Hervonden verzinsels: het geval Han Israëls

foto
I. OVER FREUDS VERLEIDINGSTHEORIE
De illustere reputatie van Sigmund Freud brokkelde vanaf 1980 in snel tempo af – en daarmee die van de psychoanalyse. De kentering had al ingezet met de tekstuele kritiek van Timpanaro in The Freudian Slip (Il lapsus freudiano, 1974). Freuds biograaf Peter Swales en vooral de secretaris van zijn archief, Jeffrey Masson, brachten een paar jaar later enkele onverkwikkelijke zaken uit diens privéleven naar buiten. Na de verschijning van de vlotte docuThe Freudian slip: een portret van Sigmund Freud en zijn biograaf Peter Swales‘ (1984) en de publicatie van de ongekuiste briefwisseling tussen Freud en Wilhelm Fliess (1985) kon niemand er meer met goed fatsoen omheen: de man was een groot schuinsmarcheerder geweest.
keep your nose clean
Zo weten we heden ten dage dat Freud, kennelijk in zijn nasale fase, samen met Fliess aan de coke zat – met alle afgeleide habits van dien. Het foutje met de neus van Emma Eckstein ontplofte nèt niet in hun gezicht. Het taalgebruik in hun correspondentie is dermate onscrupuleus, dat het misschien maar goed is dat de andere helft in Freuds haardvuur is beland. Later zou hij zijn schoonzus Minna zwanger maken, al wordt dat nu weer her en der in twijfel getrokken. Maar het is nota bene Carl Jung, die de zaak hoog opnam, die over hun relatie geschreven heeft. En het bezoek aan het ‘kuuroord’ wordt bij mijn weten gestaafd met documenten uit dezelfde tijd dat Freud de befaamde aliquis-verspreking optekende (waarin een ‘jongeman’ over dat woord zou zijn gestruikeld omdat zijn vriendin maar niet ongesteld wou worden).
Beetje een losbol, zeg maar. Dat zijn de sappige verhalen! Dit slechts om een beeld te geven hoe hij er zijn hand niet voor omdraaide om op zwierige wijze allerlei schmutzigheden ter meerdere eer en glorie van zijn theorie en zijn imperium aan te wenden. Hij lardeerde die met associaties die in feite puur persoonlijk waren, cirkelredeneringen ter verklaring van de klachten van zijn patiënten en opportunistische wijzigingen van standpunt, juist als hij op een goed spoor zat…
Het was Freud nl. in 1896 opgevallen dat veel van zijn patiënten incestervaringen hadden. Een jaar later liet hij die theorie weer varen: het was te absurd, het moesten fantasieën zijn. De inruil van de Verleidingstheorie* (zie al. 5 en 6) tegen wat later zou uitgroeien tot het Oedipuscomplex is volgens Masson een grote fout geweest (Freud and the Seduction Theory. A challenge to the foundations of psychoanalysis, 1984). Maar met Freud is het moeilijk te zeggen wanneer hij precies fraudeerde. Want was dat nou inderdaad in tweede, of toch in eerste instantie?
[*aanvulling: de Verleidingstheorie heeft nu ook een eigen lemma. ]
II. HAN ISRAËLS
collateral damage … again
Sinds de sixties was de psychoanalyse in Europa allengs aan intellectuele waardering begonnen te winnen – zelfs onder feministes, terwijl de twee toch niet direct voor elkaar bestemd zijn. De herontdekking van de Verleidingstheorie heeft daar niet weinig aan bijgedragen  Ter zelfder tijd, begin jaren ’80, was het incestprobleem een onderwerp dat sterk in opkomst was. Enfin, dat trok een tijdje samen op – totdat ene Han Israëls ten tonele verscheen.
Nadat Israëls in 1980 op een kritische beschouwing van Freud was afgestudeerd, nam hij ruimschoots de gelegenheid om alle nieuw verschenen informatie op zich in te laten werken. In 1993 verscheen van zijn hand Het Geval Freud. Daarin stelt hij dat, aangezien we de brieven aan Fliess als authentieker mogen beschouwen dan de officiële verklaring van jaren later, Freuds patiënten helemaal niet vertelden dat ze misbruikt waren. Integendeel, hij klaagde steen en been dat ze het niet wilden aannemen en bij hem wegliepen.
Geïntrigeerd door dit gegeven kwam Israëls in 2001 met Heilige Verontwaardiging, een aanklacht tegen de feministische literatuur over incest. Aan de hand van het standaardwerk van Nel Draijer verweet hij deze vooral feministisch te zijn, een nogal ver reikende kritiek. Mwah, me dunkt dat Israëls zelf niet bepaald waardenvrij is. Veel cijfers berusten volgens hem op aangeprate nonsens en met name de ernst zou overdreven zijn. (Voor de weerlegging: zie specifiek de reactie van José Rijnaarts, plus het hoofdartikel en de andere links.)
wishful thinking
Wat gebeurde er nou bij Freud op de sofa? Van een aantal van zijn patiënten weten we dat ze wel degelijk incestervaringen hadden. Wat was het precies dat hij niet wist op te dringen? Eén van de bekendste, ‘Dora‘ werd al sinds haar 14e lastig gevallen door heer K, de man van de vrouw waar haar vader mee rommelde. Freud was er van overtuigd dat zij hier heimelijk naar verlangde, maar Dora wist toch echt heel zeker van niet. Jaren later is ze teruggekomen om hem te laten toegeven hoe de handel werkelijk in elkaar stak. Een mooi staaltje van je therapie in eigen hand nemen.
Freud jammerde ook dat veel van zijn patiënten het verdomden zich ook maar iets te herinneren. Maar wat nu als je je wel omver laat lullen? Dat komt uiteraard wel degelijk voor. Rond de zgn. ‘hervonden herinneringen‘ vindt al jaren debat plaats. Want, zoals Han Israëls ook stelde: als je iets verdrongen hebt, dan kun je het je ook niet herinneren. Elke Geraets, een autoriteit op dit gebied, zegt dat dat klopt. Maar er zijn nog andere afweermechanismen en zoiets als de imperfectie van het geheugenmechanisme. Kortom: het gaat allemaal niet van een leien dakje, dat hersenspoelen. Het is maar zeer de vraag hoe vaak er nou werkelijk sprake is van (complete) verzinsels (en van welke kant die afkomstig zijn). Intussen zijn er wel een heel onderzoeksveld èn een maatschappelijk probleem in diskrediet gebracht door iemand met een ‘serious case of distortion’.
Freud verwierp de theorie alleen maar omdat hij op zoek was naar iets dat voor every single one of his current patients (#, al. 6) opging, wat hij niet voor elkaar kreeg. En met dezelfde dwangmatigheid als waarmee hij hen eerst ervaringen aan probeerde te praten, ontkende hij later het realiteitsgehalte ervan tegenover diegenen die ze wel hadden. Over dat omgekeerde hersenspoelen (‘hervonden verzinsels’? ‘gedelete ervaringen’?) hoor je nou nooit wat. Nou ja, Han Israëls dan – indirect.
[De plaatjes zijn afkomstig van de LP-hoes van Filigree & Shadow van This Mortal Coil.]
~.~.~.~.~.~.~.~
addendum: Wilhelm Reich, een van de grondleggers van het freudo-marxisme, was in de beginjaren een grote bron van inspiratie voor Freud. Diens (SF’s) breuk met de Verleidingstheorie betekende ook een radicale wending ten aanzien van de marxistische maatschappij-analyse:
However, Freud was soon to alter the content of his thoughts, and in the process he would break with those ideas that Reich agreed with Freud upon and had taken as his starting point. In 1926, in the work, “The Inhibition, Symptom and Anxiousness”, Freud claimed that, “…[it is] anxiousness that produces repression and not, as I believed in the past, that repression produces anxiousness…” This was a turn of 180 degrees. Freud’s new theory claimed that anxiousness (sexual anxiety) was something endogenous, from within the individual psyche. Thus, Freud no longer considered it to be the by-product of external, social conditions. All external, objective, environmental factors were simply dropped from Freud’s analyses.
Freud’s new body of ideas became a vehicle for all those theories that maintain that all human “faults” are inherent within the physical being of men and women (for example, the idea that there is a gene that causes criminality). This is in stark contradiction to the materialist conception, which holds that it is mankind’s social conditions of existence that shape general and individual consciousness – not vice versa. From the moment that Freud rejected materialist philosophy, his theories were destined to become nothing more than an acceptance of society as it is, thus ruling out the possibility of creating real solutions to the medical problems he was seeking to address.”
Zie ook mijn andere blog over Freud, over zijn maatschappijkritiek in relatie tot fascisme en consumentisme.

Sigmund de maatschappijcriticus

foto

Sigmund Freud, grondlegger van de psychoanalyse, heeft meerdere essays geproduceerd waarin hij de maatschappij aan een analyse onderwierp, zoals Totem and Taboo (Totem und Tabu, 1913), The Future of an Illusion (Die Zukunft einer Illusion, 1927), Civilization and Its Discontents (Das Unbehagen in der Kultur, 1930) en Moses and Monotheism (Der Mann Moses und die monotheistische Religion, 1939). Naarmate zijn leeftijd vorderde kreeg hij steeds meer oog voor de invloed van Thanatos (agressie) naast die van Eros (sex) op het driftleven van de mens.

met Hitler op de hielen

Inspiratie genoeg om hem heen: om zijn laatste boek, dat over Mozes, af te kunnen ronden moest hij zelfs op hachelijke wijze het vege bejaarde lijf zien te redden uit Hitlers klauwen, en Wenen verruilen voor Londen. Diverse regeringsleiders en een heuse prinses moesten eraan te pas komen. De nazi’s waren de verpersoonlijking van datgene wat op de loer lag in ieder mens, in de meest duistere krochten van het onderbewuste, en waar hij al jaren voor waarschuwde.

Volgens Freud verkeren wij allen in een permanente innerlijke staat van verscheurdheid, tussen de tegengestelde belangen van onze driften (Es) en ons geweten (Über-Ich). Het is hun vermogen om het strenge Über-Ich tijdelijk milder te stemmen dat gangbare roesmiddelen als verliefdheid en alcohol zo verleidelijk maakt. Religie en charismatische totalitaire regimes zijn zelfs in staat een permanent delirium teweeg te brengen: ze zijn eenduidiger, minder grillig dan onze innerlijke instantie – en in het laatste geval ook toegeeflijker omdat aan primitieve driften een uitlaatklep wordt gegund.

[Het Über-Ich zou zijn oorsprong vinden in het onstaan van de eerste samenlevingsverbanden. Freud plaatst Oedipus en andere mythologische figuren in de geschiedenis: de vader werd ook letterlijk gedood en daarmee werd het eerste schuldgevoel geboren. Mozes ziet hij als de eerste leider die tot sublimeren, het beteugelen van zijn eigen emoties, in staat is. Door een god te introduceren die je niet kunt zien, zette hij de eerste stap op de ladder naar een meer verinnerlijkt leven. Uiteindelijk heb je die zelfgeschapen god daar niet meer bij nodig, is het idee.]

de hete adem van Amerika

Freud bekijkt de zaken altijd vanuit het individu. Die is er zelf bij gebaat als hij zijn driften om weet te buigen richting bevrediging op termijn. Maar normen creëren ook onbehagen. Slimme machthebbers weten onze innerlijke roerselen echter handig tegen onszelf uit te spelen. Ostentatieve vormen als de nazi’s lieten Freud min of meer siberisch, zelfs toen de Anschluss met instemming van ruim 99% van de Oostenrijkers over Wenen heen denderde. Als hun succes werd verklaard in termen van het Verdrag van Versailles e.d. werd hij zelfs kwaad. Nee, dit lag overal op de loer.

En intussen bleef hij zitten waar hij zat, terwijl Amerika – de president zelf – hem als vooraanstaand intellectueel maar wat graag gastvrijheid aanbood. Maar hij peinsde er niet over, want aan dat land had hij nl. een bloedhekel. Die fascinatie met het materiële, met de dollar – zum kotzen! Dus werd het op de valreep Engeland, alwaar hij zijn laatste boek voltooide en zijn erfenis achterliet bij zijn hondstrouwe dochter Anna – nadat hij die bij Jung, Reich en nog enkele anderen niet veilig genoeg had geacht.

Maar wat wil de ironie? Amerika pikte Freuds erfenis in en deed daar een huiveringwekkend voordeel mee – waarbij de voornaamste hand- en spandiensten werden verricht door Anna Freud en een neef, genaamd Edward Bernays*. In de Amerikaanse variant (bijgenaamd Egopsychologie) wordt vanuit de maatschappij gekeken, niet vanuit het individu. Was je ten tijde van Sigmund nog overgesocialiseerd, dan bevond je je nu ineens aan de andere verkeerde kant van de streep. Bernays op zijn beurt stond aan de wieg van de public relations. De documentaire-reeks The Century of the Self van Adam Curtis toont ons hoe ver het is gekomen met de drang ‘to control the masses’.

This series is about how those in power have used Freud’s theories to try and control the dangerous crowd in an age of mass democracy.” – Adam Curtis

Op zich was hij verzot op ironie… Maar het ééndimensionale, daar kon hij slecht tegen. Was hij zelf nou maar niet zo’n archetypische patriarch geweest…

(foto: de originele oer-Sofa in Freuds huis in Londen.)

~.~.~.~.~.~.~.~.

* Aanvulling/update:

‘regimenting the public mind’

De link tussen nazi-Duitsland en het Amerikaanse consumentisme gaat overigens vrij ver, het is meer dan een analogie. Bernays timmerde al sinds de vroege jaren ’20 aan de weg in de VS en Joseph Goebbels was erg onder de indruk van zijn werk, met name van Propaganda en Crystallizing Public Opinion . “Goebels gained much of his insight into the manipulation of populaces from Bernays, and in turn Freud.” (bron: Words of Fire, Ink of Blood)

Karl von Weigand, foreign correspondent of the Hearst newspapers, an old hand at interpreting Europe and just returned from Germany, was telling us about Goebbels and his propaganda plans to consolidate Nazi power. Goebbels had shown Weigand his propaganda library, the best Weigand had ever seen. Goebbels, said Weigand, was using my book Crystallizing Public Opinion as a basis for his destructive campaign against the Jews of Germany. This shocked me. … Obviously the attack on the Jews of Germany was no emotional outburst of the Nazis, but a deliberate, planned campaign.

(Aldus Edward Bernays in zijn autobiografie, over een voorval in 1933)

Ook het lezenswaardige Guardian-artikel How Freud got under our skin, over de docu-reeks van Curtis, maakt gewag van die typische connectie. Evenals Stan van Houcke – in een schitterende repliek op Hofland over de massamedia – die daarnaast Bernays als volgt citeert:

The minority has discovered a powerful help in influencing majorities. It has been possible so to mould the mind of the masses that they will throw their newly gained strength in the desired direction. Propaganda is the executive arm of the invisble government.’ (1923)
en

‘the engineering of consent is the very essence of the democratic proces, the freedom to persuade and suggest.’ (1947).

Tot slot haalt hij deze gedenkwaardige woorden (uit het tijdschrift Fortune) aan:

‘it is as impossible to imagine a genuine democracy without the science of persuasion [i.e. propaganda] as it is to think of a totalitarian state without coercion.’

~.~.~.~.~.~.~.~.

Zie ook mijn andere blog over Freud, over diens Verleidingstheorie in relatie tot het incestdebat.