Verlicht populisme

Onlangs werd The Diploma Democracy van Mark Bovens gelanceerd middels een soort campagne voor meer populisme, getuige koppen als ‘Wilders wint dankzij PvdA en VVD’ (VK) en een uitlating als “Wilders is een ‘blessing in disguise'” (interview bij IKON). Aangezien het pleit voor minder scheve machtsverhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, ligt het gekozen format (een engelstalige kluif) niet direct in het verlengde daarvan. De voorstudie uit 2006 bood uitkomst: prettig leesbaar en opvallend genoeg verstoken van voornoemde angel … Als het slechts een slogan was om het verhaal te verkopen, dan heeft het in mijn geval gewerkt.

meritocratie

Dat een hoogopgeleide minderheid de politieke agenda bepaalt lijkt misschien een open deur, maar het is erger dan dat: de afgelopen drie decennia laten een leegloop zien die zo drastisch is, dat het wel lijkt alsof we opnieuw in de 19e eeuw zijn beland. Lager opgeleiden zijn massaal afgehaakt en de elite neemt ongehinderd besluiten waarvoor in feite slechts in eigen kring draagvlak bestaat. Dat is op zijn minst zorgwekkend.

Bovens pleit dan ook voor diverse vormen van directe democratie, zoals daar zijn: directe verkiezingen van bewindspersonen, referenda en burgerinitiatieven. Ook dat is niks nieuws, maar bij de elite wil het nog alsmaar niet echt aanslaan. Parlementair Nederland moet blijkbaar telkens worden opgepord om, met het oog op de gapende kloof, wat enthousiasme voor het democratische experiment op te brengen.

Daarnaast breekt hij een lans voor actieve participatie middels maatschappelijk debat en deelname in organisaties (politieke partijen, ngo’s etc.) om – desnoods op verplichte basis – een meer representatieve vertegenwoordiging voor elkaar te boksen. Dat zijn eigenlijk hele klassieke methodes… zou het daarom zijn dat her en der de postmoderne stekels overeind gingen staan? Het plebs opnemen, zelfs de LPF is ervan teruggekomen.

de discussie

Mark Bovens is onpartijdig (in die zin dat het functioneren van de democratie hem boven alles lijkt te gaan), is voor pluriformiteit en hield in 2003 in Trouw een vurig pleidooi tegen wij/zij-denken. Hem gaat het niet om de inhoud, maar puur om het beantwoorden van de vraag ‘who should govern’. Als de laagopgeleide meerderheid nationalistisch ingesteld is, dan moet dat volgens hem logischerwijs consequenties hebben. Slechts aan het eind van het rapport haalt hij David van Reybroucks pleidooi voor populisme aan (want dat is immers ook luisteren naar de bevolking).

Nu het met name die roep heeft meegekregen, worden een paar woordjes gewijd aan de mogelijke valkuilen daarvan toch wel node gemist. Maar nee, hij steekt zelfs de loftrompet over de rol die charisma speelt bij de verkiezing van personen. De waarde van het rapport is puur gelegen in de oproep om alle rangen en standen weer een stem te geven, zowel incidenteel als structureel. Dat is tegen de heersende stroom in en dat betekent alle zeilen bijzetten.

Want juist bij de eigen linksliberale achterban is er weerstand en die richt zich inderdaad tegen de vorm, de methodes. Inhoudelijk gaat het over populistische partijen, dat die ook hoger opgeleiden en zeker niet alle lager opgeleiden aanspreken – wat afleidt van de (eigenlijke) stelling dat die laatsten het meest zijn afgehaakt en de sociaal-democratische partijen middenklassepartijen zijn geworden. Tjitske Akkerman ziet weinig heil in directe democratie, maar zou het wel eens willen hebben over “de manier waarop populisten opkomen voor het volk”.

*tromgeroffel* “Welke vormen van directe democratie staan zij voor, [..]” Hè? Who cares, als je er zelf niet eens voor te porren bent! Maar waar zou het in ‘de’ politiek over moeten gaan? Braaf over misdaad, asielzoekers, integratie en Europese eenwording? Of eens een keertje over de pro’s en vooral de cons van privatisering, marktwerking en de afbraak van sociale regelingen en voorzieningen? Voorzover men zich om de afgehaakte kiezer bekommert, lijkt men er gemakshalve vanuit te gaan dat die het beslist niet dáárover zou willen hebben.

populisme

Pas kort nadat van Reybrouck het verlichte populisme begon te prediken hebben linksliberalen als Mark Bovens (PvdA) en Dick Pels (GroenLinks) het als element in de discussie gevoegd. Populisme mag dan volgens het woordenboek een neutrale term zijn, de keren dat Pels de SP in het verleden populistisch noemde was dat niet om hen een compliment te maken. Van Reybrouck en ook ‘Obama’ hebben hem de ogen geopend: naast een duistere zou het ook een aantrekkelijke kant hebben. Vertel!

Hij schetst: “Er is sprake van een groeiende kloof tussen betrekkelijk homogene subculturen: het SBS6-Telegraaf-Radio 538-kamp versus het VPRO-NRC-Radio 4-kamp, waarbij in het eerste materialistische, autoritaire en nationalistische waarden prevaleren en in het tweede postmaterialistische, libertaire en kosmopolitische waarden. Hoe lager het onderwijspeil, des te meer men zich verliezer voelt van de globalisering en de meritocratie, en des te groter het algemene wantrouwen en onbehagen is in de politiek.”

Maar hoe ziet nou in vredesnaam een verlicht populistische oplossing eruit? Heel even komt het woord ‘cultuureducatie’ langsflitsen, temidden van veel damp. Laaggeschoolden in het parlement daar moet ook Pels niet aan denken, het charme-offensieve element daarentegen spreekt hem bijzonder aan. Maar hoe zelfverklaarde kosmopolieten zich met verstokte nationalisten gaan verzoenen blijft vooralsnog aardeduister.

Van Reybrouck zegt ‘No one has to be afraid of absurd policy proposals and sweeping statements. Populism can be as anti-elitist and anti-establishment as it wishes to be, provided it is not anti-parliamentary and anti-democratic. It is an enrichment to society if the least educated can find democratic parties within the political spectrum to which they can relate.’ (Bovens 2009; p. 100) Dat is waar, maar ook binnen de wet kan men allerlei repressieve maatregelen verlangen. Als het elitaire antwoord daarop tot nu toe ‘libertair’ was, hoe luidt het populistische dan wel niet?

elitarisme

Het p-woord an sich heeft mijns inziens een (1) enkel nut: de ingedutte post/neo-kliek uit hun winterslaap wekken. Het komt bij voorbeeld op het juiste tijdstip om als repliek te dienen op ‘Het Bange Nederland’, op zich best een aardig boekje waar de usual suspects zich lekker door aangesproken voelden. Maar, zoals de Fabelkrant haarfijn opmerkte: ‘Tot zover zullen de meeste linksen zich wel enigszins kunnen vinden in de kritiek van Duyvendak, Engelen en De Haan op de conservatieven, nationalisten en rechts-populisten. Maar zoals het echte liberalen betaamt, stokt hun kritiek zodra het kapitalisme in beeld komt.’

Dan word je zowaar zelf tot het plebs gerekend welks kritiek louter voortkomt uit angst voor het nieuwerwetse. Onlangs vroeg een raadslid van GroenLinks Leiden zich af of je als idealistische partij referenda moet willen – implicerend dat de meerderheid van de bevolking dat niet is, idealistisch. Dan denk ik onwillekeurig aan al die besluiten die noch groen, noch links te noemen vallen, en waar inderdaad steeds zo’n tweederde van de stad anders over denkt. Steeds vaker bevind ik mij tussen die morrende meerderheid, terwijl ik nog steeds dezelfde minderheidsstandpunten heb als vroeger. Misschien is GL gewoon best wel eng.

Dat
hele ingedutte smaldeel mag wel eens z’n ivoren toren uitgebruld worden – mooi als je bij je principes wil blijven, maar niet als die neoliberaal zijn. En de verlicht-populistische toekomst, ik vermoed dat onze CDA-wethouder daar een staaltje van ten beste gaf tijdens het Wildersdebat vorig jaar. Hij begon over een  werkeloze havenarbeider, die zich ergert aan al het arabisch en de satellietschotels om hem heen, maar eigenlijk met sociaal-economische behoeften kampt. Maar, zei hij snel, je moet dan iets doen aan datgene waar hij om vráágt (die schotels dus). Verlicht populisme is vooral een stukje professionalisering richting marketing.

Advertenties

49 Responses to Verlicht populisme

  1. maria says:

    Joke ik wordt gek, mijn verhaal is weer weg en helaas niet ingelogd bij het aanbevelen…..
    ik leer het nooit.
    Hoe dan ook: van populisme moet ik niets, marktwerking vind ik soms best in orde, als men kritisch afstand houdt.
    Pels is vaak goed, maar soms te populistisch en oppervlakkig- heeft zich niet voor niets van Jami laten inpakken.
    Joke, de mensen zijn blijkbaar bezig met de lente en hebben weinig zin in politiek. Jammer, je blog is een discussie waard.Reactie is geredigeerd

  2. Joke Mizee says:

    Maria, meid!
    Ik moet zeggen dat als ik van Reybrouck zelf lees, dat de boodschap dan veel positiever overkomt dan via m.n. Dick Pels. In elk geval is het lange termijnwerk. Verder is volksverheffing het werkelijke taboe, dus waarom daar dan het etiket populisme opgeplakt? En last but not least: DvR benoemt de onderwerpen waar het eigenlijk over zou moeten gaan.
    Uit een recent stuk in http://www.nrc.nl/opinie/article1962942.ece/Er_is_niets_mis_met_een_goede_populist:
    "Meer laaggeschoolden in het parlement: uiteraard. Maar ook: deugdelijke vorming. Dat geldt beslist voor het onderwijs in Nederland, maar net zo goed voor de cultuureducatie in Vlaanderen. Die hoeft allerminst paternalistisch te zijn, zoals vroeger vaak het geval was, maar evenmin uitsluitend populariserend zoals nu de norm is. Volksverheffing is geen schande, maar een evidentie."
    En even verderop: "Het was tenslotte een hoogopgeleide bestuurselite die gekozen heeft voor een doorgedreven markteconomie, het waren academici die aanstuurden op een verregaande liberalisering van de natiestaat, het waren doctorandi die likkebaardden bij de privatisering van tal van overheidsdiensten, het waren hooggeleerde onderwijsexperts die in Nederland het onderwijs moedwillig hebben uitgekleed. Dan moet de elite vervolgens niet gaan jeremiëren als het volk zo, euh, volks wordt? Wie de burgerzin tot koopkracht herleidt en de schooltijd tot gezelligheid, weet wat hij kan krijgen: patjepeeërs!"Reactie is geredigeerd

  3. maria says:

