"U vertegenwoordigt mijn stad niet, u verkwanselt mijn stad" (2)

Een mini-serie over de teloorgang van de democratie in het reeds veelgeplaagde hart van Zuid-Holland. In het woelige jaar 2008 AD teisterden de cultuurbarbaren het stadje met de plaag van hun terreur, alles van waarde verwoestend.

Deel 2: Modern strategisch (muziek)beleid: het opofferen van de voorhoede

cinderellaEr waren eens… 7 stiefpodia. (Voor de omstandigheden leze men bij voorkeur allereerst ‘Het sprookje van Muziek in Leiden‘.) Het Leidse poppodium LVC wordt al sinds 1980 aan het lijntje gehouden met de belofte van nieuwbouw in het onlangs gekapseisde Aalmarktproject. Als dekking diende een aalmoes uit het parkeerfonds – een stiefproject dient immers onderhands bekostigd te worden. Omdat er nooit iets gebeurde,  werd het allengs een kwijnend bestaan. Hetzelfde schamele lot trof de rest van muziekprogrammerend (en muziekminnend) Leiden. Van kwaad tot erger werd het, van de regen in de drup.

Toch wilde de ironie dat in 1997 Leiden de titel (of zo u wilt de merknaam) ‘Stad van culturen’ droeg. Geld op de plank, maar voor de rest geen idee. Het complete programma dat Francis de Souza namens Cultureel Centrum de X indiende kwam als een geschenk uit de hemel. Dit wapenfeit markeerde tevens het begin van de reputatie van de X als wereldmuziekpodium. Ook resulteerden de inspanningen van een aantal podia in een ‘joint event’ als het Grenzenloos Festival, alwaar de liefhebber qua genres alle hoeken van de zaal om z’n oren krijgt. Als klapstuk werd het samenwerkingsverband STAMPOD opgericht (hierna te noemen: wij).

1e akte, het decor: de puinhopen van Pechtold

Intussen zwaaide Alexander Pechtold de scepter als wethouder van cultuur. Wanneer het ging over de knelpunten antwoordde hij steevast: : “Het barst hier van de…!” Want ondanks het onbarmhartige klimaat gloeide en broeide het dat het een aard had. Tòch openbaarde Pechtold nog een visioen alvorens naar hogere regionen te verkassen: het zogeheten 4e Kernpodium. “Zeven in 1 klap”, moet het kereltje gedacht hebben en het oreerde dat deze ‘Melkweg van Leiden’ spontaan zou verrijzen uit de zieltogende zaal van het Muziekhuis: de Qbus. In 2001 werd besloten dat het idee wat de locatie betrof verdere uitwerking behoefde, want de raad geloofde niet in sprookjes. Behalve dan in die ene zeer hardnekkige mythe dat cultuur van de wind kan bestaan.

“Het vierde podium is een podium met live acts voor liefhebbers. Het vierde podium is de broedplaats voor jong talent, experimentele acts, wereldmuziek, moderne jazz, hedendaags klassiek, folk, cross-overs met andere kunstdisciplines, en beginnende regionale bands. Het vierde podium is de thuishaven voor Cultureel Centrum de X (nu nog in het Leidse Volkshuis), Podium Hot House, Folkclub Horus, Made in Leiden etc”.

Uit de nota Muziek in Leiden. (De andere 3 kernpodia zijn Pieterskerk, Stadsgehoorzaal en LVC.)

De Qbus zonk intussen dieper en dieper weg in het drijfzand. Pechtold had gretig een uitspraak van onze voorzitter, dat je niet [al] het geld in stenen moet gaan steken, gejat.  Zijn opvolger c.q. puinruimer kwam er volgens strikte lezing van dat recept echter ook niet uit. Uiteindelijk ging er 8 ton op aan het wegpleisteren van de bestaande tekortkomingen, waarvan de helft werd besteed aan akoestiek en veiligheid (waar destijds op beknibbeld was) – en de rest aan inkomstenderving, met de meest prachtige eufemismen omkleed. Enkel omdat generaties van bestuurders uit misplaatste zuinigheid het paard achter de wagen blijven spannen. Natuurkundigen staan voor een raadsel over zoveel traagheid bij zo’n geringe massa.

2e akte: het fata morgana met het granieten plafond

Als je dan als dorstige in de woestijn, aangewezen op tijdelijke locaties van bordkarton of peperkoek (met gratis heks), vlak voor de verkiezingen de lijsttrekkers van PvdA en CDA een ambitieus plan voor een ‘poptempel’ hoort afkondigen, denk je toch wel even “hè nee, niet wéér!”. Maar college en raad gaven carte blanche zolang het maar binnen de 6 ton aan jaarlasten zou blijven, verder zou het ze een worst wezen. En de nieuwe wethouder, geheel per ongeluk een SP-er, gaf op zijn beurt ons weer carte blanche. In nauwe samenwerking met een landelijk expert op het gebied van muziekpodia werd aldus een plan gesmeed voor een muziekcentrum met meerdere zalen en oefenruimtes. Het was voorwaar als een warm bad.

Maar najaar 2007 bracht een koude douche: de coördinerend ambtenaar vertrok, het college viel en tegen de tijd dat het nieuwe in het zadel zat, had een reorganisatie ons van onze vaste ambtenaar beroofd. Tijdens de formatie beschikten de collegepartijen in spé niet over de stukken. Ondanks dat niemand iemand aan bleek te kunnen sturen, werd ons ‘verteld’ dat wij ze niet mochten distribueren. Enige maanden later bleek het zgn. Nobelplan veel te duur… op basis van geheimzinnig uitziende cijfers en vreemde constructies.

Inmiddels was Sociëteit de Burcht, waar 2 dakloze podia asiel hadden gevonden, doorverkocht aan de hoogste bieder, een bekende woekeraar. Hij was verliefd, zij werd uitgehuwelijkt. Ondanks negatieve adviezen vanuit meer dan één ambtenarendienst zag de betreffende wethouder er het risico niet van in. Sterker nog, hij liet zich publiekelijk ontvallen dat al die maatschappelijke instellingen eigenlijk verkapte subsidie krijgen omdat ze geen marktconforme huur opbrengen. Oftewel, men denkt kennelijk dat Assepoester de kip met de gouden eieren onder haar rokken verbergt – of dat die vent uit Wassenaar soms Repelsteeltje heet. Iemand moet al dat achterstallig onderhoud toch betalen – want eigenaar de Gemeente verpatst panden met huurders en al om de mooie jongen met de natte dromen uit te hangen, in plaats van zorg te dragen voor wat er is.

3e akte: de boze tovenaar en het glazen muiltje

Maar wat was er toch allemaal gebeurd met dat plan?* Ja nee, dat was de nieuwe werkwijze. Het is namelijk zóó vreselijk uit de klauwen gesjeesd bij de Stadsgehoorzaal en het Scheltemacomplex… Hm, zeg dat wel! Dat zijn de projecten ‘die we toch maar bereikt hebben’. Als op de langverwachte audiëntie bij de wethouder met een dergelijke loftrompet zijn speech wordt afgestoken, dan heb je alweer gegeten en gedronken (in de zin van Tantalus’ kwelling dan). Die paradepaardjes beloofden wèl eieren, zij “toonden commitment”, maar toen puntje bij paaltje kwam bleken het bodemloze putten. Het doet niets af aan hun glans – integendeel.

Dus daarom doen we nu alsof reguliere kostenstijgingen niet geïndexeerd hoeven te worden. En daarom gaan we ineens subsidies bij de stichtingskosten optellen, alsof die subsidies niet sowieso m.i.v. 2008 op conto van de gemeentes komen. Daarom kiezen we dus voor herhuisvesting van het LVC alléén – wiens huid (het huidige pand) meteen de etalage in kan – wat vervolgens een tekort op de exploitatie laat zien. En omdat het anderhalf keer zo duur wordt, moet het gebouw tot tweederde inkrimpen, sprak de magiër. Daar moet men dan samen (sic) in die rompvariant maar uit zien te komen. Want dàt is de nieuwe werkwijze. Wel, zeer vereerd. Kijk die raad eens enthousiast zijn! Zo’n gevoel voor urgentie is hier nog nooit vertoond.

 Uw veranderingswoede heeft in 2007 al 6,5 miljoen euro aan externe expertise gekost. Van dat geld had u de kleine muziekpodia een eeuw lang kunnen subsidiëren.
(Frank Elkhuizen, voorzitter van STAMPOD n.a.v. een recente bezuinigingsronde)

fotoDat moderne gedoe met dat kaders stellen, dat werkt niet. Het gaat geen moment over de inhoud – sterker nog: het gaat alleen nog over parkeergarages die essentieel zijn voor de begroting. Ook boeit het niet of een bedrag ‘impulssubsidie’ (een koosnaampje voor derving) heet of dat je het kunt besteden. Een financieel kader dat niet wordt afgezet tegen de output getuigt bepaald niet van enige visie. Men rekent zich graag rijk, maar al met al is dit een dure grap. Want het resultaat is dat het LVC een jaar of vijf dakloos zal gaan worden, er geen perspectief is voor de podia in de Burcht en het Muziekhuis z’n tijdelijke status verruild zag voor een permanente – maar dan wel gebonden aan een streng convenant. De sluwe wethouder gaat binnenkort de boer op met zijn glazen muiltje, maar niemand wil met hem trouwen.

foto 1: Zonder petemoei kom je d’r niet. foto 2: De maquette van de Effenaar in Eindhoven; schaal 1:1 in het geval van de Leidse tempel als-ie met de huidige snelheid blijft krimpen.

 
*Zie ook:          Overzicht besluitvorming Muziekcentrum de Nobel
brief van Kleine Nobel naar Kunstcentrum (24-2-’10)
 
aanverwant:  Tempelvrees (over landelijk poppodiabeleid)

verder in deze serie:
de prequel:    Requiem voor een referendum
deel 1:            De her-illegalisering van Vrijplaats Koppenhinksteeg
deel 3:            Creatief boekhouden of: hoe realiseer ik een dierbaar bouwproject
deel 4:            Afrekenen met het geitenwollen circuit
deel 5:            Free market calling Orson… come in, Orson