Dualisme, het land achter de horizon

foto
Politiek dualisme wordt bij de landelijke overheid verondersteld te bestaan en bij lokale overheden ver te zoeken te zijn. Dus werd in 2002 een werkwijze ingevoerd om de gewenste houding bij gemeenteraden aan te kweken. Dat moest wel uitgroeien tot een beleidsgedrocht. Dat er deals gesloten worden is niet eenvoudig uit te bannen. Wanneer er ooit op een dag werkelijk ‘zonder last’ gestemd wordt zal dat als unicum de geschiedschrijving in gaan. En ook al zal het dan waarschijnlijk handelen om iets zó triviaals als de kleur van een stropdas, dat zou al een hele prestatie zijn. Het gereedschap om dit om te buigen is echter zelf al krom van al het wisselgeld, gegeven in ruil voor het verschuiven van machtsposities op de vierkante millimeter.
Wat is er zoal mis met stedelijk dualisme – en betekent dat dat we het op landelijk niveau helemaal wel kunnen schudden?

de nieuwe kleren van de rattenvanger

Het zou vooral een manier zijn om het niveau van gemeenteraden op te krikken tot aan het maaiveld, wat op zich niet verkeerd is. Raadsleden hebben zich vervolgens massaal laten wijsmaken dat het alleen nog sturen op hoofdlijnen een promotie inhoudt ten opzichte van al die wissewasjes waar men zich vroeger door liet afleiden. (Kaders van louter financiële aard betekenen echter geenszins winst, maar meestal enkel een knellend keurslijf. Als er weer eens eentje uit zijn voegen spat, krijg je alsnog een discussie die het incident niet overstijgt.) Aan de griffie heeft men nu zowaar een eigen ambtenarenapparaat, als bondgenoot in de strijd.

Maar het is enkel klatergoud: in feite zijn ze daarmee compleet buitenspel gezet. Vaker zelf met voorstellen komen zien we dan ook niet gebeuren. De houding van coalities om de oppositie niets te gunnen (behalve het obligate optreden ‘voor de bühne’) is onveranderd. Acht jaar na de invoering mag men zo zoetjes aan wel toegeven dat het experiment tot heropvoeding mislukt is. Het nog jeugdige dualisme heeft zich het hoofd op hol laten brengen door een moderne verleiding als de regierol, een van de uitwassen van privatisering, de marktgedachte, het afwentelen van verantwoordelijkheden en andere aandoeningen van ons hedendaagse bestel.

Het zou mijn voorkeur hebben dat het juist B&W is die sturen ‘mag’ op hoofdlijnen, opdat zij zich niet langer hoeven gêneren dat ze keer op keer details over het hoofd zien. Met een werkelijk volwassen, professionele raad, die weer net als vroeger contact met ambtenaren hebben mag, om alles te controleren. Ook andere verschillen met de landelijke situatie zie ik liefst zo spoedig mogelijk genivelleerd worden. Bij een eventuele breuk moeten nieuwe verkiezingen gehouden kunnen worden en bij de wisseling van de wacht dienen ook burgemeester en secretaris te rouleren. Of, beter nog: plaats de burgemeester weer als vanouds in de ceremoniële rol van verlicht monarch, boven de partijen, zonder stem in het geheel en zonder al die dubbele petten.

intussen in het land der blinden

In de macrokosmos van ons landsbestuur was en is het ook zonder dergelijke poespas al kommer en kwel en geknars der tanden. Dualisme is het utopische aspect van democratie en komt slechts voor in het rijk der fabelen. Mede daardoor verdenk ik alle beleid daaromtrent als een geheim complot om een duizendjarig managersrijk te doen consolideren. Wie werkelijk dualisme nastreeft, wil immers juist ontmantelen. Het is de neiging van de coalitie om de neuzen dezelfde kant op te dwingen en de rijen hermetisch gesloten te houden, die frontaal moet worden aangepakt. Dat vergt individuele vrijheid in de plaats van waar nu partijgebondenheid heerst.

Even aangenomen dat de goede wil in principe aanwezig is, dan moeten we het systeem toch kunnen ondermijnen door het pantser hier en daar open te wrikken. Een meer open akkoord bijvoorbeeld (de oppositie moet in staat zijn onderwerpen waarvoor minder dan tweederde draagvlak is, eruit te wippen). Grotere trouw aan verkiezingsprogramma’s – maar laten we niet vergeten dat de leden meestal makkelijk akkoord gaan met een akkoord. Dus ook en vooral: véél meer invloed voor de leden, zodat het ook de moeite waard wordt om er een te worden. Het moet véél ‘onverstandiger’ worden om de eigen achterban af te vallen, dan de coalitiepartners. Een verplichting voor kabinetten en colleges om verschillende alternatieven voor beleid voor te leggen. Meer mogelijkheden voor vormen van directe democratie. Een systeem kortom dat op draagvlak stoelt in plaats van tot in de hemel te willen reiken.
foto
Wat is er overigens tegen een minderheidskabinet of -college? Een ‘versnipperd beleid’ en ‘weinig tot stand kunnen brengen’? Je kan je afvragen of dat wel zo is – het is nu toch juist geen afspiegeling van de samenleving! Zolang men zich maar zoveel mogelijk op feiten baseert en ook weer niet teveel in een ivoren toren bij elkaar klit, zou het intellect van al die geesten bij elkaar opgeteld tot een zinvolle uitkomst moeten kunnen leiden. Compromissen of zelfs handjeklap daar is op zich niks mis mee, zolang dat openlijk verkocht wordt. Het moet toch heerlijk zijn de indruk weg te kunnen nemen dat je je keer op keer laat naaien, alleen maar om op het pluche te mogen blijven! Mits je dat kan, natuurlijk…

Waar was ik? Een zakenkabinet, dan maar? Maar die handelen toch alleen lopende zaken af? Zorgwekkend eigenlijk, dat er in ons land over zo weinig wezenlijke zaken van nature genoeg consensus is om gewoon wisselende allianties aan te gaan… Onder een zakencollege verstaat men echter een college bestaande uit lieden zonder politieke binding. Ik weet het niet hoor, maar dat klinkt weer als infiltratie van ‘bovenaf’. Wat ook regelmatig passeert is de term afspiegelingscollege als alternatief voor het programcollege. Hoe getrouw de afspiegeling van de verhoudingen in de raad binnen een college zijn kan is me niet duidelijk, maar ze hebben in het verleden daadwerkelijk bestaan. Mooi, want hoe kleiner de kans op moordende akkoorden, des te beter.

scènes uit de Laatste Dagen van Leiden

De sappige oogst van afgelopen week omvat in elk geval de regenteske (maar toch oprechte) opstelling van het kabinet bij monde van van Geel tijdens het crisisdebat en het conflict van de Rotterdamse CDA-fractie met haar ‘eigen’ wethouder (een hoogst curieuze invulling van dualisme: niet alleen achter de schermen / onder de gordel, maar nota bene tegen het lokale partijbestuur in!). Alsof dat nog niet deprimerend genoeg was, wil ik graag besluiten met een waargebeurd verhaal (dat derhalve geen goede afloop kent, dan weet u dat vast).

In een stadje hier heel dichtbij viel een door de burgervader gesmeed links college over het wel of niet binnen de poorten halen van een stalen ros, nadat de bevolking reeds eerder een duidelijk nee had doen opklinken. Door o.a. vrees te veinzen voor de almachtige provincie vormden vier samenzwerende partijen een machtsbasis rond het Paard. Hun hart werd diep weggestopt op een geheime plaats en zij lieten zich gewillig tot een massieve legering samensmelten, die hen onoverwinnelijk sterk zou maken. De anderen herkenden de afzonderlijke partijen niet meer terug, maar telkens als ze daarover wilden praten kwam de man met de hamer alras tussenbeide.

Net zoals het kabinet de draak genaamd Kredietcrisis te lijf gaat met de geijkte stokpaardjes waar geen zinnig mens op zat te wachten, zo zien we ook in Leiden enkel nog de wanproducten van handjeklappraktijken – waar dus kunstmatig een meerderheid voor gekweekt is – aan ons voorbijtrekken. Niet alleen verdwijnen vele ongedekte miljoenen naar het voorwerp dat zij aanbidden – dit samengestelde wezen met lemen voeten dat zich ons stadsbestuur noemt, is compleet buiten zinnen. Hij vermorzelt wie hem eens welgevallig was (bv: 1), maakt voortdurend brokken (bv: 3) en maakt de ambtenaren compleet tureluurs, opdat zijn geheugen hem niet langer kwelt. Hij overleefde reeds vier moties van wantrouwen en vervolgt ijskoud zijn miserabele bestaan (maar niet voor eeuwig…).

Hoe zulk een willekeur te voorkomen? Een hachelijke zaak, gezien de vigerende macht van het Getal. Omwille van ‘de Continuïteit van het Bestuur’ – het argument waarmee zij nu in het zadel blijven – hadden destijds nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden. Dan was er een coalitie gekomen op basis van vertegenwoordiging en niet door omstandigheden. Het kan vooralsnog niet, maar intussen heeft het vertrouwen van de kiezer de bodem bereikt. Laat dit anderen tot les zijn! Inmiddels is zelfs de referendumverordening  (van de raad (!) ) verworden tot een instrument om opties af te wegen waar sowieso een raadsmeerderheid voor moet zijn….

De coalitie heeft één grote angst: dat een volgend college de besluiten waar zij hun ziel voor hebben verruild, terug zal draaien. Een eenmaal genomen besluit moet gerespecteerd worden, zeggen ze – maar hun eigen destructieve acties zijn blijkbaar boven die wet verheven. En ja, ze houden elkaar krampachtig vast, zo geven ze toe – maar dat komt doordat de oppositie hen niet gewoon met rust laat! Toch zit die haar tijd voor een groot deel slapend uit, de vage memootjes die het college hen toewuift voor lief nemend. Het was de Rekenkamer*, een orgaan dat ten dienste van het college staat, die erop wijzen moest dat de gemeentelijke nota’s zwaar beneden de maat zijn . En zie daar: een sprankje Hoop.

* zie persbericht en rapport

Toegift 1: Jan Kuitenbrouwer steekt de loftrompet over de positieve kant van cliëntelisme.
Toegift 2: Tekst + videoclip van P-Machinery van Propaganda (all that we see or seem is but a dream within a dream)

Foto 1: De hoes van A Secret Wish van Propaganda.
Foto 2: Scenes uit Metropolis van Fritz Lang