    Deugdelijke vorming, wie kan er daar tegen zijn??
    Rest van de aangehaalde tekst: eens.Zeer goed, zeeer belangrijk.
    Maar toch:
    ik heb net het nieuwe vrijzinnigheids-manifest “Open en onbevangen, De noodzaak van een vrrijzinnige politiek “ uit.
    Het één en ander bevalt mij zeer.
    Joop v d Berg geeft 10 basiseigenschappen van de vrijzinnigheid aan:
    “Tien eigenschappen van vrijzinnigheid ( p 20 ff):
    1.individualisme
    2. liberale attitude als het om economie en economische poli¬tiek gaat
    3. steun aan maat¬schappelijke emancipatie
    4. gehechtheid aan de constitutie
    5. kosmopolitisme en anti-provincialisme
    6. wantrouwen jegens godsdienst en kerk, vooral de meer orthodoxe varianten ervan
    En vervolgens noemt vdBerg vier niet intrinsieke maar historisch gegroeide eigenschappen:
    7. Al vanaf de (burgerlijke) Republiek wordt vrijzinnigheid – al heette het toen ‘rekkelijk’ – geïdentificeerd met de stedelijke re¬genten
    8. verlangen naar weldenkendheid en bijpassende welgemanierdheid, uitgesproken anti- populistisch
    9. gematigd¬heid en voorkeur voor de nuance
    10. behoefte aan de pragmatische aanpak
    Over vrijzinnigheid versus populisme schrijf dan Thom de Graaf, en hij spreekt mij echt uit mijn hart:
    “Politiek populisme ontkent de betekenis van compromisvorming en parlementair debat. Het kan nog scherper worden gezegd: po¬pulisme is een vorm van gedegenereerde democratie. In Demo¬eraey and Populism (2005) stelt john Lukacs dat het liberalisme weliswaar heeft getriomfeerd over andere ideologieën, maar daar¬mee ook zichzelf heeft volbracht. Zijn belangrijkste geesteskind, de parlementaire rechtsstatelijke democratie, boet aan aantrek-kingskracht in en ontmoet steeds meer desillusie, desinteresse en zelfs verveling en apathie. Lukacs ziet de klassieke parlementaire democratie afglijden naar zoiets als "popular democracy’, een staat zonder totalitair regime, maar ook zonder krachtige oppositie, met corruptie van woorden en een bijna-monopolie van de tele¬visie als opinie- en emotiemaker. Hij ontwaart een parallel in de ontwikkeling van de media: de nadruk verschuift onder druk van de commercie geleidelijk van nieuwsgaring en opinievorming naar populair entertainment: ‘for populism is of ten crudely ma¬terialistic’ (Lucacs,p. 219). Als we overigens kijken naar de geldschieters achter Nederlandse populistische bewegingen van het laatste de¬cennium, dan is die vergelijking nog niet zo gek. “
    “Popu¬lisme is een langzaam werkend gifin staat en samenleving. Staats¬instellingen worden bekritiseerd of geridiculiseerd, in de samen¬leving worden latente tegenstellingen aangeblazen en verhevigd in plaats van beheerst en gekanaliseerd. Dit gif moet krachtig worden bestreden in plaats van lijdzaam geaccepteerd of oppor¬tunistisch geïmiteerd.” ( p 98 f)
    “Populisten wekken op zijn minst de twijfel of zij die rechts¬staat daadwerkelijk omarmen. Of migranten, moslims, jongeren van Marokkaanse afkomst, vluchtelingen nog wel onvoorwaar¬delijk mogen rekenen op daadwerkelijk gelijke behandeling. Of ze als individu rechten hebben en bescherming genieten of vooral worden gezien als onderdeel van een zorg, een probleem of zelfs gevaar. “ ( p 100)
    “Het is daarom een vrijzinnige opdracht, misschien wel de al¬lerbelangrijkste, om weerwoord te bieden tegen uitholling, tegen vervlakking, tegen exploitatie van sentimenten en tegen onzorg¬vuldig gedrag, waar dan ook, op straat én in de staat. Wij kunnen ons geen erosie van de democratische rechtsstaat veroorloven. Vrijzinnigheid is het diapositief van populisme en verdient een krach tig reveil! “ ( p 101)

  4. maria says:

    De argumentatie dat de vrijzinnigen het populisme zelf over zich hebben opgeroepen gaat niet helemaal op.
    Het populisme is aangedreven en sociaal-economisch veroorzaakt door rechts-liberaal, door de VVD en door de Fortuynisten en Burkianen en de rechterflank van de PvdA, allemaal geen vrijzinnigen maar dogmatisch-liberalen of hardliners.
    Ik heb geen enkele sympathie voor populisten, en ik zoek ook niet de dialoog met ze, laat staan dat ik hen wil verlichten. Ik probeer vooral zelf geinspireerd te blijven en me niet het moeras in laten te trekken, daar heb ik alle handen vol aan.
    De hele zaak met populisme enz. is erg een smaak-zaak. Ik houd er niet van en ik houd het me van mijn lijf.
    Klaar.
    Anderen vinden het niet erg. Daar is moeilijk over te twisten.Reactie is geredigeerd

  5. Joke Mizee says:

    Ik hou ook niet van de term populisme, het is kretologie en werkt verwarrend. Beter zegt men wat men na wil streven. Iedereen snapt dat de politiek meer smoel moet krijgen, maar als Bos dat verwoordt middels ‘polarisatie is goed’ dan wordt het weer zo plat gemaakt.
    Vandaag op IKON’s http://www.ikonrtv.nl/daw/uitzending.asp?lIntItem=2&lIntEntityId=179 een tegenstander van het populisme – maar dus óók weer geen fan van directe democratie! – socioloog Anton C. Zijderveld: "En wat doe je als de uitslag van het referendum bijvoorbeeld 49 tegen 51 procent is? Dan krijg je een heel moeilijke situatie." Waar slaat dat nou weer op, dat gebeurt nu toch ook!
    Maar juist door partijdiscipline krijg je vertekening van de stemverhouding. Ik voel wel wat voor afspiegelingscolleges en -kabinetten (zie mijn dualisme-blog) – maar dan niet met technocraten aan het roer. Dat vereist een professionele raad, maar een collegecrisis als in R’dam zou daarmee tot het verleden kunnen gaan behoren.
    Wat Zijderveld terecht opmerkt is dat ‘luisteren naar’ iets heel anders is dan ‘de oren laten hangen naar’.
    En ja, het lijkt wel of men niet meer begrijpt wat compromissen sluiten inhoudt. Het lijkt alsof er niets tussen oeverloos polderen en de hoekige ‘duidelijke lijn’ van de neocons in ligt. In de praktijk ontbreekt het vaak aan een behoorlijke afweging van belangen, maar een dictatuur van de meerderheid moeten we zeker niet willen.
    Het viel mij vooral op aan deze richtingen-discussie in het linksliberale kamp dat cultuureducatie blijkbaar al heel lang taboe is, zijnde oude, regenteske politiek. Dat druist in tegen het beeld wat je bij rechts aantreft wanneer het over de linkse kerk gaat, en wat daar als politiek-correct zou gelden.
    Prima dat je een lans breekt voor de positieve kant van de sociaal-democratie, de ‘verheffing van het volk’.

  6. maria says:

    Ik houd wel van de term “populisme”.
    Poplisme betekent verkorting, vervlakking, verkleining, kort door de bocht-zwart-wit.
    In de dialoog alleen waardevol als men erop mikt alle simplificaties weer complex te maken en aan te vullen wat is weg gelaten.
    Dat is dus mijn taak in zake Burke Stichting en Wilders.
    Het boekje van Zijderveld heb ik al besteld- ik ben een lezer en niet TV-kijker.
    Verder is me Zijderveld al verscheidene malen gunstig opgevallen in Burke –verband (al weer een voorbeeld waarom ik geen bezwaar heb tegen vele CDA’ers..CDA is conservatief maar meestal niet populistisch) .
    Over het belangrijke Duitse verlichtings-toneelstuk “Nathan der Weise” zei Z. bijvoorbeeld:
    “Lessing [wil] aantonen dat joodse, christelijke en islamitische bloedbanden niet bestaan en religieuze identiteiten met hun ingebakken vooroordelen geconstrueerde identiteiten zijn die gemakkelijk gedeconstrueerd kunnen (en moeten!) worden. Deze met humor gebrachte boodschap is na twee eeuwen nog steeds volop actueel.” (Schuivende identiteiten, Het Financieel Dagblad, 20-11-2004) .
    Z.tikte bovendien Kinneging op de vingers een keer, en meende terecht dat diens ideeen over het gezin wel erg na nazi-gedachtegoed stonken.
    …Ongelovelig lastig de nieuwe opdringerige reclame op het Vk-blog, bewegende auto’s enz.
    Een reden om weg te blijven van het blog.
    BBen wel blij dat ik op mijn Passagenproject-site geen reclame toesta- maar daar moet ik dus extra voorbetalen!Reactie is geredigeerd

  7. Joke Mizee says:

    Complexiteit zou een van de belangrijkste ingrediënten moeten zijn van een waarachtig verlicht populisme. En dat dan populair weten te brengen…? Dat is de hele crux, daarom is er geen krachtig weerwoord tegen het hijgerige, aantijgerige geluid van bv. een PVV.
    Ja, conservatief is iets héél anders dan neoconservatief. Zijderveld vind ik wel erg regentesk. Wel goed dat zoveel denkers zich ermee bemoeien, als tegenwicht voor de politieke dieren die geen afstand meer kunnen nemen t.o.v. hun positie. Politici met principes zie ik graag, van welke kleur dan ook (Hans Dijkstal, Dries van Agt). Helaas verlaten die de onwillige schoot van de partij uiteindelijk.
    Die reclame… is dat nou postmaterialisme, of juist niet? We leven in een rare postmoderne tijd.

  8. maria says:

    Straks vanmiddag haal zijn boejke.
    Maar in ieder geval, het zowel simpel alsook complex te houden, dat is inderdaad de uitdaging!

  9. Joke Mizee says:

    Ik ben wel benieuwd wat hij nou precies wil, die Zijderveld. Ik weet eigl. alleen waar hij allemaal tegen is – het lijkt wel een populist 😉 – en begrijp je enthousiasme niet zo.
    Complexiteit heb je natuurlijk zowel naar vorm als inhoud. In zo simpel mogelijke bewoordingen complexe onderwerpen bespreken is 1 ding, maar de oplossing dient i.i.g. de diepte in te gaan (denkend aan onze wethouder met z’n ‘schotels’, uit de laatste alinea).
    Ik vond Vogelaar wel sympathiek, maar of die plannen met de wijken ook de terugkeer van buurthuizen e.d. behelsden zou ik eerlijk gezegd niet weten.
    Wel weet ik dat je zulke geluiden van geen enkele gevestigde partij ooit hoort. In Leiden zijn bv. PvdA en GL mordicus tegen zelfs maar het bespreken van de evt. komst van een stedelijk jongerencentrum.Reactie is geredigeerd

  10. petrus says:

    Beste Joke,
    Nogal veel tekst voor een normaal mens. Maar goed, het gaat erom de mensen die nu afhaken weer houvast te geven. Dat kan alleen met authentieke, echte belangstelling voor hun wel en wee.
    Je hebt gelijk de kosmopolitische middenklasser/elite kan dat nooit opbrengen, die gaat op in hun eigen wereldje. Ze vinden wat gewone mensen willen en denken vies, niet correct, achterhaald en achterlijk.
    Als gewone man ga je daar niet op stemmen toch!
    levedemiddenklassegroeten

  11. Joke Mizee says:

    ‘Met uw welnemen’ neem ik je reactie op je eigen http://www.volkskrantblog.nl/bericht/259652 hier even over, omdat ik het een goede aanvulling vindt:
    "Een politieke partij die de ontevreden kiezers wil aanspreken moet het wel menen of in ieder geval weten wat hen dwars zit. Sinds de PvdA het contact met de loontrekkenden het contact heeft verloren, voelen die zich in de steek gelaten. Niet alleen om sociaal-economische redenen maar vooral om sociaal-culturele redenen: gezin werd minder belangrijk, vrouwen moeten werken (in slechte baantjes), vakschool werd afgeschaft, wonen werd individualistisch enz. Hen is uit naam van de vooruitgang een middenklasse cultuur opgedrongen. Populisme geeft hen een nieuw houvast."
    Je skepsis aldaar over Zijderveld deel ik, maar wie weet zegt hij nog iets interessants (Maria is hem aan het lezen) – al heb ik daar een hard hoofd in. (Per slot had Bovens ook nog wel wat meer te melden dan alleen een pleidooi voor populisme.) Maar dat we een vertegenwoordige democratie hadden wist ik wel, ik heb nog goed onderwijs genoten. Maar goed, zonder Zijderveld gaat het CDA dus nu de strijd aan tegen de satellietschotels. Vanuit welke echte belangstelling zal enige al-dan-niet volkspartij daar een aansprekend alternatief tegenover stellen?

  12. Pi i Pi says:

    Joke met Maria eens (haar eerste reactie) Mensen zijn met poezen bezig en denken niet meer…. .

  13. maria says:

    Hi Joke, ik heb inmiddels het boekje van Zijderveld gelezen.
    Het is zeer gemengd; een aantal scherpe observaties; maar ook veel geouwehoer ( minstens 20 keer “zoals ik al zei”) .
    De scherpe observaties betreffen bijvoorbeeld het Platoonse karakter van het populisme (dat we dus ook bij de academische Burke-populisten tegenkomen) : “Het populistische nationalisme heeft zijn oorsprong in het eerder besproken bijna metafysische, absolute gelijk. Dit gelijk mag niet abstract en complex zijn”; de afgrenzing nationalisme versus patriotisme; populisme versus volkspartijen of populaire wetenschap; populisme versus anarchisme; en het anti-institutionele karakter van het populisme. Ook verdedigt hij Jan Marijnissen tegen het verwijt van populisme.
    Twee dingen staan me ontzettend tegen:
    1. Zijderveld is erg positief over Fortuyn (uitgesproken negatief alleen over Wilders en Verdonk). Hij vindt bijvoorbeeld dat Fortuyn veel humor heeft. Nou heb ik dat nooit kunnen vaststellen, maar het voorbeeld dat Zijderveld geeft schreeuwt sowieso ten hemel:
    “Fortuyn kon nog weleens geestig en puntig uit de hoek komen, ook kon hij aanstekelijk lachen zonder uit te lachen. Toen de journaliste Wouke van Scherrenburg hem hinderlijk volgend toeriep dat hij een slechte verliezer was omdat hij boos was weggelopen uit een po¬diumdiscussie, beet hij haar toe: ‘Mens, ga koken!’ Daar konden we, inclusief de journaliste, neem ik aan, nog hartelijk om lachen.”
    Als Zijdervelds Fortuyns reactionaire schriften kende, dan had hij geweten dat dit geen grap was, maar serieus bedoeld. Fortuyn vond dat moeder de vrouw thuis diende te zijn, dat zei hij duidelijk (wie wil citaten zien, of geloven jullie het wel??)
    2. Zijderveld vereenzelfigt het populisme met “Gesinnungsethik”, die hij afkeurt. Ikzelf ben “Gesinnungs”-denker en –voeler, maar JUIST DAAROM haat ik het populisme. Mijn Gesinnung is een mengeling van gevoel en verstand namelijk; en de zogemaamd koele, zichzelf “objectief” wanende mensen waantrouw ik ten zeerste.
    Ik heb een aantal citaten die mij belangrijk en of afkeurenswaardig lijken uit het boekje gehaald en op internet gezet: http://www.passagenproject.com/citaten_uit_anton_zijderveld_populisme_als_politiek_drijfzand.html
    (ook .rtf)
    Ik heb geen zin een eigen blog hierover te beginnen, ik ben de standaardreacties ontzettend beu.. Misschien kunnen we hier bij jou verder kletsen…Reactie is geredigeerd

  14. Joke Mizee says:

    Veel ge-etiketteer, zo te zien. Plato en populisme lijkt me een toevoeging van jouw hand. Als iemand van populisme over z’n nek ging, was het Plato wel. En een verband met anarchisme, alleen maar omdat die ook tegen instituties zijn?! Populisme is opportunisme, zoveel is duidelijk. De rest voegt weinig toe.
    Wat mij opvalt is dat een aantal deelnemers aan dit populisme-debat het opnemen voor ‘populariteit’, dat daar toch vooral ‘niks mis mee’ is. Populaire mensen kunnen echter instemming opwekken waar niet-populaire mensen een geheel andere respons kunnen verwachten – zelfs als beiden exact hetzelfde standpunt uit zouden dragen.
    Zelf vind ik de WRR-rapporten In debat over Nederland en Identificatie met Nederland nog steeds veelzeggend (zie mijn blog The making of Wilders). Door te inventariseren laten zij zien hoe het politieke debat het publieke steeds braaf volgt, waarbij het discours over cultuur, identiteit en integratie op een typische manier is afgegleden van de werkelijkheid. Dàt is de essentie van populisme, van het de oren laten hangen naar aansprekende opiniemakers en daar zelf het gevaar niet in zien.
    A.s. dinsdag in Leiden een debat met o.a. Jan Dirk de Jong aan de toepasselijk genaamde Cleveringaplaats (in het LAK, dus): "De Jong geldt als expert op het gebied van Marokkaanse straatcultuur. Volgens hem heeft het gedrag van allochtone jongens niets te maken met de herkomst van hun ouders uit het Marokkaanse Rifgebergte en nog minder met de islam, zoals aan borreltafels wel wordt beweerd. De problemen hangen volgens hem samen met de behoefte aan erkenning, veiligheid en vertier." (Zullen we erheen gaan? Ik heb eigl. een vergadering, maar dit klinkt interessant.)
    Het enige was mij aan Zijderveld interesseert is hoe hij de verhouding burgers en politici ziet, in concreto. Hoe kunnen dat 2 aparte domeinen zijn, terwijl een politieke partij leden telt? Beiden hebben hun eigen expertise – maar hoe dienen ze dan te communiceren, elkaar te begrijpen en inbreng terug te koppelen?

  15. maria says:

    @“Plato en populisme lijkt me een toevoeging van jouw hand. Als iemand van populisme over z’n nek ging, was het Plato wel”
    Dat is een leuke en zeer belangrijke opmerking die precies op mijn onderzoek slaat. Kijk, je kan het populisme niet begrijpoen zonder zijn innerlijke en absolute tegenstellingen ( zijderveld noemt dit maar zijdelings en werkt het niet uit…)
    Zo zijn de populisten en hun hoofd- en steunfiguren allemaal leden van de elite, die hun groot voordeel uit het populisme slaan. In het geval van de Leidse Burkianen zijn zij expliciet platoons EN expliciet populistisch.
    Zijderveld noemt Plato niet, dat klopt, maar hij heeft helemaal gelijk met de metaphysische dimenensie, die en duidelijk Platoonse is ( ik denk dat hij daarmee eens zou zijn).
    Ge-ettikeer: daar ben ik natuurlijk tegen, maar ik ben er wel voor om te proberen de hele zaak in begrippen te vatten. Dat mag, zolang je begrippen niet als absolute “ware””: categorieen behandelt ( dat is dan namelijk weer Platoons, en de Burkianen behandelen hun begripen (“de” islam) ook als “ware”categorieen.
    De door Zijderveld gehanteerde , geenszins absolute begrippen, zoals volkspartij, populair, nationalistisch, pattriotisch, vind ik behulpzaam voor de discussie.
    “Het enige was mij aan Zijderveld interesseert is hoe hij de verhouding burgers en politici ziet, in concreto.”
    Daarover heeft hij weinig te zeggen: ten eerste wil hij een representatieve democratie zonder directe inmenging, ten tweeede wil hij een afstandelijke “geestesaristocratie” a la Piet Hein Donner.
    Ik vind Donner een van de minder erge politici, geen vergelijk met Bolkestein en rechts ervan, maar hem nou als voorbeeld voor de toekomst, kom nou.
    Nee ik ben inzak populisme er g weg van D66, Thom de Graaf c.s.
    Zijderveld vind ik zeer moeilij. Eigenlijk zet hij de essentie over populisme zeer goed op een rij.
    Ik zou zijn traktaat kunnen omschrijven: van 100 pagina’s tien maken, en Fortuyn erbij halen, populist bij uitsteek. Dat zou een leuke brochure worden, om gratis huis aan huis te verspreiden.

  16. maria says:

    Ik denk nog steeds na over Plato.
    Het populimse is door en door Platoons: ten eerste omdat "ideeen", schemas en vooroordelen op de werkelijkheid worden gelegd ( "de" islam) enz.
    en ten tweede vanwege de autoritaire en oligarche partijstructuur.Reactie is geredigeerd

  17. Joke Mizee says:

    Plato was in elk geval oprecht op zoek naar het goede (en als wij grondrechten formuleren, willen wij graag dat die universeel zijn). Mark Bovens zou je als een positieve Plato-figuur kunnen zien, in een scenario waarin jouw Burke-mannen de Aristoteles-agenda van de oligarchie hanteren. Het klopt als een bus dat het politieke denken van Plato na de moord op Sokrates een zekere fixatie begon te dragen – een reden te meer om een ieder die Fortuyn een grote rol toebedeelt, te wantrouwen.
    Wat mij opvalt is dat de verworvenheid die we ‘vereniging’ noemen helemaal niet meer gewaardeerd wordt. Een mijlpaal in de geschiedenis: het einde van de middeleeuwen en de wieg van onze moderne democratie. De invloed van leden, het zegt de mensen niets. De ‘beweging’ zou daarentegen de toekomst hebben, organischer en dynamischer zijn. Is dat ook een vorm van anti-institutiodinges?
    Binnen de huidige partijen is echter de pluraliteit zoek, dissidenten verlaten de kudde en dat deel dat achterblijft vertegenwoordigt de achterban maar ten dele.
    Donner, ik vind het een type van de dictatuur van de meerderheid. Remember zijn sharia-uitspraak. D66 vind ik momenteel de enige partij met een basis-visie (om het beladen ‘ideologie’ even te vermijden). In de grondrechtendiscussie rond vrijheid van meningsuiting en religie vond ik Donner een ramp, maar D66 heeft zeer goede bijdragen geleverd.

  18. Joke Mizee says:

    De jonge Plato heeft, bij monde van Sokrates, beschreven hoe ieder mens uit verschillende aspecten bestond. Hij bouwde zijn maatschappij op denkend vanuit het individu. Vreemd genoeg stond hij daarin het individu slechts toe om 1 van die aspecten te vertegenwoordigen.

  19. maria says:

    Ik ben om veel verschillende redenen een tegenstander van Plato, die, dat geef ik toe, zeer uiteenlopenede teksten heeft geschreven.
    De visie die hij heeft over staatsinrichting en opvoeding is autoritiar, elitair en wordt niet toevallig aanbeden door de Burkianen.
    Zijn ideeen-ideologie is de basis van elk racisme. Zie http://www.volkskrantblog.nl/bericht/172527
    Ik ben een radicale anti-platoonse neo-kyniker.
    Verder; ik werk nu aan het populisme-hoofdstuk in mijn Burke-documentatie en zal melden als het klaar is (hopelijk duurt het niet meer dan vier weken, maar dat hangt een beetje af van het weer).
    P.S. Aristoteles is geen haar beter dan Plato; dat heb ik zeer uitgebreid eens in het Duits beschreven (staat op internet, wordt veel gedownload),maar helaas heb ik nog steeds geen tijd om het te vertalen..Reactie is geredigeerd

  20. Joke Mizee says:

    "Aristoteles is geen haar beter dan Plato" is precies wat ik probeer duidelijk te maken, nl. dat we Plato vnl. via Aristoteles kennen – een man met een meritocratische agenda.
    Onze onenigheid over Plato draait al een paar jaar in een kringetje rond. Probeer eens een min of meer chronologisch beeld van hem op te bouwen. Het begint al met een aristocraat die kiest voor de kritische (maar uiterst democratische!) houding van Sokrates. Na diens doodvonnis bij meerderheid van stemmen was hij uiteraard erg cynisch over de uitwassen daarvan en ging op zoek naar scholing, o.a. bij de zeer enge pythagoreeërs. Hij had nog een andere zeer hechte vriendschap, nl. met Dion, die politieke aspiraties had t.a.v. de stad Syracuse. P’s sokratische houding t.o.v. de tirannen aldaar (Dionysius sr. resp. jr.) bracht hem meermaals in serieuze problemen. Uiteindelijk nam hij zowel afstand van de idee van de ‘goede tiran’, als van Dions idealisme (c.q. wens om een platonische staatsgreep te plegen).
    M.a.w. hij doorloopt door zijn ervaringen het hele spectrum wat kritiek en kanttekeningen betreft. De constante, de ideeënleer, is ouder dan Plato en heeft (via z’n bakermat Egypte) grote invloed gehad op een groot deel van de moderne wereld. Het is daarom te makkelijk om te zeggen dat het "de basis is van elk racisme" – het heeft ons ook de mensenrechten e.d. opgeleverd. Hij toonde inzicht in de menselijke psyche en zag in dat materiële voordelen voor de heersende klasse de verkeerde types aantrok. Vanwege Sokrates was hij zeer alert op de gevaren van dictatuur van de meerderheid. Waar De Republiek een bijzonder starre poging is om misbruik koste wat het kost in te dammen, verlegt hij in De Wetten het accent richting een regering door wetten.
    Toen men de moderne democratie invoerde heeft men dergelijke zaken ter harte genomen. De directe democratie van de Grieken is helaas met het badwater weggegooid, o.m. omdat het logistieke problemen zou geven bij regering op landsniveau (i.t.t. de stadstaat). Maar Plato biedt voor elk wat wils – hij wordt niet alleen plat gemaakt door jouw neocons, maar in feite door zowat iedereen. Dankzij de angst voor dictatuur van de meerderheid zuchten we nu onder het tegendeel ervan: regering door partijen. Een particratie mag de naam ‘democratie’ echter nauwelijks hebben.
    De reden dat Plato het over een elite heeft is dat hij wil bereiken dat het niet zozeer welvaart, als welzijn is wat voor zoveel mogelijk mensen wordt nagestreefd. Waar hij in de Phaedrus beseft dat de mens zijn verschillende kanten in evenwicht moet houden, denkt hij in De Republiek mensen van puur goud te kunnen creëren. (De 2 werken zijn ong. uit dezelfde tijd en geven blijkbaar zijn eigen ‘worsteling met 2 paarden’ weer…) Plato’s idee om ieder voordeel (geld, macht, aanzien) voor de elite af te schaffen is helaas nooit overgenomen, ook niet door communistische regimes – maar zijn ideale bestuurders moesten met geweld aan hun kluizenaarswoning in het woud worden ontrukt.
    Ergo: alles bij elkaar is Plato juist vooral anti-populistisch te noemen. (Het enige aan hem wat ik ècht eng vind is dat hij in zijn lange leven nooit schijnt te hebben gelachen…) Plato was niet happig op directe democratie, onze huidige elite (van links tot rechts) evenmin.
    Een veel interessantere vraag luidt: schuilt in directe democratie het gevaar van dictatuur, of is dat vnl. een drogreden? Zouden we niet beter voor een ‘best of both worlds’ kunnen gaan ipv het andere uiterste (t.w. particratie)?Reactie is geredigeerd

  21. alib says:

    Volgens mij heb jij vandaag een congres over populisme gemist. Van Jonas Staal CS. Of was je er wel?
    IK was er helaas niet (nachtdienst), Tigra wel. Wellicht schrijf ik er nog over.

  22. Joke Mizee says:

    Ik moest een (ongeplande) operatie ondergaan…. dus dat kwam er nogal tussendoor. Maar als ik het goed begrijp heeft Tigra Maria daar gezien?
    Wat een bezoeking zeg, dat zogenaamde vernieuwde blog! En ook nog op een vreemde laptop.

  23. Smokey Robbinson says:

    Yes!! Inloggen gelukt! Operatie? Hoop dat `t goed met je gaat.
    Beterschap Joke.
    P.s.
    Je hebt een fantastisch mooie nieuwe header ! Een plaatje gewoonweg. Uniek!

  24. Joke Mizee says:

    Ja, ik ben met spoed geöpereerd, maar ik denk dat het in geen jaren zo goed met me is geweest als nu. Al loop ik nog als een oud besje. Dat spartaanse dieet meteen overboord gegooid, lekker hoor….
    Dank w.b. de header – ik moest wel! Ook de verplichte subtitel boodt een artistieke uitdaging. De header is mede dankzij mijn vriend tot stand gekomen.
    (Een actrice besloot een keer ook haar man een applausje toe te wuiven door te roepen: "en daarboven zit de maker van de videobeelden, en hij is ook nog mijn man! " Hij mompelde zacht "en dat is wel een applausje waard, ja.")

  25. alib says:

    Overigens is het ene populisme het andere niet. Dat van Obama is mijlenver verwijderd van dat van Wilders. Positief tegenover negatief. In Nederland kennen we alleen het negatieve populisme (‘Weg met Den Haag’). Het positieve populisme moet hier nog worden uitgevonden.
    Of dat ooit gaat gebeuren?

  26. Smokey Robbinson says:

    Joke, mooi gesproken! Ere wie ere toekomt. Hahaha! arme man….
    Wat een operatie al niet vermag!

  27. Anoniem says:

    Volgens mij moet het fenomeen populisme met meerdere dimensies worden beschreven. Iedere partij of persoon kan dan min of meer hoog scoren op verschillende populisme-dimensies ( die op zich niet gelijkwaardig naast elkaar staan maar minder of meer belangrijk zijn voor het beschrijven van het gehele fenomeen).
    Een belangrijke populisme-dimensie is inhoeverre de wil van “het volk” als absouluut en homogeen wordt opgevat.
    Daar scoort Obama heel laag, en Wilders heel hoog.
    Andere dimensies worden heel goed beschreven doorZijderveld; zie mijn bidrage met link hierboven.
    Een dimensie die ik zeer gevaarlijk vind en waar Wilders NIET hoog scoort is de messsias-dimensie. Dat was de specialieit van Fortuyn, heb ik ook over geblogged, zoek Fortuyn op mijn blog ( ..ah wacht even, ik maak nog nog een nieuwe widget met populisme, Wilders en Fortuyn…)
    Erg leuk trouwens, Jonas Staal heeft een plaatje met Fortuyn-met-hondjes gecombineerd met Jezus met schaapjes..
    Overigens, die vrezelijke Mark Bovens kan je echt vergeten, Joke.

  28. Joke Mizee says:

    De definitie van populisme blijf ik een lastige vinden. Niet iedereen die vertolkt wat bij de bevolking leeft is een populist (zoals Maria al aangaf is Zijderveld daar zorgvuldig in, is de SP volgens hem niet populistisch). Wat maakt Obama eigenlijk populistisch, los van het feit dat hij populair is (op het messianistische af)?
    Het positieve van Bovens vond ik het uitgebreide pleidooi voor directe democratie, een streven wat bij links eigenlijk danig ontbreekt. Wat wel raar is is dat hij lijkt te vinden dat de politieke partijen hun identiteit los moeten laten ten gunste van de polls. (In die zin vind ik hèm dan een technocraat: er is geen plek voor idealen of zelfs maar ideeën/uitgangspunten).
    Maar Zijderveld zit meer op het spoor van ‘de vertegenwoordigende democratie moet vooral beschermd worden’, die is zwaar tegen directe democratie. De vertegenwoordiging is, aan de andere kant, ingesteld om ervoor te waken dat we geen dictatuur van de meerderheid krijgen. Dat zou immers ten koste gaan van een intelligente afweging van belangen.
    De juiste mix van ‘direct’ en ‘representatief/mandatoir’ is waar het om gaat. Het representatieve aspect verbeteren alleen om te verhoeden dat er meer inspraak verlangd wordt, vind ik eenzijdig en elitair (en zelfs enigszins verdacht).
    De kloof tussen politiek en kiezer wordt m.i. in belangrijke mate veroorzaakt doordat partijen geen gezicht meer hebben, vanwege het politieke spel met z’n gebrek aan dualisme. Over meer dualisme door o.a. minder knellende akkoorden c.q. coalitiedwang – inclusief het meerderheids-probleem – daar zal ik binnenkort over bloggen.
    Wel is hier alvast een link naar een discussie over afspiegelingscolleges: http://publiekrecht.blogspot.com/2009/04/blog-post.html. Ik ben daar ook al aan het aftasten wat het bijbehorende standpunt t.a.v. directe vormen van democratie is. Ik moet zeggen dat er bij het CDA voldoende nuance aanwezig lijkt te zijn, waar ik die bij PvdA/GL nog niet echt ontwaar.

  29. Anoniem says:

    Joke, Voor mij is het heel belangrijk hoe ik een person “aanvoel” en die Bovens is een griezel.(Ik ben in Amsterdam in direct life conflict met hem gegaan- zo beleeft als ik kon-; jammer dat je dat hebt gemist)
    Kletskoek, dat Wilders c.s. de minder hoog opgeleiden vertegenwoordigen. Het populisme is juist een vreemd fenomeen van een elite en een leider die “het volk” ( en dan overigens meestal het middelbaar opgeleide volk) gebruikt en ophitst.
    Directe democratie en populisme zijn twee verschillende thema’s. D66 is de grootste vijand van de populisten en toch altijd voor een gematigde directe democratie geweest.
    Ikzelf weet niet echt wat ik van directe democratie vind; ik ben er noch echt voor noch tegen.
    Maar het populisme (dat voor mij vooral gekenmerkt wordt door zijn verkortingen, simplificaties, beperkt gezichtsveld en beperkt tijdsperspectief), daarvan moet ik totaal niets hebben, en ik ben voor argumenten ook totaal ontoegankelijk.
    Ik kan het niet uitstaan, punt.
    Wel probeer ik mijn eigen standpunt met rationale argumenten te onderbouwen, ook al is mijn standpunt primair existentieel en niet rationeel.
    Kees Schuyt heeft in Amsterdam de lectuur van John Deey aanbevolen als tegengif tegen het populisme.
    Daar ben ik nu met bezig. Heb ook geamuseerd ontdekt dat John Dewey op de zwarte lijst staat van de Burke Stichting!!

  30. Joke Mizee says:

    Maria, kun je niet een paar blogs wijden aan dat congres?
    "Directe democratie en populisme zijn twee verschillende thema’s." Interessant, ik moet idd. beter uitwerken wat het verband is.
    Historisch loopt die via Plato en de Toqueville en Mill, zie Yoram Stein: http://www.trouw.nl/nieuws/religie-filosofie/article1374306.ece?all=true. Men verkoos in onze moderne tijd een vertegenwoordiging boven de directe democratie van de Grieken, om democratische waarden te waarborgen.
    Hier komt echter de kloof om de hoek kijken. De vertegenwoordigende democratie dient dan ook niet de tegenhanger van de directe variant te zijn, maar het midden te zoeken tussen dàt en een particratie (regering door partijen).
    [Het continuum is dus: direct < = vertegenwoordigend = > particratisch.]
    Zoals ik net aangaf zie ik Bovens als vertolker van de ene richting en Zijderveld van de andere
    Links of rechts, populistisch of antipopulistisch – allen beweren de kloof te willen dichten. Maar wat mij het meest opvalt is dat vrijwel niemand pleit om burgers ook daadwerkelijk te betrekken. Om te testen informeer ik sinds kort naar de standpunten omtrent de gekozen burgemeester, tussentijdse verkiezingen en zo meer.
    Waar ik naartoe wil, is zowel meer dualisme als meer inspraak als remedie tegen de grote kloof.

  31. Smokey Robbinson says:

    http://www.vkblog.nl/bericht/263279#c2563741
    Joke, ik kom je alleen even attenderen op het blog van Motek.

  32. Maria says:

    Hi Joke ik zag je reageren bij Theo, dus je leeft nog.
    Nog eens schoppen in richting Mark Bovens:
    Mark Bovens in de NRC afgelopen zaterdag: “Wilders is bij uitstek een parlementariër. Cruciaal is of hij dat blijft.”
    Dit is een volledig inadekvate beschrijving van Wilders: “bij uitstek een parlementariër”.
    Analyseer de deportatie-ideeen, het knieschot etc, lieve Mark Bovens!

  33. George Knight says:

    Vraag is of wij met z’n allen willen dat de kloof tussen burgers en instituties zich verkleint, zich vergroot of blijft zoals deze is. Voor iemand als Zijderveld kan de kloof niet groot genoeg zijn. Naar mijn idee denken de meeste bestuurders die nu aan het stuur zitten ook zo, of ze willen ten minste de huidige afstand handhaven.
    Machtsdeling is daarbij het kernwoord. Als je antwoord hebt op de vraag wie er geen belang heeft bij machtdeling, dan weet je wie de kloof tussen burgers en instituties wil handhaven.
    Populisten zijn er in soorten en maten. Ze kunnen conservatief of progressief zijn, rechts of links. Wat ze gemeen hebben is dat ze aannemen dat er een afstand tussen burgers en instituties is die geslecht dient te worden. Deze aanname kan zowel politiek gemeend zijn of voortkomen uit politieke marketing.
    Vraag is of de populist die aan de macht komt de macht werkelijk wil delen met opponenten en burgers. Een linkse populist als Hugo Chavez is een voorbeeld van een politicus die de macht alleen retorisch deelt. Evenals de Cubaanse machtshebbers.
    Het populisme van de PVV en Wilders zet zich af tegen de gevestigde politiek en spreekt over het hoofd van de macht een virtuele modale burger aan. Wilders schept op zijn beurt weer afstand als-ie zijn pijlen richt op een elite die in cultuur, media en politiek het volk buitensluit en minacht. Ondanks de liefde voor Ajax, Andre Hazes en het Songfestival. Michael Zeeman bekritiseerde deze elite eveneens, maar dan vanwege haar gebrek aan ernst, diepte en verantwoordelijkheidsbesef.
    Er is dus iets opmerkelijks in Nederland aan de hand als uiteenlopende types als Zeeman en Wilders overeenkomsten hebben in hun kritiek op de elite. Hoewel het een voorgeprogrammeerde actie vanwege de kenmerken van het populisme van Wilders lijkt om tegen een elite te schoppen, geven -ondanks hemzelf- de gemakzucht, de luiheid, de zelfgezochte sociologische isolatie en de defensieve houding van de elite hem nog gelijk ook.
    De Haagse politiek zet sinds november 2007 -de conceptie van Fitna- tegenover het populisme van Wilders een eigen variant van populisme. Nog meer dan het populisme van Wilders wordt dat andere populisme een ideologie zonder kernwaarden. Want Pechtold en Hirsch Ballin, Vogelaar en Halsema varen op retoriek. Ze komen niet met een inhoudelijk antwoord voor de problemen die Wilders agendeert, zeg een vernieuwende strategie. Hun antwoord is overduidelijk een tactisch antwoord om Wilders te weerleggen.
    Het werkt averechts. De zittende politiek neutraliseert het losse kanon Wilders niet. Integendeel door het anti-populisme van de anti-Wilders krachten worden juist de nadelen van Wilders populisme geneutraliseerd en opgewaardeerd.
    De stelselmatige blokkade van politieke hervormingen, laat staan van het complete politieke systeem door de politieke elite handhaaft bewust de afstand tot de burgers. Dat speelt weliswaar op het niveau van afzonderlijke partijen die de macht met toetreders niet willen delen, maar fixeert per saldo elke beweging van de politieke sector.
    Vormen van meer directe democratie binnen de representatieve democratie worden dus keer op keer geblokkeerd door de zittende macht. Omdat de zittende macht de macht niet met anderen wil delen. Ter legitimatie van deze politiek is Wilders in theorie een godsgeschenk. Want de zittende politiek hoeft maar een spookbeeld van chaos, discriminatie en onzekerheid op te roepen waartoe Wilders zou kunnen leiden om haar doel te bereiken. Wilders wordt dus aangewend als risico voor elke politieke hervorming.
    Opmerkelijk is echter dat de neutralisatie van Wilders in de huidige fase niet werkt. Is de reactie van de zittende macht op Wilders te zwak of te sterk? Wat ontbreekt er in de reactie op Wilders? Voldoet wellicht de zittende macht zelf niet aan de voorwaarden om een geloofwaardige reactie op Wilders te kunnen geven?
    Ik vermoed dat laatste. De zittende macht representeert de zittende macht te manifest. De voorwaarden van terloopsheid, natuurlijkheid en enig mysticisme die diepte suggereert gaat volledig aan de opponenten van Wilders voorbij. Gevoegd bij de aspecten van blokkade van politieke hervormingen uit eigen belang, het ongelukkige tactische anti-populisme en de samenklontering van een culturele, politieke, journalistieke en zakelijke elite met een slecht image zie ik niet hoe Wilders de steun van een aanzienlijk deel van de modale burgers op korte termijn zou kunnen verliezen.
    Ik zie maar een vijand voor Wilders, en dat is Wilders zelf. Zijn opponenten zijn kansloos tegen hem. Voorlopig. Het wachten is op een verlicht en intelligent populisme dat werkt.

  34. Joke Mizee says:

    "Er is dus iets opmerkelijks in Nederland aan de hand als uiteenlopende types als Zeeman en Wilders overeenkomsten hebben in hun kritiek op de elite." Dat klinkt min of meer analoog aan wat ik in mijn stuk schreef, dat ik me de laatste jaren telkens in hetzelfde kamp bevind met mensen die politiek heel anders denken, maar met wie ik dezelfde weerstanden deel. Daarbij gaat het echter om concrete zaken waarin de gevestigde macht de wil van de meerderheid negeert.
    Maar verder vind ik dat je Wilders er met de haren bijsleept, aangezien je best wel weet dat hij enkel opportunistisch op de stroom meedrijft. Hij zal nooit iets wezenlijks op de toch al derderangs politieke agenda zetten. Door ook de linkse partijen te dwingen een populistisch deuntje mee te blazen wordt in principe niets bereikt, omdat dat riedeltje minstens even plat klinkt. (Zo voelt men zich genoopt tot verzoeknummers in het genre van de ‘harde aanpak’, terwijl dat helemaal niet werkzaam of wenselijk hoeft te zijn.)
    Tegelijkertijd is dankzij Wilders het animo voor meer (vormen van) directe democratie misschien nog nooit zo minimaal geweest. De snelle opkomst van zijn partij zorgt ervoor dat je weer donders goed weet hoe beïnvloedbaar en kortzichtig de mens is, en hoe gevaarlijk het idee om iedereen mee te laten beslissen. De ‘uitvinder’ van het populisme David van Reybrouck had wel degelijk een essentiële discussie-agenda op het oog, die het systeem ter discussie stelt. Maar ja, hoe waarschijnlijk is dat, als er geen partij is die dat wil en er met enkel vertoon van spierballen zo veel makkelijker te scoren valt ?

  35. George Knight says:

    @Joke
    "Maar verder vind ik dat je Wilders er met de haren bijsleept, aangezien je best wel weet dat hij enkel opportunistisch op de stroom meedrijft."
    Dat ben ik om drie redenen niet met je eens. Ik verwijs naar Wilders omdat-ie net als een bepaald type PvdA’er, christen-democraat of orthodoxe iman hoofdzakelijk in etnische en religieuze groepen denkt. Dat onderscheidt dit type gemeenschapsdenkers van vrijdenkers.
    Verder zie ik geen fundamenteel verschil tussen het opportunisme van Wilders en de anderen. Wellicht zijn we zoveel langer geconditioneerd door en blootgesteld aan het sociaal- en christen-democratisch gemeenschapsdenken dat we nauwelijks nog beseffen dat het bestaat en afwijkend is. We zijn het als norm gaan zien. Maar er ligt hetzelfde opportunisme aan ten grondslag als bij Wilders. Mogelijk wat slimmer, minder opzichtig en voor de lange termijn verpakt.
    Tenslotte is het bijzondere van Wilders juist dat-ie zijn eigen agenda vult. Zijn leerjaren bij de VVD en de pogingen van Fortuyn hebben hem op scherp gezet. Je kunt hem van alles verwijten, maar naar mijn idee juist niet dat-ie met de stroom meedrijft. Dat verwijt ik zijn opponenten die geen enkel idee meer lijken te kunnen ontwikkelen. En tactisch willen ze Wilders met de wapens van Wilders bestrijden. Dat lijkt me tamelijk dom.
    Ik weet dat jij ook geen hoge pet ophebt van de huidige politieke klasse. Daarom begrijp ik je verwijt naar Wilders. Het kan best dat-ie een tweederangs politicus in een derderangsarena is. Maar dan is Bos vierderangs, Balkenende zesderangs en Vogelaar tienderangs. Wat schieten we op met zo’n kwalificatie?
    Het is een bekend misverstand dat je maakt om ‘de linkse partijen te dwingen een populistisch deuntje mee te blazen’. Niemand dwingt de linkse partijen tot iets. Ze zijn autonoom. Een partij als de PvdA is een partij met een lange, belangrijke traditie en is diep geworteld in de Nederlandse situatie. Als zo’n partij zich geroepen voelt om antwoorden van nu te verpakken in een populistische aanpak dan is de partij daar zelf verantwoordelijk voor. Ze hebben een wetenschappelijk bureau en vele vooraanstaande denkers binnen hun gelederen. Niets staat zo’n partij in de weg om een autonoom, eigenstandig en intelligent antwoord op de migratie te formuleren. Niemand dwingt de linkse partijen tot populisme dan de linkse partijen zelf. Je hebt nog een mindere pet van de linkse partijen op, lijkt het.
    Ik ben het met je eens dat Wilders de invoering van vormen van directe democratie compliceert. Maar laten we oorzaak en gevolg niet verwisselen. De blokkade van hervormingen was al lang aan de gang voordat Wilders in beeld kwam. Vergeet ook niet dat D66 in 1966 opgericht werd om hervormingen door te voeren. Wat volstrekt niet gelukt is, ondanks de relatief goeie positie en status die Van Mierlo had.
    In een ander opzicht was de afsplitsing van de PvdA van DS70 in 1970 een vooraankondiging van het latere autisme en de eenheidsworst van de Nederlandse politiek. Trouwens, DS70 ageerde begin jaren ’70 eveneens tegen de vanzelfsprekendheden van het migratiebeleid waar later Fortuyn en Wilders tegen ageerden. Maar de grotere politieke partijen waren koersvast richting afgrond.
    Toen Ed Van Thijn in de Eerste Kamer op 22 maart 2005 met zijn fractie het voorstel verwierp om de benoemde burgemeester uit de grondwet te schrappen, vormde Wilders een onmachtige eenmansfractie die zich van de VVD afgesplitst had en zijn vorm aan het zoeken was. Het is de in mijn ogen kortzichtige machtspolitiek van Van Thijn die geleid heeft tot politieke onzekerheid, onrust en animositeit binnen links die mede de opkomst van Wilders bevorderd heeft.
    Zoals ik eerder stelde wordt de opkomst van Wilders door de zittende macht nu als spookbeeld gebruikt om politieke hervormingen door te voeren. Het achterstallig onderhoud aan de politiek neemt van jaar tot jaar toe. Niet dankzij, maar ondanks Wilders. Wilders zal hier wellicht een rol in spelen, maar naar mijn idee zeker geen hoofdrol.

