De klokken van het Zuiden (BIM! BAM!)

Na jaren touwtrekken heeft de Raad van State geoordeeld dat de gemeente Tilburg met recht heeft bepaald dat pastoor Harm Schilder van de Margarita Mariakerk niet voor half acht ’s ochtends de hele buurt wakker mag maken met het beieren van zijn klokken. Schilder voelt zich ernstig benadeeld en stapt ermee naar het Europese Hof. Hij meent dat geen andere Nederlandse gemeente zo stringent optreedt tegen kerkklokken en dat de vrijheid van godsdienst in het geding is. Heeft Tilburg iets tegen klokken of speelt hier wat anders?

korte metten
 
Pastoor Schilder overtreedt iedere werkdag om 7:15 uur de geluidsnormen met zijn oproep tot de vroegmis, met vele klachten tot gevolg. Op een gegeven moment heeft men speciaal voor deze bevlogen dienaar Gods een artikel opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 109a, dat luidt: 

Geluidhinder door vroege oproepen tot gebed Het is verboden om van 23.00 uur tot 07.30 uur door middel van klokgelui dan wel op andere wijze op te roepen tot gebed, in de zin van artikel 10 Wet Openbare Manifestaties, met een geluidsniveau dat meer dan 10dB(A) ligt boven de normen uit het Activiteitenbesluit en meer dan 10 dB(A) boven het referentieniveau van de omgeving. 

De wet- en regelgeving waaraan gerefereerd wordt is landelijk van kracht (zie hier voor het wettelijk kader van deze zaak). ‘Geluid voor oproepen en belijden van geloof’ geldt expliciet als een van de geluiden die normaliter buiten beschouwing worden gelaten. (Evenals pratende mensen en onversterkte muziek zijn dat zo van die geluiden die aan het omgevingsgeluid bijdragen – maar dat mag ook niet op onchristelijke tijdstippen.) Volgens de WOM is de gemeenteraad echter bevoegd om paal en perk te stellen aan de duur en het geluidsniveau ervan.

Tilburg gooit een bijzonder royale schep van 10 decibel bovenop de norm van 70 dB(A): iedere 3 dB extra betekent namelijk een verdubbeling van geluidsvolume. De pastoor heeft dan weer pech met het feit dat ze in Tilburg niet zo vroeg uit de veren zijn, want meestal duurt de nacht maar tot 7:00 uur. Zou hij echter een kwartier later beginnen dan normaal, dan mag hij helemaal de beest uithangen. Vaak kwam hij ruim boven de 80 decibel uit (t.w. 83) – en dat is hard. (De meeste kerkklokken zitten in de regionen rond 70.)

klokkenluider ‘online’

Zelf beweert de pastoor nog maar 25% van de parochianen te kunnen bereiken onder deze restricties. Kennelijk bevindt zijn kudde zich nogal verspreid over deze grote Brabantse stad en hebben die arme mensen nog steeds geen wekkers. En wie zich nu voorstelt dat hij dagelijks wild enthousiast aan de touwen van de klokkentoren staat te sjorren, om telkens met opwaaiende rokken mee omhoog gesleurd te worden, komt bedrogen uit: meneer drukt op een knopje. Wie met de hand luidt, kan zo het volume regelen – nu kan dat kennelijk niet.

Voortaan een SMS-je rondsturen, heeft hij daar al aan gedacht? Men moet met zijn tijd meegaan. In het Italiaanse Chiari hebben ze een iPhone applicatie ontwikkeld waarmee je kerkklokken kan regelen, dus in 1 moeite door zend je de gelovigen een ringtone die het Laatste Oordeel doet verbleken. Je kan er vast ook een begrenzer aan vastknopen, maar dat wil Schilder dus niet. Maar ‘heb uw naaste lief’, zou ik zo zeggen.

Op zondag mogen de omwonenden godzijdank uitslapen. Ironisch genoeg is er nog steeds een landelijke wet van kracht om de zondagsrust te garanderen: de Zondagswet uit 1953 bepaalt dat op geen enkele wijze hinderlijk gerucht mag ontstaan dat de eredienst zou kunnen verstoren. Dat deze zelf overlast veroorzaakt was lange tijd ondenkbaar. Steeds vaker vinden klagers tegenwoordig gehoor (overal in Europa, zelfs in Italië). Op veel plekken is het luiden slechts op hoogtijdagen toegestaan (al zijn er in Friesland dorpen waar dat betekent dat men – tegen alle verbodspogingen in – 11 dagen non-stop doorgaat).

het Heilig hard

Maar hoe komt het nou dat deze priester er van die onTilburgse gewoonten op na houdt? Wel, Margaretha Maria Alacoque, de patrones van de kerk, was de (aan)stichtster van de Heilig Hart-cultus, zo’n beetje de meest devote en fanatieke populaire stroming van de contrareformatie. Harm Schilder volgt alle encyclieken naar de letter en voelt zich meer thuis bij rechtzinnige protestanten dan tussen liberale katholieken – al is naar zijn mening de banvloek van de Paus nog steeds geldig. Vandaar die hang-up met oude gebruiken als dat luiden van de vroegmis.

Ook koesteren ze een speciale liefde voor klokken: alleen de beste zijn goed genoeg. Bij de Heilig Land Stichting dragen alle klokken namen en de grootste, van 1800 kilo, is Margaretha gedoopt. Ze was bedoeld voor de (nimmer afgebouwde) basiliek maar het bleek dat voor de bezoekers van het museum het luiden van de klok teveel decibellen opleverde. Tegenwoordig begeleidt ze, met dat typische gevoel alsof je maag in je schoenen belandt, op passende wijze begrafenissen. Het gewraakte exemplaar van de Tilburgse kerk is maar een klein opdondertje – maar misschien is het een genetisch verschijnsel…
 
foto 1: uitzicht over de Tilburgse wijk waar de martelaren van de MM-kerk wonen; foto 2: een blijkbaar stokdove geestelijke controleert de hartslag van Margaretha.
 

professor Kinneging en de wet van Godwin

Vorige week plaatste professor Andreas Kinneging een Godwin van jewelste in het gezicht van professor Arnold Heertje: “Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!” Zowel Aleid Truijens op de VK-opiniepagina als Maria Trepp op haar blog hebben reeds hun afkeuring hierover geuit. Zelf reageerde ik bij Maria met:

“Ik zou eerst wel eens willen weten wat daar nu exact gebeurd is, want Truijens is niet altijd even objectief en Heertje is ook geen lieverdje. (Ron Ritzen nam hem niet voor niks als ikoon voor zijn boek Het Arnold Heertje-effect, over al die pratende hoofden die nooit inhoudelijk argumenteren.) Om te beginnen is het bv. niet waar dat Heertje was uitgenodigd om over de Holocaust te spreken.”

(Volgens de aankondiging zou Heertje namelijk spreken over zijn vakgebied, en wel over ‘de rol van economie in een begripvolle, hechte democratie’.)

de juiste prikkels
 
Nu de vergelijking met Hitler en zijn trawanten het modethema van deze lente schijnt te zijn, is het misschien wel aardig om ook eens een duit in het zakje te doen en te onderzoeken waar de grens ligt tussen het gebruik als drogreden (c.q. dooddoener) of bij voorbeeld als treffende repliek op de woorden van de ander (niet chic, maar wel raak). Met andere woorden: is-ie boven of onder de gordel. Maar al te vaak wordt zo’n opmerking in de media zwaar uit z’n verband gerukt. En hoe vaak is niet de Godwin zelf, maar de beschuldiging daarvan de killer in kwestie?
 
Inmiddels heeft eerdergenoemde Ron Ritzen (ik dacht al waar blijft-ie) op zijn onvolprezen website drogredenen.nl een bespreking geplaatst van de conversatie tussen beide BN-ers, die ik hier onder dankbetuiging grotendeels overneem:

Heertje was uitgenodigd om zijn zegje te doen over een (m.i. zeer verfrissend) boek van Willem van Leeuwen over ‘vergeving’ en dat deed Heertje dan ook (niet). Heertje zag, zo bekende hij, weinig heil in het verschijnsel ‘vergeving’. Hij noemde het een ‘alfa’-benadering. “Als u wilt dat er een samenleving komt, die humaner is, een samenleving waar mensen elkaar kunnen vertrouwen, waar mensen eerlijker zijn (…) als u dat wilt, zult u de vraag aan de orde moeten stellen waarom u dat eigenlijk wilt, en hoe u dat tot stand gaat brengen. Wat moet daarvoor gedaan worden… Welke architectuur is nodig om een dergelijke wereld te bereiken? Maar de eerste vraag is, is dat eigenlijk wel nodig? Is het nodig dat we allemaal mensen krijgen in de samenleving, die deze geweldig ethische humane karakteristieken hebben? Is dat nodig en als u denkt dat dit nodig is, hoe gaat u dat dan controleren of mensen eerlijk en betrouwbaar zijn. Want naar mijn mening gaat het daar helemaal niet om.” Volgens Heertje willen we een samenleving waarin mensen zich gedragen alsof ze te vertrouwen, eerlijk en integer zijn. En dan moet je de vraag stellen hoe je dat gaat bereiken. Een kwestie van ‘social engineering’. Hij pleitte voor een systeem van prikkels waardoor zich gaan gedragen alsof ze te vertrouwen zijn. Een meer humane samenleving kan bereikt worden langs de weg van de exacte wetenschappen. “Langs de weg van de natuurkunde, de scheikunde en de wiskundige.

Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie, meende dat Heertje een belangrijk punt over het hoofd zag: wie bewaakt degenen die de prikkelstructuren inbouwen (1:54:28). “Wie bewaakt de bewaker?”, wilde Kinneging weten. Hij wees erop dat de nazi’s heel goed waren in het construeren en gebruiken van prikkelstructuren. Heertje vond “deze suggestie buitengewoon grievend. Ik begrijp niet waarom u dat doet. Er is ook geen enkele reden om dat te doen. Het is volstrekt misplaatst. U weet niet wat u zegt. U suggereert nu dat ik met gedachtegangen kom, die – als het ware – gefundenes Fressen zijn voor de nazi’s. Dat vind ik buitengewoon kwalijk.”

Kinneging meende op zijn beurt dat dit voorbeeld wel degelijk van belang is, omdat dit de zwakte van het betoog van Heertje blootlegde. “Maar het is misschien wel waar. U vindt het niet leuk, maar daarom geef ik dit voorbeeld. Misschien heeft u niet goed genoeg nagedacht over deze problematiek.”Heertje wees vervolgens op het fenomeen ‘mechanism design’, waarvoor drie Amerikaanse economen de nobelprijs hebben gekregen. Het waren, zo benadrukte Heertje, alle drie joden. “Een essentieel onderdeel van het ‘mechanism design’ is het voorzien in de behoefte van burgers.”

Kinneging wilde vervolgens weten waarom er geopteerd moet worden voor een waarde als duurzaamheid. Heertje: “Houdt u nu toch even op, meneer, als u wilt.” Dat wilde Kinneging kennelijk niet, want hij herhaalde zijn vraag.Op dat moment greep de gespreksleider, Pieter Hilhorst, terecht in. Hij bracht op een slimme manier het gesprek terug op het thema van de avond, ‘vergeving’. Maar daar wilde Heertje niet aan meewerken. Hij kwam terug met de sneer dat Kinneging niet kan weten waar het in deze economische theorie om gaat. Uitgangspunt van deze theorie is de behoeften van burgers.

wie bewaakt de bewaker
 
Zie voor de bespreking van de gebruikte argumenten de rest van Ritzens artikel. Naar mijn mening speelt Kinneging hier op de bal en niet op de man (de enige die, als altijd, op de man gaat spelen is Heertje) en is zijn vergelijking, hoewel niet al te subtiel, relevant. Heertje’s oplossing-om-bestwil doet me denken aan de documentaire-reeks Century of the Self van Adam Curtis, die als tagline heeft: “This series is about how those in power have used Freud’s theories to try and control the dangerous crowd in an age of mass democracy.” De vele overeenkomsten van social engineering (oftewel consumentisme) met nazi-Duitsland zijn nl. niet toevallig: beiden putten uit dezelfde bron van kennis over het onderbewuste en gebruikten dezelfde technieken – zij het dat ‘propaganda 2.0’ wellicht betere bedoelingen had, te weten om een herhaling van 1.0 te voorkomen.* Maar juist door goed te willen doen, gaat heel wat fout. Zo bezien is het ook eigenlijk niet zo vreemd dat de opgeworpen hamvraag, “Wie bewaakt de bewaker?”, door Plato is geformuleerd, terwijl zowel Plato als zijn grootste fan Kinneging zelf bepaald niet gespeend zijn van autoritaire neigingen. Maar nagedacht over de problematiek hebben ze gelukkig wel.
 
* zie ook mijn blog over dit onderwerp: Sigmund de maatschappijcriticus

Ode aan Vrijplaats Koppenhinksteeg

Voor meer foto’s van de ontruiming en de aktie daarna op het Stadhuis, zie hier, hier en op indy

 Aanverwant artikel: de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg

update 21-3-’11: nieuwsitem over de stand van zaken 1 jaar na de ontruiming

De cultuur van de straat

De rol die cultuur en religie spelen bij integratie is veelbesproken, maar vooralsnog op oeverloze wijze. Alexander Pechtold richtte zich deze week op de VK-Opiniepagina tot Wouter Bos met een artikel dat veel puntige uitspraken bevatte. Een bloemlezing daaruit:

De gedachte dat de staat integratie kan forceren is een misverstand. De kern van de PvdA-integratienota is aanpassen en aanleren, het ‘wegpoetsen’ van cultuurverschillen door dwang en drang. De PvdA ziet integratie, net als Wilders, vooral als een cultureel probleem.

[.] het zet mensen tegen elkaar op en reduceert een individu tot een ondergeschikt deel van een groep. Orthodoxe imams voelen zich hier prima bij, maar vrijzinnige moslims worden in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Niet de staat, maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.

De PvdA biedt mensen geen zicht op een baan of een opleiding, maar bemoeit zich wel met hun identiteit.”

Wat had Bos daarop te zeggen:

“Ik ben het met Pechtold eens dat het politieke debat over integratie in Nederland de afgelopen jaren af en toe enkel om cultuur en religie leek te draaien, alsof werk en onderwijs er helemaal niet meer toe deden.

[..] Maar laten we nu niet – zoals Alexander Pechtold kennelijk voorstelt – in onze reactie op dat doorgeslagen debat terugvallen in oude fouten. De oude fout dat integratie vanzelf komt als je maar investeert in werk en onderwijs, de oude fout dat cultuur en religie helemaal geen rol spelen, de oude fout dat integratie een goeddeels autonoom proces is waar de overheid geen rol te spelen heeft.”

Bos pretendeert dat de afgelopen jaren ons hebben laten zien dat die opstelling niet werkte – wat natuurlijk iets totaal anders is dan aantonen dat cultuur en religie de sleutel zijn. Daar valt zeker nog het een en ander aan kanttekeningen bij te plaatsen. Hij maakt het echter nog bonter door eraan toe te voegen:

“Pechtold schrijft: ‘Niet de staat maar mensen zelf gaan over wie zij zijn en willen worden.’ Als dat de afgelopen eeuw onze houding was geweest, was er nooit een vrouw of arbeider geëmancipeerd. Velen van hen waren niet zelf of niet meteen in staat greep op hun eigen leven en toekomst te verwerven.

Te vaak stonden ouderlijk huis, gemeenschap, cultuur of religie in de weg. Altijd waren er voortrekkers nodig, altijd waren er politici nodig die pretendeerden te weten welke kant het op moest en zo mensen bewust maakten van hun mogelijkheden, altijd was er – in de favoriete woorden van D66 – betutteling nodig, wetten, regels of standpunten die het emancipatieproces op de rails hielden en vooruit hielpen.

Integratie van nieuwe Nederlanders in onze samenleving is voor een groot deel een kwestie van emancipatie; en zal dus langs dezelfde patronen moeten verlopen.”

over emancipatie

Bos koestert merkwaardig geromantiseerde herinneringen aan de emancipatie. Uiteraard waren er politici en andere intellectuelen die wel wisten hoe het moest, maar gelukkig dachten de betrokkenen ook zelf na. Het was en is beslist niet aan de overheid om de normen en eindcondities voor een dergelijk proces te bepalen. Laten we nu niet doen alsof Pechtold het hier niet heeft over kansen scheppen. Daartoe behoort eventueel educatie of ‘opvoeding’, maar zeker geen drang en dwang. Ook de Wetenschappelijke Raad voor de Regering (WRR) heeft meer dan eens opgemerkt dat de overheid de laatste jaren vooral dingen eist van haar burgers.

Ruim een jaar geleden toen Bos een lans brak voor polarisatie in het debat, associeerde hij voor het gemak even emancipatie met polarisatie. Ik kan me toch echt niet herinneren dat feminisme ooit gold als een maatschappelijk probleem… Hij zei onder andere: “Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.”

Een dierbare virtuele kennis van mij reageerde als volgt: “Ik kan mij echter niet herinneren dat de PvdA ooit de emancipatie van arbeiders, vrouwen en homo’s wilde bevorderen door ze eerst te bekladden en te beschimpen. Integendeel, voorzover de PvdA bijdroeg aan de polarisatie – zeker in de periode Den Uyl – was dat door de maatschappelijke tegenstellingen (these-antithese) bloot te leggen, te weten die van arbeid versus kapitaal en seksuele geaardheid versus seksisme.”

intussen in het ghetto
 
Maar goed, moeten cultuur en religie wel of geen rol spelen in het integratiedebat? Het ligt eraan bij welk aspect, maar zelfs wanneer het gaat over Marokkaans-Nederlandse straatschoffies in de kansenwijken presteren sommigen het nog om het erbij te slepen. Hans Werdmölder deed het op dezelfde plek en tijd als de heer Bos, bij wijze van klassiek 1-2tje. Hopelijk is zijn boek beter, want verder dan een serie beweringen komt hij niet. Hij schrijft weliswaar genuanceerd, maar “Toch spelen Marokkaanse culturele patronen als eer, schaamte, trots, wantrouwen en hoge gevoeligheid wel degelijk een rol in hun gedrag.” Sinds wanneer zijn dat gepatenteerde eigenschappen? Eén bron zou die mening moeten schragen, te weten:

“In het vorige week verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel schetst NRC-journalist Andersson Toussaint een nog veel dramatischer beeld van de Marokkaanse gemeenschap. Er is geen etnische gemeenschap, stelt hij, waar het wij-zij denken zo sterk is ontwikkeld. In bepaalde delen van Amsterdam-West leeft een grote groep Marokkanen, die zich bovenal Marokkaan voelt.” Zou het niet ook iets te maken kunnen hebben met het klimaat in Amsterdam-West? Paul Andersson Toussaint zegt zelf nl. wat anders: “Om het in de cultuur te zoeken vind ik heel moeizaam. Als je dan toch een culturele factor wilt noemen, dan is de straatcultuur heel belangrijk. Die is heel negatief, zeer macho en deels crimineel, maar die is veel breder dan de Marokkaanse cultuur, als je daar al van kunt spreken.’”

Mensen die het weten kunnen zijn Jan Dirk de Jong en Martijn de Koning. Beiden hebben ten bate van hun onderzoek zo’n zes, zeven jaar letterlijk rondgehangen met probleemjeugd in respectievelijk Amsterdam Slotervaart en Delft. De Jong kan zijn these prima overeind houden dat ‘de Marokkaanse cultuur’ als verklarende factor gemist kan worden. De Koning kan erg mooi uitleggen hoe begrippen als ‘cultuur’ en ‘identiteit’ vaak oneigenlijk gebruikt worden, waardoor het allemaal ver van de werkelijkheid af komt te staan. ‘Kutmarokkaantjes’ zijn eerder over-geïntegreerd dan te weinig, stelt hij.

het rechte pad

Ondertussen is men in Winschoten met succes aan het poetsen geslagen. Niet met ‘marokkaantjes’ weliswaar, maar met extreemrechtse jeugd: terwijl men jongeren die in de periferie zweefden van de groep weghield, bood men hen een perspectief. Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks pleit ervoor om in heel Nederland gewag te maken van deze methode. Wedden dat-ie ook prima werkt in Slotervaart (liefst in combinatie met een aanpak om er een leefbaarder wijk van te maken)? Overal waar uitzichtsloosheid heerst, radicaliseert (met name) onze jeugd – soms alleen in gedrag, soms ook van binnen. Creëer nou eens echte kansen, in plaats van energie (en geld!) te steken in een zoektocht naar extra, externe oorzaken.

Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

Het opruiende element

De ongetemde meningsuiting en het mensenrechten-kader

In januari van het jaar onzes heren 2009, een half jaar nadat het Openbaar Ministerie de aangiftes tegen Geert Wilders niet ontvankelijk had bevonden, heeft het Hof van Amsterdam hen in het ongelijk gesteld. Dit leverde een stormvloed aan meningen over de staat van de Nederlandse rechtsgang op. Woensdag 28 januari was er in Leiden een zgn. actualiteitencollege met een openbare discussie tussen onder andere de topman van het OM Joan De Wijkerslooth en de grote aanstichter achter de ommezwaai, mensenrechtenspecialist Rick Lawson. Lawsons artikel Wild, Wilder, Wildst (NJCM nr. 4 2008) wordt aangehaald in de recente uitspraak van het Hof. Hieronder een samenvatting van de bijdragen aan de discussie:

Actualiteitencollege: Het Amsterdamse bevel tot vervolging Geert Wilders

Sprekers:
* Prof. mr. J.L. De Wijkerslooth (Joan) -> Straf(proces)recht + procureur-generaal van het OM
* Prof. mr. A.W. Hins (Wouter) -> Mediarecht
* Prof. dr. R.A.Lawson (Rick) -> Bescherming van de integriteit van het individu
* Prof. mr. J.H. Nieuwenhuis (Hans) -> Burgerlijk recht

De Wijkerslooth :

Het sepot was op technische gronden (niet beleidsmatig (inhoudelijk)), te weten: de feiten zijn niet strafbaar.
Ten 1e: Aan 137 c & d WvS moet nog worden toegevoegd door de wetgever de zinsnede: “onmiddellijk of middellijk”. GW richt zich niet tot mensen, maar (het product van) de godsdienst [maar beledigt indirect de groep].
Ten 2e: Het opruiende element ontbreekt.
 
Hins
:
De motie-Bos van 10-2-’05 had als dictum: intensiever vervolgen van haatzaaien, racisme en discriminatie. GW was een van de ondertekenaars van die breed onderschreven motie – waarom willen hij en Rutte haatzaaien dan nu vrijgeven? Er is consensus om onderscheid te maken tussen uitingen en gedrag en dat oproepen tot geweld strafbaar moet blijven. Aan het andere uiteinde bevindt zich kritiek op ideeën. Voorbeelden daarvan zijn “de Koran is een fascistisch boek” en het civiele kort geding van de Nederlandse Islamitische Federatie tegen Fitna op 7 april vorig jaar. De huidige aanklacht baseert zich op rechtsoverweging 10, een verwijzing naar de vrijheid van godsdienst, die wordt uitgelegd alsof dat recht geeft op bescherming. Ook wordt het geval uitgelegd als een botsing van 2 grondrechten. Wel, normaal gesproken staat meningsuiting 2-0 voor. Uitlatingen als “grenzen dicht” en “alle moslims het land uit” zijn echter zeker geschikt voor vervolging.

Lawson :
De rol en invloed van internationale tribunalen is enorm toegenomen en ook om het Europese Hof kan men niet meer heen. De keuze van het OM om Wilders niet te vervolgen leunde dan ook zwaar op uitspraken van het EHRM als de beroemde Handyside-uitspraak* uit 1976(!) en Castells vs. Spanje (’92), dat ook om een volksvertegenwoordiger draaide. Maar er zijn ook recentere uitspraken, zoals Zana vs. Turkije (’97) en Erbakan (’06), die illustreren dat aanzetten tot intolerantie de grenzen van de vrijheid van meningsuiting te buiten gaat. Ook in het geval van overtreding van art. 17 EVRM (Misbruik van Recht) biedt een beroep op art. 10 geen soelaas (Norwoord vs. UK, ’03). Conclusie: het Hof van Amsterdam heeft beter naar Straatsburg gekeken – m.n. naar recente jurisprudentie – dan het OM.

*‘Freedom of expression constitutes one of the essential foundations of a democratic society (..) it is applicable not only to information or ideas that are favourable received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb the State or any sector of the publication. Such are the demands of that pluralism, tolerance and broadmindedness without which there is no “democratic society”.’

Nieuwenhuis:
Dit is een slechte zaak voor de politiek en voor het strafrecht. En dan te bedenken dat moslims van het debat zouden worden uitgesloten! Met ‘haatzaaien’ en ‘groepsbelediging’ legt het Hof de lat wel laag. ‘Haatzaaien’ staat niet in van Dale – het (concretere) aanzetten tot haat, discriminatie en geweld vereist een opruiend element, precies datgene wat het OM niet zag. Intolerantie en minachting is geen haat. Als men ‘over’ een groep mensen geen uitlatingen mag doen die ‘diskwalificeren en minachten’, zoals de wet stelt, kan men Dante, Voltaire en W.F.Hermans ook wel posthuum voor de rechter slepen. Het strafrecht moet de ‘ultimum remedium’ blijven.

geen geseling, wel een tik op de vingers

Om te beginnen was het een welkome bevestiging van de aanwezigheid van gezond verstand dat alle sprekers het standpunt van Mark Rutte en Afshin Ellian, om de meningsuiting zo zeer vrij te geven dat slechts het oproepen tot geweld nog strafbaar zou zijn, breed lachend afdeden als zijnde volstrekt absurd. Ellian, die op opvallende wijze ontbrak daar in het rechtenbolwerk aan het Steenschuur, had zich helaas laten excuseren.

De noodzaak tot vervolging hangt natuurlijk nauw samen met de ernst van de beschuldigingen. Behalve Lawson was geen van de sprekers nou zo overtuigd van de reële impact van Wilders’ uitlatingen. Het moge nu maar eens juridisch blijken hoe ver negatieve beeldvorming mag gaan voordat het schadelijk geacht mag worden. De Wil van Europa, die ons vaak zo eenzijdig wordt uitgelegd, is dus wel degelijk dat juist parlementariërs een zekere verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van het aanzetten tot intolerantie – een verantwoordelijkheid die haaks staat op de interpretatie die Geert Wilders aan de vrijheid van meningsuiting geeft.

Persoonlijk vind ik het vreemd dat we steeds maar weer uitkomen op die belediging van een godsdienst, terwijl de uitspraken waartegen aangifte gedaan is toch wel heel wat meer inhouden dan dat. Is dat omdat alleen de vrijheid van godsdienst nog op kan wegen tegen het welhaast sacrale recht op meningsuiting? Dit is een proefproces, een opwaardering van het ‘haatzaai-artikel’ 137, en tòch moet godsdienst er weer bijgesleept worden! Zo zonde…. Verscheidene sprekers spraken hun voorkeur uit voor een civiele procedure, wat me redelijk in de oren klinkt. Laten we grenzen aangeven zonder de reikhalzende martelaren hun zin te geven.

het spook van W.F. Hermans

Hans Nieuwenhuis, de vierde man bij het klaverjassen, liet zich ‘live’ toch minder uitgesproken uit over de kwestie dan daags erna in de Volkskrant – al zijn kreten als “Voor een fatwa hoeven we voortaan niet meer naar Teheran” en “De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! (W.F. Hermans)” wel degelijk langsgekomen. Folkert Jensma was blijkbaar ook aanwezig (al hadden wij helaas niet het genoegen) en echoode die woorden in NRC. In zijn enthousiasme vergat hij te melden dat een bescheiden meerderheid van de zaal zich uiteindelijk achter Lawson schaarde.

Dante, Voltaire en Hermans ‘dan ook maar vervolgen’ … hij doet het altijd goed, het eeuwige Verlichtings-fundamentalische argument. Wij Nederlanders, wij laten het bij een beminnelijk glimlachen bij het horen van onze lieveling Hermans. En wat zijn wij daar trots op! In de pauze had ik met Maria, die mij meegesleept had, dan ook een levendige discussie over het vermaledijde Hermans-cliché, dat ons weer herinnerde aan de Grote Afwezige (die zich via Nieuwenhuis toch verzekerd wist van de obligate inbreng van zijn inmiddels vertrouwde handelsmerk).

Haar stellingname: “Hermans kritiek treft hier niet alleen de katholieken, maar ook het ongereflecteerde ressentiment. Cyrille Offermans: “[…]onder verwijzing naar W.F. Hermans riep [Afshin Ellian] Nederlandse schrijvers en kunstenaars op ‘grapjes’ te maken over de islam […] Hermans richtte zijn satirische pijlen (in een strikt literair kader, waar sowieso andere wetten gelden) op een van oorsprong religieus instituut dat in Nederland al decennialang de politieke dienst uitmaakte, zoals satire van oudsher gericht is op ridiculisering en ontwrichting van de plechtige praatjes van de machthebbers, niet op het trappen naar beneden.” ” Let u vooral even op het (door mij schuingedrukte) woord ‘satirische’.

De mijne: “Vorig jaar [2006], tijdens het debat De Botsing van Grondrechten, sloeg Ellian [Fawaz Jneid] nog met citaten van Nietzsche en W.F. Hermans om de oren, met de mededeling dat die vorm van kritiek in het Westen […] hogelijk wordt gewaardeerd – maar nu hij Ellian een ‘kwaadaardig gezwel’ noemt, wordt dat niet als een waardevolle bijdrage beschouwd. [Er werden nota bene kamervragen over gesteld…] Toen en ook nu weer verzoekt de imam om richtlijnen voor wat dan wel en niet gezegd mag worden.” De grote strijders voor de meningsuiting meten steevast met verschillende maten en hun geloof in hun missie is blijkbaar niet zo sterk dat ze zelf wat kunnen lijden. We moeten af van die preoccupatie met geloof. Dit gaat om hele andere dingen.


~.~.~.~


de zaak Féret
Aanvulling/update: Op 16 juli 2009 is een soortgelijke zaak door het Europese Hof bekrachtigd, nl. die van Front National-lid Daniel Féret vs. België. Féret was eerder door de rechter veroordeeld tot een taakstraf en verlies van zijn passieve en actieve kiesrecht voor 10 jaar. Rechtsdeskundige E.J. Dommering stelt in zijn bespreking:

“Politici hebben volgens het EHRM ten deze een bijzondere verantwoordelijkheid waarop ze ook juridisch kunnen worden aangesproken. Dit is al een eerder ingezette lijn en het arrest komt dan ook niet uit de lucht vallen. Gelet op de grote bescherming die zij anderzijds genieten, zal er een duidelijke afbakening moeten plaatsvinden tussen haat en extreme politieke standpunten. Om die afbakening uit te voeren zul je dus ook naar het geheel van uitspraken en beweringen moeten kijken: het gaat niet zozeer om het kwetsende of schokkende karakter daarvan als wel om de systematische aanval en uitsluiting van een bepaalde bevolkingsgroep die aan die uitspraken ten grondslag ligt.”

Elsbeth Etty liet zich in haar beschouwing zeer kritisch uit over de gevolgen van deze uitspraak voor de vrijheid van meningsuiting. Hoe het ook zij, ‘godsdienst’ komt in de kwestie niet één keer ter sprake.

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (5)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 5: Free Market calling Orson … come in, Orson

Hoe men het op Planeet Politiek toch verzint mag Joost weten, maar ze blijven alle maatschappelijke voorzieningen maar richting de markt-arena pushen. Momenteel spelen veel gemeenten serieus met de gedachte om een zakelijke huurprijs op te leggen aan al hun huurders. Sowieso volgt men in de meeste plaatsen al de trend om al het vastgoed af te stoten, aangezien zo’n aardse taak niet tot de harde kern van het moderne gemeentelijke bedrijf  behoort. Dus verkopen die handel – en eventueel terughuren. Maar eigenlijk moet een ieder dat maar zelf uitzoeken – sport, cultuur, maar ook voormalige ‘diensten’ (inmiddels concerns) als CWI en UWV – ze moeten het van lieverlee maar in de vrije sector uitzingen met hun hele rataplan. Slechts middels bestemmingsplannen faciliteert ‘Men’ (een zekere etherische entiteit) dan nog, bij de gratie gods.

postmoderne gruzelementen

foto
Men heeft werkelijk niet het flauwste idee wat de gevolgen inhouden voor o.a. de subsidies, maar kennelijk gaat men er vanuit dat degenen die dit lot treft er vast wel iets inventiefs op zullen vinden. In Amsterdam loopt wethouder Gehrels hardop te dromen van nieuwe musea op de zuidas, terwijl de kraters van wat ooit was het centrum hebben geruïneerd. Als een komeet schoot zij omhoog vanuit het Citymanagement… en de eerste instellingen staan reeds op straat. Zo gooit men niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk de eigen glazen in, geheel vervuld van de wrede schoonheid van dit alles.

De infrastructuur voor culturele instellingen in Amsterdam is een groot probleem,” aldus Demeester. [..] De Appel is sinds 1992 gevestigd in de Nieuwe Spiegelstraat. Aanvankelijk kon het pand worden gehuurd voor een symbolisch bedrag, maar de huidige eigenaar vraagt een marktconforme huurprijs die voor de stichting te hoog is.”

Groeien en bloeien is er dus niet meer bij, in de eenentwintigste-eeuwse stad die mee wil tellen – plukken des te meer. In Leiden wil men dit boeiende survival-effect uiteraard ook zien te bereiken. En dus stelt men voor om de nonprofit-sector vast te laten wennen aan een zakelijke huurprijs die over maximaal vijf jaar in volle hevigheid over ons neer zal dalen. Als het aan het Leidse ‘concern’ ligt is het aftellen reeds begonnen. (Onderaan volgt een link naar de tekst van de inspraakreactie die wij als kleine podia hebben gestuurd *.) ‘Maar nu eerst’:

professionaliseren moet
foto
Het moet toch niet zo moeilijk zijn zich een voorstelling te maken van de kosten en baten van culturele instellingen? Hun steuntje in de rug kan op wonderlijke wijze variëren van minder dan 10.000 tot meer dan een miljoen – en waar dat geld voor bedoeld is is helaas lang niet altijd even inzichtelijk – maar vaak zou het programma niet kostendekkend kunnen draaien zonder een flinke aanslag te plegen op de portemonnee van de doelgroep (cursisten, kunstenaars, publiek). De rijksoverheid besloot reeds 1 bestuurlijke ronde geleden dat zij het cultuurbudget voor een belangrijk deel af ging wentelen op lagere overheden. Deze krompen echter in hun natuurlijke reflex op evenredige wijze ineen**, maar daaronder zit dus alleen nog ‘de bodem’. Als men nu ook nog de vaste lasten meermaals over de kop wil laten gaan, gaat het wel erg hard richting afgrond.

Binnen deze turbulente ontwikkelingen neemt popmuziek (waaronder ook lichte muziek als jazz en wereldmuziek wordt geschaard) een specifieke plaats in – geen andere tak van de sector zag zich bv. zo zeer genoodzaakt om zich in nieuwe huisvesting te steken. Vorig jaar stond er in de VK een interview met de twee auteurs van een knelpuntenrapport over de poppodia, wat voor mij aanleiding vormde om Tempelvrees te schrijven. Een van hen betoogde destijds dat er vaak verkeerde politieke beslissingen werden genomen, terwijl de ander naar voren bracht dat het blijven hangen in de vrijwilligerscultuur ook niet echt productief had uitgepakt. Vandaag werd een uitgebreid onderzoek*** gepresenteerd dat stelt dat beide oorzaken inderdaad spelen – en dat lijkt me heel plausibel.

Toch blijft het een belangrijke vraag in hoeverre je een culturele doelstelling met een zakelijke moet willen mengen. Voor je het weet heb je een Afdeling Vastgoed….

*Nanu, nanu! * (Wordt vervolgd.)


* Ga naar esnips.com en tik in als zoekterm ‘brief Stampod nav beleidskader vastgoed’
** Momenteel maakt de post Cultuur in Nederland vrijwel overal minder dan 1% van de begroting uit
*** Het (overdadig geïllustreerde) Grote Poppodium Onderzoek zelf is hier te vinden

foto 1 : De zogeheten gekraagde lemming (Dicrostonyx groenlandicus) pleegt niet collectief zelfmoord. Door een samenspel van roofdieren kan het aantal lemmingen enorm stijgen of dalen.
foto 2
: Eindelijk een arbo-conforme werkplek voor de nieuwe lichting cultureel werkers (de B-b-beurs…?)! 

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit