The Making of Wilders

Een centraal onderwerp in de rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is dat er zich sinds 2000 een grote verandering in het publieke en politieke discours heeft voltrokken. Dat zal niemand weten te ontkennen. Wat ze daarnaast zoal, gevraagd of ongevraagd, aansnijden doet meestal nogal wat emoties losbarsten, met een misbaar alsof er een zenuw is aangeboord. Máxima zal dat kunnen beamen – maar wees voorzichtig met ‘r, ze is er net een beetje overheen. Wat mij betreft staan ze dan ook op de nominatie om zich DE luis in Neerlands pels te mogen noemen, onze hoop in bange dagen.

De verschrikkelijke sneeuwbal

De WRR lijkt Geert Wilders hooguit als een symptoom te beschouwen – het fluorescerende topje van een ijsberg, zeg maar, al dan niet op ramkoers – of een soort geblondeerde haring. We hebben een groter probleem dan Wilders: we zijn op drift geraakt. De aanzet werd volgens hen gegeven door Frits Bolkestein, de aanstichter van het minderhedendebat, in 1991. Dat (publieke!) debat bevatte meteen al elementen als ‘geen integratie met behoud van eigen identiteit’, ‘mindere culturen’, en een verdorde, ons vijandig gezinde islam. Hij ontmoette dan ook veel weerstand, maar het hek was van de dam. Feit is, by the way, dat Wilders veel van Bolkesteins toespraken schreef. En dat hij nu in de meubels die hij van pappie ten geschenke kreeg, in de Tweede kamer zit.

Loos ging het pas met de publicatie van ‘Het Multiculturele Drama’ van Paul Scheffer (2000, NRC) – een echo van dezelfde toonsoort in datzelfde niemandsland tussen politiek en media (Scheffer is behalve columnist ook prominent PvdA-lid). Niet alleen werden onze essentiële waarden bedreigd, de oplossing bestond uit het kweken van een groter nationaal besef. Na enige discussie nuanceerde hij zijn woorden, maar het waren toch de eerste klanken die bleven hangen. Inmiddels tuimelde wonderkind Pim Fortuyn, die al een aantal jaren met het onderwerp koketteerde (o.a. via Elsevier), met deur en al de Kamer binnen. Uiteindelijk ging Wilders er onverwachts met de kluif vandoor – toch is dat minder interessant dan hoe de politiek zich de wet heeft laten voorschrijven door wat in het publieke debat gebeurde.

De WRR signaleert diverse stuwende krachten achter dat debat, die hooguit in vrij losse verbanden georganiseerd lijken te zijn. Het meest aanwijsbaar is de Edmund Burke Stichting, de zelfverklaarde neoconservatieven. Leden / oprichters zijn o.a. Bart Jan Spruyt, Paul Cliteur en Andreas Kinneging; hun Peetvader was Frits Bolkestein. (Spruyt was mede-auteur van Wilders’ partijprogram, waarmee de driehoek compleet is.) Jaffe Vink, voormalig hoofdredacteur van Trouw, beweert dat hij hen zo’n uitgebreid podium bood omdat hij simpelweg geen linkse kwaliteitsartikelen kon krijgen. Genoemde heren plus Afshin Ellian en Sylvain Ephimenco vormen dan ook zijn artiestenstal, tegenwoordig opererend onder de vlag van Opinio. Daarnaast noemt het rapport nog enkele, sterk overlappende stromingen als populisme, nieuw realisme en liberaal conservatisme, waarbij steeds diezelfde namen opduiken. En achteraan staat Geert dan te trappelen van ongeduld met zijn surfplankje om op de golf mee te liften – zo moet je het ongeveer zien.

Desintegratie van het debat

Die neocons & consorten hebben heel slinks bepaalde thema’s laten wortelschieten. Zo is het uitermate populair om te spreken over ‘luisteren’ naar ‘het volk’. Dat zou veel te weinig gebeuren. De politiek heeft zich anders als een speelbal laten gebruiken – maar het volk wil altijd méér! Thema’s als burgerschap en nationale identiteit drongen zich al gauw op de voorgrond, het minderhedendebat werd omgedoopt tot integratiedebat en zgn. ‘kernwaarden’ zouden bedreigd worden (door de buitenlanders, zoals zij ook de verzorgingsstaat zouden bedreigen). Er wordt inzet & participatie verlangd van iedereen, bv. ook van bedrijven en individuele burgers, en het gaat alleen nog maar over verplichtingen (in plaats van over kansen creëren). De idee van ‘assimilatie’ wordt niet openlijk, maar wel impliciet aangehangen: verschillen zijn per definitie problemen, de nadruk ligt op aanpassing (als tegengestelde van inpassing) en ’t blijkt maar weer een groot goed te zijn dat de grondwet de overheid ervan weerhoudt om het privédomein binnen te dringen. Behoud en ontwikkeling van cultuur daarentegen zijn de verantwoordelijkheid van individuen zelf! Dit alles gaat ten koste van heterogeniteit en dynamiek.

Het oeverloos lullen over, en met name het door elkaar gebruiken van, ‘cultuur’ en ‘identiteit’ is niet alleen de verkeerde discussie, maar zelfs een gevaarlijke. Martijn de Koning legt kernachtig uit waarom: “[..] In het essentialistische cultuurbegrip wordt cultuur opgevat als iets dat ‘natuurlijk’ en vanzelfsprekend is. Cultuur is hierbij een statische eigenschap van homogene, duidelijke afgebakende groepen. [..] Cultuur kan beter beschouwd worden als enerzijds het vermogen van mensen om betekenis te geven aan de wereld om hen heen en anderzijds het resultaat van die betekenisgeving en van de interacties met anderen. [..] Identiteit komt tot stand in interactie tussen groepen en is het resultaat van die interactie. Etnische identiteit zegt dan ook iets over de relatie tussen groepen en is geen eigenschap van een groep. [..] Dit betekent bijvoorbeeld dat Marokkaans-Nederlandse jongeren in Nederland zich Marokkaan kunnen voelen en in Marokko Nederlander,”.

Overigens was het pre-monocultuur-tijdperk ook al besmet met essentialistische hocuspocus. Die idée-fixe zorgt ervoor dat sociaal-economische factoren, zowel als de negatieve aspecten van de samenleving als geheel, ondergesneeuwd raken. De zgn. ‘kutmarokkanen’ zijn volgens de Koning nl. juist overaangepast. Tenslotte legt hij uit hoe de spagaat waarin (o.a.) Marokkaans-Nederlandse jongeren hierdoor gedwongen worden alleen maar averechts kan uitwerken. Een zeer lezenswaardig betoog van maar 2 kantjes in totaal. Maar we zouden afdrijven … naar Wilders. Nou, even dan – en dan weer snel droge grond onder de voeten.

Retoriek van het kwaad

Want Wilders op zijn beurt creëert een woordenboek van doelgericht gekozen, poëtische, maar zwaar geladen termen. Kijk, je kan het natuurlijk gelijk gaan hebben over ratten en profiteurs, maar dat is meer iets voor opiniemakers van een ander slag, in de achterafsteegjes. Nee, zijn woorden trekken als een siddering door het land, blijven narinkelen in de oren des volks. Ze zijn magisch, en hebben op termijn een solide effect van ontmenselijking – of demonisering zoals dat tegenwoordig heet. Dat gaat steeds een stapje verder.

Oorlogstermen zijn recentelijk sowieso niet van de lucht, maar met munitie als ‘islamitische intifada’ en ‘jihad’ duwt-ie zijn steentje weer nèt effe over de rand. Hierover zeggen Hajer en Maussen (Socialisme & Democratie 12, 2004): “Het oorlogsframe werkt op een gevaarlijke plaats als een zogenaamd wedge issue, als een wig: het scheidt een bepaalde groep van een andere groep. […] Door beelden als ‘oorlog’ ‘terreur’ en ‘strijd’ te koppelen aan allerlei andere sociale thema’s zoals de ‘terreur door Marokkaanse jongeren’ (Wilders, Scheffer) – wordt een brede politiek-maatschappelijke crisis gecreëerd, niet opgelost.” De multiculturelen krijgen ‘verrader’ of ‘Stasi’ toegebeten. Wat zal volgende week ons brengen?

De ‘islamisering’ wordt in geuren en kleuren geschetst met beelden als: multicultureel geweld, geëxplodeerd, verpaupering, verloedering en islamisering, verval en ondergang, donkere wolken, Marokkaanse straatterroristen, aan de lopende band in elkaar geslagen, wereldheerschappij, massale vechtpartijen, slopen, Marokkaanse barbaren, ramp voor Nederland, massa-immigratie (terwijl Nederland al sinds 2003 geen immigratieland meer is) en last but not least: administratieve detentie (een Orwelliaans eufemisme). De burgeroorlog wordt reeds afgedraaid als een film in je hoofd. Mensen die het niet met hem eens zijn (Vogelaar, Beatrix) worden neergezet als gevaarlijke gekken, of afgeserveerd als zijnde zwak en laf (Balkenende). Er wordt ‘gelogen en bedrogen’ – altijd de grootst mogelijke woorden. En theatraal! De echte Mozart was er niks bij. Kiekeboe! – en weg is-ie weer.

Dan de tsunami-strofe, een hoogtepunt – tot nu toe – uit zijn oeuvre:
“De demografische samenstelling van de bevolking is het grootste probleem van Nederland. Ik heb het over wat er naar Nederland komt en wat zich hier voortplant. Als je naar de cijfers kijkt en de ontwikkeling daarin– Moslims zullen van de grote steden naar het platteland trekken. We moeten de tsunami van de islamisering stoppen. Die raakt ons in ons hart, in onze identiteit, in onze cultuur. Als we ons niet verweren, zullen alle andere punten uit mijn programma voor niks blijken te zijn.” (Wilders in de Volkskrant, 7-10-2006)

Pompen of verzuipen

Het lijkt vruchteloos hem te wijzen op het tendentieuze in zijn woorden. Blijkbaar is dat dermate not done, dat toen de kamervoorzitter zijn fractiegenoot verzocht zich in normale termen te uiten, zij zelf op haar vingers getikt werd. Onschendbaarheid die uitwerkt als een taboe – toen dat werd ingesteld is er finaal buiten de waard gerekend. Zo blijft het een beetje roeien tegen de stroom in – wat eenmaal gezegd is trekt zijn sporen. Je zou moeten kunnen verlangen dat-ie, zonder effect-woorden, omschrijft waar de gevaren uit bestaan c.q. blijken. (‘Bezwaar, edelachtbare’!) De overdrijvingen weerleggen met feiten vreet een hoop energie, maar zo is het nu eenmaal. Illustratief voor de taktiek van de versimpeling is de recente discussie tussen Job Cohen en Hero Brinkman bij Nova.

De extreem conservatieve krachten waar Wilders de roeptoeter van is willen een hoop tegenstrijdige dingen van Ons, de trotse erfvolgers van de Verlichting. We moeten stante pede meer kinderen baren om te voorkomen dat we in handen van vrouwenonderdrukkers vallen (Kinneging). De tastbare symbolen van onze cultuur worden bedreigd door ‘hun’ onverdraagzame blikken – om die hovaardigheid af te leren, moeten we hen verbieden zich te onderscheiden middels kleding en gebouwen. Spruyt vermaant de WRR dat ze Wilders in de kaart spelen door onze strohalm, de nationale identiteit, te relativeren. De islam onderdrukt minderheden, daarom is het nodig artikel 1 van de grondwet te schrappen (Fortuyn, Wilders e.a. in hun kielzog). Dat is de duivel uitdrijven met Beëlzebub, die we vervolgens in een of andere gedaante mogen danken dat we hier tenminste geen stenigingen kennen.

De politieke partijen moeten hun eigen discours over cultuur en identiteit, dat erin geslopen is, stevig onder de loep nemen. De openbare orde is er sowieso niet bij gebaat wanneer 1 miljoen burgers tot zondebokken worden gereduceerd. Van de neoliberale trein afspringen zal wel teveel gevraagd zijn, maar de geconstateerde marktwerking binnen de politiek zelf zou toch te denken moeten geven. Ooit zal de tijd ons leren of het de rat race was die deze honger creëerde, of dat het gewoon een goeie marketing-campagne was. Maar hoe het ook zij, de politieke partijen laten de oren naar alle kanten hangen. Waar is die goeie ouwe tijd waarin de argusogen als vanouds op ‘Den Haag’ gefocust waren, zoals het hoort, zodat men met een gerust hart kon slapen? Het is misschien een opluchting dat de voorspelde klassenstrijd is uitgebleven, maar dit valse bewustzijn is ook niet alles. Speaking of which: Geert heeft meer linkse kiezers aan zijn staart hangen dan je wil weten.

Op vrijdag 21 maart is er een debat in Leiden rond de vraag wat te doen met Wilders.

Relevante WRR-rapporten: In debat over Nederland en Identificatie met Nederland
De Cleveringalezing van Kees Schuyt: Democratische Deugden, Groepstegenstellingen en sociale integratie
Van Martijn de Koning: Integratiebeleid en ~debat leiden tot desintegratie
Het weblog van Maria Trepp over o.a. het neoconservatisme: Passagenproject
humor: TAALCURSUS Doe als Geert Wilders: spreek Wilderiaans!

Advertenties