professor Kinneging en de wet van Godwin

Vorige week plaatste professor Andreas Kinneging een Godwin van jewelste in het gezicht van professor Arnold Heertje: “Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!” Zowel Aleid Truijens op de VK-opiniepagina als Maria Trepp op haar blog hebben reeds hun afkeuring hierover geuit. Zelf reageerde ik bij Maria met:

“Ik zou eerst wel eens willen weten wat daar nu exact gebeurd is, want Truijens is niet altijd even objectief en Heertje is ook geen lieverdje. (Ron Ritzen nam hem niet voor niks als ikoon voor zijn boek Het Arnold Heertje-effect, over al die pratende hoofden die nooit inhoudelijk argumenteren.) Om te beginnen is het bv. niet waar dat Heertje was uitgenodigd om over de Holocaust te spreken.”

(Volgens de aankondiging zou Heertje namelijk spreken over zijn vakgebied, en wel over ‘de rol van economie in een begripvolle, hechte democratie’.)

de juiste prikkels
 
Nu de vergelijking met Hitler en zijn trawanten het modethema van deze lente schijnt te zijn, is het misschien wel aardig om ook eens een duit in het zakje te doen en te onderzoeken waar de grens ligt tussen het gebruik als drogreden (c.q. dooddoener) of bij voorbeeld als treffende repliek op de woorden van de ander (niet chic, maar wel raak). Met andere woorden: is-ie boven of onder de gordel. Maar al te vaak wordt zo’n opmerking in de media zwaar uit z’n verband gerukt. En hoe vaak is niet de Godwin zelf, maar de beschuldiging daarvan de killer in kwestie?
 
Inmiddels heeft eerdergenoemde Ron Ritzen (ik dacht al waar blijft-ie) op zijn onvolprezen website drogredenen.nl een bespreking geplaatst van de conversatie tussen beide BN-ers, die ik hier onder dankbetuiging grotendeels overneem:

Heertje was uitgenodigd om zijn zegje te doen over een (m.i. zeer verfrissend) boek van Willem van Leeuwen over ‘vergeving’ en dat deed Heertje dan ook (niet). Heertje zag, zo bekende hij, weinig heil in het verschijnsel ‘vergeving’. Hij noemde het een ‘alfa’-benadering. “Als u wilt dat er een samenleving komt, die humaner is, een samenleving waar mensen elkaar kunnen vertrouwen, waar mensen eerlijker zijn (…) als u dat wilt, zult u de vraag aan de orde moeten stellen waarom u dat eigenlijk wilt, en hoe u dat tot stand gaat brengen. Wat moet daarvoor gedaan worden… Welke architectuur is nodig om een dergelijke wereld te bereiken? Maar de eerste vraag is, is dat eigenlijk wel nodig? Is het nodig dat we allemaal mensen krijgen in de samenleving, die deze geweldig ethische humane karakteristieken hebben? Is dat nodig en als u denkt dat dit nodig is, hoe gaat u dat dan controleren of mensen eerlijk en betrouwbaar zijn. Want naar mijn mening gaat het daar helemaal niet om.” Volgens Heertje willen we een samenleving waarin mensen zich gedragen alsof ze te vertrouwen, eerlijk en integer zijn. En dan moet je de vraag stellen hoe je dat gaat bereiken. Een kwestie van ‘social engineering’. Hij pleitte voor een systeem van prikkels waardoor zich gaan gedragen alsof ze te vertrouwen zijn. Een meer humane samenleving kan bereikt worden langs de weg van de exacte wetenschappen. “Langs de weg van de natuurkunde, de scheikunde en de wiskundige.

Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie, meende dat Heertje een belangrijk punt over het hoofd zag: wie bewaakt degenen die de prikkelstructuren inbouwen (1:54:28). “Wie bewaakt de bewaker?”, wilde Kinneging weten. Hij wees erop dat de nazi’s heel goed waren in het construeren en gebruiken van prikkelstructuren. Heertje vond “deze suggestie buitengewoon grievend. Ik begrijp niet waarom u dat doet. Er is ook geen enkele reden om dat te doen. Het is volstrekt misplaatst. U weet niet wat u zegt. U suggereert nu dat ik met gedachtegangen kom, die – als het ware – gefundenes Fressen zijn voor de nazi’s. Dat vind ik buitengewoon kwalijk.”

Kinneging meende op zijn beurt dat dit voorbeeld wel degelijk van belang is, omdat dit de zwakte van het betoog van Heertje blootlegde. “Maar het is misschien wel waar. U vindt het niet leuk, maar daarom geef ik dit voorbeeld. Misschien heeft u niet goed genoeg nagedacht over deze problematiek.”Heertje wees vervolgens op het fenomeen ‘mechanism design’, waarvoor drie Amerikaanse economen de nobelprijs hebben gekregen. Het waren, zo benadrukte Heertje, alle drie joden. “Een essentieel onderdeel van het ‘mechanism design’ is het voorzien in de behoefte van burgers.”

Kinneging wilde vervolgens weten waarom er geopteerd moet worden voor een waarde als duurzaamheid. Heertje: “Houdt u nu toch even op, meneer, als u wilt.” Dat wilde Kinneging kennelijk niet, want hij herhaalde zijn vraag.Op dat moment greep de gespreksleider, Pieter Hilhorst, terecht in. Hij bracht op een slimme manier het gesprek terug op het thema van de avond, ‘vergeving’. Maar daar wilde Heertje niet aan meewerken. Hij kwam terug met de sneer dat Kinneging niet kan weten waar het in deze economische theorie om gaat. Uitgangspunt van deze theorie is de behoeften van burgers.

wie bewaakt de bewaker
 
Zie voor de bespreking van de gebruikte argumenten de rest van Ritzens artikel. Naar mijn mening speelt Kinneging hier op de bal en niet op de man (de enige die, als altijd, op de man gaat spelen is Heertje) en is zijn vergelijking, hoewel niet al te subtiel, relevant. Heertje’s oplossing-om-bestwil doet me denken aan de documentaire-reeks Century of the Self van Adam Curtis, die als tagline heeft: “This series is about how those in power have used Freud’s theories to try and control the dangerous crowd in an age of mass democracy.” De vele overeenkomsten van social engineering (oftewel consumentisme) met nazi-Duitsland zijn nl. niet toevallig: beiden putten uit dezelfde bron van kennis over het onderbewuste en gebruikten dezelfde technieken – zij het dat ‘propaganda 2.0’ wellicht betere bedoelingen had, te weten om een herhaling van 1.0 te voorkomen.* Maar juist door goed te willen doen, gaat heel wat fout. Zo bezien is het ook eigenlijk niet zo vreemd dat de opgeworpen hamvraag, “Wie bewaakt de bewaker?”, door Plato is geformuleerd, terwijl zowel Plato als zijn grootste fan Kinneging zelf bepaald niet gespeend zijn van autoritaire neigingen. Maar nagedacht over de problematiek hebben ze gelukkig wel.
 
* zie ook mijn blog over dit onderwerp: Sigmund de maatschappijcriticus