  36. Joke Mizee says:

    Nou, laten we dan over hem ophouden. Je lijkt hetzelfde te willen zeggen als Mark Bovens, nl. dat hij een blessing in disguise is, dus in dat licht moet je m’n opmerkingen zien. En niemand dwingt idd. de linkse partijen tot een harde aanpak e.a. symboolpolitiek. Ik betwijfel trouwens of dat gebeurt met electoraal verlies in het achterhoofd – in dat geval zou je denken ‘hadden ze maar altijd zulke gevoelige antennes’ – het is wrsl. eerder de gemakkelijke kaart spelen in de Kamer.
    Daarom vond ik het zo veelzeggend wat onze CDA-wethouder destijds zei over de door hemzelf ingebrachte Rotterdamse havenarbeider, wiens werkelijke onvrede natuurlijk dieper lag dan ergernis over satellietschotels (volgens de wethouder). Dan ben je blij dat-ie dat aankaart, maar toch kiest-ie er vervolgens niet voor de man een werkelijk perspectief te bieden.
    Voor positief populisme, dat bijdraagt aan het dichten van de kloof, zijn volgens mij een aantal factoren van belang. Ten eerste het verheffingsideaal, dat inmiddels bij de PvdA weer op de agenda prijkt – maar vooralsnog zowel vaag als betuttelend overkomt en zich wederom beperkt tot die vervloekte integratie-agenda. Verder inspraakmogelijkheden à la referenda, maar dan op zo’n manier dat ze zoden aan de dijk zetten. Nu doet men alsof referenda alleen kunnen teleurstellen, wat gewoon komt door de eigen onwil om het resultaat na te leven. Dat wordt nog een hele klus, om inzicht te kweken dat je soms gewoon de kiezer vóór de coalitie moet laten gaan, en dat die daar wellicht dankbaar voor zou kunnen zijn. Ten derde denk ik dat het dualisme zodanig te repareren valt dat het wèl werkt, want daar is idd. door m.n. van Thijn een mismaakte rompvariant van gemaakt.
    Ik zou graag willen bloggen over de beide laatste methoden (directe democratie via inspraakprocedures en via politieke hervormingen). Het heetste hangijzer daarbij is het gevaar van de dictatuur van de meerderheid – wat de grondreden is waarom we überhaupt een vertegenwoordigende democratie hebben. Daar is veel over geschreven door ‘rechtse’ denkers (wat wellicht verklaart waarom het liberalisme wars is van directe democratie), maar naar een linkse visie daarover zoek je je het apezuur (maar je zou zeggen: eerst verheffing, dan pas iedereen mee laten beslissen). Ik kom er vooralsnog niet goed uit hoe je dat goed oplost.

  37. George Knight says:

    @Joke
    De dictatuur van de meerderheid is een interessant thema. De opstand der horden. Ik vind dat we ons niet angstig moeten laten maken voor de dictatuur van de meerderheid. Gesteld dat de instituties beschermd zijn en geen gevaar lopen, maar in stand blijven als citadel van de democratie. De ruimte daaromheen -want laten we wel wezen, de ‘vrije ruimte’ van de democratie is beperkt- is een overloopruimte. Ons gokkapitaal op de beurs terwijl onze hoofdsom elders veilig is belegd. Eerlijk gezegd maak ik me meer zorgen over de aantasting van de instituties door politisering dan over de opstand der horden. Als in een Bavaria-reclame van opgewonden jagende bierdrinkers.
    Vraag is inderdaad of we daadwerkelijk een representatieve democratie hebben als er beletsels opgeworpen worden om het principe ervan niet te volgen. Per definitie kan een kiezer niet ‘verkeerd’ kiezen en kunnen dus grote aantallen kiezers nooit verkeerd kiezen.
    Ik begrijp onvoldoende wat je zegt over rechtse en linkse denkers. Is het werkelijk zo dat links theoretisch voor machtsdeling is, maar praktisch niet, en dat rechts machtsdeling sowieso afwijst? Het interesseert me minimaal omdat ik vermoed dat de sleutel ligt in de ondersteuning en zekering van de instituties. Kom je op de vraag in welke mate deze ”idiotproof" veilig gesteld moeten zijn om een PVV of SP zonder risico aan de macht te kunnen laten. En hoeveel vrije beslissingsruimte er voor deze partijen dan nog over blijft voor nieuw beleid.
    Het is me in dit verband trouwens een raadsel waarom de Koning en het Koninklijk Huis zoveel ruimte in mogen nemen die in wezen bestemd is voor politiek en burgers. Naar mijn idee verzwakt het Koninklijk Huis eerder de instituties dan andersom. Daarom zou ik willen pleiten voor ceremonialisering van de Koning zonder toekenning van enige formele of informele macht. Dit laatste zou de democratie strakker en duidelijker maken en in in mijn ogen verdergaand versterken. Van de andere kant geeft een institutie als het Koninklijk Huis dat zich volledig onttrekt aan regels verdieping aan ons zelfbeeld van ruimte. Het roept een identificatie met het onzeggelijke op dat ons breed laat ademen. Ook een overloopruimte.

  38. Joke Mizee says:

    Als enkel de meerderheid van stemmen telt dan vindt er geen belangenafweging plaats, wat in het nadeel van de minderheid uitpakt. Over dit probleem zijn sinds het begin van onze moderne democratie boekwerken vol geschreven, maar enkel om tot de conclusie te komen dat daarom het systeem waarbij we een afvaardiging kiezen om voor ons die afweging te maken, het meest (of zelfs enig) wenselijk(e) is. En socialistische denkers worden eigenlijk geacht tot een andere slotsom te komen…. maar ze lijken vaak niet eens voldoende óóg te hebben voor de gevaren. Ze schrijven daarom maar nauwelijks over het onderwerp – het zou bovendien de minderheden binnen de partij maar nodeloos ongerust maken…
    Stellen dat we er nog niet aan toe zijn is natuurlijk redelijk – maar wanneer zijn we dat dan wèl, en wat betekent dat dan in de praktijk? Enfin, ik meende in Isaiah Berlin een linkse denker te hebben gevonden, die desondanks het experiment met directe democratie tòch aandurfde:
    Uit: Wegen naar vrijheid – H.Th. Blokland:
    [Berlin kan zich voorts Mills vrees indenken voor de druk die er in een moderne samenleving door de massa op het individu wordt uitgeoefend zich te conformeren aan de standaard van de grootste gemene deler.] Begrip heeft [Isaiah] Berlin ook voor zijn angst voor een tirannie van een intolerante democratische meerderheid, en zijn vrees voor een anomische massa, die uit onvermogen en uit angst om zelf keuzen te moeten maken, om zelf de waarden te moeten scheppen, die haar in vroeger tijden door wereldse en hemelse autoriteiten aangereikt werden, op zoek kan gaan naar rust en orde, naar zekerheid en organisatie, en dit alles meent te vinden in een weliswaar duidelijke en herkenbare, maar uiterste gevaarlijke, ondemocratische en irrationele autoriteit. Maar net als Mill ziet Berlin geen andere uitweg uit deze precaire situatie dan te pleiten voor méér democratie, méér vrijheid en méér educatie. ‘Reason, education, self-knowledge, responsibility’, herhaalt Berlin de klassieke humanistische denkers, ‘What other hope is there for men, or has there ever been?’ (Berlin, 1958: 199)
    Helaas, hij werd door Alib ontmaskerd als een religieus aandoende utopist:
    "Het is (niet toevallig) Berlin die in zijn boek ‘Russische denkers’ (Het Russisch populisme, p 287 ev, Arbeiderspers 1978, Synopsis-reeks) de utopie van de 19de eeuw omschrijft: ‘…zodra het bewind van het slechte -de autocratie, de uitbuiting, de ongelijkheid – is vernietigd door het vuur van de revolutie. zal spontaan en langs natuurlijke weg uit de as een natuurlijke, harmonieuze rechtvaardige orde verrijzen die slechts de leiding van de zachte hand der ontwikkelde revolutionaire behoeft om haar volmaakt vorm te geven (blz 297 onderaan)."
    Maar dat is dus het lastige hieraan: dat rechtse denkers i.h.a. de directe democratie afwijzen omwille van de gevaren en linkse eigenlijk ook, omdat het hen in een spagaat terecht doet komen – tenzij het halfgare utopisten zijn … Misschien valt het ‘probleem’ reuze mee, hoor. Zo zouden referenda geen probleem moeten zijn, qua vraagstelling. Ik zou ook niet willen dat alles referendabel was.
    In Brazilië zijn er echter lokale experimenten met volksvergaderingen, de zgn. participatorische budgetten. Dat gaat dus wel degelijk nog verder. Het grootste gevaar lijkt daar de burgemeester te zijn, die weer terrein terugwint… Ook vind ik de hervormingen van Chavez interessant, maar dat schoot bv. blogger Peterus in het verkeerde keelgat. Die ziet grassrootsmethoden als uiterst gevaarlijk en een voorbode van hernieuwde dictaturen.

  39. George Knight says:

    @Joke
    Isaiah Berlin die over het marxisme in een interview zei "Marx heeft overdreven, maar welke denker heeft dat niet?’ en hij voegde er aan toe: ‘En de wereld ziet er nu, na 150 jaar invloed van Marx en het marxisme, toch lang niet zo somber meer uit!’. Het zal je duidelijk zijn dat ook ik weinig waarde hecht aan het oordeel van Berlin. Inderdaad een gelovige.
    Ik begrijp het toeredeneren naar een conclusie om het Russische terrorisme van na 1874 te veroordelen als anarchie. Dat verzwakte de staat ondanks inspanningen van Alexander II om te hervormen. In Rusland was revolutie altijd gekoppeld aan het land door de roep om hervormingen of collectivisme. Triest is dat Rusland eind 19de eeuw een grote industriele macht werd, maar niet wist om te gaan met belangen van boeren en arbeiders. Méér democratie, méér vrijheid en méér educatie had Rusland de onzalige revolutie van 1917 bespaard. Maar dat speelt zowel op het niveau van staatshervorming en arbeidsomstandigheden.
    Een gewogen oordeel over deze periode is te vinden in de aantekeningen van de uitgeweken Alexander Herzen die zowel de autocratie als de anarchie afwees of in de dagboeken van de westers-georienteerde schrijver Toergenjev. De vrijheidsstrijd van Garibaldi was een grotere inspiratiebron voor hen, dan de bommen en granaten van Russische anarchisten.
    We moeten oppassen dat vragen naar de inrichting van de democratie geen afstand scheppen. Als je een kind de gevaren van het vallen voorhoudt zal het nooit op een fietsje stappen. Vragen zouden op een terloopse manier geintegreerd moeten zijn.
    Niemand zal beweren dat een democratische samenleving perfect is. Democratie is geen rationele functie, maar een asymptoot. Democratie valt nooit samen met haar ideaal, maar benadert het wel. Inzoomen op dat nadeel vertekent de harmonie die het model kent.
    Dat brengt me toch terug op de grotere Nederlandse partijen als CDA, PvdA en VVD die -in afnemend enthousiasme- met elkaar een corporatief model hebben ingericht. Waar allerlei belangen van niet-gekozenen buiten de eigenlijke besluitvorming om een beslissende rol kunnen spelen. Mijn eerdere afwijzing van de huidige rol van het Koningshuis was niet toevallig, terwijl dat deels nog staatsrechtelijk gelegitimeerd is. De Koning is geen zwartrijder, maar slechts een grijsrijder.
    Dat corporatisme heeft een anti-modernistisch geloof in zich. Het staat in elk geval haaks op het liberaal individualisme. Probleem is dat in de evaluatie de nadelen van het corporatisme -laten we zeggen dat wat buiten de democratische besluitvorming om gebeurt- minder accent krijgen dan de nadelen van vormen van meer democratie. Da’s geen eerlijke vergelijking.
    Kortom, als we onze huidige variant van de democratie eerlijk willen vergelijken met de variant waar de beslissingsruimte meer binnen het eigenlijke besluitmakingsproces is gebracht, dan moeten we ons niet alleen richten op de nadelen van de nieuwe variant. Ik proef dat zelfs in jouw reacties. Deze houding wordt actief ingegeven door de zittende macht die bezig is om de eigen belangen veilig te stellen en te continueren.
    Het is me al langer een raadsel waarom linksdenkenden deze uit corporatistische koker komende manier van denken overnemen. Ze laten zich voor het karretje van een machtige ander spannen. Mede ingegeven door hun blinde haat jegens Wilders. Wat in wezen het kleine kwaad is afgemeten tegen het grote kwaad. Blijkbaar lastig voor sommigen om de hoofd- van de bijzaken te onderscheiden. Maar ook wel wat intellectuele luiheid en gemakzucht om niet verder te kijken dan de waan van de dag. Of in dit geval de anti-waan van de dag.
    Een en ander verklaart het huidige gebrek aan inspiratie van de sociaal-democratie. Het mist een eigen model. Het CDA gaat bewust voor het middenveld en haar onderhoeds opereren. De VVD gaat voor individualisme. Maar de PvdA hangt voor tweederde in het corporatisme en voor een derde in het individualisme. Ook nog eens hopeloos ontspoord in het pseudo-collectivisme van het multiculturalisme dat dertig jaar als pseudo-model diende.
    De PvdA probeert zich te ontworstelen aan het conservatisme van belangenbehartiging, maar kan geen ideologische stap meer zetten. Nieuwe partijvorming door scheuring langs de lijnen van het achterliggende model lijkt voor de PvdA de meest zinnige optie voor de nabije toekomst. Beter dat dan scheuring zonder partijvorming.
    Of weten de sociaal-democratische denkers een eigen geloofwaardig model op te tuigen dat geloofwaardig kan concurreren met andere modellen? Ik hoop het. Dan kunnen ze terugvallen op de hoofdlijn van hun traditioneel gedachtengoed.

  40. Joke Mizee says:

    Het is me niet helemaal duidelijk wat je bedoelt met ‘corporatisme’. Is dat als synoniem van het poldermodel? Gezien het schofferen van vakbonden en het rücksichtslose afstoten van centrale voorzieningen hebben we dit model reeds ver achter ons gelaten. Maar wat bedoel je er dan mee – het teveel op elkaar gericht zijn? Wie is de ‘machtige ander’ voor wiens karretje de politiek zich laat spannen? En welke methode is dan wèl individualistisch – want stemmen per referendum zorgt voor een ‘plat’ resultaat waaraan niet opnieuw waarden toegekend kunnen worden. Denk je werkelijk dat stemverhoudingen meer zeggen dan belangenbehartiging? Het probleem met lobbygroepen is vnl. dat ze na een tijdje geen representatieve indruk meer wekken.
    Als jij directe democratie ziet als een vorm van individualisme, dan kom je bij het standpunt van de VVD in de problemen. Evengoed echter kun je DD zien als collectivistisch en reductionistisch. Dankzij de VVD bv. dragen wij Nederlanders het idee met ons mee dat liberalisme en referenda onverenigbaar zijn, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Maar een principieel antwoord hoeven we van de politiek evenmin te verwachten als van de kiezer – ’t is enkel eigen (strategisch) belang. (Als je bv. in Leiden de mogelijkheid van een afspiegelingscollege gaat bespreken, dan zal de VVD zich daar het felst tegen verzetten omdat hier (op dit moment) geen rechtse meerderheid is.)
    Zelf zal ik er denk ik eindelijk maar een stuk over gaan schrijven, dan komen de mogelijke weerstanden vanzelf boven water. Het gevaar van volksmennerij is er daar slechts één van. Mag ik bv. beslissen over een onderwerp dat mij niet direct aangaat, zoals over een andere wijk of een bevolkingsgroep waar ik niet toe behoor? En hoe moet ik uit 2 onbekende burgemeesterskandidaten de beste kiezen? (Ik heb toch zeker geen verstand van personeelszaken?! En zo ja, waarom mocht ik dan de voorselectie niet doen!) Wordt de stemverhouding niet vertekend door alle gematigden die niet zijn gaan stemmen?
    Dus laat die partijen nou even voor wat ze zijn – het nadenken over DD e.d. zou eigenlijk meer pragmatisch moeten geschieden: zijn burgers ooit in staat om een afweging te maken t.a.v. complexe onderwerpen (als bv. de hypotheekaftrek) die rechtvaardig is en de consequenties overziet? Is de rechtsstaat ertegen bestand? Welke procedures moeten ervoor op de schop en is dat wel verstandig? Neem concrete besluit(vorming)en waar je je aan ergert als voorbeeld, en vraag je af of dat geen gevaarlijke precedenten schept en wie dat zou moeten toetsen.
    Overigens werkt ook het systeem van participatieve budgetten middels afgevaardigden.

  41. George Knight says:

    @Joke
    We kennen het allen. Door een technische storing verdwijnt onze tekst in de digitale woestijn. Het is mij zojuist overkomen.
    Mijn strekking was dat het jammer is dat je me niet begrijpt, dat dat mij te verwijten valt. Maar dat het weinig zin heeft om detailvragen te beantwoorden als de grote lijn onzichtbaar blijft. Nee, DD zie ik niet als individualisme. Nee, met corporatisme bedoel ik niet het poldermodel, hoewel dat er wel een verschijningsvorm van was.
    Ik heb vertrouwen in een nieuwe variant van democratie die de besluitvorming dichter bij de burgers brengt. Ik heb vertrouwen in de redelijkheid en betrokkenheid van burgers. Voorwaarde en verzekering ervan zijn onafhankelijke en onaantastbare instituties waarin burgers vertrouwen stellen. Dat laatste is in Nederland gelukkig nog steeds zo.
    Is het niet eens tijd om afstand te nemen van de partijcratie die alle functies als handelswaar inzet. Inderdaad, waarom zitten wij als verantwoordelijke burgers niet in een vertrouwenscommissie voor een burgemeester? Wat is dat voor incest in het politieke bedrijf? Is dat niet het grootste gevaar dat ons bedreigt?
    Lees mijn eerdere reactie nog eens goed over, nu je het hier verder zonder mijn uitleg moet doen. Probeer een tegenstelling te zien in een oude en nieuwe variant van democratie. Probeer de nadelen van directe vormen van democratie los te zien van wat ons door de zittende macht ingefluisterd wordt. Probeer ook de nadelen van dat corporatistische model te achterhalen. Stel dezelfde vragen uit je laatste alineas niet alleen naar directe vormen van democratie, maar ook naar wat we nu hebben aan gedogen, besluitvorming buiten de geeigende kanalen en fragmentatie en afnemende legitimiteit, draagvlak, machtsdeling en burgerparticipatie in het huidige systeem. Probeer objectieve verschillen te achterhalen.

  42. Joke Mizee says:

    O.k. wat dacht je van de visie van Merijn Oudenampsen in Hoe de politiek verdween uit Nederland: http://www.flexmens.org/drupal/?q=Liberticide_is_uit? Ik moet het zelf ook nog ’s goed doornemen…

  43. George Knight says:

    @Joke
    Sorry, maar ik kan het niet opbrengen om het te lezen. Als ik het vluchtig zie, dan moet het liberalisme uit handen van de liberalen gered worden. Klinkt interessant. Zo moet de sociaal-democratie uit de handen van de sociaal-democraten gered worden. Zo moet religie uit handen van de religieuze leiders gered worden. Zo moet het groene denken uit handen van de groenen gered worden. Zo moeten de zeehondjes uit de handen van de zeehondenredders gered worden. Zo moeten de allochtonen uit de handen van de welzijnsindustrie gered worden. Etc.
    De beste -en bondige- kritiek op het huidige liberalisme vind ik nog steeds onderstaand opinieartikel van Stephen Sanders in de NRC.http://www.nrc.nl/opinie/article2223698.ece/Het_individualisme_onderscheidt_de_liberalen_van_Wilders

  44. Joke Mizee says:

    Je hebt helemaal gelijk, het (verdacht overvloedige) gebruik van het woord liberalisme is buitengewoon storend. Ook het theoretische gedeelte is wollig, om niet te zeggen ondoorgrondelijk. Toch legt het onderwerp m.i. hèt probleem van onze tijd bloot. Lees dan voor ‘liberaal’ e.d. etiketten ‘de 1 pot nat-partij van het midden’, de gevestigde orde die de inspraak monddood maakt. Het conflict terugbrengen in politieke discussies is dan ook niet de oplossing, er moet méér gebeuren.
    Interessant vond ik vooral de constatering dat in zo’n aspirantsloopwijk de bewoners tot het probleem bestempeld worden, ipv de tekortkomingen van de wijk. Verder het systeem van uitsluiting: wat je i.h.a. ziet is dat burgers zich in ingewikkelde dossiers gaan verdiepen – en dus wonderwel politiek actief worden! – maar hoe dan ook weggezet worden als niet-representatief. De politici die naar wijkbijeenkomsten gaan vormen 1 blok t.o. de kritische bewoners, en bepalen uiteindelijk welke argumenten zij mee willen laten wegen – geen enkele dus, in de praktijk. Je zou bijna een derde partij als intermediair aanstellen. Dat is in veel gevallen de rechter, die óók al niet onpartijdig is. De uitverkoren spreekbuizen zijn per definitie geneigd zich te conformeren aan de gewenste uitkomst. De omkering die Oudenampsen noemt, waarbij politici het private en belanghebbende burgers het publieke belang vertegenwoordigen, vond ik ook een hele mooie.
    Wanneer hij echter stelt dat bestuurders te technocratisch, te rationeel ingesteld zijn ben ik het niet met hem eens. Ze zijn juist sterk beïnvloed door een vooropgestelde stellingname (i.c. ‘slopen ten koste van sociale woningbouw is goed’). Een werkelijke technocraat, een robot voor mijn part, zou wèl in staat zijn alle belangen af te wegen.
    De laatste 2 alinea’s geven aan waarom breekijzers à la Fortuyn en Wilders nooit een positieve doorbraak in deze status quo zullen betekenen – integendeel.
    Het probleem hoe je formaliseert dat burgers voortaan wèl effectief inspraak kunnen plegen, blijft echter staan. Eventuele wet- en regelgeving daartoe zal uiterste moeilijk door te voeren zijn, omdat het tegen de belangen van de gevestigde orde om haar zin door te drijven, indruist. De politiek is zwaar onvoldoende doordrongen van de electorale gevolgen èn van de toenemende onvrede bij iedereen die zich wel eens oeverloos in een dossier heeft vastgebeten. Het is dieptriest dat er kennelijk niks anders op zit dan je stem te geven aan de (vaak onervaren) partijen in de marge die, eenmaal op het pluche, wrsl. dezelfde neiging zullen vertonen.
    Alleen in Utopia zijn politici geïnteresseerd in het nemen van de beste beslissing, blijkbaar. Ik mag een boon worden als ik ooit begrijp waarom men altijd voor de belangen van het grote geld kiest. Maar ook al gaat het misschien niet om regelrechte steekpenningen, corruptie mag het gerust heten. (Het is wrsl. eerder een symbiotisch effect dat binnen coalities plaatsgrijpt, is mijn huidige inschatting.)

  45. George Knight says:

    @Joke
    We zitten op dezelfde golflengte. Maar ik zie niet in waarom nou uitsluitend breekijzers als Fortuyn en Wilders geen positieve doorbraak kunnen bewerkstelligen. Ik ben het met die stelling eens, maar zie het niet als specifiek voor deze beide rechts-liberalen.
    Probleem van de auteur is de afbakening. Als de Teunisbloem-specialist die alles ophangt aan en herleid tot de Teunisbloem omdat het het specialisme is. Onbewust onderschrijft Merijn Oudenampsen zelf het tekort van de politiek.
    We hebben het onderwerp van machtsdeling en burgerparticipatie eerder aangestipt. Ik vermoed ook dat de politiek en gepolitiseerde instellingen het burgerlijk ongenoegen nog steeds scherp onderschatten. Wel zien, maar hopen dat het overwaait. Af en toe komt het ongenoegen aan de oppervlakte. Bij verkiezingen of in de publiciteit. Zoals in het interview met de Amsterdamse commissaris van politie Ad Smit die er een in mijn ogen een halfslachtige en gepolitiseerde manier van redeneren op nahoudt. De wereld op zijn kop houdt en de ander vervolgens verwijt het ondersteboven te zien.http://www.depers.nl/binnenland/328361/Eigenrichting-ligt-op-de-loer.html
    Het recept lijkt me in grote lijnen duidelijk. Geen grote verwachtingen koesteren. Met kleine stapjes het politieke systeem hervormen. Het nieuwe initiatiefnemers makkelijker maken toe te treden tot de politiek. Synchroon daarmee de inspraak van alle burgers vergroten. De PvdA-vergadertijger is even belangrijk als de uitsluitende-Wilderiaan.
    Maar het echte probleem van ons democratische systeem zit niet bij de burgers, maar in de partijen. Oud CDA-kamerlid Ton de Kok schetst in een slim artikel waarin hij aanvalt wat-ie verdedigt in de NRC een ontluisterend beeld van een TK-lid. Het moet alle creativiteit en autonomie inleveren aan de partijdiscipline. Dat maakt onzeker, leidt tot eenheidsworst en de stilzwijgende ondermijning van het hoogste wat we kennen: een krachtig functionerend parlementslid zonder ruggespraak. Hardwerkend wordt synoniem voor goedbedoelend en prima functionerend. Ik vermoed dat we parlementsleden nodig hebben die minder hard werken, maar beter -en zelfstandiger- nadenken.http://www.nrc.nl/opinie/article2326494.ece/Kamerleden_zijn_geen_gewone_burgers
    Het is triest dat vele burgers in politieke zin dakloos zijn. Ook ik. Ze hebben met geen enkele partij of politicus nog voldoende affiniteit. Ik bestrijd echter dat dat een kwestie van een overkritische houding, apathie of gebrek aan politieke interesse is. Dat zal ongetwijfeld voor sommigen gelden. Maar velen willen naar mijn idee niets liever dan bij de politiek betrokken worden.
    Echter niet in de vorm van canvassen in grappig-gekleurde T-shirts of het aanleveren van nota’s die in een lade verdwijnen. Dat is het personele pyramide-spel van de gevestigde politieke partijen. Partijtrouw, gezien worden en het opknappen van infantiele klusjes wordt de hoofdzaak. Wie ingestapt is moet ooit uitbetaald worden.
    Dat stuwmeer van bedienden nivelleert en bereidt de partijen voor op de vorige oorlog. Nieuwe generaties kunnen zich niet meer in dit automatisme vinden en treden nauwelijks nog toe. Partijen missen de aansluiting met hun eigen tijd. En omdat juist de mensen die uitbetaald moeten worden hierover beslissen zullen zij nooit achter een systeemverandering staan. Hun diepte-investering moet geincasseerd worden. Ze blokkeren niet alleen een hervorming van het politieke systeem, maar ook van hun eigen organisaties.
    Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik denk dat de Nederlandse politieke partijen het probleem zijn. In werving, representatie, personeelsbeleid, openheid en actualisering zitten ze zichzelf en de Nederlandse burgers hopeloos in de weg.
    Wat is het alternatief? Tot de grond toe afbreken of renoveren? Ik opteer voor het laatste. Voor de strategie denk ik aan het Noors model om wettelijk verplicht te stellen dat 40% van de top van Noorse beursgenoteerde bedrijven uit vrouwen moet bestaan. In die analogie zie ik de mannen als de zittende politiek en de vrouwen als de toetreders.
    Probleem is dat zo’n maatregel aan de Nederlandse politici vraagt om aan haar eigen macht te morrelen. Dat lukt nooit. Wellicht is de enige optie om alle diepte-investeerders van de gevestigde partijen die azen op functies in hun partij of het openbaar bestuur daadwerkelijk uit te kopen. Sticht een overheidsfonds, maak een inventarisatie en indeling van de partijleden en koop ze individueel uit waarbij hun stilzwijgende claim op een baantje afgekocht wordt. Begin vervolgens met een schone lei, hervorm de partijen en vergroot de werving voor het openbaar bestuur van 3% naar bijvoorbeeld 30% van de bevolking.http://www.volkskrant.nl/economie/article535440.ece/De_machtsgreep_van_de_Noorse_vrouw

  46. Joke Mizee says:

    Volgens mij werd er in die laatste link van jou uiteengezet dat Wilders geen liberaal is, dus waarom probeer je er dan toch weer een rechts-liberaal van te maken? Zo is ook het lijnrecht tegenover elkaar plaatsen van de elite en het volk niet de oplossing, maar het stimuleren van conflict (onenigheid, debat) binnen m.n. die elite.
    Van de Leidse PvdA weet ik dat ze bij alle belangrijke onderwerpen de leden raadplegen – voorzover die op komen dagen. Die steunen hun standpunten dus. Het staat iedereen vrij om lid te worden, ze sméken je gewoon! Baantjesjagers zijn het ook niet – die kans is werkelijk heel klein. Dus waarom dan onze stad jarenlang verkwanselen? De reden moet vooral gezocht worden in de coalitiedwang. Die moet je dan ook geenszins intact willen laten, want anders wordt het helemaal niks.
    Neem nou de RGL: toen ze nog in een coalitie zaten met een groot D66, hebben PvdA en GL vóór de RGL besloten. Binnen GL was er verdeeldheid waarna de leden die anti waren opstapten. De verkiezingen van 2006 lieten verlies zien bij de pro-RGLers t.o.v. de landelijke tendens. Eenmaal uit de coalitie werd het gedecimeerde D66 overtuigd tegenstander; en na de val van het linkse college veranderde het CDA in een voorstander zodat er een pro-RGL-meerderheid kwam om verder te regeren. Het is dus volkomen duidelijk: RGL = pluche, en pluche = RGL. Er zou een ander stempatroon te zien zijn als de RGL geen onderdeel van het akkoord zou zijn – wanneer men dus per onderwerp coalities moet vormen om een meerderheid te verkrijgen. Dan hebben burgers weer wat te kiezen en valt er wat te lobbyen e.d.
    [Per referendum is trouwens allang gebleken dat de Leidse bevolking het ding in meerderheid niet wil. Toen verschool de coalitie zich achter de macht van de Provincie e.d. Er moeten dus wel wat wetten formeel op de schop. Daarna heeft de raad besloten dat er geen referenda mogen worden gehouden waarvan 1 van de opties geen raadsmeerderheid geniet …! (Dat zoiets kàn in een democratie, hè. Toch vindt de Raad van State dat lokale overheden nog steeds veel te weinig autonomie hebben. En nee, dan denken ze juist niet aan de RGL-kwestie.) Dus i.h.k.v. ‘niet zo, maar zo’: referenda onverkort naleven en schijt aan de niet-gekozen gedeputeerden.]

  47. George Knight says:

    @Joke
    Ik weet dat politieke partijen leden smeken om toe te treden. Wij allen zijn wel eens gevraagd. Maar niet voor niets ging ik in op het infantiele gedoe wat van partijleden soms wordt gevraagd. Logisch dat partijen leden op hun eigen voorwaarden willen binnenhalen, maar minder logisch hoe die voorwaarden precies luiden. Dat bracht me tot het idee van het personele pyramide-spel binnen partijen.
    Coalitiedwang is een gek ding. Hier in Utrecht wisselden eerder dit jaar VVD en GL stuivertje. VVD nam de plaats van GL in het college in. Allerlei zakelijke overwegingen wisselden ineens ook. Waar men een maand eerder voor was geweest, was men nu ineens tegen. En omgekeerd. Da’s ongeloofwaardig.
    Met coalitiedwang kunnen partijen afstandelijker omgaan. Niet mijn favoriete partij, maar ik heb respect voor de zakelijke overwegingen van de SGP. Men bekijkt het zakelijk en komt vervolgens tot een oordeel dat stevig gegrond is in de eigen kernwaarden. Da’s geloofwaardig.
    Weg van de waan van de dag. Daartegen kan men zich als partij beschermen door historisch besef en begrip van de eigen traditie. Zeg herprofilering, zodat men weer weet waarvoor men staat en opgericht is. Niet om baantjes te genereren of ergens een meerderheid te smeden, maar voor het bereiken van een concreet doel. Juist dat besef ontbreekt naar mijn idee bij de doorsnee politicus van vandaag. Men heeft nog weinig idee van doel en middelen door tegelijkertijd het gebrek aan afstand van de lopende zaken en de grote afstand tot de eigen traditie.
    Probleem in een college is dat men de standpunten te makkelijk voor de besluitvorming aanpast. Tuk op consensus omdat men bang is voor het harde gevecht. Leiders zijn bang voor echte politiek en gaan bij voorbaat uit van een compromis. Ze willen geen risico lopen op hun bek te gaan. Want het is hun carriere die dan in gevaar komt. Ze ruilen te makkelijk de principes in die ze geacht worden te vertegenwoordigen. Als ze die al kennen. Dat snapt de kiezer niet.
    Waarom krijgen de partijen een zekere mate van standvastigheid en stabiliteit niet voor elkaar? Deels kan dat aan een onduidelijk programma liggen, zoals bij de PvdA. Maar ik kom terug op mijn observatie dat de povere personele invulling van de grotere politieke partijen de hoofdoorzaak is. Door allerlei maatregelen zou het aanbod vergroot kunnen worden. Dat kan het beste door een systeemwijziging. De claim van de huidige partijen op de politiek is onhoudbaar.
    Of Wilders een liberaal of niet is weet ik bij nader inzien niet. Het lijkt me ook niet ter zake. Je had gelijk in het wijzen op mijn slordigheid. Dank daarvoor.
    Het plaatsen van elite tegenover volk kent een eigen geschiedenis van goedkoop populisme. Dat verklaart niets. Maar ik vat de tegenstelling niet programmatisch op, spelend binnen een specifieke partij en vanuit die positie het debat claimend, maar als falen van het hele politieke systeem. De politieke elite zie ik weliswaar divers denken en uiteenlopende uitgangspunten formuleren, maar als sector als het erop aankomt toch identiek handelen vanuit een zelfbeschermende reflex. Noties als draagvlak, toetreding, openheid, hoogopgeleid, onderlinge afspraken en ontdemocratisering van de democratie zijn hierbij van belang.

  48. Joke Mizee says:

    "Probleem in een college is dat men de standpunten te makkelijk voor de besluitvorming aanpast." Dat is idd. het punt. En die besluiten draaien om de vrije markt: privatiseren, op afstand zetten, de regierol. Er is geen enkele salonfähige partij die dat kan beargumenteren met behoud van de ideologische veren van weleer. ‘Maar als we het nu niet doen, kon het later nog wel eens véél lelijker uitpakken.’ Want het moet hè, de anderen doen het ook en je moet er op tijd bij zijn. En we hebben dat in het college afgesproken, dus mooie bestuurders zouden we dan zijn.
    (Op deze zwarte dag heeft het college (dat met reces is?) de verzelfstandiging van het Openbaar Beheer tòch doorgedrukt, tegen de wil van alle betrokkenen. Dat zou onwettig moeten zijn, maar is dat blijkbaar niet. En per 1 jan. a.s., zodat het niet meer teruggedraaid kan worden. (M.a.w. er is geen natuurlijke meerderheid voor.))
    Maar waarom zijn ze niet benauwd dat elk onsympathiek besluit weer een zetel kost? Omdat dat niet zo is, wrsl. voor een groot deel door de stuiptrekkingen van de verzuiling. Ik ben bang dat er nog een fiks electoraal signaal nodig is voor men überhaupt openstaat voor opschoning en vers bloed. De enige manier om aan te geven dat we alle partijen de gele kaart geven zou zijn door blanco te stemmen. Ik denk trouwens ook dat er betere of nieuwe ngo’s nodig zijn. Maar eerst moet de kiezer weer in beeld komen, interessant worden (en liefst geducht).
    M.b.t. je laatste alinea: ik bedoel dat het benadrukken van die tegenstelling an sich totaal niet produktief is. Het heeft tot nu toe ook geen enkel effect. (Wilders speelt het verdeel-en-heers slechts in de kaart en geeft de zittende macht alleen maar een extra argument om vormen van directe democratie op de lange baan te schuiven, omdat nu eenmaal het beeld bestaat van zijn electoraat als mensen die de rechtstaat op de helling willen schuiven.)
    Iemand die nou werkelijk de maatschappelijke tegenstellingen op wil heffen dmv meer participatie etc., is de aanstichter van het populismedebat David van Reybrouck, bij wie kritiek op het (economische) systeem centraal staat. Ik zit zijn boekje nu te lezen. (Eurodusnie heeft binnenkort een debat over populisme, maar de inhoud daarvan staat nog niet vast.) Daarna wil ik J.S. Mill gaan doorspitten, maar diens essay over representieve democratie is dikker dan ik verwacht had. Ik ben bovendien bang dat hij hierin stukken minder bravoure aan de dag legt dan in zijn befaamde pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting, ‘On Liberty’.

  49. Pingback: Directe democratie: met z’n allen aan het roer | Tank Girl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: