om maatschappelijke onderwerpen gaat wordt de vraag wat er moet gebeuren stukken complexer. Hoe dan ook, de niet geringe winst zit ‘m in de grotere betrokkenheid van burgers in combinatie met de garantie dat hun inspanningen worden gehonoreerd. De laatste jaren heeft het in Nederland niet zozeer aan het eerste ontbroken als aan het laatste – wat aanzienlijk aan de kloof zal hebben bijgedragen.

zie over Porto Alegre verder nog een casestudy van Worldbank en Participatory Budgets

zie met betrekking tot Roel in ’t Veld:
[1] Bekwame burger redt democratie
[2] Den Haag minacht de burger
[3] De vloek van het succes (totaalvisie)

Addendum:

Het artikel Staat en civil society is interessant omdat het de hele politiek-filosofische discussie over de verhouding tussen staat & maatschappij (sinds o.a. Rousseau en Tocqueville) behandelt, alvorens uit te komen bij …. Porto Alegre.

Er bestaat een documentaire over de democratiseringsbewegingen in Zuid-Amerika, getiteld: Beyond Elections: Redefining Democracy in the Americas.

De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.

Steve Biko, een rolmodel voor Palestina?

Arun Gandhi, de kleinzoon van de Mahatma, groeide op in Zuid-Afrika. Vanuit zijn achtergrond trekt hij zich het lot van de Palestijnen ten zeerste aan: zij hebben het naar zijn zeggen tien keer zo zwaar als destijds de zwarten (en andere minderheden) in Zuid-Afrika. Hij heeft ook een oplossing:

“Arun has given many speeches about non-violence in many countries. During his tour to Israel, he urged the Palestinians to resist Israeli occupation peacefully to assure their freedom.

In August 2004, Gandhi proposed to the Palestinian Parliament a peaceful march of 50,000 refugees across the Jordan River to return to their homeland, and said MPs should lead the way. Gandhi also claimed that the fate of Palestinians is ten times worse than that of blacks in South African Apartheid. He asked: “What would happen? Maybe the Israeli army would shoot and kill several. They may kill 100. They may kill 200 men, women and children. And that would shock the world. The world will get up and say, ‘What is going on?’.” Gandhi later said that Yasser Arafat was receptive to the march idea, but it became a moot point after Arafat’s November 2004 death.”

geweldloos verzet

De methode van geweldloos verzet van Gandhi sr. en jr. is inderdaad een beproefde. Maar hoe ging het destijds in Zuid-Afrika? Internationale aandacht en protest kwamen in een stroomversnelling door de volgende reeks specifieke gebeurtenissen, die naar mijn mening een cruciale rol hebben gespeeld:

  1. De dood van mensenrechtenactivist Steve Biko in 1977 door politiegeweld.
  2. Journalist Donald Woods vluchtte uit Zuid-Afrika om het verhaal naar buiten te brengen.
  3. Songwriter Peter Gabriel schreef in 1980 een krachtig statement getiteld ‘Biko
  4. In 1987 verfilmde Richard Attenborough de gebeurtenissen in Cry Freedom.

Toen werd ook het nummer van Gabriel voorzien van de beroemde videoclip met beelden uit de film. De indringende ‘shots’ van de politie die met scherp schoot op scholieren gingen vele malen de wereld rond. Een aantal maanden daarna was het gedaan met Apartheid.

Als de Palestijnen verzet zouden plegen met een vreedzame mars van 50.000, dan zou de Israelische regering zeer zeker op hen inschieten – dat doen ze zelfs bij hun eigen mensen*. En hoe zou de rest van de wereld dan reageren? Traag maar adequaat, zoals in het geval van Zuid-Afrika? Of ambivalent tot in de eeuwigheid?

“And the eyes of the world are watching now”


Are they?

Mister Gandhi, how about een nieuw geweldloos offensief, als alternatief voor het bloedige geweld van Hamas? Het zal niet eenvoudig zijn hen erin te doen geloven.

Maar laten we erop vertrouwen dat er altijd nieuwe Attenboroughs en Gabriels op zullen staan – opdat wij niet vergeten.

En dat geldt net zo goed voor al die andere plekken waar onderdrukking heerst, en waar internationale druk de situatie structureel zou kunnen verbeteren.


* http://www.indymedia.nl/nl/2009/06/60023.shtml:
Ashraf Abu Rahmev lives in Bil’in, a village in the occupied Westbank. Every week the inhabitants of Bil’in demonstrate against the wall that Israel has built through their lands. The demonstrations meet a lot of violence from the Israeli army. Ashraf was recently shot while being handcuffed. Ashrafs brother Bassem was killed by the Israeli army during one of the non-violent demonstrations in Bil’in in April 2009.

Lymor Goldstein and Inbar Choresh are activists with Anarchists Against the Wall, a direct action group that was established in response to the construction of the wall Israel is building on Palestinian land in the Occupied West Bank. The group works in cooperation with Palestinians in a joint popular struggle against the occupation. Goldstein was shot in his head during a demonstration in Bil’in and is a human rights attorney.



Addendum (17-05-’11): Here comes your non-violent resistance

Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

De waarde van het weerwoord

  Tot voor enige jaren waren gemeenten die het zagen zitten om een (aangekondige) demonstratie van extreem-rechts doorgang te laten vinden, op één hand te tellen. Sinds 2002 is daar een kentering in gekomen en vandaag de dag trekken die pestkopjes steevast aan het langste eind. Desnoods via een kort geding en maar al te gretig om de schade in te halen. De gemiddelde burgemeester mompelt dan wat over de vrijheid van meningsuiting – die immers een groot goed is ook al brengt ze enorme veiligheidskosten met zich mee – adviseert iedereen er zo min mogelijk aandacht aan te besteden en neemt zich voor zelf het goede voorbeeld te geven door nadrukkelijk de andere kant op te kijken. Niet alle onderdelen van de democratie zijn nu eenmaal even prettig; ook grondrechten hebben een schaduwzijde.

en toch ook weer niet helemáál absoluut

Maar met een beetje pech vindt hij (m/v) een clubje mensen op zijn pad die roet in het eten gooien, door een vergunning aan te vragen voor een tegendemonstratie. Menig korpsbeheerder van een middelgrote gemeente denkt dan ‘double trouble’ en grijpt naar het ultieme middel: een verbod voor hun, o.g.v. een mogelijke dreiging voor verstoring van de openbare orde. Want wat dat ook moge zijn, die is nog altijd net iets heiliger dan enig grondrecht. Den Haag vormt een voorbeeld ten positieve. Daar ging men al vaker relaxed om met tegendemo’s (maar zij zijn er ook meer op ingericht) en meestal komen die gastjes dan niet eens opdagen. Maar (of liever: dús): wat kunnen andere steden nu redelijkerwijs aanvoeren om voor te vrezen? Ja jeetje, je zal maar aansprakelijk zijn voor die eerste keer dat het ergens mis ging. En zo worden meer en meer plaatsen getracteerd op openbare manifestaties ‘nazi-style’, zonder (officiële) gelegenheid tot weerwoord.

O.k., hoe erg kan dat nou helemaal zijn – je laat een paar pubers je zaterdagmiddag toch niet verpesten? Nou, ze doen anders wel hun uiterste best! De laatste jaren was de Nederlandse Volksunie (NVU) al aardig in opmars, maar zij zijn recentelijk overvleugeld door de NSA, (Nationaal-Socialistische Actie). Deze fijne club op zijn beurt ziet zich inmiddels als erfvolgers van de ‘linkse tak’ van de SA (Röhm en Strasser). Bin Laden en consorten zijn hun hedendaagse helden, in de eeuwige strijd tegen de Joden uiteraard. Wie weet wat ze nog meer gaan voortbrengen wanneer ze intellectueel tot volle wasdom zijn gekomen. Dit inspireert hen dan vervolgens tot … protesten tegen sociale afbraak, het kraakverbod – eigenlijk alle thema’s die we kennen van de linkse jongerencultuur, die ze ook uiterlijk nauwgezet kopiëren! Die mix spreekt aan en de actieve afdelingen schieten als paddestoelen uit de grond. Zal het ook weer overwaaien, als we er maar ‘geen aandacht aan schenken’? Of staan ons nog vele, vele happenings van dit genre te wachten?

het promotieteam komt naar je toe deze zomer

Zelfs als dit maar een trend is, een manier om te shockeren, dan is een tegengeluid op zijn minst gewenst. Die uiting wordt cynisch genoeg actief tegengewerkt – hier kun je lezen hoe ver dat onlangs ging in Alphen aan den Rijn. Welke richting kan/moet de situatie nu inslaan? Politiek-juridisch wordt hij automatisch, doordat de tegendemonstranten voor de rechter moeten verschijnen om hun recht iets terug te zeggen te verdedigen. En die hakenkruizen en die opgestoken handjes, moeten we daar soms aan gaan wennen anno 21e eeuw? Er is op zich de mogelijkheid het strafrecht aan te scherpen (en hier en daar de teugels weer aan te halen). Of moeten de tegengestelde krachten dit (eerst) maar uitvechten, op wat voor wijze dan ook? Het is waar dat het verbieden van vnl. symbolen nauwelijks verder reikt dan symboolpolitiek. Zowel in links-activistische kringen als bij haatzaai-onderzoeker Bas van Stokkom* valt bijzonder weinig animo te bespeuren voor een oplossing middels de wet, maar des te meer voor de dynamiek van het maatschappelijk ‘debat’ (in welke vorm dan ook) om zijn zelfreinigende functie te verrichten.

Mocht de NSA komende lente ook bij jou in de straat een parade komen weggeven dan treedt die dynamiek vanzelf in werking, met dezelfde wisselende kansen op sukses als elders. Soms is er genoeg sociale samenhang voor een ongeorganiseerde, spontane uiting van ongenoegen, zoals vorig jaar in Bergen op Zoom. De aldus gemanifesteerde actiegroep richtte zich op, onder de naam Comité Artikel 1, en vervoegde zich kort daarop bij de burgemeester van Oz Oss met het aanbod de burgers aldaar eveneens te ontzetten. Op het moment suprème werden ze vakkundig om de tuin geleid, terwijl de voltallige hofhouding ‘demonstratief’ naar de wolken staarde en de massa het ritueel gelaten onderging. De juiste wind waait niet altijd. Sterkte dus voor al wie dit nog te wachten staat. En laat je niet het zwijgen opleggen. (Enne, als je dan tòch bezig bent: reclaim the streets, as well! Y’all know, the Zappa way.)

* Van het WODC-rapport Godslastering, discriminerende uitingen wegens godsdienst en haatuitingen.

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (4)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 4: Afrekenen met het geitenwollen circuit

Leiden heeft bijna twintig jaar de artikel 12-status gehad en maakte vooral in die tijd een armoedige indruk. Paul Bordewijk, in die periode wethouder van financiën, zag dat niet als onder curatelestelling, integendeel: het betekende een welkom extraatje. Toch kun je nog steeds aan de jaarringen van verkrotte panden zien dat hun achterstallig onderhoud uit die tijd stamt. Het Grote Stedenbeleid ziet hij als minder florissante opvolger, want meer ge-bemoei dan geld. Je hoeft dan ook maar een blik te werpen op de projecten die GSB II heeft voortgebracht om te constateren dat men ook te veel in mensen en te weinig in stenen investeren kan.

Hoe dan ook, zowel onderhoud als het behoud van functies hadden (hier) geen prioriteit. Want ondertussen ging ook bij ons de afbraak van sociale woningbouw vrolijk in z’n volgende versnelling dankzij de omvorming van woningbouwverenigingen naar corporaties, terwijl het bestuurlijk apparaat voornamelijk groot onderhoud aan zichzelf pleegde (in cosmetisch opzicht). Welzijnsorganisaties en sociale werkvoorzieningen werden zonder pardon in de markt gezet. Ook zelfstandige (vrijwilligers)organisaties op cultureel en maatschappelijk vlak zouden die dans niet ontspringen – de middelen om ze in de tang te nemen zijn tegenwoordig ruimschoots voorhanden en er valt altijd wel wat uit te persen.

van huisjesmelker tot speculant

Alsof het een oneindig gecompliceerd ruilverkavelingsproces betreft drijft de gemeente levendig handel in allerlei panden. Op het moment bezit zij er maar liefst zeshonderd. Het draait hier kennelijk om een spel met een (bewerkte) dobbelsteen of om hogere wiskunde want zowel strategie als doel zijn niet te doorgronden. Ach, zolang je de schijn maar ophoudt. Op basis van kop of munt werden her en der stichtingen en verenigingen geparkeerd, met antikraak-effect op de koop toe. Zolang het streven was dat subsidies kostendekkend waren voor de vaste lasten maakte het niet uit dat dat geen broekzak-vestzak constructie mocht heten. Maar waar vaste lasten de neiging vertonen de pan uit te rijzen, vertikken subsidies het om dat kunstje aan te leren.

In de marktgedachte is simpelweg geen plaats voor non-profit: besturen en in stand houden zijn daar twee heel verschillende grootheden. Als gemeente zijnde zijn de handen en voeten van je ambities aan allerlei regels gebonden, maar je dromen kunnen een huizenhoge vlucht nemen. En dankzij het feit dat de huidige duale gemeenteraad slechts het budgetrecht heeft kun je toch gezellig meekwartetten met de vrije jongens. Men creëerde dus een lijst met (toen  nog) 100 te verkopen panden waar de raad blindelings zijn zegen over uitsprak. Staat je naam daar op, dan is je lot bezegeld. Ongesubsidieerden als de Vereniging van Huisvrouwen gingen er als eerste aan, wie laat daar immers een traan om.

“Rrround up ….”, as usual

Kennis van de hitlist is voorbestemd aan ingewijden, maar lekt heel onsmakelijk aan alle kanten naar buiten. Medewerkers van een tehuis voor jongerenopvang ontdekten op een buurtavond over mogelijke locaties voor gedecentraliseerde daklozenopvang dat hun eigen adres daar een rol in zou spelen. Sociëteit de Burcht werd niet alleen onaangekondigd tot poppodium gebombardeerd, maar dat bleek ook nog eens een losse flodder omdat ze onverhoopt op de zwarte lijst prijkten. De cultuurwethouder liet zich als loopjongen niet onbetuigd maar verstomde zodra de Cosa Nostra het mes op tafel plantte. Bij het Wachtgebouw bij de Morspoort werd ‘bewoning geconstateerd’ en dat mag niet. Tegen de tijd dat de roddel was weerlegd, was het pand reeds keurig leeg opgeleverd aan de nieuwe eigenaar. Huurders vallen kortom onder de noemer ‘meubilair’ – zoals in: ‘met of zonder’.

Op de winkel passen mag dan nooit als bijzonder cool te boek gestaan hebben, het korte termijndenken van dit tijdverdrijf is weer het andere uiterste. Inmiddels heet het dat het een schande is dat ideële organisaties geen marktconforme huur ophoesten, want ‘wie moet nu het groot onderhoud opbrengen’? En blijkbaar is dat geen retorische vraag. Want je zou zeggen: dezelfde natuurlijk die categorisch weigert om de relatie tussen subsidie en vaste lasten (en output!) in de breedte te herzien. Stadspartij Leiden Ontzet stelde dat de gemeente zèlf zo stom was om miljoenen aan OZB aan haar neus voorbij te laten gaan, maar zou van de opbrengst uit verkoop een cultureel centrum willen realiseren. Maar om doelen draait het immers niet, slechts om geldelijk gewin. Zelfs corporaties hebben nog een groter maatschappelijk besef.

van je maintiendrai naar hier waak ik

Er bestaat nog een instrumentarium om de mindere goden de duimschroeven aan te draaien. Dankzij diverse milieumaatregels (o.a. asbest) en grote branden à la Volendam op zijn tijd kon de regelgeving volledig doordraaien. Daardoor word je in feite gedoogd tot ze je zat zijn. Voor de lokale besturen, met hun vergrote macht en vrijheden, bleek het een mes dat aan twee kanten snijdt, want bovendien een goudmijn. Want raad eens wie de benodigde investeringen mag doen? Vroeg of laat kom je er achter dat jij ze ging betalen uit je exploitatie. Zo ga je commercieel draaien of je wil of niet (als je dat niet al deed). De regelgeving duwt je bovendien in de richting van de jaloerse horeca-waakhond, maar als je plat op de grond gaat liggen doet-ie niks.

Ja maar hóór eens even … wie subidieert wie nu eigenlijk?! Dat is in deze verwarrende tijden niet meer helemaal duidelijk. Wel is het zo dat geld nog steeds geld aantrekt, want anders zou het anarchisme zijn natuurlijk! Zo zal de orde zich uiteindelijk dan wel herstellen en waar gehakt wordt vallen spaanders. Wie zich nog niet rijp voelt voor de slacht, begeve zich zich met spoed (terug) naar enigerlei laagdrempelige enclave in de luwte van het regelgeweld. Of hebben ze de nooduitgang dichtgemetseld? Help!

Foto 2: Cityhall Leiden, schilderij van Frank Borst. Foto 3: Strijd tussen de elementen: de Stadhuisbrand van 1929.

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
5. Free market calling Orson… come in, Orson

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (3)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 3: Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject?

Vorige week had RTL-nieuws een item over gemeentelijke kostenoverschrijdingen bij bouwprojecten. Die rijzen nl. structureel de pan uit: de onderzochte gevallen uit het hele land lieten een gemiddelde zien van 35%. Zelfs in dit illustere gezelschap wist Leiden als vanouds z’n mannetje te staan met het betere werk: de overschrijdingen van de verbouwing van de Stadsgehoorzaal met 35% en die van het Scheltemacomplex met maar liefst 81%. Had je ze hier ter stede anderhalf jaar geleden naar de cijfers gevraagd, dan hadden die zich bij lange na niet zo in hun rijkelijke pracht ontvouwen als nu het geval was.

“verdorven bestuurscultuur” en de befaamde regierol

Dat is immers het probleem met overschrijdingen, dat ze vrijwel onzichtbaar zijn. Maar niet langer… want toen wethouder Witteman zich in mei 2007 door zo’n verradelijk addertje in het nauw gedreven zag en een een-tweetje op touw zette met zijn fractiegenoot in de raad, bracht hij aan het licht dat er duistere machten aan het werk waren. Door een soort samenzwering door voorgangers, medewerkers en de duvel in eigen persoon liep het aan alle kanten uit de klauwen. Hij overleefde dat interpellatiedebat met vlag en wimpel – wie had ook anders verwacht – en er werd een speciale raadscommissie geformeerd om het college bij te staan met diepgaand onderzoek. Aldus geschiedde en sinds kort genieten we de eer deelgenoot te mogen zijn van de inhoud van het rapport Leiden, stad van ambities van de Raadscommissie Overschrijdingen Grote Projecten.

Het rapport begint al met oorzaken aanwijzen en conclusies trekken, alvorens ook maar aan een casus toe te komen. Dat zal wel modern zijn. Of waarschijnlijk is het de meest logische volgorde als je de problemen als oplossingen aan de man wil brengen. Maar… later! De vraag wat er structureel mis is met Het Openbaar Bestuur schrééuwt om het langzaam toewerken naar een climax. Eerst laten we de troetelkinderen de revue passeren – met dank aan de geachte commissie voor het voorwerk. (Bij wijze van contrast volgt een aflevering waarin integraal de dramatische effecten van diezelfde ‘verdorvenheid’ op de leefomstandigheden van de ‘lower culture’ aan het boerenverstand worden onderworpen. Als u dàn nog puf en trek heeft kunnen we altijd nog dat gezwatel over de zegeningen van regierol en projectmatig werken opdissen.)

Voor ons als kleine podia zijn de onderzochte organisaties als de zusters die wèl een uitzet in de (bodemloze) schoot geworpen kregen. In beide gevallen was er in 1e instantie sprake van een rooskleurige exploitatie die de investering ruimschoots rechtvaardigen zou en blijkbaar kost het veel tijd voordat een realistisch plaatje boven komt drijven. Sommige overschrijdingen zijn van het gehalte “Gut, dat heb ik nou altijd hè, dat ik die damwanden over het hoofd zie”, maar andere zijn simpel het gevolg van tijd en mens-uren die het kost om die vergeetachtigheid uit de lengte of de breedte te toveren, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Wie er in de toekomst zo stoer is met een betrouwbare begroting op de proppen te komen en of dat politiek gezien wel slim is – want dan komt er natuurlijk helemaal niets meer van de grond – valt nog te bezien. Tot dat gedenkwaardige moment lijkt onderhavig rapport slechts een nieuwe fase van Alzheimer in te luiden.

Stadsgehoorzaal (Aalmarktzaal)

Grote Zus Stadsgehoorzaal (p. 71)

Het Kredietbesluit RV 06.0002 liet op 16-1-2006 een kostenplaatje van 9,5 miljoen euro voor de realisatie van de 2e zaal zien, naar men achteraf zegt ‘exclusief losse
inventaris (350.000 euro) en grondexploitatie’. Van diezelfde datum is RV 06.0172, dat een overschrijding door tegenvallende aanbesteding (2.560.000 euro) oplost d.m.v. “Bezuiniging van 1,3 miljoen euro door verbouwing Aalmarkt 5-6 en het verkleinen van kelders buiten het plan te laten. Sloop- en bouwrijpmaakkosten (300.000 euro) komen ten laste van grondexploitatie. Resterend deel van 960.000 euro via aanvullend krediet.”. Op 10-10-2006 volgt een kredietbesluit (RV 06.0117) dat 350.000 euro uit de programmabegroting beschikbaar stelt voor de inrichting.

Op
24-4-2007 tenslotte smijt Kredietbesluit RV 07.0057 er nog eens 1.620.000 euro tegenaan wegens extra kosten voor adviseurs, projectmanagement, architect, uitvoeringskosten en negatief resultaat aannemer. 970.000 euro daarvan wordt opgelost “via de post onvoorzien, extra bijdrage bouwkosten MAB, plankosten toerekenen aan grondexploitatie Aalmarkt, en afzien verwerven Aalmarkt 5-6 waarbij positief effect op grondexploitatie Aalmarkt wordt aangewend voor de Stadsgehoorzaal. De resterende 650.000 euro wordt bij de besluitvorming over het PRIL 2007 aan de vereveningsreserve grondexploitaties onttrokken.” (PRIL staat voor Programma Ruimtelijke Investeringen Leiden; zie ook p. 14 van het rapport.)

Da’s een hele mond vol droge feiten, maar het betekent dat de zaak in een jaar tijd opliep van 9,5 mio naar 12.844.000 euro. (In september j.l. zat er overigens nog steeds een gat van 1.270.000 tussen de verleende kredieten en de werkelijke kosten.) We zien een partij ongelofelijke blunders, maar ook een vergaande verknoping met het Aalmarktproject (waardoor vertraging ontstond en dus onkosten) en dat in een periode van nog geen twee jaar de projectleiding twee keer werd gewisseld. Het grote aantal externe onderzoeken om aan het oorspronkelijke budget van 8,5 mio te kunnen voldoen had ook wat je noemt een averechts effect (zie p. 15 en 16). Men gokt(!) er blijkbaar op dat SGZ middels een lening zelf bij kan dragen:

“Op basis van onderzoek van BDO is in het verleden besloten een bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie van de kleine zaal op te nemen in de begroting. Het college geeft bij de behandeling zelf aan dat de culturele programmering onder druk kan komen te staan als de verbeterde exploitatie wordt aangewend om de investering voor de tweede zaal te investeren. Met de Stadsgehoorzaal is afgesproken dat er naar alternatieve financieringsbronnen wordt gezocht.” (p. 16) “
In januari 2006 besloot de wethouder Cultuur niet te melden dat de Stadsgehoorzaal moeite zou hebben met het opbrengen van de bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie in combinatie met de jaarlijkse huur van 55.000 euro. De betreffende wethouder heeft aangegeven dat het voorbehoud van de Stadsgehoorzaal met name de huur betrof en dat dat geen zaak voor de raad was.” (p. 26)

Vorige wethouders zouden dit risico weggewoven hebben. Hier wreekt zich het gebruik van kretologie: in plaats van de methode inhoudelijk aan de kaak te stellen wordt het als een ‘risico’ voorgespiegeld. Voorts zouden het moties vanuit de raad zijn die aanbesteding onaantrekkelijk maken. Onzin, de waanzinnig slechte  reputatie van de gemeente is daar al ruimschoots toe in staat en het is bovendien hoogconjunctuur in de bouw. “De gemeente heeft vier rollen ten opzichte van de Stadsgehoorzaal: ontwikkelaar, gebouweigenaar en verhuurder, subsidiegever en aandeelhouder van de BV. Deze rollen zijn nooit echt ‘ontward’ en vertaald in heldere zakelijke afspraken.” (p. 30) En last but not least werd ook nog in het plan gesneden volgens de klassieke voor zich uit schuif-methode (p. 35-36).

 “Wat bij deze overschrijdingen vooral opviel, was dat ze betrekking hadden op kosten die voor het grootste deel al waren ontstaan in de zomer van 2006 en dus ver voor het debat met uw raad van januari jl. Deze informatie was op dat moment ook niet bij het college bekend. Was dat het geval geweest dan was het niet ondenkbaar geweest dat het college de raad zou hebben voorgesteld de nieuwe tweede zaal uit de plannen te schrappen. Als gevolg van de aanbesteding was dat nu echter niet meer mogelijk.” (weth. Witteman)

Zusje Scheltema (p. 73)Scheltemacomplex

Het Scheltemacomplex is een historisch nijverheidspand vlakbij de Lakenhal en is in 2000 in bouwvallige staat in handen van de gemeente gevallen. In 2004 werden er, met het oog op de komst van permanente logé Paul Koek van Theatergroep de Veenfabriek, enthousiast plannen gesmeed voor de renovatie. De gemeente bombardeerde het complex tevens tot toekomstig Kijkplein en Rembrandt Ontvangsthal – en in verband met dat laatste moest alles per 2006 in kannen en kruiken zijn. Er werd dan ook met de bouw aangevangen alvorens de besluiten rond waren en het vergunningentraject liep parallel.

Zo ongeveer tijdens de feestelijke opening van het Rembrandtjaar kwam pas aan het licht dat de gemeente nieuwbouweisen aan de veiligheid had gesteld, terwijl de architect zich op de monumentenstatus had gebaseerd… èn dat dat krediet reeds was uitgegeven. Op p. 35 worden de schrikbarende kosten geserveerd, maar helaas zijn de bonnetjes voor advies e.d. daar onontwarbaar doorheen geroerd. (Gek, dat gebeurt nou altijd!) Op terloopse wijze passeren daar ‘ overschrijdingen als gevolg van werk op regiebasis‘ – terwijl ‘regie’ juist centraal staat in het rapport der rapporten, die geloofsbelijdenis van de nieuwe politiek, die moest dienen als pleister op de zonden…! Wie eindverantwoordelijk was voor de uitgaven blijft voor altijd een mysterie, maar bij de uitvoering waren maar liefst 7 diensten betrokken (p. 59), allen geteisterd door een tsunami aan reorganisaties (p. 50). Enfin, het kost wat – maar dan heb je ook het veiligste monumentale pand van heel Nederland!

Erger is echter het exploitatieverhaal, wat grotendeels buiten de ‘scope’ van dit raadsonderzoek valt. Onder het vermanende kopje ‘Eerst de inhoud dan pas het geld’ staat: “Besluitvorming over de exploitatie van het Scheltemacomplex vond plaats met een perspectief van vier jaar met het motto ‘daarna zien we wel’. In een vroege fase bleek al dat het moeilijk zou zijn om de exploitatie van het Scheltemacomplex door de Stichting Scheltema kostendekkend te krijgen. Op voorstel van het college stemde de raad ermee in pas na vier jaar een marktconforme huur te vragen. Voor de gemeente was er sprake van een risico van 400.000 euro als de stichting die huur na vier jaar niet zou kunnen opbrengen. De verantwoordelijke wethouder gaf in de raad aan dat je die uitgave “dan als een soort cofinanciering zou kunnen beschouwen voor de culturele inhoud die Leiden in die afgelopen periode qua programmering heeft teruggekregen”. Inmiddels is duidelijk dat de stichting een aanzienlijk exploitatietekort verwacht in 2009 vanwege huurafdracht aan de gemeente.” (p. 47)

Het ondernemersplan zou na goedkeuring door Ernst & Young – ja ja, alleen de beste! – in juni 2005 zijn goedgekeurd door de raad. Boze tongen beweren echter dat het hele ding nooit gesignaleerd is. Inmiddels is allang niet meer te achterhalen wat er allemaal is bijgepast, maar het gaat om meerdere incidentele subsidies – en nòg vreest men met grote vreze voor 2009..?! Hier helpen geen (bouw)smoezen, maar het staat ook niet ter discussie. Integendeel, het gaat met een vanzelfsprekendheid waar je u tegen zegt. (Scheltema heeft dan ook een petemoei: er zitten verschillende bobo’s in zowel bestuur als CvA.) Dus allemaal leuk en aardig zo’n rapport over het verdorven fenomeen van de overtreffende trap, maar wat regie eigenlijk inhoudt moet men nu óók eens een keertje gaan bedenken. Nu wijst het vingertje maar wat in de rondte in plaats van dat de hand in eigen boezem gaat.

Aanvulling 2011: VPRO’s Goudzoekers “onderzocht zeventien projecten van gemiddeld 34 miljoen euro en rekende uit dat per project gemiddeld 50 procent wordt overschreden!
Maar wie verdient er nu aan? Zijn het de bouwers die overheden altijd te slim af zijn met hun lijstjes meerwerk? Of zijn het juist de overheden die bewust projecten te laag inschatten en later de meerwerk kosten voor lief nemen?
Bent Flyvbjerg, professor aan de Universiteit van Oxford, heeft op grote schaal onderzoek gedaan naar bouwprojecten door de jaren heen. Volgens Flyvbjerg doet iedereen, dus bouwers, overheden en consultants, voortdurend mee aan een schimmig spel: “we noemen het bewuste manipulatie van de cijfers. Maar het is eigenlijk gewoon liegen!”.”

Andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit
5. Free market calling Orson… come in, Orson

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (2)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 2: Modern strategisch (muziek)beleid: het opofferen van de voorhoede

cinderellaEr waren eens… 7 stiefpodia. (Voor de omstandigheden leze men bij voorkeur allereerst ‘Het sprookje van Muziek in Leiden‘.) Het Leidse poppodium LVC wordt al sinds 1980 aan het lijntje gehouden met de belofte van nieuwbouw in het onlangs gekapseisde Aalmarktproject. Als dekking diende een aalmoes uit het parkeerfonds – een stiefproject dient immers onderhands bekostigd te worden. Omdat er nooit iets gebeurde,  werd het allengs een kwijnend bestaan. Hetzelfde schamele lot trof de rest van muziekprogrammerend (en muziekminnend) Leiden. Van kwaad tot erger werd het, van de regen in de drup.

Toch wilde de ironie dat in 1997 Leiden de titel (of zo u wilt de merknaam) ‘Stad van culturen’ droeg. Geld op de plank, maar voor de rest geen idee. Het complete programma dat Francis de Souza namens Cultureel Centrum de X indiende kwam als een geschenk uit de hemel. Dit wapenfeit markeerde tevens het begin van de reputatie van de X als wereldmuziekpodium. Ook resulteerden de inspanningen van een aantal podia in een ‘joint event’ als het Grenzenloos Festival, alwaar de liefhebber qua genres alle hoeken van de zaal om z’n oren krijgt. Als klapstuk werd het samenwerkingsverband STAMPOD opgericht (hierna te noemen: wij).

1e akte, het decor: de puinhopen van Pechtold

Intussen zwaaide Alexander Pechtold de scepter als wethouder van cultuur. Wanneer het ging over de knelpunten antwoordde hij steevast: : “Het barst hier van de…!” Want ondanks het onbarmhartige klimaat gloeide en broeide het dat het een aard had. Tòch openbaarde Pechtold nog een visioen alvorens naar hogere regionen te verkassen: het zogeheten 4e Kernpodium. “Zeven in 1 klap”, moet het kereltje gedacht hebben en het oreerde dat deze ‘Melkweg van Leiden’ spontaan zou verrijzen uit de zieltogende zaal van het Muziekhuis: de Qbus. In 2001 werd besloten dat het idee wat de locatie betrof verdere uitwerking behoefde, want de raad geloofde niet in sprookjes. Behalve dan in die ene zeer hardnekkige mythe dat cultuur van de wind kan bestaan.

“Het vierde podium is een podium met live acts voor liefhebbers. Het vierde podium is de broedplaats voor jong talent, experimentele acts, wereldmuziek, moderne jazz, hedendaags klassiek, folk, cross-overs met andere kunstdisciplines, en beginnende regionale bands. Het vierde podium is de thuishaven voor Cultureel Centrum de X (nu nog in het Leidse Volkshuis), Podium Hot House, Folkclub Horus, Made in Leiden etc”.

Uit de nota Muziek in Leiden. (De andere 3 kernpodia zijn Pieterskerk, Stadsgehoorzaal en LVC.)

De Qbus zonk intussen dieper en dieper weg in het drijfzand. Pechtold had gretig een uitspraak van onze voorzitter, dat je niet [al] het geld in stenen moet gaan steken, gejat.  Zijn opvolger c.q. puinruimer kwam er volgens strikte lezing van dat recept echter ook niet uit. Uiteindelijk ging er 8 ton op aan het wegpleisteren van de bestaande tekortkomingen, waarvan de helft werd besteed aan akoestiek en veiligheid (waar destijds op beknibbeld was) – en de rest aan inkomstenderving, met de meest prachtige eufemismen omkleed. Enkel omdat generaties van bestuurders uit misplaatste zuinigheid het paard achter de wagen blijven spannen. Natuurkundigen staan voor een raadsel over zoveel traagheid bij zo’n geringe massa.

2e akte: het fata morgana met het granieten plafond

Als je dan als dorstige in de woestijn, aangewezen op tijdelijke locaties van bordkarton of peperkoek (met gratis heks), vlak voor de verkiezingen de lijsttrekkers van PvdA en CDA een ambitieus plan voor een ‘poptempel’ hoort afkondigen, denk je toch wel even “hè nee, niet wéér!”. Maar college en raad gaven carte blanche zolang het maar binnen de 6 ton aan jaarlasten zou blijven, verder zou het ze een worst wezen. En de nieuwe wethouder, geheel per ongeluk een SP-er, gaf op zijn beurt ons weer carte blanche. In nauwe samenwerking met een landelijk expert op het gebied van muziekpodia werd aldus een plan gesmeed voor een muziekcentrum met meerdere zalen en oefenruimtes. Het was voorwaar als een warm bad.

Maar najaar 2007 bracht een koude douche: de coördinerend ambtenaar vertrok, het college viel en tegen de tijd dat het nieuwe in het zadel zat, had een reorganisatie ons van onze vaste ambtenaar beroofd. Tijdens de formatie beschikten de collegepartijen in spé niet over de stukken. Ondanks dat niemand iemand aan bleek te kunnen sturen, werd ons ‘verteld’ dat wij ze niet mochten distribueren. Enige maanden later bleek het zgn. Nobelplan veel te duur… op basis van geheimzinnig uitziende cijfers en vreemde constructies.

Inmiddels was Sociëteit de Burcht, waar 2 dakloze podia asiel hadden gevonden, doorverkocht aan de hoogste bieder, een bekende woekeraar. Hij was verliefd, zij werd uitgehuwelijkt. Ondanks negatieve adviezen vanuit meer dan één ambtenarendienst zag de betreffende wethouder er het risico niet van in. Sterker nog, hij liet zich publiekelijk ontvallen dat al die maatschappelijke instellingen eigenlijk verkapte subsidie krijgen omdat ze geen marktconforme huur opbrengen. Oftewel, men denkt kennelijk dat Assepoester de kip met de gouden eieren onder haar rokken verbergt – of dat die vent uit Wassenaar soms Repelsteeltje heet. Iemand moet al dat achterstallig onderhoud toch betalen – want eigenaar de Gemeente verpatst panden met huurders en al om de mooie jongen met de natte dromen uit te hangen, in plaats van zorg te dragen voor wat er is.

3e akte: de boze tovenaar en het glazen muiltje

Maar wat was er toch allemaal gebeurd met dat plan?* Ja nee, dat was de nieuwe werkwijze. Het is namelijk zóó vreselijk uit de klauwen gesjeesd bij de Stadsgehoorzaal en het Scheltemacomplex… Hm, zeg dat wel! Dat zijn de projecten ‘die we toch maar bereikt hebben’. Als op de langverwachte audiëntie bij de wethouder met een dergelijke loftrompet zijn speech wordt afgestoken, dan heb je alweer gegeten en gedronken (in de zin van Tantalus’ kwelling dan). Die paradepaardjes beloofden wèl eieren, zij “toonden commitment”, maar toen puntje bij paaltje kwam bleken het bodemloze putten. Het doet niets af aan hun glans – integendeel.

Dus daarom doen we nu alsof reguliere kostenstijgingen niet geïndexeerd hoeven te worden. En daarom gaan we ineens subsidies bij de stichtingskosten optellen, alsof die subsidies niet sowieso m.i.v. 2008 op conto van de gemeentes komen. Daarom kiezen we dus voor herhuisvesting van het LVC alléén – wiens huid (het huidige pand) meteen de etalage in kan – wat vervolgens een tekort op de exploitatie laat zien. En omdat het anderhalf keer zo duur wordt, moet het gebouw tot tweederde inkrimpen, sprak de magiër. Daar moet men dan samen (sic) in die rompvariant maar uit zien te komen. Want dàt is de nieuwe werkwijze. Wel, zeer vereerd. Kijk die raad eens enthousiast zijn! Zo’n gevoel voor urgentie is hier nog nooit vertoond.

 Uw veranderingswoede heeft in 2007 al 6,5 miljoen euro aan externe expertise gekost. Van dat geld had u de kleine muziekpodia een eeuw lang kunnen subsidiëren.
(Frank Elkhuizen, voorzitter van STAMPOD n.a.v. een recente bezuinigingsronde)

fotoDat moderne gedoe met dat kaders stellen, dat werkt niet. Het gaat geen moment over de inhoud – sterker nog: het gaat alleen nog over parkeergarages die essentieel zijn voor de begroting. Ook boeit het niet of een bedrag ‘impulssubsidie’ (een koosnaampje voor derving) heet of dat je het kunt besteden. Een financieel kader dat niet wordt afgezet tegen de output getuigt bepaald niet van enige visie. Men rekent zich graag rijk, maar al met al is dit een dure grap. Want het resultaat is dat het LVC een jaar of vijf dakloos zal gaan worden, er geen perspectief is voor de podia in de Burcht en het Muziekhuis z’n tijdelijke status verruild zag voor een permanente – maar dan wel gebonden aan een streng convenant. De sluwe wethouder gaat binnenkort de boer op met zijn glazen muiltje, maar niemand wil met hem trouwen.

foto 1: Zonder petemoei kom je d’r niet. foto 2: De maquette van de Effenaar in Eindhoven; schaal 1:1 in het geval van de Leidse tempel als-ie met de huidige snelheid blijft krimpen.

 
*Zie ook:          Overzicht besluitvorming Muziekcentrum de Nobel
brief van Kleine Nobel naar Kunstcentrum (24-2-’10)
 
aanverwant:  Tempelvrees (over landelijk poppodiabeleid)

verder in deze serie:
de prequel:    Requiem voor een referendum
deel 1:            De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
deel 3:            Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
deel 4:            Afrekenen met het geitenwollen circuit
deel 5:            Free market calling Orson… come in, Orson

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (1)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 1: de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg

Pal in het centrum van Leiden ligt een smal steegje met een paar schattige oude pandjes, die al 40 jaar in gebruik zijn door allerlei initiatieven. Eigenaar de Gemeente Leiden had er al die tijd van alles mee kunnen doen: verkopen, eigen plannen uitvoeren of, in elk geval, het casco onderhouden met het oog op de toekomst. Maar nee, niets van dat alles. Gebruiksovereenkomsten waren er door de jaren heen maar mondjesmaat, want dat genereert maar weer allerlei rechten. Na verloop van tijd verkeerden de panden in een dusdanige toestand dat men er hoe dan ook geld op toe zou moeten leggen. En zo kon het gebeuren dat in 2005 de gemeenteraad akkoord ging met een plan om de vrijplaats te legaliseren.

De huidige gebruikers van de panden zijn Ontmoetingsruimte de Linkse Kerk en de Weggeefwinkel (beide gerund door het postparlementaire Eurodusnie), Cultureel Centrum Bar & Boos, de Fabel van de Illegaal en sportschool HongYing. Allen runnen hun toko op eigen kracht – dus zonder subsidie – en zullen na legalisatie huur en vaste lasten gaan opbrengen. Er werd besloten dat de Gemeente en Woningcorporatie Ons Doel de uitwendige renovatie op zich zouden nemen, waarna de laatste de boel zou gaan exploiteren. Ons Doel was heel enthousiast om een dergelijk project te gaan realiseren. Vol goede moed werd een traject voor vergunningen en regelgeving opgestart waar alle partijen een rol in hadden. Naar verluidt zag het lokale bedrijfsleven in de toekomst van de vrijplaats een interessante casus voor alternatieve ondernemingsvormen.

windzakken en turbulentie

Rond die tijd begon echter ook de trammelant met de wijkvereniging. Alle denkbare vormen van overlast werden gemeld, tot milieudelicten aan toe, maar nooit werd daar ook maar iets van aangetroffen. Hun gramschap geldt vooral de Linkse Kerk, die er niet alleen visueel het meest uitspringt zo op het hoekje, maar natuurlijk ook heuse anarchisten herbergt. Over Eurodusnie doen immers diverse wilde verhalen de ronde. De wijkvereniging spande allerlei rechtszaken aan (ook tegen de Gemeente, op procedurele gronden), maar heeft er tegen de Vrijplaats niet één gewonnen.

In 2006 gaf Eurodusnie hun stulpje een frisse opknapbeurt. Samen met een architect die bekend staat om zijn smaakvolle restauraties besloot men dat het veel functioneler was om de Weggeefwinkel en eetcafé Las Vegas om te gooien. Dat vormde de opmaat voor veel gehakketak over het bestemmingsplan, met de duimstok in de aanslag, alsmede de suggestie dat het hier om meer dan ondersteunende horeca zou gaan. Vlak voor de opening van de nieuwe ontmoetingsruimte De Linkse Kerk legde de wethouder op een avond georganiseerd door de wijkvereniging uit dat hij niet van plan was om van de ene dag op de andere zonder goede aanleiding te gaan handhaven, omdat geen rechter dat zou accepteren.

Op de blijde dag zelf echter liet de burgemeester de steeg middels hekken versperren(!) op grond van de brandveiligheid(!!). De vrijwilligers die het pand niet wilden verlaten mochten enige uren in de cel doorbrengen en bovendien werd de alcoholvoorraad pontificaal in beslag genomen. Een dag later werd alles (behalve de processen verbaal) weer teruggedraaid en gold alleen een quotum voor bezoekers. En zo bleven de kleinburgerlijkheid van enkele omwonenden en de willekeur van de gemeente elkaar afwisselen op de hindernisbaan richting legale status. Twee raadsleden leenden zich zelfs voor een handtekeningenactie tegen ‘dit illegale café’. Een terrasvergunning werd afgewezen op telkens nieuwe uit de lucht gegrepen gronden.

mayday

Toen in oktober 2007 het ‘lekkere linkse college’ (hun kreet, niet de mijne) zich verstapte m.b.t. het RGL-dossier leek er niet onmiddellijk een man (m/v) overboord: er was nog steeds een meerderheid binnen de nieuwe coalitie vóór legalisatie en bovendien was het proces al bijna voltooid. Alhoewel… in januari j.l. werd het stadsbestuur de mantel uitgeveegd door de rechter omdat niets in hun gedrag erop wees dat ze ergens naartoe op weg waren. Prompt werd het bericht uitgevaardigd dat de legalisering – helaas en tranen met tuiten – moest worden afgelast, want te duur! Het zal niemand verbazen dat bouwkosten door blijven stijgen terwijl jij in de treuzelstand staat, maar normaal ga je dan met de partners onderhandelen of je kijkt de gemeenteraad eens lief aan. Ook Ons Doel moest echter constateren dat de politieke wil daartoe als sneeuw voor de zon was verdwenen.

Waar eens zo’n ruime meerderheid voor de Koppenhinksteeg te vinden was, trof men nu een zuinig kijkende en volledig omgeturnde PvdA en GL-fractie tegenover zich (samen goed voor 14 van de 39 zetels). Men graaide wat in een oude schoenendoos met geruchten, teneinde te verdoezelen wat toch wel een naoorlogs unicum mag heten: dat een luttele 3 ton opeens een huizenhoog obstakel vormt. 18 insprekers kregen die virtuele muur niet omver, al spraken ze als Brugman over de procedure, de gedane toezeggingen en het financiële rookgordijn. Er was zelfs een ambtenaar van een andere gemeente die even kwijt wou dat hij nog nooit zoveel onbehoorlijk bestuur had gezien. Allemaal vergeefse moeite, als je lot allang beschoren is.

par(i)a~ of commercieel?

Vlak voor de overdracht naar Ons Doel trekt de Gemeente dus de stekker eruit, om zichzelf op te zadelen met een weinig kansrijke verkoop en de kosten voor gedane investeringen en herhuisvesting (van alleen die initiatieven die geen inkomsten genereren!). Als achteraf dan ook nog eens blijkt dat het bestemmingsplan al die tijd prima overeenkwam met de ondersteunende horeca (een gegeven waar een tsunami aan controles begin dit jaar geen verandering in kon brengen), dan toont zich een zeer bedenkelijke achterkameraffaire. En ondertussen legt de Gemeente het in haar eigenwaan nog steeds af tegen de beruchte speculant van de Putte, wiens bouwput tegenover het Centraal Station inmiddels tot een unieke stadsbiotoop geëvolueerd is…

Cultureel-maatschappelijke organisaties die de cultuuromslag naar de vrije markt niet kunnen of willen maken zijn sinds enige tijd aangeschoten wild – het ideale jachtterrein voor aaseters als wijkverenigingen, de gevestigde horeca en andere beroepsklagers. Zie ook mijn artikel Tempelvrees, over het popcircuit. Het ondernemersplan van Bar & Boos, geschreven i.s.m. specialist in dit segment de Verandering, werd nota bene afgekeurd door een horeca-adviesbureau omdat het op de inzet van vrijwilligers steunt! En als die vrijwilligers dan als ‘krakers’ te brandmerken zijn – ook al zijn het nog zulke frisgewassen workaholics – dan lijkt het een uitgemaakte zaak … Vrijplaats Koppenhinksteeg gaat er in elk geval tegen in beroep.

 Koppenhinksteeg

In juli 2005 is besloten tot legalisering van de activiteiten van de Vrijplaats Koppenhinksteeg. Dit ingezette proces, dat is uitgewerkt in het plan van aanpak legalisering Koppenhinksteeg, zetten wij voort. Wij zullen geen extra financiële middelen beschikbaar stellen dan die die reeds met “Ons Doel” zijn afgesproken. Ook aan de andere afspraken uit dat plan van aanpak houden wij strikt vast.

(Passage uit het college-akkoord van dec. ’07. Dat er kostenstijgingen waren was op dat moment al enige weken bij de fracties bekend.)

En al dit omwille van de RGL: creatief kapitaal geofferd op het altaar van de Hollandse vrijheid (vrij naar Vondel)

In genoemde trend vervult Leiden een fanatieke rol: as we speak wordt de ene na de andere organisatie om oneigenlijke redenen op de pijnbank gelegd. En waar hebben we dat nou helemaal aan te danken? Alsof de politiek gevoelde aandrang een schimmig pact te sluiten rond een tram waar geen sterveling op zit te wachten, nog niet erg genoeg was, diende dat kennelijk ook nog gepaard te gaan met een ware auto-da-fe (waar eens het vuur ‘slechts’ tot aan de schenen werd opgestookt).


foto 1: typisch krakersbolwerk; foto 3: het stadhuis van Leiden op 1 april j.l. (maar wie het andersom wil zien staat dat natuurlijk vrij) foto 2: geheime agenten kwik, kwek & kwak (vlnr: JanJaap de H (CDA), Jaap van M (beroepsklager) en Frederik Z (VVD))

De website Koppenhinksteeg.nl biedt gedetailleerde informatie, alsmede de rubriek Leiden van Eurodusnie. Daarnaast hebben de landelijke dagbladen recentelijk over dit onderwerp geschreven.

Naschrift: Op 26 februari 2010, vlak voor de verkiezingen, werd de Koppenhinksteeg ontruimd. Sindsdien onderhandelen de organisaties met de gemeente. In de huidige raad is weer een natuurlijke meerderheid voor het voortbestaan van de Vrijplaats.

28 februari 2012: Heden, op de kop af 2 jaar na de ontruiming, is eindelijk de kogel door de kerk: het college is akkoord met het plan om Middelstegracht 36 te verkopen aan de vrijplaats-stichting. Dit pand, waar vroeger Tieleman & Dros en de Leidsche Duinwatermaatschappij (LDM) in hebben gezeten, ligt op steenworp afstand van het Muziekhuis. Zie verder http://www.vrijplaatsleiden.nl/.

Andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit
5. Free market calling Orson… come in, Orson