"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (4)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 4: Afrekenen met het geitenwollen circuit

Leiden heeft bijna twintig jaar de artikel 12-status gehad en maakte vooral in die tijd een armoedige indruk. Paul Bordewijk, in die periode wethouder van financiën, zag dat niet als onder curatelestelling, integendeel: het betekende een welkom extraatje. Toch kun je nog steeds aan de jaarringen van verkrotte panden zien dat hun achterstallig onderhoud uit die tijd stamt. Het Grote Stedenbeleid ziet hij als minder florissante opvolger, want meer ge-bemoei dan geld. Je hoeft dan ook maar een blik te werpen op de projecten die GSB II heeft voortgebracht om te constateren dat men ook te veel in mensen en te weinig in stenen investeren kan.

Hoe dan ook, zowel onderhoud als het behoud van functies hadden (hier) geen prioriteit. Want ondertussen ging ook bij ons de afbraak van sociale woningbouw vrolijk in z’n volgende versnelling dankzij de omvorming van woningbouwverenigingen naar corporaties, terwijl het bestuurlijk apparaat voornamelijk groot onderhoud aan zichzelf pleegde (in cosmetisch opzicht). Welzijnsorganisaties en sociale werkvoorzieningen werden zonder pardon in de markt gezet. Ook zelfstandige (vrijwilligers)organisaties op cultureel en maatschappelijk vlak zouden die dans niet ontspringen – de middelen om ze in de tang te nemen zijn tegenwoordig ruimschoots voorhanden en er valt altijd wel wat uit te persen.

van huisjesmelker tot speculant

Alsof het een oneindig gecompliceerd ruilverkavelingsproces betreft drijft de gemeente levendig handel in allerlei panden. Op het moment bezit zij er maar liefst zeshonderd. Het draait hier kennelijk om een spel met een (bewerkte) dobbelsteen of om hogere wiskunde want zowel strategie als doel zijn niet te doorgronden. Ach, zolang je de schijn maar ophoudt. Op basis van kop of munt werden her en der stichtingen en verenigingen geparkeerd, met antikraak-effect op de koop toe. Zolang het streven was dat subsidies kostendekkend waren voor de vaste lasten maakte het niet uit dat dat geen broekzak-vestzak constructie mocht heten. Maar waar vaste lasten de neiging vertonen de pan uit te rijzen, vertikken subsidies het om dat kunstje aan te leren.

In de marktgedachte is simpelweg geen plaats voor non-profit: besturen en in stand houden zijn daar twee heel verschillende grootheden. Als gemeente zijnde zijn de handen en voeten van je ambities aan allerlei regels gebonden, maar je dromen kunnen een huizenhoge vlucht nemen. En dankzij het feit dat de huidige duale gemeenteraad slechts het budgetrecht heeft kun je toch gezellig meekwartetten met de vrije jongens. Men creëerde dus een lijst met (toen  nog) 100 te verkopen panden waar de raad blindelings zijn zegen over uitsprak. Staat je naam daar op, dan is je lot bezegeld. Ongesubsidieerden als de Vereniging van Huisvrouwen gingen er als eerste aan, wie laat daar immers een traan om.

“Rrround up ….”, as usual

Kennis van de hitlist is voorbestemd aan ingewijden, maar lekt heel onsmakelijk aan alle kanten naar buiten. Medewerkers van een tehuis voor jongerenopvang ontdekten op een buurtavond over mogelijke locaties voor gedecentraliseerde daklozenopvang dat hun eigen adres daar een rol in zou spelen. Sociëteit de Burcht werd niet alleen onaangekondigd tot poppodium gebombardeerd, maar dat bleek ook nog eens een losse flodder omdat ze onverhoopt op de zwarte lijst prijkten. De cultuurwethouder liet zich als loopjongen niet onbetuigd maar verstomde zodra de Cosa Nostra het mes op tafel plantte. Bij het Wachtgebouw bij de Morspoort werd ‘bewoning geconstateerd’ en dat mag niet. Tegen de tijd dat de roddel was weerlegd, was het pand reeds keurig leeg opgeleverd aan de nieuwe eigenaar. Huurders vallen kortom onder de noemer ‘meubilair’ – zoals in: ‘met of zonder’.

Op de winkel passen mag dan nooit als bijzonder cool te boek gestaan hebben, het korte termijndenken van dit tijdverdrijf is weer het andere uiterste. Inmiddels heet het dat het een schande is dat ideële organisaties geen marktconforme huur ophoesten, want ‘wie moet nu het groot onderhoud opbrengen’? En blijkbaar is dat geen retorische vraag. Want je zou zeggen: dezelfde natuurlijk die categorisch weigert om de relatie tussen subsidie en vaste lasten (en output!) in de breedte te herzien. Stadspartij Leiden Ontzet stelde dat de gemeente zèlf zo stom was om miljoenen aan OZB aan haar neus voorbij te laten gaan, maar zou van de opbrengst uit verkoop een cultureel centrum willen realiseren. Maar om doelen draait het immers niet, slechts om geldelijk gewin. Zelfs corporaties hebben nog een groter maatschappelijk besef.

van je maintiendrai naar hier waak ik

Er bestaat nog een instrumentarium om de mindere goden de duimschroeven aan te draaien. Dankzij diverse milieumaatregels (o.a. asbest) en grote branden à la Volendam op zijn tijd kon de regelgeving volledig doordraaien. Daardoor word je in feite gedoogd tot ze je zat zijn. Voor de lokale besturen, met hun vergrote macht en vrijheden, bleek het een mes dat aan twee kanten snijdt, want bovendien een goudmijn. Want raad eens wie de benodigde investeringen mag doen? Vroeg of laat kom je er achter dat jij ze ging betalen uit je exploitatie. Zo ga je commercieel draaien of je wil of niet (als je dat niet al deed). De regelgeving duwt je bovendien in de richting van de jaloerse horeca-waakhond, maar als je plat op de grond gaat liggen doet-ie niks.

Ja maar hóór eens even … wie subidieert wie nu eigenlijk?! Dat is in deze verwarrende tijden niet meer helemaal duidelijk. Wel is het zo dat geld nog steeds geld aantrekt, want anders zou het anarchisme zijn natuurlijk! Zo zal de orde zich uiteindelijk dan wel herstellen en waar gehakt wordt vallen spaanders. Wie zich nog niet rijp voelt voor de slacht, begeve zich zich met spoed (terug) naar enigerlei laagdrempelige enclave in de luwte van het regelgeweld. Of hebben ze de nooduitgang dichtgemetseld? Help!

Foto 2: Cityhall Leiden, schilderij van Frank Borst. Foto 3: Strijd tussen de elementen: de Stadhuisbrand van 1929.

andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. de her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
3. Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
5. Free market calling Orson… come in, Orson

Advertenties

"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (3)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 3: Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject?

Vorige week had RTL-nieuws een item over gemeentelijke kostenoverschrijdingen bij bouwprojecten. Die rijzen nl. structureel de pan uit: de onderzochte gevallen uit het hele land lieten een gemiddelde zien van 35%. Zelfs in dit illustere gezelschap wist Leiden als vanouds z’n mannetje te staan met het betere werk: de overschrijdingen van de verbouwing van de Stadsgehoorzaal met 35% en die van het Scheltemacomplex met maar liefst 81%. Had je ze hier ter stede anderhalf jaar geleden naar de cijfers gevraagd, dan hadden die zich bij lange na niet zo in hun rijkelijke pracht ontvouwen als nu het geval was.

“verdorven bestuurscultuur” en de befaamde regierol

Dat is immers het probleem met overschrijdingen, dat ze vrijwel onzichtbaar zijn. Maar niet langer… want toen wethouder Witteman zich in mei 2007 door zo’n verradelijk addertje in het nauw gedreven zag en een een-tweetje op touw zette met zijn fractiegenoot in de raad, bracht hij aan het licht dat er duistere machten aan het werk waren. Door een soort samenzwering door voorgangers, medewerkers en de duvel in eigen persoon liep het aan alle kanten uit de klauwen. Hij overleefde dat interpellatiedebat met vlag en wimpel – wie had ook anders verwacht – en er werd een speciale raadscommissie geformeerd om het college bij te staan met diepgaand onderzoek. Aldus geschiedde en sinds kort genieten we de eer deelgenoot te mogen zijn van de inhoud van het rapport Leiden, stad van ambities van de Raadscommissie Overschrijdingen Grote Projecten.

Het rapport begint al met oorzaken aanwijzen en conclusies trekken, alvorens ook maar aan een casus toe te komen. Dat zal wel modern zijn. Of waarschijnlijk is het de meest logische volgorde als je de problemen als oplossingen aan de man wil brengen. Maar… later! De vraag wat er structureel mis is met Het Openbaar Bestuur schrééuwt om het langzaam toewerken naar een climax. Eerst laten we de troetelkinderen de revue passeren – met dank aan de geachte commissie voor het voorwerk. (Bij wijze van contrast volgt een aflevering waarin integraal de dramatische effecten van diezelfde ‘verdorvenheid’ op de leefomstandigheden van de ‘lower culture’ aan het boerenverstand worden onderworpen. Als u dàn nog puf en trek heeft kunnen we altijd nog dat gezwatel over de zegeningen van regierol en projectmatig werken opdissen.)

Voor ons als kleine podia zijn de onderzochte organisaties als de zusters die wèl een uitzet in de (bodemloze) schoot geworpen kregen. In beide gevallen was er in 1e instantie sprake van een rooskleurige exploitatie die de investering ruimschoots rechtvaardigen zou en blijkbaar kost het veel tijd voordat een realistisch plaatje boven komt drijven. Sommige overschrijdingen zijn van het gehalte “Gut, dat heb ik nou altijd hè, dat ik die damwanden over het hoofd zie”, maar andere zijn simpel het gevolg van tijd en mens-uren die het kost om die vergeetachtigheid uit de lengte of de breedte te toveren, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Wie er in de toekomst zo stoer is met een betrouwbare begroting op de proppen te komen en of dat politiek gezien wel slim is – want dan komt er natuurlijk helemaal niets meer van de grond – valt nog te bezien. Tot dat gedenkwaardige moment lijkt onderhavig rapport slechts een nieuwe fase van Alzheimer in te luiden.

Stadsgehoorzaal (Aalmarktzaal)

Grote Zus Stadsgehoorzaal (p. 71)

Het Kredietbesluit RV 06.0002 liet op 16-1-2006 een kostenplaatje van 9,5 miljoen euro voor de realisatie van de 2e zaal zien, naar men achteraf zegt ‘exclusief losse
inventaris (350.000 euro) en grondexploitatie’. Van diezelfde datum is RV 06.0172, dat een overschrijding door tegenvallende aanbesteding (2.560.000 euro) oplost d.m.v. “Bezuiniging van 1,3 miljoen euro door verbouwing Aalmarkt 5-6 en het verkleinen van kelders buiten het plan te laten. Sloop- en bouwrijpmaakkosten (300.000 euro) komen ten laste van grondexploitatie. Resterend deel van 960.000 euro via aanvullend krediet.”. Op 10-10-2006 volgt een kredietbesluit (RV 06.0117) dat 350.000 euro uit de programmabegroting beschikbaar stelt voor de inrichting.

Op
24-4-2007 tenslotte smijt Kredietbesluit RV 07.0057 er nog eens 1.620.000 euro tegenaan wegens extra kosten voor adviseurs, projectmanagement, architect, uitvoeringskosten en negatief resultaat aannemer. 970.000 euro daarvan wordt opgelost “via de post onvoorzien, extra bijdrage bouwkosten MAB, plankosten toerekenen aan grondexploitatie Aalmarkt, en afzien verwerven Aalmarkt 5-6 waarbij positief effect op grondexploitatie Aalmarkt wordt aangewend voor de Stadsgehoorzaal. De resterende 650.000 euro wordt bij de besluitvorming over het PRIL 2007 aan de vereveningsreserve grondexploitaties onttrokken.” (PRIL staat voor Programma Ruimtelijke Investeringen Leiden; zie ook p. 14 van het rapport.)

Da’s een hele mond vol droge feiten, maar het betekent dat de zaak in een jaar tijd opliep van 9,5 mio naar 12.844.000 euro. (In september j.l. zat er overigens nog steeds een gat van 1.270.000 tussen de verleende kredieten en de werkelijke kosten.) We zien een partij ongelofelijke blunders, maar ook een vergaande verknoping met het Aalmarktproject (waardoor vertraging ontstond en dus onkosten) en dat in een periode van nog geen twee jaar de projectleiding twee keer werd gewisseld. Het grote aantal externe onderzoeken om aan het oorspronkelijke budget van 8,5 mio te kunnen voldoen had ook wat je noemt een averechts effect (zie p. 15 en 16). Men gokt(!) er blijkbaar op dat SGZ middels een lening zelf bij kan dragen:

“Op basis van onderzoek van BDO is in het verleden besloten een bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie van de kleine zaal op te nemen in de begroting. Het college geeft bij de behandeling zelf aan dat de culturele programmering onder druk kan komen te staan als de verbeterde exploitatie wordt aangewend om de investering voor de tweede zaal te investeren. Met de Stadsgehoorzaal is afgesproken dat er naar alternatieve financieringsbronnen wordt gezocht.” (p. 16) “
In januari 2006 besloot de wethouder Cultuur niet te melden dat de Stadsgehoorzaal moeite zou hebben met het opbrengen van de bijdrage van 1,7 miljoen euro uit de exploitatie in combinatie met de jaarlijkse huur van 55.000 euro. De betreffende wethouder heeft aangegeven dat het voorbehoud van de Stadsgehoorzaal met name de huur betrof en dat dat geen zaak voor de raad was.” (p. 26)

Vorige wethouders zouden dit risico weggewoven hebben. Hier wreekt zich het gebruik van kretologie: in plaats van de methode inhoudelijk aan de kaak te stellen wordt het als een ‘risico’ voorgespiegeld. Voorts zouden het moties vanuit de raad zijn die aanbesteding onaantrekkelijk maken. Onzin, de waanzinnig slechte  reputatie van de gemeente is daar al ruimschoots toe in staat en het is bovendien hoogconjunctuur in de bouw. “De gemeente heeft vier rollen ten opzichte van de Stadsgehoorzaal: ontwikkelaar, gebouweigenaar en verhuurder, subsidiegever en aandeelhouder van de BV. Deze rollen zijn nooit echt ‘ontward’ en vertaald in heldere zakelijke afspraken.” (p. 30) En last but not least werd ook nog in het plan gesneden volgens de klassieke voor zich uit schuif-methode (p. 35-36).

 “Wat bij deze overschrijdingen vooral opviel, was dat ze betrekking hadden op kosten die voor het grootste deel al waren ontstaan in de zomer van 2006 en dus ver voor het debat met uw raad van januari jl. Deze informatie was op dat moment ook niet bij het college bekend. Was dat het geval geweest dan was het niet ondenkbaar geweest dat het college de raad zou hebben voorgesteld de nieuwe tweede zaal uit de plannen te schrappen. Als gevolg van de aanbesteding was dat nu echter niet meer mogelijk.” (weth. Witteman)

Zusje Scheltema (p. 73)Scheltemacomplex

Het Scheltemacomplex is een historisch nijverheidspand vlakbij de Lakenhal en is in 2000 in bouwvallige staat in handen van de gemeente gevallen. In 2004 werden er, met het oog op de komst van permanente logé Paul Koek van Theatergroep de Veenfabriek, enthousiast plannen gesmeed voor de renovatie. De gemeente bombardeerde het complex tevens tot toekomstig Kijkplein en Rembrandt Ontvangsthal – en in verband met dat laatste moest alles per 2006 in kannen en kruiken zijn. Er werd dan ook met de bouw aangevangen alvorens de besluiten rond waren en het vergunningentraject liep parallel.

Zo ongeveer tijdens de feestelijke opening van het Rembrandtjaar kwam pas aan het licht dat de gemeente nieuwbouweisen aan de veiligheid had gesteld, terwijl de architect zich op de monumentenstatus had gebaseerd… èn dat dat krediet reeds was uitgegeven. Op p. 35 worden de schrikbarende kosten geserveerd, maar helaas zijn de bonnetjes voor advies e.d. daar onontwarbaar doorheen geroerd. (Gek, dat gebeurt nou altijd!) Op terloopse wijze passeren daar ‘ overschrijdingen als gevolg van werk op regiebasis‘ – terwijl ‘regie’ juist centraal staat in het rapport der rapporten, die geloofsbelijdenis van de nieuwe politiek, die moest dienen als pleister op de zonden…! Wie eindverantwoordelijk was voor de uitgaven blijft voor altijd een mysterie, maar bij de uitvoering waren maar liefst 7 diensten betrokken (p. 59), allen geteisterd door een tsunami aan reorganisaties (p. 50). Enfin, het kost wat – maar dan heb je ook het veiligste monumentale pand van heel Nederland!

Erger is echter het exploitatieverhaal, wat grotendeels buiten de ‘scope’ van dit raadsonderzoek valt. Onder het vermanende kopje ‘Eerst de inhoud dan pas het geld’ staat: “Besluitvorming over de exploitatie van het Scheltemacomplex vond plaats met een perspectief van vier jaar met het motto ‘daarna zien we wel’. In een vroege fase bleek al dat het moeilijk zou zijn om de exploitatie van het Scheltemacomplex door de Stichting Scheltema kostendekkend te krijgen. Op voorstel van het college stemde de raad ermee in pas na vier jaar een marktconforme huur te vragen. Voor de gemeente was er sprake van een risico van 400.000 euro als de stichting die huur na vier jaar niet zou kunnen opbrengen. De verantwoordelijke wethouder gaf in de raad aan dat je die uitgave “dan als een soort cofinanciering zou kunnen beschouwen voor de culturele inhoud die Leiden in die afgelopen periode qua programmering heeft teruggekregen”. Inmiddels is duidelijk dat de stichting een aanzienlijk exploitatietekort verwacht in 2009 vanwege huurafdracht aan de gemeente.” (p. 47)

Het ondernemersplan zou na goedkeuring door Ernst & Young – ja ja, alleen de beste! – in juni 2005 zijn goedgekeurd door de raad. Boze tongen beweren echter dat het hele ding nooit gesignaleerd is. Inmiddels is allang niet meer te achterhalen wat er allemaal is bijgepast, maar het gaat om meerdere incidentele subsidies – en nòg vreest men met grote vreze voor 2009..?! Hier helpen geen (bouw)smoezen, maar het staat ook niet ter discussie. Integendeel, het gaat met een vanzelfsprekendheid waar je u tegen zegt. (Scheltema heeft dan ook een petemoei: er zitten verschillende bobo’s in zowel bestuur als CvA.) Dus allemaal leuk en aardig zo’n rapport over het verdorven fenomeen van de overtreffende trap, maar wat regie eigenlijk inhoudt moet men nu óók eens een keertje gaan bedenken. Nu wijst het vingertje maar wat in de rondte in plaats van dat de hand in eigen boezem gaat.

Aanvulling 2011: VPRO’s Goudzoekers “onderzocht zeventien projecten van gemiddeld 34 miljoen euro en rekende uit dat per project gemiddeld 50 procent wordt overschreden!
Maar wie verdient er nu aan? Zijn het de bouwers die overheden altijd te slim af zijn met hun lijstjes meerwerk? Of zijn het juist de overheden die bewust projecten te laag inschatten en later de meerwerk kosten voor lief nemen?
Bent Flyvbjerg, professor aan de Universiteit van Oxford, heeft op grote schaal onderzoek gedaan naar bouwprojecten door de jaren heen. Volgens Flyvbjerg doet iedereen, dus bouwers, overheden en consultants, voortdurend mee aan een schimmig spel: “we noemen het bewuste manipulatie van de cijfers. Maar het is eigenlijk gewoon liegen!”.”

Andere delen in deze serie:
0. Requiem voor een referendum
1. De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
2. Modern strategisch muziekbeleid: het opofferen van de voorhoede
4. Afrekenen met het geitenwollen circuit
5. Free market calling Orson… come in, Orson