Klassieke follytuinen en de wedren tegen de tand des tijds

echo’s van Arcadia

Een van mijn favoriete boeken is De Folie en Folies (eng. vert. The Folly of Follies) van het echtpaar Saudan. Het is een verzameling foto’s en verhalen van de mooiste renaissance-tuinen van Europa. De belangrijkste inspiratiebron hiervoor werd gevormd door het boek Hypnerotomachia Polyphili (Eng: The Strife of Love in a Dream; Nl: De droom van Polyphilus) uit 1499, dat de mysterieuze tocht van de door verliefdheid en slaapgebrek voortgedreven Polyphilus beschrijft. De reis voert door een arcadisch droomlandschap vol nymfen, draken en excentrieke bouwwerken.

In 1504 verscheen nog een boek over een verloren rijk: ‘Arcadia‘ van Jacopo Sannazaro. Droomwerelden met een ongeëvenaarde nagalmtijd, waarvan de echo nu nog steeds weerklinkt. Want mettertijd groeide bij de adel het verlangen om hun onmetelijke ziel tot uitdrukking te brengen in het uitgestrekte landschap dat hun achtertuin besloeg.

Menigeen beperkte zich daarbij tot de aanleg van de ideale entourage voor diverse mijmeringen en gemoedstoestanden, zoals daar zijn: heuveltje, grot, waterpartijen, vijver, kronkelend pad, een ruig stukje bos. Natuurlijk mocht een kluizenaarswoning niet ontbreken – net zo een als bij de buren – en misschien nog een bescheiden doolhof. En zo komen we op het terrein van de folly: het nutteloze bouwwerk.

‘slechts om het hart te luchten’

Gij die hier binnentreedt
bekijk alles stuk voor stuk
en zeg mij of zoveel wonderen
gemaakt zijn om te misleiden
of puur omwille van de kunst

Andere, meer buitenissige lieden konden geen weerstand bieden aan de aanvechting om de gesteldheid van hun hart te consolideren, niet zelden met overvloedig resultaat – en met wisselende sierwaarde. Tuinen met een groot aantal follies lopen bovendien kans om als geheimzinnig raadsel of initiatie-rite geïnterpreteerd te worden. De waarheid zal wel in het midden liggen, ergens tussen aardse spiritualiteit en de grote mysteriën.

Zelf hou ik het meest van ruigere tuinen zoals Bomarzo, dat door graaf Orsini is aangelegd om zijn gestorven echtgenote Giulia te gedenken. (En daar heb je je tocht door de onderwereld…) Bomarzo stamt al uit de 16e eeuw, zodat het opzettelijke en het authentieke, het klassieke en het verweerde op een hele mooie manier samenvallen. Het heeft vele kunstenaars geïnspireerd, zoals Dali, Willink en Hella Haase.

Uit de hoogtijdagen van de follytuinen, ten tijde van de barok, zijn ons vooral glimmende en ietwat pompeuze exemplaren nagelaten. Maar speelse en verrassende – dus sprookjesachtige – elementen bevatten ze ook, al is het soms maar die ene schelpengrot.

hoogtepunten

Italie: In Viterbo: Bagnaia (Villa Lante) en Bomarzo, bij Florence: Pratolino en Boboli en in Pistoia: Collodi (Villa Garzoni). Frankrijk: Chambourcy: Désert de Retz. Bij Parijs: Versailles en Bagatelle. Engeland: In Buckinghamshire: Stowe House en Cliveden House. Duitsland: In Baden-Wurtemberg: Schwetzingen en Weikersheim, in Beieren: Aschaffenburg, Veitshöchheim en Sanspareil (Bayreuth) en in Hessen: Kassel (Wilhelmshöhe). Oostenrijk: In Wenen: Schönbrunn. Hellbrun in Salzburg. Spanje: bij Madrid: Aranjuez en El Capricho . Tot slot kun je hier nog een schat aan foto’s vinden.

Het zal niemand verbazen dat deze mode / traditie over onze lage landen heengewaaid is. Het gelijkmatige landschap vormt als decor een anticlimax (hoewel men soms wel op de gedachte kwam om een heuveltje te modelleren van de grond die was vrijgekomen na het graven van de vijver). Mooie ingetogen follies zijn te vinden op Clingendael en op Elswout in Overveen (bij Haarlem). Topper van het excentriekere werk is Kasteel de Haar in Haarzuilens, waarin Cuypers zijn hele neogothische hart binnenstebuiten gekeerd heeft. En van mij mag je de Efteling ook gerust meetellen – maar vrijwel niets dateert van voor de 19e eeuw en zonder de inspanning van ontelbare vrijwilligers zou het meeste alweer gesloopt of tot stof vergaan zijn.

halsbrekende toeren

Een van de vele paradoxen rond follies is dat ze vaak onvergankelijk lijken, maar wel degelijk onderhoud vergen. Cultuur die wordt heroverd door de natuur, of zoiets. Folly-expert Wim Meulenkamp schreef vanuit de Donderberggroep ‘Follies – Bizarre Bouwwerken in Nederland en België‘ en voor de Folly Fellowship ‘Follies, grottoes & garden buildings‘. Beide verenigingen verkeren in een diepe sluimer, maar ooit trok heer Meulenkamp erop uit als beschermer van de weduwen en wezen van de architectuur. Met vrees in zijn hart tekende hij op in welk een deplorabele staat hij ze de laatste keer had aangetroffen.

Als hobby is follyspotting dan ook niet van gevaren gespeend. Waar Meulenkamp nog de waarschuwing ‘voor de liefhebbers van micro-alpinisme’ plaatste, werden wij enkele jaren later overweldigd door een ondoordringbare wildernis, waar geen schatkaart bij geleverd werd. Op dezelfde reis door België* troffen we het fraaie Attre, met zijn schijngrotten en ruïnes, in een toestand die toch wel héél erg melancholiek stemde. Een eind verderop bleek ‘de abdij’, toen we die eindelijk gelocaliseerd hadden, te zijn opgeslokt door een pretpark met een hoge muur eromheen. Na alle beproevingen vermochten we deze niet meer te slechten, en hebben we het paradijs maar als verloren beschouwd voor deze contreiën.

Ooit wil ik Heligan in Cornwall een keer bezoeken. Deze archeologische onderneming om een tuin op te diepen waar al een halve eeuw geen levende ziel zich gewaagd had, wordt geweldig beschreven in het boek The Lost Gardens of Heligan van Tim Smit. Een titanenstrijd waar hij met trots op kan terugkijken.

*update (feb. ’09): De ondoordringbare wildernis dat was het Bois-Joly te Ronse en in Brugelette was de abdijruïne-annex-landschapspark van Cambron-Casteau opgeslokt door het park Paradisio. We waren daar in 2002 en ik ben benieuwd naar de belevenissen van een ieder die (een van) deze plekken recent heeft bezocht.

foto: De Appennino in het park van Villa Demidoff, bij Pratolino