Muzikaal intermezzo 3: de intiemste momenten

de après-toegift

In deze aflevering zoeken we toenadering tot de rasechte vertegenwoordigers van de (folk)muziek van Europa en de VS. Het pluimpje, dat moeten toch wel degenen zijn die na afloop van het concert in de barruimte nog eens helemaal overnieuw beginnen met spelen. In elk geval zijn de concerten waar je zelf de meest dierbare herinneringen aan overhoudt, meestal die die in intieme settings plaatsvonden. (Oei, dit wordt sterk anecdotisch – en het is nog maar de vraag of de sfeer een beetje overkomt… Maar dan is er nog de muziek zelf, en (hopelijk) ook de vele mooie herinneringen aan akoestische muziek die je zelf koestert.) Mijn persoonlijke bloemlezing, na een ontdekkingsreis langs geheugen en platenkast:
 
‘Little Feat’ (maar: net echt) [americana]
 
Ik weet nog goed hoe ik in contact kwam met de muziek van Little Feat, in casu de grote hit uit het tijdperk van Lowell George, hun legendarische voorman: Willin’: het was in Café de Beest in Leiden, na sluitingstijd. De ‘baas’ van het café, Rob Baars, speelde samen met Aad van Pijlen een moppie gitaar om ademloos naar te luisteren – waaronder dus Willin’. Zoals alle wereldnummers duurt ook deze veel te kort, dus wij riepen ‘bis!’. Ze hebben het toen 3 keer voor ons gespeeld. In De Beest was het altijd een beetje een chaos, en niet lang daarna ging de zaak op de fles. Rob is toen Sus Antigoon begonnen aan de Oude Vest, waar hij nog steeds regelmatig optreedt met de andere veteranen van de Leidse muziekscene. Ook Little Feat is na de dood van George in ’79 zeker niet op zijn lauweren gaan rusten en still going strong. (Helaas is het voor Amerikaanse bands zonder hoge cd-verkoop nog steeds lastig om Europese toernees rond te breien.)
 
Willin’ door Little Feat
– enkele ‘low fidelity’ live-opnamen van Rob Baars

Snake Charming [klezmer en smartlappen]

Het feestelijke programma dat de Poolse week afsloot (van Leiden en haar zusterstad Torún) bood als slotact het Haagse Snake Charming, wat een zeer goede keuze bleek te zijn. Polen gaan namelijk zéér gemakkelijk met de beentjes van de vloer – je weet niet wat je meemaakt! Voor ons Hollanders, die altijd wachten tot er eentje gaat dansen, een unieke ervaring. De wodka die aan het begin van de avond met gulle hand werd rondgedeeld zal er ook wel aan bijgedragen hebben. Toen dus Snake Charming aantrad met haar repertoire van ruige chansons, drinkliederen en klezmermuziek, ging dat erin als pap. En ze bleken onverwoestbaar: zowel qua energie als qua drank wisten ze de onoverwinnelijk geachte Polen te verslaan.

Nog weer later, toen die al hadden afgehaakt en alle vrijwilligers op apegapen lagen, bleek voorman Marcel Cuypers nog steeds een voorraad noten op zijn zang te hebben. Toen hij de oude piano in de barruimte spotte, kroop hij erachter en wist ook de rest te verleiden tot een uitgebreide toegift, die een van mijn all time favorieten bevatte: Epitaph van King Crimson… Een tijdje later volgde een ander nachtbraakfestijn, de jaarlijkse wandeltocht de Nacht van Juigalpa (een andere zusterstad), waarbij zij de slotact waren in het café van Sociëteit de Burcht. Een vrijwilliger van ons die de volgende ochtend een afspraak met de uitbater had, trof deze juist op het moment dat hij de band uitzwaaide. Kortom, het betreft hier letterlijk doorleefde muziek.

Cuypers is waarschijnlijk vooral bekend als klarinettist van de Dopegezinde Gemeente, de opvolger van het Trio Cor Witjes. Op zijn website zijn nog diverse fragmenten van oude optredens te vinden, altijd met die mengeling van ernst en ironie. Daarnaast deed en doet hij aan interessante smeltkroes-experimenten als City & Eastern[1]. “Ik loop al jarenlang rond met twee koppen. Ik hou van klezmer en ik heb altijd een voorkeur gehad voor popliedjes met een oosterse of Oost-Europese inslag. Die hoor je ook in sommige Nederlandstalige smartlappen. Die speel ik dus ook. Zodra je iets doet wat op een smartlap lijkt, weten mensen in het publiek er nog vier te noemen die ze graag willen horen. [..] Klezmer is vrolijk en droevig tegelijk. Misschien beginnen die twee koppen van me langzamerhand één kop te worden. Het nummer ‘Money’ bijvoorbeeld heeft een zevenkwartsmaat. Veel oriëntaalse nummers hebben dat ook.” (bron)

Marge Bruchac [native american]

Marge Bruchac, de zus van de bekende Indiaanse verhalenverteller Joseph Bruchac, kwam op een middag bij ons optreden. Een opmerkelijke vrouw met een intrigerende vertelstem. Ook al sprak ze Engels, dat leek geen enkel bezwaar te zijn voor de kinderen die in de zaal zaten. Van tijd tot tijd vroeg ze “hey?”, waarop de zaal antwoordde met “ho!” – dat hoort zo. Het was redelijk onderhoudend, voor zover mogelijk met zo’n hoog ‘hoe de vos zijn staart kreeg’-gehalte. Maar het echte verhaal kwam pas na afloop uit de mouw, toen we (nadat we ook het glaswerk in verhuisdozen hadden gepakt vanwege de aanstaande verbouwing) ons met alle vrijwilligers aan eettafels hadden geïnstalleerd in de grote zaal.
 
Hoe kon het nou toch dat zij er pas vrij laat in haar leven achtergekomen was dat ze Indiaanse was? Wel, dat zat zo: destijds kon je maar beter geen Indiaan zijn, want dan viel je geen beste behandeling ten deel (tot en met sterilisatie). Haar ouders hadden het haar en haar broer dan ook niet verteld. Ze werkte (als antropologe) in het museum toen tijdens een lezing een bezoeker haar vroeg om een verhaal van de Abenaki te vertellen, maar dat zei haar helemaal niets. Toen zei hij: “I’m an Abenaki indian and so are you”. In retrospectief lijkt haar talent wel een roeping te zijn: niet iets wat ze doet maar wat ze eenvoudigweg is, niet láten kan. Blijft de vraag met wat voor verhalen ze werd grootgebracht… vast Br’er Fox en Br’er Rabbit[2]

Eén van de aanwezigen in het publiek was Philip van der Zee, een verhalenverteller die je o.a. in Archeon in Alphen aan den Rijn in het wild tegen kunt komen, samen met zijn vrouw Theresia. Zij waren destijds dermate onder de indruk van Marge dat ze zich door haar in de echt hebben laten verbinden. Wat theatraal verhalen een extra dimensie geeft zijn de muzikale motieven – ‘reciteren’ is immers zingend verhalen of verhalend zingen. Echte vertellers als Marge en Philip begeleiden zichzelf dan ook met een keur aan oude muziekinstrumenten.
 
de Tenores di Bitti [Sardijnse folklore]
 
Toen we er voor de 2002 editie van het Grenzenloos Festival in slaagden om de Tenores di Bitti naar Leiden te halen, was dat niet zonder gepaste trots. Dit van Sardinië afkomstige viertal is namelijk internationaal befaamd om zijn karakteristieke samenzang. Volgens de boeker, de programmeur van Folkclub Horus, zou er een Sardijnse tolk benodigd zijn. Waarom dan, spraken ze dan geen Italiaans? En zouden ze met Frank Zappa[3] en Lester Bowie hebben rondgehangen zonder een woordje Engels opgedaan te hebben? Nee nee, Italiaans was out of the question – dat was immers de taal van de onderdrukker voor een Sardijn! En bovendien, ‘zo deed hij dat altijd‘. Enfin, het eind van het refrein luidde dat hij die tolk zelf zou regelen.
 
Zeer dicht bij huis – zoals gewoonlijk – werd een Sardijn opgevist, uit de schare van leden van het zeemanskoor Rumor di Mare. Pas bij het afhalen van de Tenores, bij het ochtendkrieken op de luchthaven van Brussel, bleek dat de goede man een dusdanig ander accent sprak dat ze elkaar niet konden verstaan. Ze hadden echter geen bezwaar tegen Italiaans en verstonden prima Engels. Het meest communiceerden we echter via internationale gebarentaal. Na afloop in de foyer van het LAKtheater gebaarden ze dat ze een rondje weggaven en met geheven glas brachten ze vervolgens een muzikale toast uit. Van zo dichtbij en opgedragen aan jezelf is het nog veel mooier. Sardijnen laten overigens het vaatwerk heel.

tenores_di_b
tenores

Foto’s: 1. Marcel Cuypers 2. Marge Bruchac met echtgenoot Justin Kinnick 3. Philip van der Zee 4. & 5. de originele Tenores di Bitti

Voetnoten: [3] Frank Zappa! Daar zou ik nou wel eens een beschuitje mee hebben willen eten (maar daarvoor is hij te vroeg heengegaan), onder het genot bv. van [2] Uncle Remus (een verwijzing naar Tales of Uncle Remus, het sprookjesboek waar Walt Disney zo dankbaar uit geput heeft).

[1]City and Eastern: Time Release is een chronologisch overzicht van de muziekgeschiedenis, dat in de oudheid begint ten tijde van Confucius en Pythagoras, zich een weg vreet door middeleeuwen en classicisme, om op het randje van de twintigste eeuw tot stilstand te komen. Muziek uit Oudheid en Middeleeuwen, en composities van onder anderen Mozart, Moussorgski, Brahms, Tsjaikowski en Satie, waarbij de nadruk ligt op oriëntaals aandoende stukken zoals Arabische Dansen en Turkse Marsen.
The Well-Tempered Maqam poogt een brug te slaan tussen de uitelkaarlopende, tegengestelde ontwikkelingen van de Europese en de Oriëntaalse muziek, en is gestruktureerd rond een modulatieplan, waarin verschillende toonsferen met elkaar gecombineerd en tegen elkaar gecontrasteerd worden. De hiervoor gekozen muzikale vormen zijn ontleend aan Turkse en Arabische klassieke vormen als Taxim en Peshrev, dansmuziek van Griekse, Joodse en Armeense oorsprong, repetitieve ritmes, het voortdurende gebruik van (wisselende) grondtonen, eenstemmigheid, heterofonie, parallelharmonie.
Het Paalman – Cuypers Ensemble presenteerde op 4 mei 2005 zijn eerste cd, met als belangrijkste werk de “Mauthausen”-Cyclus van de dichter Iakovos Kambanellis en componist Mikis Theodorakis.

Advertenties

Muziek: de zijden snaren van de oosterse route

Zoals ik in De Andalusische bakermat en de snaren der harten een muzikale rondreis maakte met de Middellandse Zee als middelpunt, zo kunnen we ook oostwaarts trekken, via pak ‘m beet de noordelijke Zijderoute (dwars door Centraal Azië). En zoals toen de oud onze gids en leidraad was, kan nu de tar die vormen. Een andere rode draad om ons gebied even af te bakenen vormt die van de Turkse volken, aangezien zowel landkaart als muziek van hun aanwezigheid doortrokken zijn.

de oud en de (du)tar in relatie tot de luit


Beide snaarinstrumenten vormen loten aan de stamboom van de luit. Over de geschiedenis van de luit via Andalusië vermeldt De Geïllustreerde Encyclopedie van Muziekinstrumenten: “De voorlopers van de Europese luit gaan terug tot 2000 v.C. en komen uit het Midden-Oosten en Verre Oosten. Het instrument werd rond de 8e eeuw via Spanje naar Europa gebracht, door de Moren en Saracenen. [..] De populariteit van de luit bereikte in de 16e eeuw zijn hoogtepunt; tegen de tweede helft van de 18e eeuw was hij verdrongen door de gitaar en de piano.” Onder het kopje van de (o)ud vermelden zij bovendien:

“Arabische musicologen hebben de karakteristieken van de verschillende instrumenten in de luitfamilie bestudeerd – de Chinese p’i p’a, de Japanse biwa, de Vietnamese tiba, enz. – en ontdekten niet alleen dat zij verwant zijn aan de ud, maar ook hoe zij zich hebben kunnen verspreiden. Aan de ene kant kwam dit door de Perzische arbeiders die meewerkten aan de bouw van Kaaba. Aan de andere kant werden zij verspreid door zee- en kooplieden wier routes door Zuidoost-Azië en Noord-Afrika voerden. De eerste muzikant die de ud bespeelde zou een zekere Saib Hasir zijn, in de 1e eeuw. Hoewel nooit bewezen, is deze legende belangrijk omdat de ud niet alleen de voorloper van de Europese luit is, maar ook van Arabische tokkelinstrumenten.”

Terwijl de oud met zijn korte, afgebogen hals veel lijkt op de Europese luit, heeft een tar – naar verluidt een perzisch woord – een hele lange steel, met snaren tot ruim een meter. Waar de dutar, een exemplaar met slechts 2 snaren, wel dat buikige heeft, lijkt de tar met zijn klankkast in de vorm van een acht meer op onze gitaar. Beide zijn zeer algemeen in het hele gebied en doen denken aan de saz uit de Kaukasisiche regio. Ook ten oosten van de route bespeelt men langstelige instrumenten die onder de noemer ‘luit’ vallen, getokkeld worden bespeeld en karig voorzien zijn van snaren. (Zie bv. onder de muziek van Centraal Azië en Tuva.)

Turkse toefjes


Niet alleen de geschiedenis van de muziek gaat ver terug en kan ons heden ten dage soms wat verwarring bezorgen omtrent zaken als wanneer en waar naartoe, maar met name de volkeren zelf weten vaak niet meer zo goed waar ze vandaan kwamen. Zo schrijft Eildert Mulder in Trouw dat veel van die vrij nieuwe onafhankelijke staten uit het zuiden van de voormalige Sovjet Unie zich bij Turkije hebben gemeld als zijnde hun moederland. Die haastte zich natuurlijk om erop te wijzen dat de bakermat van alle Turken helemaal aan de andere kant ligt, in Oost-Turkestan!

Een interessant verhaal, want blijkbaar was iedereen het bestaan van die ‘andere Turken’ vergeten – terwijl de talen zo verwant zijn dat men elkaar kan verstaan. Zich tot Oost-Turkestan wenden gaat moeilijk, want dat bestaat niet. Het is het gebied genaamd Xinjiang, waar de Oeigoeren wonen die zich vooral de laatste tijd nogal roeren onder het Chinese bewind. Waar de andere staatjes eindigend op ‘~stan’ al niet vaak in de picture komen, weten we van Oeigoeren pas echt weinig – en we zijn dus niet de enigen… (Wat me echter pas werkelijk duister is, is wat ik me bij de republiek Jakoetië moet voorstellen. En toch bestaat die wèl.)

Te oordelen naar wat er op muziekgebied voorhanden is (live en via internet), zijn het in het algemeen vrij moderne landen met een muziekproduktie die zelfs een beetje teleurstelt door zijn herkenbaarheid. De invloed van populaire Turkse muziek is vaak onmiskenbaar, zoals in de liedjes van Yulduz Usmanova uit Oezbekistan, een van de eerste spelers op de wereldmuziekmarkt uit die regionen. Maar naast het standaardgerecht zijn er – net als bij de Andalusische bakermat – verrassende smaakmakers te vinden in de diverse genres (populair, folk en crossover). We volgen hetzelfde stramien als toen: u krijgt 3 heel verschillende voorproefjes voorgeschoteld.

  • Turkmenistan: Ashkhabad

Allereerst de perfecte bruiloften- en filmmuziek – groots en meeslepend – van Ashkhabad, uit de gelijknamige hoofdstad van Turkmenistan. Zanger en tarspeler Atabai Tsharykuliev en de fenomenale percussionist Khakberdy Allamuradov worden aangevuld met de vertrouwde combinatie van viool, clarinet en accordeon. Atabai, liefhebber van zowel hardrock als traditionele muziek, kwam eind jaren 70 nauwelijks aan de bak omdat de Russische autoriteiten zijn repertoire ‘te islamitisch, te religieus’ vonden. Helaas is onderstaande videoclip een instrumentaal nummer, maar het mag toch hooguit folkloristisch heten. Sinds 1985 toen het regime versoepelde is hij weer ’s lands populairste zanger.

Bayaty door Ashkhabad, van de cd City of Love
klik hier voor een impressie van het gehele album
Ashkhabad – Keçpelek (live)

  • de dutar in Oost-Turkestan

Ondanks de relatieve onbekendheid in de vorm van een niet zo denkbeeldig ‘ijzeren gordijn’ van onzichtbaarheid, laat youtube ons na het intikken van de zoekterm ‘Uyghur’ ontelbare tv-shows zien van Oeigoerse supersterren à la Yulduz (en eveneens steevast rijkelijk gelardeerd met een ballet in klederdracht). Wat mij het meest aansprak is de folkmuziek uit de regio Hotan, met ook een boeddhistische traditie. Zie verder de zeer informatieve websites van London Uyghur Ensemble en Compound Eye. Voor Nederland is Kamil Abbas een bekende artiest, dankzij VPRO’s Wandelende Tak.

playlist van dutar-muziek (vnl. uit Hotan)
twee nummers (1 en 2) van Abdurehim Heyit

  • Tuva: Huun-Huur-Tu

Ondanks (of juist vanwege) hun exotische uiterlijk en dito instrumenten blijkt de muziek van Huun-Huur-Tu zich bij uitstek te lenen voor toepassing in ambient electronische muziek, zoals hun jongste samenwerking met producer Carmen Rizzo laat horen. Het heeft tempo en is toch heel relaxed, als paarden die over de uitgestrekte steppen trekken – wat niet in de laatste plaats aan de sound van de doshpuluur te danken is. Er zijn legio videoclips met hun traditionelere werk in omloop, maar ze hebben zich ook altijd gretig op allerlei gastoptredens over de hele wereld gestort, waarvan akte.

Waar Tuva, dat tegen Mongolië aan ligt, vooral beroemd om is, dat is de keel- of boventoonzang. Door een speciale techniek is het mogelijk om 2 of 3 geluiden tegelijk te produceren (vanuit 1 keel) die meerdere octaven uiteen liggen. Ondanks het bakerpraatje dat het bij vrouwen onvruchtbaarheid zou veroorzaken, omvat de Tuvaanse music scene tegenwoordig florerende acts als Shu-De en Sainkho Namtchylak. Verder zijn Chirgilchin (vrij traditioneel) en Yat-Kha (punk/metal) aan te bevelen.

Eternal Huun-Huur-Tu ft. Carmen Rizzo (van de homepage van HHT)
jammend met Tony Levin in Goatika’s Creative Lab (z.o. linklijst)
Fly, Fly my Sadness Huun-Huur-Tu ft. Angelite (Le Mystère des Voix Bulgares)

Tot slot de solo-escapades van Kongar-Ol Ondar, zowel traditioneel als experimenteel

Muziek: de Andalusische bakermat en de snaren der harten

Het snaarinstrument de oud geldt als de voorloper van de luit en de flamencogitaar, die eveneens (van oorsprong) fretloos en dubbelsnarig zijn. Ook de mandoline en de saz, die samen weer de bouzouki voortbrachten, zijn er indirect mee verwant.

Vanuit Al-Andalus en via de berbermuziek heeft zij grote invloed uitgeoefend op de muziek van (niet alleen het Midden-Oosten maar) een aanzienlijk deel van onze aardbol. Ook de (joodse) sefardische muziektraditie heeft veel aan het ontstaan van deze smeltkroes bijgedragen en put er nog steeds uit.

De hedendaagse oud heeft 11 snaren (5 dubbele en 1 enkele) en wordt bespeeld met een plectrum. Hieronder 3 wereldnummers om te illustreren welke verschillende kanten je daar allemaal mee op kan.

1 oud is geen oud: Ya Rayah en Rachid Taha


Uit de Andalusische muziektraditie is onder andere de raï-muziek voortgekomen. Raï kenmerkt zich doordat het lied, de zang en de persoon van de zanger het meest op de voorgrond treden. Onder de Grote Drie (naast Faudel en Cheb Khaled) neemt Rachid Taha de plaats in van het ruwe bolster-type – de Franse Jacques Brel zeg maar.

Taha maakte van de Algerijnse moderne klassieker Ya Rayah een wereldhit, later weer gecoverd door de Griek George Dalaras samen met het orkest van het Servische wonderkind Goran Bregovic. Waar Ya Rayah over reizen en heimwee gaat is Ki An Se :Felo (:f = th) een liefdeslied – maar je hoort het er niet aan af…

Waar blijft nou de oud? Ze is maar in haar eentje en verzuipt een beetje in de algehele onstuimigheid en de overdadige orchestratie, maar heeft haar momenten. Wat dat betreft kwam haar rol beter tot z’n recht in de bouzouki-versie van Dalaras. Ook het Orchestre Andalou d’Israel (jawel!) heeft een versie opgenomen, in het arabisch.

2 oud is al een heleboel oud: DuOud en Mehdi Haddab

Voor Mehdi Haddab, die evenals Taha Algerijnse wortels heeft, draait alles om de oud. Ik maak me er hier lui en dankbaar vanaf met de lovende woorden van de Womad-site en een paar linkjes (maar niet vooraleer nog even vermeld te hebben dat Speed Caravan (zie muziek-linklijst) deze zomer op het festival Mundial optreedt):

If you’ve never regarded the oud – the fretless lute at the core of so much traditional Arabic music – as a rock’n’roll instrument, then you’ve clearly never heard Speed Caravan or the frenetic and joyous playing of Mehdi Haddab. Once part of Parisian-based global electronica trio Ekova and then half of the experimental oud duo DuOud with Jean-Pierre Smadja, to call Haddab the Jimi Hendrix of the electric oud would, of course, be a hopeless cliché. But it’s not that far from the truth. Now working as Speed Caravan with bassist Pascal Teillet and former Ekova electronic beat mistress Hermione Frank, the Algerian-French trio create music that references The Cure and The Chemical Brothers alongside Algerian rai and other Arabic influences in a glorious collision of global sounds and styles. Their debut album Kalashnik Love features guest appearances by Rachid Taha and members of Asian Dub Foundation.

In DuOud, dus, ontmoeten twee tot de tanden gewapende oud-spelers elkaar in een opzwepend duel – Haddab en de al even vingervlugge Smadja. Aangezien ik echt niet kiezen kon, hierbij zowel het nummer Zanzibar als The Chase, een cover van Giorgio Moroder (en het thema van de film Midnight Express):

3 oud is geen eitje! Trio Joubran meets … Jim Morrison??

Het Trio Joubran bestaat uit drie Palestijnse broers met een klassieke inslag. De combinatie van maar liefst drie ouds is bepaald geen sinecure, en is dan ook uniek. Er wordt knap geïmproviseerd en geen uitvoering is dan ook hetzelfde. In een live-opname van het nummer Safar (‘Travel’) gaat Samir na een kleine twee minuten over in een bekend thema, dat te boek blijkt te staan als de ‘al Astorius sentence’: ‘Dezelfde zin komt voor in ‘Spanish Caravan’ van The Doors. Niet alleen in de Arabische muziek vormt hij een klassieker, ook in de flamenco is het een oude bekende.’ (bron)

– Asturias
Update: Het is ook bekend als Leyenda van Isaac Albéniz. De wiki-entry daarvan werpt enig licht op de naamgeving (naar Asturia(s), een Spaanse streek) en vermeldt nog een aantal andere bekende toepassingen, zoals in Eight Miles High van Roger McGuinn.

  • Safar door Le Trio Joubran
  • Spanish Caravan door The Doors
  • Leyenda door John Williams (flamencogitaar)
  • – Asturias door de flamencogroep van Carlos Saura (cello en voetenwerk)

zie ook: Everything You Ever Wanted To Know About… ALBÉNIZ’S LEYENDA (Preludio-Asturias)

Lamma Bada
Update 2: een ander bekend werk dat Samir Joubran graag ten gehore brengt en dat zijn oorsprong vindt in Andalusië, is Lamma Bada. Het is een arabische muwashah die minimaal uit de 14e eeuw stamt, maar door sommigen zelfs aan Ziryab wordt toegeschreven. Alhoewel de melancholie er vanaf druipt, handelt de tekst over een wiegende dame. De uitvoering door het Spaanse Radio Tarifa – die ik zelf prefereer – is echter een ode aan ‘la tristeza’. 

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (5)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 5: Free Market calling Orson … come in, Orson

Hoe men het op Planeet Politiek toch verzint mag Joost weten, maar ze blijven alle maatschappelijke voorzieningen maar richting de markt-arena pushen. Momenteel spelen veel gemeenten serieus met de gedachte om een zakelijke huurprijs op te leggen aan al hun huurders. Sowieso volgt men in de meeste plaatsen al de trend om al het vastgoed af te stoten, aangezien zo’n aardse taak niet tot de harde kern van het moderne gemeentelijke bedrijf  behoort. Dus verkopen die handel – en eventueel terughuren. Maar eigenlijk moet een ieder dat maar zelf uitzoeken – sport, cultuur, maar ook voormalige ‘diensten’ (inmiddels concerns) als CWI en UWV – ze moeten het van lieverlee maar in de vrije sector uitzingen met hun hele rataplan. Slechts middels bestemmingsplannen faciliteert ‘Men’ (een zekere etherische entiteit) dan nog, bij de gratie gods.

postmoderne gruzelementen

foto
Men heeft werkelijk niet het flauwste idee wat de gevolgen inhouden voor o.a. de subsidies, maar kennelijk gaat men er vanuit dat degenen die dit lot treft er vast wel iets inventiefs op zullen vinden. In Amsterdam loopt wethouder Gehrels hardop te dromen van nieuwe musea op de zuidas, terwijl de kraters van wat ooit was het centrum hebben geruïneerd. Als een komeet schoot zij omhoog vanuit het Citymanagement… en de eerste instellingen staan reeds op straat. Zo gooit men niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk de eigen glazen in, geheel vervuld van de wrede schoonheid van dit alles.

De infrastructuur voor culturele instellingen in Amsterdam is een groot probleem,” aldus Demeester. [..] De Appel is sinds 1992 gevestigd in de Nieuwe Spiegelstraat. Aanvankelijk kon het pand worden gehuurd voor een symbolisch bedrag, maar de huidige eigenaar vraagt een marktconforme huurprijs die voor de stichting te hoog is.”

Groeien en bloeien is er dus niet meer bij, in de eenentwintigste-eeuwse stad die mee wil tellen – plukken des te meer. In Leiden wil men dit boeiende survival-effect uiteraard ook zien te bereiken. En dus stelt men voor om de nonprofit-sector vast te laten wennen aan een zakelijke huurprijs die over maximaal vijf jaar in volle hevigheid over ons neer zal dalen. Als het aan het Leidse ‘concern’ ligt is het aftellen reeds begonnen. (Onderaan volgt een link naar de tekst van de inspraakreactie die wij als kleine podia hebben gestuurd *.) ‘Maar nu eerst’:

professionaliseren moet
foto
Het moet toch niet zo moeilijk zijn zich een voorstelling te maken van de kosten en baten van culturele instellingen? Hun steuntje in de rug kan op wonderlijke wijze variëren van minder dan 10.000 tot meer dan een miljoen – en waar dat geld voor bedoeld is is helaas lang niet altijd even inzichtelijk – maar vaak zou het programma niet kostendekkend kunnen draaien zonder een flinke aanslag te plegen op de portemonnee van de doelgroep (cursisten, kunstenaars, publiek). De rijksoverheid besloot reeds 1 bestuurlijke ronde geleden dat zij het cultuurbudget voor een belangrijk deel af ging wentelen op lagere overheden. Deze krompen echter in hun natuurlijke reflex op evenredige wijze ineen**, maar daaronder zit dus alleen nog ‘de bodem’. Als men nu ook nog de vaste lasten meermaals over de kop wil laten gaan, gaat het wel erg hard richting afgrond.

Binnen deze turbulente ontwikkelingen neemt popmuziek (waaronder ook lichte muziek als jazz en wereldmuziek wordt geschaard) een specifieke plaats in – geen andere tak van de sector zag zich bv. zo zeer genoodzaakt om zich in nieuwe huisvesting te steken. Vorig jaar stond er in de VK een interview met de twee auteurs van een knelpuntenrapport over de poppodia, wat voor mij aanleiding vormde om Tempelvrees te schrijven. Een van hen betoogde destijds dat er vaak verkeerde politieke beslissingen werden genomen, terwijl de ander naar voren bracht dat het blijven hangen in de vrijwilligerscultuur ook niet echt productief had uitgepakt. Vandaag werd een uitgebreid onderzoek*** gepresenteerd dat stelt dat beide oorzaken inderdaad spelen – en dat lijkt me heel plausibel.

Toch blijft het een belangrijke vraag in hoeverre je een culturele doelstelling met een zakelijke moet willen mengen. Voor je het weet heb je een Afdeling Vastgoed….

*Nanu, nanu! * (Wordt vervolgd.)


* Ga naar esnips.com en tik in als zoekterm ‘brief Stampod nav beleidskader vastgoed’
** Momenteel maakt de post Cultuur in Nederland vrijwel overal minder dan 1% van de begroting uit
*** Het (overdadig geïllustreerde) Grote Poppodium Onderzoek zelf is hier te vinden

foto 1 : De zogeheten gekraagde lemming (Dicrostonyx groenlandicus) pleegt niet collectief zelfmoord. Door een samenspel van roofdieren kan het aantal lemmingen enorm stijgen of dalen.
foto 2
: Eindelijk een arbo-conforme werkplek voor de nieuwe lichting cultureel werkers (de B-b-beurs…?)! 

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit

De hel of het vagevuur

fotoHet bericht dat statenlid Zondag (SGP) popmuziek zou willen verbieden is in de sector met luid gejuich ontvangen. Wat een zegen om (weer) illegaal te zijn! Alsof er een zware last van je schouders valt. Wat jammer dat het maar een utopie is …

popmuziek gaarne vandaag nog verbieden!

Concertorganisator The Alternative (club van Willem Venema, resultaat van een schisma bij Mojo) sneert dat de extra inkomsten uit drugs meer dan welkom zouden zijn, maar er zit ook serieuze shit tussen: Niet langer gehinderd door overheidsbemoeienis over o.a. werktijden, ARBO regels, geluidslimieten en veiligheid, kunnen wij evenementen organiseren die beter aansluiten bij de destructieve behoeften van de jeugd”.

Nee, de oprukkende drooglegging is geen prettig vooruitzicht (rookverbod en aanstaande wetgeving omtrent alcohol, en minderjarigen op tijd naar bed sturen in het weekend). En alles goed en wel, maar er is in heel dit land geen openbaar gebouw dat echt van harte voor een gebruiksvergunning van de brandweer in aanmerking komt. De hoogste bereikbare status is die van gedoogd worden. Als ziekenhuis of kazerne kom je niet zo gauw op de schopstoel terecht, maar de rest is in feite vogelvrij. Maar als dat nou nog alles was, wat je van de overheid te verduren krijgt …

dropping like flies

fotoHelaas is het al een tijdje aan de gang dat her en der poppodia de geest geven onder het juk van regeldruk en professionalisering. Althans, dat is één kant van het verhaal. De andere is dat er veel misgaat in de besluitvorming rond bouw en beleid van podia*. De cocktail van Kunst en Politiek pakt regelmatig uit als russische roulette.

En waar deden we het ook alweer allemaal voor? O ja, de Liefde voor Muziek. Wat is dat lang geleden. Meneer Zondag ik smeek u, dien in godsnaam een motie in die ons buiten de wet verklaart!

[* Vorig jaar schreef ik Tempelvrees, naar aanleiding van het VK-artikel Wankele Tempels. Voorzover ik kritiek heb op Leon Zwaans betreft het niet zijn deskundigheid, maar zijn verhalen in de pers over het amateurisme van de muzieksector. Gevalletje van hele ongelukkige casting, want in werkelijkheid stroomt hij over van de anecdotes over stompzinnige ambtenaren en idiote wethouders. Tja, het kwam kennelijk zo uit … De link naar het VPRO-programma over wat er in Almere fout ging is trouwens een aanrader.]

Klassieke follytuinen en de wedren tegen de tand des tijds

echo’s van Arcadia

Een van mijn favoriete boeken is De Folie en Folies (eng. vert. The Folly of Follies) van het echtpaar Saudan. Het is een verzameling foto’s en verhalen van de mooiste renaissance-tuinen van Europa. De belangrijkste inspiratiebron hiervoor werd gevormd door het boek Hypnerotomachia Polyphili (Eng: The Strife of Love in a Dream; Nl: De droom van Polyphilus) uit 1499, dat de mysterieuze tocht van de door verliefdheid en slaapgebrek voortgedreven Polyphilus beschrijft. De reis voert door een arcadisch droomlandschap vol nymfen, draken en excentrieke bouwwerken.

In 1504 verscheen nog een boek over een verloren rijk: ‘Arcadia‘ van Jacopo Sannazaro. Droomwerelden met een ongeëvenaarde nagalmtijd, waarvan de echo nu nog steeds weerklinkt. Want mettertijd groeide bij de adel het verlangen om hun onmetelijke ziel tot uitdrukking te brengen in het uitgestrekte landschap dat hun achtertuin besloeg.

Menigeen beperkte zich daarbij tot de aanleg van de ideale entourage voor diverse mijmeringen en gemoedstoestanden, zoals daar zijn: heuveltje, grot, waterpartijen, vijver, kronkelend pad, een ruig stukje bos. Natuurlijk mocht een kluizenaarswoning niet ontbreken – net zo een als bij de buren – en misschien nog een bescheiden doolhof. En zo komen we op het terrein van de folly: het nutteloze bouwwerk.

‘slechts om het hart te luchten’

Gij die hier binnentreedt
bekijk alles stuk voor stuk
en zeg mij of zoveel wonderen
gemaakt zijn om te misleiden
of puur omwille van de kunst

Andere, meer buitenissige lieden konden geen weerstand bieden aan de aanvechting om de gesteldheid van hun hart te consolideren, niet zelden met overvloedig resultaat – en met wisselende sierwaarde. Tuinen met een groot aantal follies lopen bovendien kans om als geheimzinnig raadsel of initiatie-rite geïnterpreteerd te worden. De waarheid zal wel in het midden liggen, ergens tussen aardse spiritualiteit en de grote mysteriën.

Zelf hou ik het meest van ruigere tuinen zoals Bomarzo, dat door graaf Orsini is aangelegd om zijn gestorven echtgenote Giulia te gedenken. (En daar heb je je tocht door de onderwereld…) Bomarzo stamt al uit de 16e eeuw, zodat het opzettelijke en het authentieke, het klassieke en het verweerde op een hele mooie manier samenvallen. Het heeft vele kunstenaars geïnspireerd, zoals Dali, Willink en Hella Haase.

Uit de hoogtijdagen van de follytuinen, ten tijde van de barok, zijn ons vooral glimmende en ietwat pompeuze exemplaren nagelaten. Maar speelse en verrassende – dus sprookjesachtige – elementen bevatten ze ook, al is het soms maar die ene schelpengrot.

hoogtepunten

Italie: In Viterbo: Bagnaia (Villa Lante) en Bomarzo, bij Florence: Pratolino en Boboli en in Pistoia: Collodi (Villa Garzoni). Frankrijk: Chambourcy: Désert de Retz. Bij Parijs: Versailles en Bagatelle. Engeland: In Buckinghamshire: Stowe House en Cliveden House. Duitsland: In Baden-Wurtemberg: Schwetzingen en Weikersheim, in Beieren: Aschaffenburg, Veitshöchheim en Sanspareil (Bayreuth) en in Hessen: Kassel (Wilhelmshöhe). Oostenrijk: In Wenen: Schönbrunn. Hellbrun in Salzburg. Spanje: bij Madrid: Aranjuez en El Capricho . Tot slot kun je hier nog een schat aan foto’s vinden.

Het zal niemand verbazen dat deze mode / traditie over onze lage landen heengewaaid is. Het gelijkmatige landschap vormt als decor een anticlimax (hoewel men soms wel op de gedachte kwam om een heuveltje te modelleren van de grond die was vrijgekomen na het graven van de vijver). Mooie ingetogen follies zijn te vinden op Clingendael en op Elswout in Overveen (bij Haarlem). Topper van het excentriekere werk is Kasteel de Haar in Haarzuilens, waarin Cuypers zijn hele neogothische hart binnenstebuiten gekeerd heeft. En van mij mag je de Efteling ook gerust meetellen – maar vrijwel niets dateert van voor de 19e eeuw en zonder de inspanning van ontelbare vrijwilligers zou het meeste alweer gesloopt of tot stof vergaan zijn.

halsbrekende toeren

Een van de vele paradoxen rond follies is dat ze vaak onvergankelijk lijken, maar wel degelijk onderhoud vergen. Cultuur die wordt heroverd door de natuur, of zoiets. Folly-expert Wim Meulenkamp schreef vanuit de Donderberggroep ‘Follies – Bizarre Bouwwerken in Nederland en België‘ en voor de Folly Fellowship ‘Follies, grottoes & garden buildings‘. Beide verenigingen verkeren in een diepe sluimer, maar ooit trok heer Meulenkamp erop uit als beschermer van de weduwen en wezen van de architectuur. Met vrees in zijn hart tekende hij op in welk een deplorabele staat hij ze de laatste keer had aangetroffen.

Als hobby is follyspotting dan ook niet van gevaren gespeend. Waar Meulenkamp nog de waarschuwing ‘voor de liefhebbers van micro-alpinisme’ plaatste, werden wij enkele jaren later overweldigd door een ondoordringbare wildernis, waar geen schatkaart bij geleverd werd. Op dezelfde reis door België* troffen we het fraaie Attre, met zijn schijngrotten en ruïnes, in een toestand die toch wel héél erg melancholiek stemde. Een eind verderop bleek ‘de abdij’, toen we die eindelijk gelocaliseerd hadden, te zijn opgeslokt door een pretpark met een hoge muur eromheen. Na alle beproevingen vermochten we deze niet meer te slechten, en hebben we het paradijs maar als verloren beschouwd voor deze contreiën.

Ooit wil ik Heligan in Cornwall een keer bezoeken. Deze archeologische onderneming om een tuin op te diepen waar al een halve eeuw geen levende ziel zich gewaagd had, wordt geweldig beschreven in het boek The Lost Gardens of Heligan van Tim Smit. Een titanenstrijd waar hij met trots op kan terugkijken.

*update (feb. ’09): De ondoordringbare wildernis dat was het Bois-Joly te Ronse en in Brugelette was de abdijruïne-annex-landschapspark van Cambron-Casteau opgeslokt door het park Paradisio. We waren daar in 2002 en ik ben benieuwd naar de belevenissen van een ieder die (een van) deze plekken recent heeft bezocht.

foto: De Appennino in het park van Villa Demidoff, bij Pratolino

21st Century Schizoid Man*

Toen in Slotervaart de rook wat was opgetrokken na de rellen n.a.v. de dood van de psychotische Bilal B, besloot Amsterdam de stoornissen onder de reljeugd maar eens onder de loep te nemen. Dat schizofrenie zo’n zeven keer vaker voorkomt onder de zonen van Marokkaanse immigranten is een statistisch gegeven wat al langer bekend was. Maar met zo’n op zichzelf staand feit kun je nog letterlijk alle kanten op – en dat gebeurt dan ook. Zo zijn er verklaringen in omloop die zich in een enthousiaste aanhang kunnen koesteren, maar overduidelijk veel te simpel zijn.

Toen ik 20 jaar geleden psychologie studeerde werd er nog kritisch onderwijs gegeven. Het had er wel eens wat van weg dat er sinds Descartes geen enkele voortgang met betrekking tot het Nature/Nurture-vraagstuk was geboekt, zoals er geworsteld werd met de vraag hoe aanleg- en omgevingsfactoren zich tot elkaar verhouden. Maar van elk fenomeen werden tenminste alle facetten belicht, tot grote ontluistering van de feitenfreaks. Zo’n zelfde onaangename sensatie ervaar ik zelf juist wanneer ik zo’n typische Professor Eenoog tegenkom in het land van blind onderzoek. Meestal lijden die aan een ‘aangeboren’-afwijking.

Algemeen geaccepteerde onderzoeksgegevens over schizofrenie vermelden dat het bij 1 op de 10 mensen in aanleg aanwezig lijkt te zijn, maar van hen ontwikkelt uiteindelijk slechts 10% de symptomen. Er zijn normaliter geen verschillen tussen mannen en vrouwen, noch zijn die ooit aangetroffen tussen landen, volkeren of culturen. Toch zijn er dus mannen met Marokkaanse roots – terwijl er wat dit betreft geen verschillen zijn tussen Nederland en Marokko – die veel vaker aan schizofrenie lijden. Theorieën op basis van biologische aanleg schieten eenvoudigweg tekort om dit verschijnsel te duiden.

inteelt

Tot het Nature-kamp kunnen we blijkbaar psychologe Indra Boedjarath rekenen, die onlangs in Trouw de termen ‘verstandelijk gehandicapt’ en ‘psychisch gestoord’ doodleuk door elkaar gebruikte. Evenals een keur aan gerenommeerde wetenschappers die haar voorgingen – pedagogiek-prof in ruste Lotty Eldering bv. – komt ze met het ‘inteelt’-argument op de proppen. Het voorkeurshuwelijk tussen neef en nicht is natuurlijk het ultieme westerse taboe, dus voor dat onrijpe idee is een rijke voedingsbodem aanwezig.

Maar het is natuurlijk grotendeels onzin: alleen aanwezige eigenschappen worden erdoor versterkt en dat kunnen ook positieve zijn. Zo hebben we immers heel wat fraaie en productieve dieren- en plantenrassen gekweekt. Boedjarath beseft dat tenminste nog, want ze zegt: „Als er in een familie schizofrenie voorkomt, dan is de kans op de ziekte groter als een neef met dat gen huwt met een nicht met datzelfde gen. Maar met alléén het dragen van dat gen wordt een jongere niet schizofreen.”

Al zouden alle Nederlandse Marokkanen 1e-graads familie van elkaar zijn, dan was het waarschijnlijk nog amper voldoende om een verschijnsel van deze omvang te verklaren. Waar Boedjarath echter compleet aan voorbij gaat, is dit: “Omdat Marokkaanse meisjes géén duidelijk vergrote kans op schizofrenie hebben, pleit dit tegen een genetische oorzaak en dus ook tegen het idee dat huwelijken tussen verwanten iets met die verhoogde kans te maken hebben.” (Carla Rus, Rotjochies van Slotervaart soms ziek maar niet zielig.)

de ervaringsdeskundige

Een van de meest geciteerde passages uit Ian Buruma’s Murder in Amsterdam (Dood van een Gezonde Roker) is het korte stukje over Said Bellari, een psychiater die zichzelf aan de haren uit het ongeletterde rifgebergte getrokken heeft. Hij ‘gelooft dat het probleem ligt in het zich aanpassen van een strikt gereguleerde aan een vrijere, meer open samenleving’. De meisjes en vrouwen verlangen juist naar meer vrijheid, dus vandaar. Religie is volgens Said de strohalm die desintegratie van de persoonlijkheid kan voorkomen, waaronder extremisme. ‘Het is een eigenaardig conservatieve zienswijze voor een man die zichzelf als iemand van de linkerzijde ziet’, constateert Buruma.

Ook dit is inderdaad een dubieuze stellingname, want westerse migranten blijken er eveneens last van te hebben: ‘Psychoses, en specifieker gezegd schizofrenie, zijn een groot probleem onder immigranten en hun kinderen. Dat was eerder al aangetoond voor Noorse migranten in de VS en Europese migranten in Australië. Surinamers, Antillianen, Turken en vooral Marokkanen vergroten met hun verhuizing naar Nederland de kans op een psychose. Bij hun kinderen is het risico nog groter.’ Aldus Wim Veling, die het opmerkelijke gegeven heeft becijferd dat het probleem niet speelt in migrantenwijken.

social defeat

„We hebben drie hypotheses: de eerste is dat het komt door discriminatie. De tweede is dat ‘sociale stress’ een rol speelt, en de derde is dat allochtonen moeilijker een ‘positieve identiteit’ opbouwen.” Dat laatste zou samenhangen met ‘sociale vernedering’, zo’n beetje het stokpaardje van co-auteur psychiater Jean-Paul Selten, die expert op dit gebied is en zich in het recente debat dan ook niet onberoerd heeft gelaten.

Volgens Selten treft schizofrenie bepaalde sociale klassen vaker dan andere, want naast migranten hebben ook stedelingen en mensen met een laag IQ een verhoogde kans. ‘Al deze groepen zijn extra kwetsbaar voor social defeat, door de psychiater afwisselend vertaald als maatschappelijke nederlaag en sociale uitsluiting.’ Vandaar dat in buurten waar migranten sterk in de minderheid zijn, dit effect het grootst is. Uit dit alles zou je de conclusie kunnen trekken dat op de dopaminehuishouding van migranten en witte arbeiders een zelfde soort wissel getrokken wordt, waarbij de factor discriminatie het grootste verschil uitmaakt. (De officiële schizofrenie-cijfers schijnen overigens wel degelijk gecorrigeerd te zijn voor sociale klasse.)

double bind

Het is tegenwoordig al heel wat als een (gedrags)wetenschapper sociale factoren in z’n theorieën betrekt, maar hoe actief is de rol die de omgeving wordt toebedeeld? It takes two to tango: je kunt veel, maar niet alles op persoonlijke beleving schuiven – het individu staat niet los van het systeem. Woorden als discriminatie en sociale uitsluiting veronderstellen zo’n actieve omgevingscomponent, maar het is me niet bekend in hoeverre Selten dat heeft uitgewerkt en/of als zijn taak ziet.

Het beste model voor schizofrenie is naar mijn mening nog steeds dat van de Double Bind, een communicatietheorie ontwikkeld door o.a. R.D. Laing en Gregory Bateson. Er is echt wel wat voor nodig om een mens gek te krijgen, maar een omgeving die eisen stelt die elkaar wederzijds uitsluiten en waar je je niet aan kunt onttrekken biedt grote kans op succes. “Je moet worden zoals wij” en “je zult nooit zijn zoals wij” bij voorbeeld – maar implicieter en grotendeels onbewust. Uiteraard kan dat proces zich zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau afspelen. Confrontatie is een essentieel element bij de behandeling – maar niet vanuit vaste posities.

Dit ligt inderdaad dichtbij de anti-psychiatrie: de maatschappij een spiegel voorhouden, want vaak is de omgeving onderdeel (of zelfs aanstichter) van een probleem dat zich manifesteert in een enkeling of groep. Je bij de therapie beperken tot die laatste(n) staat gelijk aan symptoombestrijding, iedereen dient z’n rol te onderkennen. Zelfreflectie gaat van au, maar in het zgn. moslimdebat komt het allemaal wel héél dichtbij, aan de weerstanden die het oproept te oordelen. Toch hebben we allemaal weleens gehoord van de schaduwkant, projectie en zondebokken (ff doorscrollen). Maar het blijven existentiële angsten, zullen we maar zeggen. Enfin, misschien moest men eerst maar eens wat meer vergelijkend onderzoek plegen…

* Met dank aan King Crimson: 21st Century Schizoid Man (tekst). (Ach, het is eigenlijk allemaal even prachtig.Check bv. ook Three of a Perfect Pair en Epitaph (‘The fate of all mankind I fear is in the hands of fools’). En als grand dessert: Frank Zappa! (Dumb all over)

(Eerder gepubliceerd op http://eurodusnie.nl)

Update 2011: In het VK-opinie artikel Verzwegen epidemie: psychose bij allochtonen vat Jean-Paul Selten het allemaal nog eens heel helder samen. Helaas gaat hij niet in op het opmerkelijke verschil tussen mannen en vrouwen (al lijkt hij te suggereren dat ‘Marokkaanse mannen’ meer discriminatie ondervinden).